DE ENIGE ECHTE SOCIALIST

HET STIKT in Nederland niet van de actieve politici die de moeite nemen hun gedachten op papier te zetten. Je hebt natuurlijk Frits Bolkestein, die zijn talloze artikelen en essays regelmatig bundelt....

En Thijs Wöltgens nam in De Nee-zeggers het dominante economisch liberalisme op de korrel. Maar Wöltgens is uit het centrum van de landelijke politiek verdwenen en hoort dus net als Ernst Hirsch Ballin met diens rechtsfilosofische bundel In Ernst niet helemaal in dit rijtje thuis.

Jan Marijnissen inmiddels wél. Zoals iedereen weet die wel eens naar de STER op de radio luistert, want daar prees de voorzitter van de tweemansfractie van de SP zijn Tegenstemmen, Een rood antwoord op paars, een paar weken geleden persoonlijk aan.

Dat laatste is op zichzelf opmerkelijk. Politieke partijen mogen, buiten de door de regering beschikbaar gestelde zendtijd voor politieke partijen, geen reclame maken. De SP en Marijnissen deden dat, in voorbeeldige samenwerking met uitgeverij Veen, dus wel. Voor de verkoop van een boek weliswaar - maar het zal Marijnissen zeker niet slecht zijn uitgekomen dat die campagne samenviel met de, voor de SP gunstig verlopen, herindelingsverkiezingen in Brabant, de geboortegrond van zijn partij.

Ook uit andere verkoopstrucs blijkt dat de cursus marketing die voormalige worstenmaker en lasser Marijnissen ooit volgde effect heeft gehad. Zo prijkt op het omslag van zijn boek een citaat van Bolkestein ('Iedereen behalve Marijnissen van de SP denkt tegenwoordig liberaal'). En wie het aanschaft krijgt een mok met karikatuur cadeau waarop de liberale leider zijn sociaal-democratische collega toevoegt: 'Hou je er buiten Kok'.

Tot zover de franje, maar wat heeft Marijnissen te zeggen? In de eerste plaats dat hij tegen het dominante neo-liberale denken is. In de tweede plaats is hij ook tegen 'hou-je-er-buiten-Kok', diens PvdA en de (voormalige) linkse activisten uit de jaren zestig en zeventig. Die hebben volgens hem hun idealen voor een bord neoliberale linzensoep verkwanseld en zaten daarvóór trouwens ook al fout.

Want naast het neoliberalisme en het no-nonsensedenken van de Lubbers-jaren, wordt ook de linkse verzorgingsstaat- en welzijnsfilosofie van de jaren zeventig door Marijnissen niet gespaard.

Tegenstemmen is kortom een rake titel. Marijnissen haalt in vlotte stijl uit naar alles en iedereen en doet dat soms met sterke argumenten. Met name zijn kritiek op het parasitaire bestuurs- en adviescircuit, op de vermarkting van de overheid, de privatisering van de gezondsheidszorg en de oprukkende commercie in onderwijs, sport en cultuur mag er zijn. Zijn analyse van het neoliberalisme heeft echter bij lange na niet de kracht van die van Wöltgens (in zijn Nee-zeggers), maar lijdt wel aan vergelijkbare mankementen.

Volgens Marijnissen waart er een neoliberaal spook door Europa dat tot geestelijke en materiële armoede leidt. Nu is de ontwikkeling van de ongelijkheid en de onverschilligheid waarmee die wordt aanvaardt inderdaad navrant. Maar dat het neoliberalisme wel degelijk ook op tegenkrachten stuit, bijvoorbeeld van de sociaal- en christendemocratische verdedigers van het Rijnlandse model, blijft bij hem onderbelicht.

Marijnissen ziet individualisering, flexibilisering, deregulering en dergelijke bovendien als louter verwerpelijke trends. En inderdaad, de wereld is haastig, de werkdruk hoog en de denivellering zorgwekkend. Maar tegelijkertijd is de arbeidstijd korter geworden, zijn de keuzemogelijkheden voor velen toegenomen, en beginnen andere samenlevings- en arbeidspatronen en de daarbij behorende culturele en morele houdingen ingeburgerd te raken.

Dat Marijnissen daaraan geen aandacht besteedt, behalve in cultuurpessimistische zin, heeft te maken met de sociologische basis van zijn partij. De SP voelt zich als een 'vis in het water' (Mao) onder de gewone mensen in de volkswijken - zeg maar de echte onderkant, al zal hij dat woord zelf niet gauw gebruiken. Daarop zijn al zijn analyses en vaak prikkelende morele en politieke oordelen afgestemd.

Dat 'populisme' (voor hem een geuzennaam) heeft de SP geen windeieren gelegd en is ook voor de politiek als geheel niet slecht: waar de SP bloeit, heeft extreem rechts weinig kans. Maar die volkse oriëntatie leidt wel tot een erg zwartgallige kijk op de werkelijkheid en vormt, lijkt mij, ook een obstakel voor groei van de SP onder welvarender, burgerlijker, modernere delen van het electoraat.

Hoewel je dat natuurlijk nooit zeker weet. Als Marijnissen en de zijnen, naast hun vlijt, boerenslimheid en sociale kritiek, in één ding uitblinken, dan is het wel door hun 'katholieke' aanpassingsvermogen.

Dat blijkt in de Kamer, waar de 'enige echte socialist' ondanks al zijn tegenstemmen tot een gewaardeerd volksvertegenwoordiger is uitgegroeid (al haat Kok hem als de pest). Het blijkt ook uit de geschiedenis van zijn partij die eerst tot 1971 als Kommunistische Partij Nederland (marxistisch-leninistisch) door het leven ging, daarna in 1972 werd herdoopt tot Socialistiese, en in 1992 tot Socialistische Partij, met sch maar minus dat m-l.

Wat in Tegenstemmen tegenvalt, is dat Marijnissen daarop niet ingaat. Nou hoeft van mij - en ik zeg dat als zondaar niet zonder eigenbelang - niet iedereen die ooit in de ban was van een bedenkelijke filosofie, daarover zijn hele leven mea culpa te blijven roepen. Marijnissen neemt echter allerlei politieke denkbeelden de maat, maar laat zijn eigen Werdegang buiten beschouwing. Dat doet veel af aan zijn overtuigingskracht. Marijnissen bekent zich in Tegenstemmen weliswaar tot 'de twijfel', van vertwijfeling over zijn eigen geschiedenis is echter weinig te merken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.