De estafette biedt een echte kans op goud

Ja, voor de tijden moeten we Femke Heemskerk hebben. ‘Zij weet dat allemaal’, zeggen de drie andere wereldrecordhoudsters van Nederland op de 4 x 100 meter vrije slag, Marleen Veldhuis, Inge Dekker en Ranomi Kromowidjojo....

Met wat ruw telwerk komen de andere drie deze zaterdagmiddag in het Gold Coast-hotel in Hongkong aan 3.34. Dekker zegt eerst nog 3.35. Het is 3.33,62, het wereldrecord dat in maart van dit jaar bij de Europese titelstrijd in Eindhoven door de Nederlandse kampioensploeg werd gezwommen en waardoor zij met stip zijn binnengekomen in de prognoses voor de Olympische Spelen.

Met die bijzondere positie lijken de zwemsters nauwelijks bezig. Hun aflossingsraces zijn zaterdagavond – de series – en zondagochtend – de finale – maar ze doen deze middag aan de Zuid-Chinese kust alsof ze er nog geen moment mee bezig zijn.

Veldhuis: ‘Ik hoef de eerste dag in de serie niet te zwemmen. En de tweede dag zwem ik, als alles goed gaat, die finale. Ik ben er wel mee bezig, maar ook weer niet echt. Zo’n estafette is niet iets waar we hier elke avond in het trainingskamp over praten. Ieder is met haar eigen voorbereiding bezig, op haar eigen persoonlijke nummers.’

Dekker: ‘Ik ben hier in Hongkong erg met de verbetering van mijn vlinderslag bezig geweest. Mijn eerste 50 meter moet iets minder snel, om de tweede 50 te kunnen versnellen. Alleen op die manier moet ik harder kunnen.

‘En die 4 x 100, ja dat gevoel moet er nog een beetje inzinken. Ik moet daar natuurlijk bij zeggen dat de estafette wel een echte kans op goud biedt. Misschien wel meer dan de 100 vlinder persoonlijk.’

Ranomi Kromowidjojo, die in de tweede week van de Spelen pas 18 jaar wordt: ‘De 4 x 100 is mijn hoofddoel. Individueel zwem ik de 200 vrij. Ik ben ook heel benieuwd wat ik daar kan halen. Maar ik ben hier voor de estafette. Daarin moet het gebeuren.’

Nederland heeft liefst acht zwemsters die inzetbaar zijn voor het spektakelnummer van de tweede dag. De twee snelste vrouwen, Veldhuis (53,67 beste seizoentijd) en Dekker (53,77), blijven zaterdagavond aan de kant. De kwalificatie wordt overgelaten aan de nummers drie (Kromowidjojo, 54,24), vier (Heemskerk, 54,53), vijf (Hinkelien Schreuder, 54,59) en zes (Manon van Rooijen, 55,28). Nummers zeven en acht, Saskia de Jonge (55,28) en Chantal Groot (55,46) blijven – zonder calamiteiten – aan de kant.

Groot, met haar 25 jaar een veteraan, was in 2000 (zilver) en 2004 (brons) lid van de Nederlandse zwemploeg. Die stond onder leiding van vedette Inge de Bruijn, die bij de Spelen het nationale potentieel op de crawlsprint bewees.

Het is overigens al een heel oude traditie. In 1936 werd het Nederlandse kwartet Jopie Selbach, Tiny Wagner, Rie Mastenbroek en Willy den Ouden al olympisch kampioen op de 4 x 100. Zij bezaten ook het wereldrecord.

Dat wereldrecord van Nederland geeft de voordelen aan die een race met vliegende overname biedt. Het nationale topkwartet heeft aan opgetelde seizoentijden een totaaltijd van 3.36,21 staan. Het wereldrecord is tweeënhalve seconde scherper (3.33,62).

De atmosfeer om niet voor elkaar te willen onderdoen en alles te willen geven voor de ploeg kwam bij de EK in Eindhoven het meest naar voren bij Marleen Veldhuis die 52,62 zwom. Dat was een seconde sneller dan ze later in het individuele nummer kon: 53,67. Normaal is het overnamevoordeel op 0,7 seconde begroot.

De opstelling voor de finale van zondag hangt af van de verrichtingen op de zaterdag. Dekker, vrijwel zeker startzwemster, en Veldhuis, de afmaker op positie 4, zijn zeker. De andere twee plaatsen zijn voor de besten uit de voorronde.

Snel en gewaagd overnemen in de series – een truc die de Nederlandse mannen in 2000 waarschijnlijk het olympische goud kostte – heeft geen nut. De overnametijden worden verrekend naar nettotijden. Bondscoach Jacco Verhaeren hamert op veilige overnames, ook tijdens de training.

‘Niet in 0,05 want in de training is dat een valse start. Zo lijkt dat met het blote oog. Ik wil twee en drietiende verschil zien bij zo’n vliegende start.’

Van de Nederlandse ploeg is Inge Dekker de vrouw die voor het eerste olympische weekeinde de meest directe voorspelling plaatst. De uitschakeling van de op doping betrapte Amerikaanse Hardy is een voordeel voor Nederland. ‘Wij worden geen derde zoals Sports Illustrated schrijft. Wij kunnen de Amerikanen aan.’

Dat zegt zij niet over de Australische ploeg, onder leiding van wereldrecordhoudster Libby Trickett. Dekker voorspelt in elk geval een wereldrecord. ‘Wij vieren gaan allemaal een halve seconde harder dan in Eindhoven.’ Zij krijgt bijval van Veldhuis en Kromowidjojo. Peking kan rekenen op een tijd van 3.31,6.

Marleen Veldhuis en Pieter van den Hoogenband verlaten het zwembad in het Chinese Hongkong na afloop van de training. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden