De erfenis van Saddam: een geruïneerd land

Irak is het punt allang gepasseerd waarop de ontwikkelingen nog in goede banen geleid hadden kunnen worden...

Ferry Biedermann

De laatste akte in het leven van de voormalige dictator Saddam Hoessein geeft niet het beeld van een Irak dat de goede kant opgaat. De gebrekkige rechtsgang en het chaotische proces, de timing van de executie en de beschimpingen die sjiitische bewakers de afgezette soennitische heerser nog op het laatste moment meegaven; het zijn allemaal onderdelen van het grotere drama dat zich momenteel in Irak afspeelt, voor een groot deel volgens de bloedige regels van de opgehangen tiran.

Irak is in het afgelopen jaar het punt gepasseerd waarop de ontwikkelingen nog in goede banen geleid hadden kunnen worden. Een van de redenen daarvoor is de dramatische toename in het sektarische geweld tussen soennieten en sjiieten. Een andere is de nog grotere rol die de sjiitische milities in het conflict zijn gaan spelen en hun verdere infiltratie in de regering, de veiligheidsdiensten en de politie.

De sektarische spanningen zijn deels te wijten aan Saddam Hoessein die van meet af aan vooral vertrouwde op zijn eigen familieleden en clangenoten, allen soennieten, die vaak onder het mom van functies in de regerende Baath-partij grote macht uitoefenden. De president en de Baath geloofden in een sterke centrale macht, waardoor zowel de Koerden als de sjiieten regelmatig onderdrukt werden.

De Iran-Irak oorlog in de jaren ‘80 tegen het sjiitische Iran leidde tot nog grotere verdeeldheid, hoewel de Iraakse, Arabische, sjiieten grotendeels volwaardig meevochten tegen de Perzische vijand.

De sjiitische opstand na de Koeweit-oorlog van 1991 en de hardhandige onderdrukking daarvan door de overwegend soennitische Republikeinse Garde van Saddam Hoessein garandeerden het land een moeizame sektarische toekomst.

De leden van de Republikeinse Garde en van de paramilitaire Saddam Fedayeen vormden waarschijnlijk na de val van Bagdad in 2003 de eerste kern van het soennitische verzet tegen de Amerikaanse troepen. Volgens enkele voormalige Gardisten gaf Saddam Hoessein zelf vlak na de oorlog nog instructies aan het verzet.

Ook de ‘jihadi’ strijders uit andere Arabische landen, zoals de vorig jaar gedode Al Qaida leider Abu Musb al-Zarqawi, speelden een rol maar het is goed mogelijk dat er zeker aanvankelijk contacten waren tussen de twee groepen.

Volgens sommige experts zou Saddam Hoessein op het laatste moment bereid zijn geweest zijn aanhangers, de ex-Baathleden, de Gardisten en de Fedayeen, op te roepen de wapens neer te leggen in ruil voor zijn vrijlating en vertrek naar het buitenland.

Dat zo’n optie nooit serieus overwogen is heeft onder meer te maken met de sjiitische woede tegen Saddam Hoessein, het gevaar dat hij nog vanuit het buitenland zou kunnen opleveren en het mogelijke Amerikaanse gezichtsverlies bij zo’n stap. Maar bovenal was het eind 2006 duidelijk dat het beëindigen van slechts een deel van het soennitische verzet niet meer genoeg was om Irak te redden.

Volgens velen werd het punt waarop het land naar een burgeroorlog tussen soennieten en sjiieten afgleed, bereikt met de aanslag op een sjiitische heilige plek in stad Samarra in februari. De sjiitische milities, in meerdere of mindere mate gesteund door Iran, hebben vanaf dat moment alle terughoudendheid laten varen.

Terwijl hij naar de galg werd geleid, kon Saddam Hoessein het niet laten de sektarische kaart nog een keer te spelen door ‘dood aan de Perzen’ te roepen.

De diepe sektarische verdeeldheid is niet alleen de schuld van Saddam Hoessein maar hij laat het wel als onderdeel van zijn erfenis achter, samen met een gebrutaliseerde bevolking en een geruïneerd land.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden