De exotiek van 'die kerels uit het politburo'

Het Berlijn-boek. Zuchtend zit de grote diplomaat-schrijver F. Springer (pseudoniem van Carel Jan Schneider) op het podium van de Grüne Salon in Oost-Berlijn, waar hij van 1985 tot 1989 ambassadeur was....

Het klinkt zo afwerend, dat sommigen in de zaal zich zorgen maken. Gaat het Springer nog wel lukken? Hij heeft net verteld dat hij vaak valse starts maakt en rigoureus een halfjaar werk weggooit. Is Berlijn misschien moeilijker dan Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea, Bangkok, Dacca, Teheran, Luanda, de exotische woon- en standplaatsen waaruit hij zoveel inspiratie putte voor zijn verhalen?

Het is al bijna een vaste anekdote van Springer: hoe hij zich in 1996 met een Duitse beurs terugtrok in Feldafing aan de Starnberger See om een boek met Berlijn als achtergrond te schrijven. Alle aantekeningen uit zijn Berlijnse tijd lagen uitgespreid op zijn schrijftafel. Maar weer kwamen de beelden uit Indië en van zijn avontuurlijke repatriëring na het Japanse interneringskamp. 'Ik zag dat gewoon voor me. Ik was er nog niet mee klaar. Die geschiedenis ging me na aan het hart hoor.'

Hij liet Berlijn voor wat het was en schreef de roman Kandy. Weer een ikpersoon die wordt geplaagd door herinneringen en zijn fout uit het verleden wil goedmaken. Maar de tijd valt niet meer terug te draaien, en er rest slechts weemoed. De teerling is geworpen, het is volgens Springer zelf een centraal thema in zijn werk.

De volgende dag geeft hij het in zijn hotel grif toe: hij schrijft steeds hetzelfde boek. 'Dat zijn nu eenmaal de dingen die mij bezighouden.' En als je oud en gepensioneerd bent, word je steeds vaker bezocht door al die verdrongen herinneringen. 'Er gaan kamertjes in je hoofd open die gesloten leken.' Maar Springer wil het verhaal wel steeds op een andere manier vertellen. 'De lezer mag niet verveeld raken. Dat is een doodzonde.'

Het is Springer wel toevertrouwd om dat te vermijden. De aangrijpende confrontaties met het verleden en de warme tempo doeloe-romantiek zijn gevat in lichtvoetig en ironisch geschreven verhalen, met anekdotes over diplomaten en de rare mensen die ze omringen. 'Relativeren is nodig, denk ik, het verhaal wint daardoor aan kracht', vertelt Springer zijn publiek in Berlijn. Hij is met zijn 71 jaar een aimabele en elegante man die graag met zichzelf spot. Hij krijgt er ook hier de lachers mee op zijn hand.

Springer wordt voor het publiek, zoals vaker, ondervraagd door zijn biografe, de neerlandica en Indische letteren-specialiste Liesbeth Dolk. Zij heeft de moeilijke taak het leven te beschrijven van een man die de lezers al door en door menen te kennen uit zijn boeken. 'Zijn leven en zijn werk scheren rakelings langs elkaar', zegt ze. 'De biografie moet gaan over hoe hij werkelijkheid in fictie omzet. Dat zegt iets over zijn schrijverschap.' Dolk spit Springers reusachtige archief door en spreekt met getuigen van Springers leven. 'Misschien verklaart ze me wel schizofreen. Maar ik ben er op het ogenblik heel rustig onder', zegt Springer.

De schrijver, sinds enige jaren weduwnaar, is in het gezelschap van zijn biografe gearriveerd. Ze treden op als een goed ingespeeld team. Dolk noemt hem bij de voornaam en krijgt ter afsluiting een zwierige handkus. Op haar visitekaartje staat 'Secretaris F. Springer', en ze onderhandelt over zijn interviews met de pers. Is zoveel nabijheid niet gevaarlijk voor een biograaf? Dolk ziet voor- en nadelen. Ze krijgt veel toegang. Een biograaf moet affiniteit met zijn onderwerp hebben, en zij vindt Springer 'zo ongeveer de leukste schrijver van het westelijk halfrond'.

Aan de andere kant is het moeilijker kritisch te zijn. Maar ze hebben afgesproken dat het geen 'geautoriseerde biografie' wordt. Ze zal geen 'gory details' weglaten en Springer zal haar tekst niet van tevoren lezen. Bovendien is ze van plan een cd aan het boek toe te voegen met al het bronnenmateriaal, zodat kritische lezers kunnen nagaan hoe ze tot haar interpretatie is gekomen.

F. Springer krijgt nu dus ook al een biografie, na de opdracht voor het boekenweekgeschenk, de Constantijn Huygensprijs en twee jaar geleden een kloek Verzameld Werk bij Querido. Alle eer voor iemand die in de jaren zeventig nog gold als de 'meest onderschatte' Nederlandse schrijver.

Maar de liefhebbers van Springer hopen dat het oeuvre nog niet af is en wachten op het Berlijn-boek. Te weinig stof heeft de hoofstad van de DDR hem niet geboden, zegt Springer. 'Op zijn eigen manier was het ook exotisch. Fascinerend om te zien hoe in zichzelf gekeerd zo'n regime was. Het was een boeiende tijd met die kerels uit het politburo.' De gesprekken met de communistische machthebbers, die zich verzetten tegen de vernieuwingsdrang van Sovjet-leider Gorbatsjov, verliepen 'alsof een grammofoonplaat werd afgedraaid'.

Ambassadeur Schneider hielp het bezoek van toenmalig DDR-leider Honecker aan Nederland organiseren. 'Hij werd ontvangen door de koningin, dat vond hij geweldig. Niets mooiers voor die jongens dan door royalty te worden geaccepteerd.' De anekdote over de DDR-official die een door een Nederlandse marktkoopman aangeboden haring in zijn zak liet glijden en later dringend zijn handen moest wassen, lijkt het typische comic relief voor een Springer-verhaal. En dan waren er de vele menselijke drama's. 'Wij sjaggerden met de autoriteiten over Oost-Duitse vrouwen die met Nederlanders trouwden en alles moesten achterlaten.'

De codeberichten die ambassadeur Schneider uit Oost-Berlijn naar 'de minister' in Den Haag stuurde, getypt op het roze papier voor inkomende berichten, zijn in te zien met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur. Meteen valt op dat Schneider zich in het ambtelijk verkeer verre hield van de elegante stijl in zijn boeken. Hij schreef zinnen als: 'Uiteraard is dit één der doelen welke de DDR nastreeft.' Hoogstens noemt hij DDR-leider Honecker hier en daar 'de oude heer'.

Diens heerschappij was volgens de ambassadeur 'in toenemende mate op de Pruisische traditie gebaseerd'. De speeches van de leiding stonden in het teken van 'rooskleurige zelfgenoegzaamheid'. 'Bij dit alles groeit de vraag of, en zo ja in hoeverre de politieke top zich nog bewust is van het verschil tussen Dichtung en Wahrheit', concludeerde Schneider in mei 1987. Bij zijn afscheid in maart 1989 schreef hij dat 'het huidige regime met behulp van de veiligheidsorganen de bevolking wohl im Griff heeft'. Acht maanden later viel de Muur. Schneiders verkeerde inschatting was wijd verbreid. 'Het bestaan van de DDR staat niet ter discussie', schreef de Volkskrant nog in september 1989.

Slechts één keer in zijn DDR-tijd viel Schneider in zijn codeberichten uit de plooi: hij gaf Den Haag een hilarisch en bijna melig verslag van de jaarlijkse hazenjacht waarop Honecker het corps diplomatique trakteerde (zie inzet). Het bericht was zo afwijkend van de gebruikelijke ambtelijke taal, dat het in diplomatieke kringen een legendarische status kreeg.

'Ik dacht dat het wel leuk was om de minister hier ook eens in te laten delen. Ik heb leuke reacties gehad', zegt Springer. Dat de rest van zijn ambtelijke schrijfsels weinig sporen van zijn literaire gave dragen, vindt hij logisch. 'Ik hield die dingen strikt gescheiden.' Nooit heeft hij van BZ slechte reacties gehad. 'Ze zeiden niet: waar haal je al die tijd vandaan?' Springer beschrijft als geen ander de merkwaardige sfeer en de leegte van het diplomatenbestaan. Hier en daar drijft hij de spot met een collega. Maar niemand voelde zich beledigd, en onder diplomaten wordt Springer grif gelezen. Ministers als Van der Stoel en Van den Broek zeiden tegen hem dat ze zijn boeken leuk vonden.

Hij bleef altijd voorzichtig met zijn optreden als schrijver. In een codebericht uit Oost-Berlijn toont Schneider zich 'terdege bewust van de problemen die een zogenaamde literaire reis (met de VPRO-radio, red.) van mijn alter ego naar Irian kunnen oproepen'. De reis maakte hij pas na zijn vertrek uit de diplomatieke dienst.

Springer ging vroeg met pensioen, toen hij 57 was, om zich aan zijn schrijverschap te kunnen wijden. Decennialang had hij in de avonduren, weekeinden en tijdens verlof geschreven. 'Maar als je niet wordt geleefd, is het soms moeilijk discipline op te brengen', zegt Springer. Hoewel hij er iedere dag mee bezig is, zijn er 'hele periodes dat ik excuses zoek om niet te hoeven schrijven'. Zoals dit reisje naar Berlijn. Over de enorme verandering van de stad is hij enthousiast, ook al is het gebouw waar hij heeft gewerkt in de Otto-Grotewohlstrasse (nu Wilhelmstrasse) afgebroken voor nieuwbouw.

Het hazenjachtverhaal maakt nieuwsgierig naar het Berlijn-boek. Springer belooft nog een keer dat het er echt komt. Hij is nog niet uitgeblust. Zijn vriendin Hella Haasse is immers 85 en schrijft nog iedere paar jaar een boek. 'Nou verplicht ik mezelf haar te evenaren.' Bij dit boek kon hij 'de goede ingang niet vinden'. De ikpersoon mag van hem dit keer geen diplomaat zijn. Inmiddels heeft hij een vorm gevonden. Komt er ook geen Indië meer in voor? 'In principe niet. Maar wie weet of er niet plotseling een personage met een Indisch verleden in het boek opduikt?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden