Interview Sophie in 't Veld

‘De Europese Unie is het vehikel van onze soevereiniteit’

Beeld Jiri Büller

D66-lijsttrekker Sophie in ’t Veld pleit voor een sterkere Europese Unie, en snel ook. ‘Europa heeft lang in een bubbel geleefd. Dat is niet meer vol te houden.’ 

Kom bij Sophie in ’t Veld niet aan met het verhaal dat Nederland ‘al zijn soevereiniteit’ in rap tempo aan Brussel aan het verliezen is. Néé, zegt ze dan, druk gebarend en met woorden als mitrailleurvuur: de Europese Unie is het vehikel om wat van die soevereiniteit terug te winnen.

‘Want weet je waar die macht nu ligt?’, vraagt ze zonder het antwoord af te wachten. ‘De macht ligt in Washington. De macht ligt in Silicon Valley. De macht ligt in Beijing. Bij Facebook, Huawei, Apple, bij de grote kapitaalstromen: dáár ligt de macht.’

Een sterkere Unie, niet omdat D66’ers dagdromen over een federaal Europa, maar omdat het moet. Met die boodschap, de meest pro-Europese van alle gevestigde partijen, hoopt In ’t Veld (55) het verlies voor D66 op 23 mei te beperken. Vijf jaar geleden was de partij nog de grote winnaar, met vier Europese zetels. Dat zit er nu niet in, maar drie zetels moet net lukken, leeft intern de hoop.

Ook in 2014 was In ’t Veld de lijsttrekker – net als in 2009 en 2004. Het maakt haar de meest ervaren Nederlandse fractieleider in het Europees Parlement. De media-aandacht heeft ook deze keer geen vlucht genomen, zo beoordeelt ze de campagne in het Eye Filmmuseum in Amsterdam-Noord. ‘EenVandaag organiseert nu geen debat, dat deden ze vijf jaar geleden nog wel. Je zou zeggen dat er de laatste vijf jaar genoeg is gebeurd in Europa. Alleen al de Brexit.’

Aandacht kreeg ze wel waar die niet gewenst was. Een mediastormpje over haar financiën stak op toen HP/De Tijd schreef dat In ’t Veld vergoedingen had gekregen voor niet gemaakte hotelkosten in Brussel. Ook zou ze geld uit het verkeerde potje hebben gebruikt om hotelovernachtingen in Nederland te betalen.

‘Het is een eigen leven gaan leiden’, zegt In ’t Veld daar nu over. ‘Ik heb me volledig gehouden aan de formele regels van het Parlement, onze eigen, strengere D66-gedragscode en de nog strengere regels die ik mezelf heb opgelegd. Er is inderdaad een handjevol boekingen verkeerd terechtgekomen, maar dat hebben we ontdekt en rechtgezet.’

Dat ze een onkostenvergoeding ontvangt van 320 euro per zittingsdag in het Parlement, terwijl ze in Brussel woont en daar dus geen hotel betrekt, is niet ‘in de geest van het artikel’ dat de vergoedingen regelt, erkent In ’t Veld. ‘Maar als parlementariërs besluiten onder een brug te slapen, of bij kennissen of vrienden, houden ze dat geld ook over.’

In ’t Veld gebruikt haar vergoeding voor de kosten die ze maakt op haar vele bezoeken aan Nederland. ‘Collega’s die buiten Brussel wonen, doen het andersom, maar onder de streep is er geen verschil tussen hen en mij.’

Haar boekhouding is een hinderlijke afleiding in de positieve campagne die ze wil voeren voor een hechter Europa. ‘Ik heb het gevoel dat er een groeiende kloof is tussen hoe de nationale politiek en media tegen de EU aankijken, en hoe de bevolking dat doet. Oké, we zijn geen 17 miljoen gepassioneerde eurofielen, maar Nederland is wel een van de meest pro-Europese landen, en de steun neemt toe.’

Die waardering ziet ze niet gereflecteerd in de media en het parlement. ‘Die zijn cynischer.’ Als voorbeeld noemt ze de in de Tweede Kamer aangenomen motie om het streven naar een ever closer union uit het Verdrag van Lissabon te schrappen. ‘Symboolpolitiek. Alsof Europese integratie wordt aangejaagd door één zinnetje in het verdrag. Dat is natuurlijk kolder. De integratie gaat verder omdat we een antwoord moeten geven op wat er in de wereld gebeurt.’

Op Facebook noemde u de stemming in de Tweede Kamer ‘nogal onnozel’.

‘Ja, de gedachte dat niet de omstandigheden van buitenaf, maar zo’n zinnetje verandering veroorzaakt. Op internet werd net gedaan alsof ik de Tweede Kamer onnozel had genoemd, de verontwaardiging was groot. Terwijl, ik wil niet veel zeggen, maar er zitten leden die hun eigen parlement een nepparlement noemen.’

Daarover is toen ook veel gezegd.

‘Ja, oké. Ik heb niet gezegd dat de Tweede Kamer onnozel is, die respecteer ik. Maar dat er zo wordt gefocust op symbolische moties waarmee je werkelijk niets gaat veranderen, terwijl je negeert wat er in de wereld gebeurt... Dan denk ik: houd je bezig met de echte kwesties.’

U bent het boegbeeld van een pro-Europese partij met federalistische idealen. Wat is de gedroomde eindstaat van de Europese integratie? Bestaat er dan nog een Nederlands parlement?

‘Dat zal altijd blijven bestaan. Wij willen de natiestaat niet opheffen en dat gaat ook nooit gebeuren. De waterschappen zijn opgericht in de 13de eeuw, en die zijn er ook nog steeds. En dat gedroomde eindstadium is er niet, omdat de wereld voortdurend in beweging is.’

Tegelijkertijd is het voor u duidelijk dat de EU nu niet in het goede stadium zit.

‘Het moet hechter. We zullen grote stappen moeten zetten. In Europa hebben we lang in een bubbel geleefd. Want de Amerikanen zorgden voor ons in de grote boze buitenwereld, en in de tussentijd konden wij hier gezellig de interne markt opbouwen.

Beeld Jiri Büller

‘Nu zeggen de Amerikanen: nou jongens, het was leuk, maar we gaan nu allebei ons eigen plan trekken. Mensen denken misschien dat Trump wel weer voorbijgaat en dat we daarna teruggaan naar normaal, maar hij ís het nieuwe normaal. En daarbij is China een politieke grootmacht geworden.’

Dus haast is geboden met de omvorming van de EU?

‘Ja. Ik denk dat we vasthouden aan de naïeve illusie van een wereld die er niet meer is. Altijd als zich in de geschiedenis grote veranderingen voltrekken, is er de neiging op de rem te staan. Mensen houden niet van verandering. In het Engels hebben ze daar een mooie uitdrukking voor: the only person welcoming a change, is a wet baby.’

‘Als we doorgaan op deze weg, is de Unie ten dode opgeschreven’
De EU zuigt sluipenderwijs de macht uit de lidstaten, zegt Derk Jan Eppink, Europees lijsttrekker van Forum voor Democratie. ‘Je hebt tegenwoordig geen leger meer nodig om een land te zeggen wat het moet doen.’

Burgers zien volgens peilingen de noodzaak voor een sterkere EU op gebieden als klimaat en migratie. Maar een recente peiling van I&O Research liet ook zien dat de helft van de Nederlanders vindt dat Europa in het algemeen te veel macht heeft.

‘Ik ga veel het land in en ik denk dat de meningen wel wat genuanceerder zijn. Zijn mensen kritisch? Ja, maar dat juich ik toe. Dat is een teken dat Nederlanders betrokkener zijn dan vroeger. Vroeger dachten ze: Buitenlandse Zaken regelt dat voor ons en dat is oké. Nu zijn mensen kritischer.

‘Ik vraag me weleens af of er geen echo in zit van wat je in de nationale politiek hoort. Volgens mij zien veel Nederlanders wel degelijk de noodzaak en het nut in van een sterk Europa, al zullen ze van mening verschillen over de terreinen waarop. Maar in de discussie die je hoort in de Haagse politiek, die toch heel bepalend is voor de beeldvorming, klinkt een andere toon door.’

Het lijkt er wel op dat de wind aan het draaien is, met de recente Europatoespraken van Rutte en Hoekstra. Daarmee zeggen het CDA en VVD openlijk dat ze voor een sterk Europa zijn.

‘Ja, die zien die peilingen ook. D66 is altijd pro-Europees geweest, ook in tijden dat het even niet populair was. Andere partijen, die heel lang dachten dat ze flink eurosceptisch moesten zijn om te winnen, zie je weer bijdraaien. Zeker het CDA, dat traditioneel heel pro-Europees is, lijkt terug te keren naar zijn roots.’

U zegt: Europa moet het stevige huis zijn waarmee we ons staande houden in deze roerige wereld. Maar je hebt ook mensen die de toegenomen onzekerheid en hun veranderde leefomgeving juist wijten aan de EU.

‘Omdat hun dag in, dag uit wordt verteld dat de EU niet deugt. Zo ging het ook in het Verenigd Koninkrijk. Maar in de VS zie je exact dezelfde politieke ontwikkelingen en daar is er geen Europese Unie om je tegen af te zetten. Dus het kan niet alleen maar de EU zijn.’

Bent u nooit bang dat het te snel gaat, en dat u in uw dadendrang iets kapot kunt maken?

‘Volgens mij was het VVD-leider Hans Dijkstal die op zo’n zelfde vraag antwoordde: ‘Weet u wat te snel gaat? De klimaatverandering, de globalisering, de geopolitiek. De wereld wacht niet op ons.’

‘Mag ik heel eerlijk zijn?’ onderbreekt In ’t Veld zichzelf. ‘Ik vind ook dit gesprek een soort loden deken. Jongens! Waarom? We zijn in de EU met meer dan 500 miljoen mensen. Met z’n allen hebben we het meest welvarende, vrije, veilige continent op aarde gemaakt. We hebben de best opgeleide mensen, de beste volksgezondheid met de hoogste levensverwachting, de grootste mate van vrijheid, de knapste koppen in de wereld. Dus jongens, waarom de scepsis? Iedereen wil bij ons horen.’

Wij vragen dat omdat niet iedereen staat te applaudisseren bij de veranderingen die u wenselijk acht.

‘Laten we ze dan ook niet de hele tijd vertellen dat het allemaal verschrikkelijk is en dat de Europese Unie een bedreiging is.’

Dus wij moeten geen kritische vragen stellen over uw agenda?

‘Sorry, maar dat is echt een karikatuur. Het gesprek gaat alleen over ‘kan het allemaal wel’ en ‘wat een bedreiging’. Laten we het eens hebben over wat wij allemaal kúnnen. Voor gewone mensen is Europa het beste continent. Moet het allemaal beter? Ja. Zijn er grote zorgen? Ja. Maar veel daarvan – zoals over de groeiende ongelijkheid, over het vinden van werk, over de pensioenen – komen toch echt voort uit nationaal beleid.’

Veel ideeën om Europa te versterken lopen vast.

‘Laat ik als voorbeeld het asielbeleid nemen. We hebben in Europa twee wetgevers: het Europees Parlement en de Raad. In beide organen is een heel gevoelig asielpakket voorgesteld. Het Parlement heeft na veel verhitte debatten gestemd over een compromis. We hebben een gezamenlijk standpunt.

‘Datzelfde pakket zit al bijna drie jaar muurvast in de Raad. En wie vormen de Raad? Dat zijn de nationale regeringen. Nu schijnt een meerderheid van de landen voorstander te zijn van het pakket, en dan zou je er in principe bij meerderheid over moeten stemmen. Maar dat durven de lidstaten niet, omdat het zo gevoelig ligt.

‘Een ander voorbeeld is de afschaffing van de roamingkosten. Dat heb je binnen een halve minuut geregeld, zou je denken, want daarmee kun je jezelf alleen maar populair maken. En toch heeft het tien jaar geduurd. En waarom? Omdat het vastzat in de Raad. En waarom? Omdat veel telecombedrijven voormalige staatsbedrijven zijn en nog steeds heel dicht op de politiek zitten. Die hadden geen belang bij het afschaffen van de roamingkosten.

‘Zo is er een lange lijst aan dossiers die vastzitten in de Raad. Wie neemt hier dan niet zijn verantwoordelijkheid? Is dat een crisis van de Europese Unie? Nee, het probleem zit op nationaal niveau.’

In 2007, vlak voor de ondertekening van het Verdrag van Lissabon, voorspelde u in de Volkskrant wat er zou gebeuren als het verdrag er niet kwam. ‘Dan zullen er groepjes staten gaan samenwerken en een aantal andere volken gaat zich op het eigen eiland terugtrekken.’ Het verdrag kwam er en toch zijn uw angstbeelden werkelijkheid geworden. Nederland vormt samen met negen andere kleine landen de Hanzeliga en probeert zo het beleid te beïnvloeden, het Verenigd Koninkrijk trekt zich zelfs letterlijk terug op een eiland. Wat zegt dat over de staat van de Unie?

‘Dat de Unie in haar voegen kraakt, omdat een aantal noodzakelijke stappen naar hechtere samenwerking nog niet zijn gezet. Tegelijkertijd ben ik optimistisch dat dat nog wel gaat gebeuren. Kijk naar de laatste tien jaar: een financiële crisis, vluchtelingen, de Brexit, oorlogen om ons heen, Trump. En de Unie staat gewoon nog overeind. Dus we kunnen wel tegen een stootje.’

Beeld Jiri Büller

Ondanks de eurocrisis. U vergeleek ooit de euro met de dollar in de VS, waar je transfers hebt van rijke naar armere gebieden. Dus een transferunie is eigenlijk ook nodig in de EU?

‘Ja, maar wie durft dat hardop te zeggen? Ja, wij.’

Toen Griekenland ten onder dreigde te gaan, zag je vooral in de noordelijke lidstaten chagrijn om voor de redding te betalen. Hetzelfde sentiment proef je nu als het over Italië gaat.

‘Het simpele verhaal van Griekenland was: de Grieken hebben geld over de balk gegooid en de boel belazerd, en daarvoor hebben wij betaald. Zo simpel was het natuurlijk niet. De rente schoot opeens door het dak, omdat de Griekse regering in paniek leek en de landen van de eurozone niet om Griekenland heen gingen staan. Daardoor reageerden de financiële markten zo extreem.

‘Ik ken Griekenland goed, ik spreek Grieks, en de mensen daar hebben het ongelofelijk zwaar gehad. Het probleem is dat de landen in de eurozone alleen maar naar elkaars begroting kijken. Is die op orde, dan is het goed. Terwijl er ook gemeenschappelijk beleid nodig is om de eurozone sterker te maken. Tot aan de crisis werd gedaan alsof die noodzaak er niet was. Alsof de uiteindelijke consequentie van de euro niet is dat je ook politiek moet integreren.’

Toont dat niet hoe moeilijk het is om in Europa een heel klein stapje vooruit te zetten?

‘Het leven is moeilijk. (Lacht) Caroline de Gruyter heeft daar in NRC eens een meesterlijke column over geschreven, waarin ze zei dat we veel problemen in Europa meteen bestempelen als existentiële crisis. In Amerika heet dat gewoon politiek.’

D66 pleit voor een Europese krijgsmacht en wil tegelijkertijd af van de nucleaire taak binnen de Navo. Moet je niet eerst een nieuwe winterjas hebben voordat je de oude weggooit?

‘Niemand heeft de Navo ter discussie gesteld behalve meneer Trump zelf. Die Europese krijgsmacht zal niet vandaag of morgen worden gerealiseerd. Het bondgenootschap met Amerika blijft, maar het is duidelijk dat ze van ons veel meer zelfstandigheid verwachten. Die moeten we in Europa zoeken.

‘Niet dat we dan morgen veldslagen gaan leveren, maar we moeten wel realistischer zijn. Voor ons lijkt het misschien een theoretische discussie, maar daar denken ze in de Baltische staten anders over.’

U bent nu al vijftien jaar europarlementariër, en werkte daarvoor al als parlementair medewerker in Brussel. Welke transformatie heeft het Parlement in die tijd ondergaan?

‘Toen ik begon als medewerker in 1994 had de EU nog maar twaalf lidstaten. In het Europees Parlement was er één euroscepticus, een heel aimabele Deen. Dat is allemaal erg veranderd, net zoals de wereld erg is veranderd. Ik krijg weleens buikpijn als ik sommige parlementariërs over Europa hoor praten, aan de andere kant ben ik er ook blij mee. Dankzij de anti-EU-populisten hebben we nu wel een debat over Europa. Heel gezond.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden