Toeristen op de boot voeren de meeuwen.

Reportage Texel

De Europese massatoerismestad in het klein: Texels levensader slibt dicht

Toeristen op de boot voeren de meeuwen. Beeld Pauline Niks

‘Texel is vol.’ Na Barcelona en Amsterdam kreunt nu ook Texel onder de enorme toestroom van toeristen. Maar niet iedereen klaagt. 

‘Dit zijn toch tenten, of niet dan?’ Boerin Alphine Smit gebaart naar het verdorde grasveld achter hun Texelse akkerbouwbedrijf. In een wijde kring staan ze opgesteld, de veertien ‘glampingtenten’. In de schaduw van een van de enorme tenten ligt een uitgetelde vader in de bijgeleverde hangmat (‘de jongste slaapt ein-de-lijk’). Voor een andere tent drinken kinderen op de veranda een glas limonade. Ze aten net pannekoeken, gebakken in het keukentje met gasstel en stromend water. Op boerencamping Noorderwaard geen moeilijk gedoe met wiebelige campinggasstelletjes. Met de wc-rol onder de arm naar het toiletgebouw hoeft hier ook niet: in alle tenten zit een toilet. De meest luxe variant heeft zelfs een ligbad.

Alphine en haar man Hans Smit wachtten acht jaar op een vergunning voor hun boerencamping. Ze gingen in zee met Farmcamps. Dat bedrijf levert luxe tenten en regelt de boekingen voor boerencampings in het hele land. De familie Smit investeerde in de aanleg van riolering, elektra, water en gas, een douchehok en een campingwinkeltje. Het leek zo’n mooi plan om naast het boerenbedrijf een goede boterham bij te verdienen. Maar een strenger toerismebeleid van de gemeente lijkt nu roet in het eten te gooien. Als het aan de gemeente ligt, draait boerenglamping Noorderwaard geen derde seizoen. ‘Ze zeggen dat deze tenten geen kampeermiddelen zijn, maar bouwwerken – verkapte huisjes dus. En ze dreigen nu met een dwangsom als we straks de boel niet definitief inpakken. Ik snap er niks van, álle Texelaars ondernemen weleens wat en willen meeverdienen aan het toerisme. Waarom pikken ze nou juist ons eruit?’

Beeld de Volkskrant

‘Texel is Nederland in het klein’, zeggen Texelaars graag. Dan bedoelen ze dat Texel alles heeft: polder, bos, duinen, strand, gezellige dorpen en bruisende evenementen – en dat alles op zo’n 160 vierkante kilometer land. Een betere uitdrukking zou misschien zijn: Texel is de Europese massatoerismestad in het klein. Veel Europese steden lijden onder overtoerisme. In Barcelona bijvoorbeeld neemt het toerisme met zo’n 25 procent per jaar toe, vooral door toedoen van Airbnb. Verhuren aan toeristen is lucratiever dan aan de Spanjaarden zelf, wat de huizenprijzen tot onbetaalbare hoogte heeft opgestuwd. De burgemeester van Barcelona probeert het toerisme in te dammen, onder andere met strengere regels voor Airbnb.

Ook Amsterdam – dat tien jaar geleden nog een iets te succesvolle campagne voerde om toeristen te trekken – kreunt in z’n voegen door de toestroom. De toerist heeft het centrum overgenomen, klagen bewoners, en kotst er de portieken onder. Het nieuwe gemeentecollege wil de drukte aanpakken met een plaatselijk Airbnb-verbod, de verplaatsing van de terminal waar grote cruiseschepen aanmeren en een hogere toeristenbelasting.

Toegegeven: de Texeltoerist zuipt en feest niet (en kotst dus ook geen portieken onder). Hier komen vooral gezinnen met jonge kinderen en 50-plussers die van wandelen en fietsen houden. Spandoeken zoals in Barcelona met leuzen als ‘Dit is geen toerisme maar een invasie’ en ‘Tourists go home!’ zul je op het eiland niet snel aantreffen. Maar de toerismediscussie is ook op Texel springlevend.

Beeld Pauline Niks

‘Texel is vol’, ‘we hebben het eiland nooit meer voor onszelf’, ‘we raken overspoeld’, verzuchten Texelaars in ingezonden brieven in de Texelse Courant en in de reacties op berichten over nieuwe initiatieven om toeristen te (blijven) trekken, zoals een lange wadsteiger met uitkijkpunt bij vuurtorendorp De Cocksdorp. Een van de plaatselijke politieke partijen, Texel 2010, had op de flyer voor de gemeenteraadsverkiezingen zelfs de tekst: ‘Stop groei toerisme! Texel dient ook voor de inwoners leefbaar te blijven’ – met een stopbord ernaast om het standpunt kracht bij te zetten.

Hoe behoudt een eiland met 13.645 inwoners dat elk jaar bijna een miljoen toeristen trekt zijn eigenheid? ‘Veel Texelaars worstelen met die vraag’, zegt lokaal VVD-politicus Hennie Huisman. De van oorsprong Amsterdamse is nu alweer bezig aan haar derde termijn als wethouder. Ze heeft een volgepropte portefeuille met financiën, economie en toerisme, wonen, duurzaamheid en innovatie. Huisman is pragmatisch: ‘Ja, we moeten het toerisme in goede banen leiden. Maar het is óók onze levensader. In de hele discussie moeten we niet vergeten dat het ons veel oplevert.’ Banen bijvoorbeeld: 80 procent van de eilanders is direct of indirect afhankelijk van het geld (elk jaar zo’n 275 miljoen euro) dat toeristen hierheen brengen.

Toch kan het onbestemde negatieve gevoel dat bij veel Texelaars leeft niet zomaar worden genegeerd. Er komt binnenkort een onderzoek of ‘de Texelse infrastructuur de drukte nog aan kan’. Zijn de fietspaden nog wel berekend op al het fietsverkeer én de solexen en de gemotoriseerde riksja’s die eroverheen crossen, als ware het de binnenstad van Amsterdam? En kan het eiland het toenemend autoverkeer nog aan? Een paar jaar geleden werd er wéér een grotere boot in de vaart genomen, op drukke dagen worden er dus nog meer auto’s gelost. Want naar Texel ga je het liefst met de auto – een retourtje met je auto kost maar 37 euro (op rustiger dagen zelfs 25). Ondertussen klagen Texelaars over de parkeerplaatsen in de dorpen die steeds vergeven zijn, en dat de wegen veel drukker zijn dan vroeger.

De gemeente gaat strenger toezien op de Bed and Breakfast-regeling. Texelaars mogen maximaal drie kamers (en zes bedden) in hun huis verhuren, maar dan moet wel het grootste deel van het huis nog ‘gewoon’ bewoond worden. Je eigen huis helemaal verhuren aan toeristen, er zelf een tijdje tussenuit gaan en zo flink cashen, is verboden. Wethouder Huisman: ‘Ik ben heel blij dat wij al decennia die regel hebben; anders zouden we hier misschien ook Amsterdamse toestanden hebben waarbij de gewone woningen helemaal overgenomen worden door toeristen. Extra controleren doen we vooral omdat het gevoel leeft dat mensen hun huis tóch verhuren. We gaan onze oren te luister leggen in de dorpen: kennen mensen eilanders die stiekem toch hun huis zo verhuren? En als dat zo is, gaan we boetes opleggen. Dat is het mooie van de sociale controle die we hier nog op het eiland hebben: mensen weten precies wat hun buren doen.’

Wil de gemeente de boerenglamping Noorderwaard aanpakken om het strengere beleid te markeren? Dat is het niet, zegt Huisman. ‘Je mag gewoon geen boerencamping vullen met bouwwerken.’ Na wat doorvragen laat Huisman doorschemeren dat er toch wel meer aan de hand is dan een ordinaire vergunningenstrijd. ‘We moeten waken voor organisaties die mee willen profiteren van het sterke merk.’ Huisman vermoedt dat het initiatief van Farmcamps is uitgegaan, dat het bedrijf zijn oog op Texel heeft laten vallen en hier voet aan de grond wil krijgen. ‘Als wij onze eigenheid willen behouden, moeten we ervoor waken dat grote organisaties van de overkant hier de zaken gaan overnemen. Anders wordt ons eiland overgenomen door bedrijven die vooral veel geld willen verdienen.’

Hele jaar door toeristenseizoen

‘Ik moet het nog zien, van dat controleren en handhaven’, zegt Menno Stam, zelfbenoemde luis in de pels van de gemeente. ‘Texelaars gaan elkaar echt niet verklikken. Als de gemeente zo nodig wil weten hoe het met illegale verhuur zit, moet ze maar lekker zelf op Airbnb kijken.’ Stam, een fitte zeventiger met een zweem van een verbeten trek rond zijn mond (‘ze zeggen dat ik altijd zit te mauwen, maar ik wil gewoon dat Texel een mooi eiland blijft’) woont in het grootste dorp van het eiland, Den Burg. Zijn huis grenst aan het land van een boer. ‘Die vroeg laatst of het niet eens tijd werd dat ik de boel ging verkopen. Aan mijn huis zit een huisje vastgebouwd dat ik mag verhuren aan toeristen, dat is natuurlijk best lucratief. Maar ik zei dat ik nog zeker tien jaar mee ga. Was hij toch een beetje teleurgesteld.’

Beeld Pauline Niks

Stam richtte 25 jaar geleden Tien voor Texel op, een organisatie die zich verzet tegen de ongebreidelde groei van het toerisme. Het begon met een protest tegen de plannen voor een hotel van 36 meter hoog in De Koog en met een kaartenactie als protest tegen de mogelijke uitbreiding van het aantal bedden op het eiland van 45.000 naar 47.000. ‘Ja, dat lijkt misschien geen enorme toename, maar als er geen rem op het toerisme komt, zitten we straks op 60.000 bedden, of nog meer. Geef de commercie de kans en het hele eiland is straks één groot vakantiepark. Iemand moest ingrijpen om te voorkomen dat het echt helemaal uit de hand zou lopen.’

Het hotel en de uitbreiding van het aantal bedden kwamen er niet, maar andere ontwikkelingen hebben Stam en zijn medestrijders niet kunnen tegenhouden. De laatste decennia zijn er heel wat campings verdwenen, bungalowparken kwamen ervoor in de plaats. ‘Door die verstening is het hier tien maanden per jaar hoogseizoen. Vroeger was het in de zomer druk en was het eiland in de winter voor de Texelaars. Huisjes kun je het hele jaar verhuren, en dus is het nu het hele jaar door toeristenseizoen. Moet je eens in Den Burg op een maandagochtend als er markt is boodschappen gaan doen: je kunt er over de hoofden lopen. Het is gewoon veel te druk geworden, we worden overspoeld. Of wat dacht je van alle braderieën en festivals? Het lijkt wel alsof toeristen constant vermaakt moeten worden.’

Camping en parkeerplaats aan het strand bij De Koog. Beeld Pauline Niks

Als Stam dan toch een rondje Den Burg doet, voelt hij zich een beetje ontheemd. ‘Ik ken eigenlijk bijna niemand meer. Zoveel Texelaars zijn naar de overkant vertrokken. En de overkanters die hier later naartoe zijn gekomen, vinden dat alles maar moet kunnen. Dat je steeds wel weer iets nieuws mag verzinnen om toeristen te trekken. Heb je al gehoord over dat idiote plannetje van onze eilanddichter om een huisje te plaatsen op een van de stilste plekjes van Texel, De Hors? Een huisje van bezinning moest dat zijn, waar mensen kunnen mediteren. Ik zou zeggen: het is daar heerlijk rustig, láát dat zo.’ Of de eilanddichter een overkanter is? ‘Van origine wel, ja.’

In de jaren zestig kwam het toerisme in Nederland goed op gang. Na het sappelen en buffelen tijdens de wederopbouw kregen Nederlanders een hoger loon, meer vrije tijd, en ze werden mobieler omdat ze zich een auto konden veroorloven. De Nederlandse toerist ontdekte al snel het grootste Waddeneiland als toevluchtsoord. Gezinnen installeerden zich in eenvoudige huisjes of campings. In de jaren zeventig kwam de Duitse toerist ook steeds vaker deze kant op.

Het Texelse veerpontbedrijf Teso (Texels Eigen Stoomboot Onderneming, waarvan de aandelen nog steeds in handen zijn van Texelaars) sprong al aan het begin van de jaren zestig in op het snel groeiende toerisme. De haven van de veerpont werd verplaatst naar de zuidpunt van het eiland, ’t Horntje, waarmee de overtocht een half uur korter duurde. In 1980 kwam er een dubbeldekse boot in de vaart waarop veel meer auto’s konden. Ook toen al waren er eilanders die het massatoerisme vreesden. Ze protesteerden met spandoeken en bezwaarschriften.

Maar in de beginjaren van het toerisme zagen ook veel Texelaars hun kans schoon om hun toen vaak nog magere boeren- of vissersinkomen aan te vullen. In de zomers trokken ze in de kippenschuur op het erf en verhuurden ze hun huis. In de decennia erna verbouwden ze hun schuren en werden dat de vakantiehuisjes. Zo wil het dat veel Texelse huizen ‘opgebouwde rechten’ hebben met te verhuren vakantiehuisjes in hun tuin of aan het hoofdhuis vastgebouwd – huisjes die nu nog steeds helpen de hypotheek te betalen.

De korte overtocht (20 minuten), de redelijke prijs waarvoor je ook je auto mag meenemen en het feit dat het eiland groter is dan de andere Nederlandse Waddeneilanden en er dus ook op regenachtige dagen meer te beleven valt dan op, pakweg, Terschelling of Ameland, maakt dat Texel verreweg de meeste toeristen trekt.

Winkelstraat in Den Burg. Beeld Pauline Niks

Elly Kroon (60), die al vanaf haar 12de op Texel komt, heeft de toeristen in steeds groteren getale zien toestromen en de rust van het eiland langzaam zien verdwijnen. Ze kwam er voor het eerst met haar ouders, later met haar vriend en haar gezin. Met haar partner Hans Siegmund kocht ze er een huisje en in de zomer gingen ze er bijna elk weekend naar toe. Hun Utrechtse appartement ademt een verlangen naar Texel. In de badkamer hangt een grote foto in plexiglas van het strand bij De Cocksdorp. De opdruk van Hans’ T-shirt: ‘Quit your job, take de boot, go to Texel’, verraadt ook waar ze nu eigenlijk het liefst zouden zijn.

Toch zijn ze deze warme zomer niet op het Waddeneiland. Vorig jaar verkochten ze hun vakantiehuisje en schaften een caravan aan. En die rijden ze alleen nog in het najaar en niet meer in het hoogseizoen die kant op. ‘We vinden het in de zomer niet leuk meer’, zegt Elly. ‘De fietspaden zijn dan overvol, ook de stranden zijn drukker geworden. Natuurlijk kun je de drukte nog wel vermijden, maar zo ongerept als vroeger is het niet meer.’

Markt in Den Burg. Beeld Pauline Niks

Ruim een halve eeuw toerisme heeft het eiland onherroepelijk veranderd. Neem De Koog, het meest toeristische plaatsje van Texel. Aan de hoofdstraat van de badplaats heeft Ruurd Eijzinga een appartement, met uitzicht op een bar en een steakhouse. Eijzinga is een levensgenieter: hij werkt nog hard voor zijn softwarebedrijf, maar is in de zomer ook maanden te vinden op zijn zeilschip. Hij is druk met zijn lidmaatschap van de dorpscommissie en speelt in de lokale politiek een bijrol als bestuurslid van D66, omdat ‘je niet zoals zovelen hier alleen moet mopperen op wat de gemeente allemaal bedenkt, maar beter actief kunt meedoen’.

Op zijn balkon kijkt hij graag naar het gekrioel van de toeristen. ‘Kun je nagaan, voordat mensen hier hun schuurtje begonnen te verhuren, bestond De Koog uit niet meer dan een paar boerderijen. En moet je nu eens kijken.’ Hij wijst naar beneden, naar de ‘mediterrane’ eettentjes (‘door Texelaars verhuurd aan mensen van buiten, die met goedkope shoarma of pizza’s snel geld willen verdienen’), bars en de toeristenfuiken die geld proberen te verdienen met Texelse schapenvachten, schepnetjes die na één keer gebruiken bij het vuilnis kunnen en zeehondensleutelhangers. Aan het begin van zijn straat houden een kleine kerk met een wit koepeltorentje en een oud Texels huisje nog dapper stand.

Eijzinga, die twintig jaar geleden van Monnickendam naar het eiland verhuisde, vindt eigenlijk dat Texelaars die ageren tegen het toerisme ‘gewoon een beetje zeuren’. Hij kijkt liever naar wat de toeristen het eiland (‘ik wil eigenlijk zeggen ‘mijn eiland’, maar ik blijf toch altijd een overkanter, ook al ben ik hier al jaren lid van de dorpscommissie’) brengen. ‘Zonder toerisme zou het hier een soort Noordoost-Groningen worden; geïsoleerd platteland met bijna geen voorzieningen. Zonder die miljoen mensen per jaar zouden we hier geen negen supermarkten hebben, niet zoveel kledingwinkels en geen bouwmarkt. En het zou vooral een stuk saaier zijn.’ Trouwens: welke drukte? ‘Zelfs hier, bij dé badplaats, wordt het strand als je na de opgang een stuk doorloopt al snel veel rustiger en heb je alle ruimte voor je handdoekje.’

Misschien ziet Eijzinga de zaken allemaal net wat anders, juist omdat hij geen ‘echte’ Texelaar is. ‘Juist omdat ik van buiten kom, zie ik wat een luxe het is om op zo’n plek te mogen wonen en dat het juist mede dankzij de toeristen zo goed toeven is hier.’

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Texel 463 vierkante kilometer bestrijkt. Daarbij wordt echter een groot stuk zee meegerekend, dat wel bij de gemeente hoort. Het landoppervlak van Texel is zo'n 160 vierkante kilometer.

Help, de stad verzuipt in de toeristen (en zo lossen we dat op)
Eindelijk vakantie. Lekker weg, uitrusten, op avontuur. Denkt u ook even aan het veelkoppige monster dat massatoerisme is?

‘Laat de bekende highlights eens zitten en ga naar die andere waterval of tempel’
Reisredacteur Noël van Bemmel bezoekt originele plekken die een alternatief zijn voor de gangbare vakantiebestemmingen. Detourism, heet dat.

Hoe krijg je de toerist Amsterdam uit?
Het spreiden van toeristen is verheven tot kabinetsbeleid. Buitenlanders worden verleid eens verder te kijken dan de Amsterdamse gracht en het Rijksmuseum. Lukt dat?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.