De enige echte

Joop van den Ende is dunstmecenas van Nederland. 'Ik ben een leider, dan voel je je al snel verantwoordelijk.'..

Honderden, misschien wel duizend verzoeken krijgt hij per jaar.

Of er nog een bijdrage inzit voor de plaatselijke harmonie, of wellicht een kleine tegemoeting in de kosten voor de zilveren bruiloft. Met vr.gr. . . .

Hij ontvangt ze niet langer persoonlijk. Theatertycoon Joop van den Ende heeft zijn activiteiten als gulle gever aan de kunsten ondergebracht in de VandenEnde Foundation. 'Er moest gewoon wat structuur in komen.'

Met een jaarlijks budget van acht miljoen euro ondersteunt hij met zijn vrouw Janine via het fonds een brede waaier aan culturele activiteiten. Nu de helft van dat bedrag is gereserveerd voor het nieuwe theatercomplex aan de Marnixstraat in Amsterdam zal de selectie van projecten er niet eenvoudiger op worden. Maar dat project weegt zwaar. 'Een echt kunsthuis op een prachtige plek, het was het accent waar we naar zochten.'

U staat in Nederland sinds de oprichting van het fonds te boek als de enige, echte mecenas van de kunsten. Hoe kijkt u daar zelf tegenaan? 'Het lijkt me een beetje overtrokken. In dit calvinistische land heb je natuurlijk al snel zo'n stempel. Zonder dat we dat ons bewust waren, hebben we het voortouw genomen. Dat was, en dat meen ik oprecht, niet de bedoeling. We gn al veel steun, aan de Dansacademie Lucia Marthas, de Mary Dresselhuys-prijs, we financierden de films Van God Los en Left Luggage, 90 procent van kosten van het tv-drama Wilhelmina betaalden wij. Maar het dreigde een dagtaak te worden om dat allemaal bij te houden. Iedereen wil wel iets van je. We moesten het kanaliseren.'

Wat zijn uw motieven? 'Je bent verplicht iets terug te doen, vind ik. Tegenover de maatschappij die ertoe heeft bijgedragen dat je een vermogen hebt opgebouwd. Dat gevoel heb je in je opvoeding meegekregen, of het zit in je genen, ik weet het niet precies. Ik ben een leider, dan voel je je al snel verantwoordelijk. Je ziet talenten die het in de gesubsidieerde orde niet redden, en dan wil je die tegen alle stromen in toch helpen. Regisseur Hans Croiset ging met Het Toneel Speelt Lucifer van Vondel doen, zonder overheidssteun.

'Het lukte hem nog ook. Dat is moed. En als zo iemand later op de stoep staat, met de mededeling help me, anders zijn we failliet, dan zeg ik: bij deze. Die spontaniteit willen we wel houden, anders vinden we er niks meer aan. En, het klinkt misschien wat vreemd: een gevoel van g speelt ook mee, als je achter je naam enige miljarden ziet staan.'

En dan is er de telkens terugkerende suggestie dat u op deze manier een schuldgevoel over de artistieke prestaties in het verleden probeert weg te wassen. 'Het is logisch dat men dat denkt, maar dat heeft er niks mee te maken. Joop van den Ende Theaterproducties is een bedrijf, dat hoopt op twee miljoen bezoekers per jaar, en dat is wat anders dan Joop en Janine samen. Wij gaan echt niet elke avond naar een musical, maar bezoeken ook klassieke concerten. Zo moet je dat zien. En bovendien: ook met onze theaterproducties hebben we zeker niet alleen maar op veilig gespeeld.'

Het cultuurmecenaat komt in Nederland maar niet tot volle bloei. 'Dat komt door de kunstwereld. Gebrek aan management, te weinig idee We hebben vier jaar geld gegeven voor de marketing van het Holland Festival. Het was daarvoor gewoon gezapig. De instellingen staan doorgaans gapend en smachtend alleen in Den Haag op de stoep in de hoop op een bijdrage. Ze hebben geen idee hoe ze iets los moeten krijgen. Toen het Stedelijk Museum in Amsterdam sloot voor de verbouwing, heb ik nog voorgesteld daar een waar spektakel van te maken om particuliere geldschieters te werven. Grote kunstenaars die belangrijke werken ter veiling aanbieden, een modeshow van Viktor & Rolf. Maar ja, daar schrikt men alleen maar van.'

De vrees is natuurlijk dat de gulle gever zich met het artistieke beleid gaat bemoeien. 'Dat is zo'n verkeerde gedachte. Zo'n Raad voor Cultuur, of andere adviesorganen, met hun rapportcijfers en voorwaarden voor voortzetting van de subsidies, dat gaat toch ook ver? Je moet goede afspraken maken, en daarbij is het niet zo vreemd dat er wat eisen worden ingewilligd. Maar nooit zijn wij op de stoel van de kunstenaar gaan zitten. Niet bemoeien met de inhoud. Dat moet je als gever ook helemaal niet willen.'

Hebben de rijken wel affiniteit met kunst? Of is het simpelweg geen cultuur bij ons? 'Ik geloof zeker dat er belangstelling is. Maar je moet het wel weten te prikkelen. De overheid zou wat meer moeten adviseren en met belastingmaatregelen het mecenaat aantrekkelijker maken. Zo kunnen rijke particulieren hun kunstverzameling bij hun dood vermaken zonder successierechten, maar alleen aan de staat. Waarom niet ook aan andere particuliere kunstfondsen? Je zou ook successierechten op nalatenschappen aan de kunsten kunnen verlagen. Het mag wat sympathieker. Ik ben geen fiscalist, maar ding weet ik wel: het is echt dunne soep. Vergeet niet: de culturele sector wordt steeds belangrijker. Als je ziet wat er op dit moment allemaal wegtrekt naar het voormalige Oostblok, en wat er in China gebeurt, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat we hier alleen nog maar het toerisme overhouden. Heel Europa als museum. En als je een fraaie tentoonstelling in het Van Gogh hebt, dan zitten de terrassen vol, Schiphol is druk, en de KLM doet goede zaken. Het is iets waar de regering zeer goed op moet letten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden