De energie van het nieuwe Amerika

Produceren..

Is alternatieve energie minder belangrijk geworden door de kelderende olieprijs, was de vraag aan Barack Obama in een recent interview. ‘Nee, juist belangrijker’, vond Obama. ‘Zodra de olieprijs zakt, gooien we onze SUV weer vol. Dat is onderdeel van onze olieverslaving, en die moeten we juist nu zien te doorbreken.’

Deze week zette hij zijn toewijding kracht bij met de presentatie van zijn groene kabinet. Obama is dus echt van plan om de VS duurzaam en minder afhankelijk van fossiele brandstoffen te maken.

Hoofdpijlers van het plan zijn een handvol klinkende doelstellingen, de start van een zogenaamd cap-and-trade-programma waarbij bedrijven onderling emissierechten kunnen verhandelen, en een investering van 150 miljard dollar, verspreid over tien jaar, in duurzame technologie. Die laatste maatregel moet vijf miljoen green collar-banen opleveren.

De lat ligt hoog. Zo wil Obama dat in 2025 een kwart van de Amerikaanse elektriciteit duurzaam is opgewekt. Nu is dat nog geen 1 procent. Het cap-and-trade-programma moet ertoe leiden dat de Amerikaanse CO2-emissies tot 2050 met maar liefst 80 procent dalen. Het idee is dat als je bedrijven flink voor hun emissies laat betalen, ze en masse in duurzame technologie zullen investeren.

Bovendien worden alle toegewezen emissierechten geveild. De opbrengsten daarvan stromen naar de ontwikkeling van groene technologie. Daarmee zouden de Amerikanen het Europese systeem, waar toegewezen rechten grotendeels worden weggegeven, in één klap passeren. Pas als Europese bedrijven hun toegewezen quotum overschrijden, moeten ze voor extra emissierechten betalen.

Toen Obama begin augustus zijn energievisie presenteerde, was de wereld nog een andere. De olieprijs lag ruim boven de 100 dollar en de kredietcrisis had nog geen grote slachtoffers gemaakt. Zelfs in zulke tijden zou de de invoering van het pakket de nodige overtuigingskracht hebben gevergd.

Dus in deze tijden van forse economische tegenwind en goedkope olie helemaal. Maar de reeks benoemingen deze week op belangrijke energie- en milieuposten maakt duidelijk dat Obama absoluut niet van plan is om water bij de wijn te doen.

Obama heeft uitsluitend mensen met loodzware kwalificaties en diepe duurzame betrokkenheid uitgezocht. Zo wordt natuurkundige en klimaatexpert John Holdren wetenschappelijk adviseur en gaat het voormalige hoofd van het nationale milieuagentschap Carol Brown de nieuwe rol van climate czar vervullen.

De benoeming van Nobelprijswinnaar Steven Chu als minister van Energie is de klapper. Chu is directeur van het Lawrence Berkeley National Laboratory, een instituut dat naast hem nog tien andere Nobelprijswinnaars heeft voortgebracht, en is groot voorstander van alternatieve energie.

De strategie beperkt zich niet tot energie- en milieuposten. Obama schoof eerder al mensen van onbesproken groen gedrag naar voren voor ministeries die een belangrijke rol vervullen bij de uitvoering van energiebeleid: Landbouw, Binnenlandse Zaken en Economische Zaken. Voor die laatste koos hij oud-gouverneur en oud-presidentskandidaat Bill Richardson. Zijn duurzame inzet tijdens de voorverkiezingen leverde hem de bijnaam energy president op.

Is dit zware geschut genoeg om Obama’s energieplan door het mijnenveld van de Amerikaanse politiek te loodsen? En wat valt uit de mensen die hij gekozen heeft op te maken over eventuele richting en prioriteiten van het duurzame energiebeleid?

Roger Pielke, hoogleraar milieukunde aan de universiteit van Colorado, is onder indruk van Obama’s energieteam maar vraagt zich af of het niet teveel van het goede is. ‘Met een klimaat-tsaar en zwaargewichten als Chu en Holdren, komen er misschien teveel koks in de keuken te staan.’

Obama’s team wacht al snel een eerste hoge horde, meent Pielke: de hooggespannen verwachtingen over de rol van een cap-and- trade-programma om CO2-emmisies terug te dringen. ‘Het vertrouwen dat die uitstootrechten zo’n enorme impuls aan duurzame technologie kunnen geven dat de emissies met 80 procent omlaag gaan, is misplaatst. De ervaring met zulke systemen in Europa en Australië zijn teleurstellend.’

Pielke doelt onder andere op de vele uitzonderingen en dispensaties in het Europese systeem van verhandelbare emissierechten. Slechts een handjevol industrieën moet ervoor betalen. Pogingen tijdens de recente EU-klimaattop om voor alle sectoren een (dure) veiling in te voeren, liepen vast. ‘Er was een akkoord, maar dat was hooguit een politieke overwinning voor Sarkozy. Qua effectief beleid heeft hij gefaald.’

Obama zou moeten leren van die ervaringen en een veiling van emissierechten uit zijn hoofd zetten, aldus Pielke. ‘Dat is politiek volstrekt onhaalbaar. Als het de EU in het afgelopen decennium niet is gelukt om over de weerstand heen te komen, hoe zou het ons in hemelsnaam dan wel moeten lukken? Er is hooguit ruimte voor een verwaterd systeem dat nooit in zijn eentje een enorme CO2-reductie kan waarmaken.’

Pielke is beter te spreken over Obama’s plan 150 miljard dollar in de economie te pompen om de ontwikkeling en commercialisering van duurzame technologieën aan te jagen. Het bedrag zou nog hoger kunnen uitvallen als het Congres instemt met een economisch stimuleringspakket. Volgens persbureau Bloomberg zet Obama in op 850 miljard dollar.

‘Zonder duurzame technologieën die op grote schaal toepasbaar zijn, blijven doelstellingen van papier. Obama moet alleen veel concreter worden over hoe hij die investeringen gaat financieren. Het is veel te vroeg om je rijk te rekenen met inkomsten uit geveilde emissierechten.’

Gezien de hoofdrol van Chu lijken zonne-energie en tweede-generatie biobrandstoffen (de twee duurzame gebieden waarin het laboratorium van Chu is gespecialiseerd) een goede kans te maken om speerpunten te worden in het duurzame investeringsbeleid.

Tweede-generatie biobrandstoffen gaan niet ten koste van de voedselvoorziening. Met ethanol uit maïs, iets waar Obama altijd voorstander van is geweest, heeft Chu niets. Tijdens een lezing in Nederland in januari noemde hij deze vorm van brandstof ‘ronduit dom’. Of daarmee ook een einde komt aan de miljardensubsidies voor ethanol is de vraag. Die worden verstrekt door het ministerie van Landbouw. De nieuwe minister daar is Tom Vilsack, voormalig gouverneur van maïsstaat Iowa.

Een ander vraagteken is de rol van CO2-afvang en opslag (CCS). De helft van alle Amerikaanse elektriciteit is met kolen opgewekt – deze stroom kan alleen met (dure) CCS schoon worden gemaakt. In een recent interview noemde Chu dit ‘een nachtmerrie’. Pielke denkt dat hij bij moet draaien. ‘Gezien de positie van kolen in de VS denk ik niet dat een duurzaam beleid zonder CCS politiek haalbaar is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden