Het eeuwige leven Jan Odink (1944-2018)

De enige LPF’er die in Balkenende 1 nog iets bereikte

Jan Odink was een van de weinige LPF’ers die in Balkenende I iets bereikten. Als staatssecretaris vocht hij als een leeuw voor Nederlandse boeren.

Beeld ANP

Hij was de uitzondering op de regel dat LPF’ers vooral goed konden ruziën in plaats van goed besturen.

Jan Odink, landbouwstaatssecretaris in het eerste kabinet Balkenende, was een van de weinige bewindslieden van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) die in de ultrakorte regeerperiode van het kabinet iets voor elkaar kregen. Hij dankte er bijnamen aan als ‘Man van Vlees’ en ‘Redder van de Nederlandse biefstuk’.

Odink was als bestuurder al door de wol geverfd toen hij in 2002 toetrad tot het kabinet dat volgde op de meest rumoerige na-oorlogse verkiezingscampagne. Hij had zijn sporen verdiend in de publieke bedrijfsorganisaties die het na-oorlogse corporatisme uitdroegen.

Nadat het kabinet Balkenende was gevallen, zou Odink opnieuw gaan werken bij een PBO het Productschap voor Vis en vervolgens nog bestuursvoorzitter worden van Nepluvi, de Nederlandse Vereniging van de Pluimveeverwerkende Industrie. Zijn opvolger daar, voormalig VVD-Kamerlid Gert-Jan Oplaat, karakteriseerde Odink in het vakblad De Boerderij als een ‘man vol zelfspot en humor’ en een rebelse bestuurder. ‘Als het niet kon zoals het moest, dan moest het maar zoals het kon.’

Odink overleed 29 april totaal onverwachts tijdens een vakantie op de Seychellen. Vermoedelijk als gevolg van een hartstilstand. Hij wordt overleefd door zijn vrouw en drie kinderen.

Hij was als Berend-Jan Odink geboren in Zwolle. Omdat er nog een Berend-Jan in de familie was, werd zijn roepnaam Jan. Zijn ouders kwamen uit agrarische families en zijn vader werkte voor het Landbouwschap, afdeling paardenhouderij, zodat het boerenleven volgens zijn dochter Aletta Kers in zijn genen zat.

Beeld ANP

Na zijn studie aan de Landbouwhogeschool in Wageningen werd hij beleidsmedewerker Productschap Vee en Vlees. Van 1980 tot 1985 was hij secretaris Hoofdafdeling Veehouderij en Landbouwschap. Na 1985 keerde hij terug bij het Productschap voor Vee en Vlees, waar hij bestuurssecretaris en directeur van de sector ‘rood vlees’ werd. Hij leek geen politieke ambities te hebben.

Maar Odink vond dat de VVD in de paarse kabinetten Kok onvoldoende opkwam voor de boeren. Toen de LPF in 2002 een enorme verkiezingsoverwinning haalde, pakte hij zijn kans. Op voorspraak van LPF-Kamerlid Wien van den Brink ‘iemand met een beetje verstand van zaken is welkom’ kwam hij in beeld als staatssecretaris van Landbouw onder minister Cees Veerman. Odink zou zich gaan bekommeren om de veehouderij en vissector, Veerman vooral om de akker- en tuinbouw.

Odink draaide in de 87 dagen die het kabinet kreeg het plan van het vorige kabinet voor een verbod op de pelsdierhouderij terug. Ook een voorstel voor een ruimere huisvesting voor vleeskuikenouderdieren ging van tafel. Hij gaf toestemming om de kokkelvisserij uit te breiden. En binnen het Europees visserij-overleg slaagde hij erin de vangstbeperkingen voor kabeljauw en schol te matigen.

Nadat het kabinet was gevallen, stond hij kandidaat voor de Tweede Kamer op de LPF-lijst, maar die partij verloor 18 van de 26 zetels. Odink werd daarna voorzitter van het Productschap Vis, wat hij tot 2010 zou blijven. Als voorzitter van Nepluvi kwam hij op voor de belangen van de Nederlandse pluimveesector. Die kreeg in het kader van het dierenwelzijn steeds meer regels opgelegd en kon daardoor steeds moeilijker concurreren met de pluimveesector in opkomende landen als Brazilië en Thailand. Ook na zijn pensionering hield Odink adviserende taken in de veeteelt- en pluimveesector.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.