De envelopteksten van Dickinson

Wat zegt een kattebelletje over een schrijver? Arjan Peters leest kladjes en krabbels van Malevitsj, Reve en Dickinson en vindt dichtregels.

Met een potloodje tekende de schilder Kazimir Malevitsj in 1913 op een velletje van 13,3 x 11 cm een vierkant kader. Zo, de lijst stond er vast. Daarbinnen schreef hij toen het Russische woord voor dorp. Onder dit experimentele werk noteerde Malevitsj: 'In plaats van hutten en hoekjes natuur te schilderen, kun je beter dorp schrijven, en het komt in iedereen boven, met meer bijzonderheden, die het hele dorp omvatten.'


Een opmerking die het overdenken waard is. Een figuratief schilderij is een reductie van het aantal mogelijkheden dat de voorstelling kan oproepen, en die veelheid kun je intact laten door slechts te verwijzen naar het plaatje. Door het woord 'dorp' te schrijven, gun je iedere toeschouwer zijn eigen bijzonderheden. Jammer blijft dat je die totaliteit niet ziet, het is een concept. Op de bühne van je geest doemt gewoon je eigen dorp op.


Dit stond ik te denken, kijkend naar het kladje, dat deel kan uitmaken van de Malevitsj-expositie in het Stedelijk Museum doordat de Russische verzamelaar Nikolaj Chardzjiev al in de jaren twintig is begonnen met het aanleggen van zijn collectie. Hij wist wat hij wilde hebben. Alles. Chardzjiev was ook literatuurcriticus. Hij zag in dat kladje met dat ene woord in een lijst niet alleen een schilderijtje, maar ook een gedicht.


Een jaar of twintig geleden verwierf een vriend van mij een aantekening van Gerard Reve. Hij ging op bezoek in Schiedam bij Joop Schafthuizen en de Volksschrijver. 'Gerard is de deur uit', zei Joop, en gaf de vriend ten bewijze het velletje dat hij op tafel had aangetroffen, met de in haast voor Joop geschreven woorden: 'Even weg voor krant en mensenvriend'.


De Reviaan weet wat de schrijver met het laatste woord bedoelde: de supermarkt Albert Heijn. Wat zegt dat kattebelletje nu over Reve? In ieder geval dit: dat de schrijver die zo vaak van toneelspel werd beschuldigd, ook onder intimi consequent zijn eigen vocabulaire bezigde. Hij zei niet Appie Heijn, of de super, maar mensenvriend.


Niet iedereen is zo bewaargraag als die vriend. En soms verzoekt de auteur zelf om vernietiging van zijn manuscripten. Vinnie bijvoorbeeld, de zus van Emily Dickinson, heeft in 1886 alle brieven verbrand die de dichteres in haar bezit had. Dat had Emily haar gevraagd.


Maar Vinnie was een precieze zus. Ze verbrandde de brieven, maar niet de 52 enveloppen die ze aantrof, want dat had Emily niet gevraagd. Aldus kwamen de enveloppen in de nalatenschap terecht. Jaren later bleek, na goed turen, dat er op de enveloppen krabbels in potloodschrift staan. Minigedichten, aanzetten, invallen, van Emily Dickinson. Die envelopteksten zijn laatst in een facsimile-uitgave gepubliceerd: The Gorgeous Nothings.


Authentieke flitsen: 'There are those/ who are shallow/ intentionally/ and only/ profound/ by/ accident.' Op een vergeelde achterkant: 'In this short life/ that only merely lasts an hour/ How much- how little- is/ within our/ power.'


Weer twee dingen geleerd. Het restmateriaal van een genie is ook geniaal. En verzamelaars zijn mensenvrienden.


Emily Dickinson: The Gorgeous Nothings

Christine Burgin/New Directions; euro38,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden