De erfenis van Opstelten en Teeven: meer woord dan daad

'Het daadkrachtig aanpakken van criminaliteit vraagt om een zichtbaar, gezaghebbend en doortastend optreden van politie en justitie.' Zo stond het in het regeerakkoord van Rutte I. Het was alsof Ivo Opstelten en Fred Teeven voortdurend hun best deden om zelf het goede voorbeeld te geven.

Maartje Bakker
Staatssecretaris Fred Teeven (L) en minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie voor aanvang van het debat in de Tweede Kamer over de begroting van Veiligheid en Justitie. Beeld anp
Staatssecretaris Fred Teeven (L) en minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie voor aanvang van het debat in de Tweede Kamer over de begroting van Veiligheid en Justitie.Beeld anp

De twee VVD'ers zaten nooit verlegen om wat stevige taal. Teeven trok de aandacht met een uitspraak als 'de dood is een inbrekersrisico'. Op zo'n opgewonden frase was Opstelten niet te betrappen, die sprak met lage, trage, vastberaden stem over hoe hij erbovenop zat, dit onaanvaardbaar vond, dat absoluut serieus nam en daarover glashelder was.

Maar nu ze het Binnenhof hebben verlaten, is de vraag: hebben ze hun naam als strijders tegen de misdaad waargemaakt? Opstelten en Teeven maakten een vliegende start in het kabinet-Rutte I. Ze deelden her en der strenge straffen uit. Zo werd geweld tegen politie, brandweer en andere gezagsdragers voortaan zwaar bestraft. Ook werd het gemakkelijker om preventief te fouilleren. En er werd een wet 'herziening ten nadele' aangenomen, zodat vrijgesproken daders toch nog zouden kunnen worden vervolgd bij nieuw bewijs.

Te vroeg

Maar hun eerste kabinet, gedoogd door de PVV, viel te vroeg om de controversieelste plannen uit te voeren. Er kwamen geen minimumstraffen, tot vreugde van de rechtspraak. Coffeeshops werden geen besloten clubs. Meer cameratoezicht is er tot nu toe niet. Opstelten en Teeven konden wel verder met hun karwei, maar nu met steun van de PvdA. Dat maakte toch een verschil. De PvdA waarschuwde meteen al dat de toon anders moest - niet alleen repressie, ook ruimte voor begrip. 'Daderknuffelaars', hoonde de PVV van de zijkant, en Teeven was 'een softie', met zijn plan voor een elektronische enkelband voor misdadigers.

Daar hadden ze bij de VVD wel op gerekend. Er waren bewust plannen opgenomen om aan de rechtse sentimenten in de samenleving tegemoet te komen. Criminelen moesten zelf gaan meebetalen aan hun veroordeling en detentie. Er kwam ook levenslang toezicht op gewelds- en zedendelinquenten. De minimumstraffen maakten plaats voor minimumstrafeisen.

Geruchtmakende ideeën, maar het zijn voorstellen die nog altijd niet zijn aangenomen. Tegelijkertijd ontkwam Veiligheid en Justitie niet aan de bezuinigingen die Rutte II doorvoerde. Er moesten veel gevangenissen dicht, ook doordat er elektronische detentie bij de mensen thuis zou worden ingevoerd. De politie kreeg minder geld - moeilijk te rijmen met meer blauw op straat. Het Openbaar Ministerie, belast met het vervolgen van misdadigers, ook. Naast bijnamen als het duo ruig-ruiger-ruigst bedacht de oppositie nu ook scheldnamen: niks koene crimefighters, kille boekhouders.

Niet zomaar vrijuit

De harde aanpak van Opstelten en Teeven blijkt al met al minder uit hun daden dan uit hun woorden. Maar wat gaf het? De criminaliteit daalde - de VVD loopt daar dankbaar mee te koop tijdens deze verkiezingscampagne. Afgelopen jaar vonden er 20 procent minder inbraken, overvallen en straatroven plaats. Bovendien voelen in vergelijking met tien jaar geleden veel minder mensen zich onveilig - van 48 naar 36 procent. Zouden de twee bewindspersonen dat op hun conto kunnen schrijven? Zij namen in elk geval het beeld weg dat criminelen zomaar vrijuit kunnen gaan.

Opstelten en Teeven wisten de indruk te wekken dat ze zich echt bezorgd maakten om de veiligheid in Nederland. Ze waren anders dan hun voorgangers, Teeven meer nog dan Opstelten: niet van het type uiterst knappe doch enigszins stijve jurist, maar een stevige aanpakker, liever buiten op straat dan hoog in torens van het ministerie. Ze wisten rechtse kiezers te vertegenwoordigen in Den Haag.

Een minister en een staatssecretaris zijn meer dan de optelsom van hun beleidsdaden. Hun nalatenschap bestaat niet alleen uit het aantal wetten dat in het Staatsblad kwam te staan. Vooral om hun woorden zullen Opstelten en Teeven herinnerd worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden