De ene slachting is de andere niet

Conflicten in de wereld zijn er niet gemakkelijker op geworden, het onderscheid tussen goed en kwaad is vervaagd. Amnesty International heeft het er moeilijk mee....

'De pers is ons belangrijkste wapen', zegt ze. En lachend: 'Als je dat tenminste zo mag noemen voor een pacifistische organisatie. De publieke opinie moet gevoed worden. Politici kunnen schandalen wegmoffelen. De pers moet zaken aan het rollen brengen.'

Maud Bredero, al zeven jaar persvoorlichtster van Amnesty International, pakt er een soort logboek bij, waarin staat hoe vaak bepaalde rapporten door de pers zijn gebruikt. In het vakje achter Sudan staat slechts een akelige streep, terwijl een, diezelfde week verschenen, rapport over Indonesië op warme belangstelling van de media kon rekenen.

De ene slachting is de andere niet, weet Bredero. 'Landen als Togo, Mauretanië, Bhutan, daar is best het nodige mee mis. Maar brengen we daar rapport over uit, dan weet ik van tevoren al: dat wordt niks.'

Dit is hét grote dilemma van Amnesty, vorig jaar nog pakkend tot column verwerkt door Rob Vreeken, buitenlandredacteur bij de Volkskrant. Onder de titel 'Sorry Maud, geen nieuws' legde hij uit waarom de meest afgrijselijke martelingen in Afghanistan, toch zijn gebied, de krant niet haalden. Maud weet hoe het journaille denkt: 'Het gaat om drie vragen. Is het land bekend? Hebben we er banden mee? Is het gruwelijk genoeg?'

Wellicht, wordt er in de redactielokalen geopperd, is er sprake van overkill (Amnesty komt gemiddeld met zeven rapporten en berichten per week), van ellende in de overtreffende trap, van te veel mensenrechtenschendingen zonder dat er iets verandert. Jan Robbemond, chef buitenland bij het Algemeen Dagblad: 'De moderne mens is heel cynisch. Die weet dat er sowieso overal mensenrechten worden geschonden. Wij proberen ons als krant daar niet al te veel door te laten leiden. Maar de herhaling is een probleem. Het is toch vaak meer van hetzelfde.'

Amnesty hoeft zich nog geen echte zorgen te maken over gebrek aan aandacht in de Nederlandse pers. De Telegraaf had dit jaar 31 verhalen waarin Amnesty voorkwam, Algemeen Dagblad 72, NRC Handelsblad 84, de Volkskrant 118, en Trouw 139. 'Het hoort bij onze benadering om landen die buiten de nieuwsstroom vallen in de krant te zetten', zegt chef buitenland Wim Jansen van Trouw. De lage score van De Telegraaf heeft vooral te maken met ruimtegebrek, verklaart chef buitenland Rob de Groot. 'Maar ik heb ook vaak het idee dat de schendingen waar Amnesty over rapporteert al eerder in de krant hebben gestaan. De nieuwswaarde wordt steeds geringer.'

Amnesty heeft het anno 1996 ondanks de aandacht in de pers niet makkelijk. Niet alleen zijn er de afgelopen jaren een groot aantal landen bijgekomen van het type 'Kazachstan, waar leg dat dan?'. Maar ook zijn de conflicten een stuk ondoorgrondelijker geworden. Goed en kwaad bestaan niet meer. 'Vroeger konden we bij de media furore maken met Pinochet of Idi Amin', constateert Bredero. 'Je had toen een grote boeman in een land met duizenden verdwijningen. Nu hebben mensenrechtenschendingen een ander karakter. Er zijn in meer dan 42 landen burgerconflicten die gepaard gaan met politieke moorden. Je hebt niet meer één groep die daarvoor verantwoordelijk is. Je hebt de PLO, ETA, de IRA, de Hutu's, de Tutsi's...' Met andere woorden: lezers raken de draad kwijt en verliezen hun interesse in die almaar verder verbrokkelende wereld.

Bovendien staat Amnesty al lang niet meer alleen in het onderzoek naar schendingen van de mensenrechten. Zo is Human Rights Watch een geduchte concurrent, die vaak sneller met cijfers en rapporten komt. 'Als Human Rights Watch wat meldt, en Amnesty weken later ook, dan gebruiken we Amnesty niet meer', zegt Jansen van Trouw.

En dan zijn er ook nog eens legio hulporganisaties die vinden dat zij ook wat over mensenrechtenschendingen moeten melden. Een triest voorbeeld is de huidige cijferchaos in Oost-Zaïre, waar iedereen om het hardst riep, ook over slachtpartijen. Met als gevolg dat een Amnesty-rapport over vijfhonderd dode Hutu's nauwelijks impact meer had.

Bredero legt de schuld gedeeltelijk bij de pers. 'Ik signaleer een soort hit-and-run -journalistiek. Er is ergens een ramp en dan zie je steeds vaker journalisten naar dezelfde stad gaan, en dezelfde getuigen gebruiken. Dan mis je wel eens de tijd van vroeger, toen er blijkbaar meer tijd was, meer mogelijkheden. Nu heeft de journalist vier dagen, en dan moet hij weer gauw naar de redactie, omdat daar te weinig mensen zitten. In die vier dagen moet hij een heel drama neerzetten. Als hij dan van Artsen zonder Grenzen te horen krijgt wat er mis is met de mensenrechten, dan denkt hij: mooi, dan hebben alles ineen. En dan komen wij er een beetje achteraan sjokken.'

De vraag is óf en hóe Amnesty hierop kan inspelen. Moet de organisatie om de pers te behagen haar eigenwijze koers vaarwel zeggen en steeds meer inhaken op de actualiteit? Moet ze met oplossingen komen voor conflicten? Met achtergrondbeschouwingen? Bredero vertelt dat Amnesty overweegt om op Internet databanken op te zetten. 'We willen sneller en beter werken. Zodat als er ergens een coup plaatsvindt, wij alle gegevens paraat hebben, inclusief politieke achtergronden. Zodat je een kant-en-klaar verhaal kunt aanleveren.'

Jan Robbemond van het AD vindt dat 'een hartstikke goed idee'. 'Ze zouden bij Amnesty best wat meer actualiteit kunnen meenemen.' De buitenlandchefs van NRC en Trouw halen er hun neus voor op. NRC's Wim Brummelman zegt: 'Amnesty moet zijn eigen koers varen, anders wordt de organisatie ongeloofwaardig.' Jansen vult aan: 'Vroeger kwam Amnesty op een Britse studeerkamerachtige wijze met zijn bevindingen. Dat zou ik graag terugzien. Het lijkt steeds meer alsof ze zich door de pers de wet laat voorschrijven.'

Volgens Bredero loopt het zo'n vaart niet. 'Wij zijn geen goocheme, slimme jongens', lacht ze. 'Wij zijn echt niet zo uitgekookt dat we alleen mediagenieke dingen doen. Het zit in ons concept om toch aan te komen met een land waarvan men zegt: oh ja, waar lag dat ook al weer. Al betekent zulks dat we inderdaad minder publiciteit en leden zouden krijgen.'

Die leden, dat is ook een probleem. In de Top-20 van non-profitorganisaties (er wordt gekeken naar ledental en geld) staat Amnesty op de veertiende plaats, 'een kleintje'. Voor leden is publiciteit nodig, en dus pers. Een gehard medewerker haalt daar zijn neus voor op, zegt Bredero. 'Die zegt: laat ons maar lekker Bhutan doen als iedereen het over Zaïre heeft.'

En zij zelf, ingeklemd tussen die geharde medewerkers en opportunistische redacties? Het is tenslotte haar taak om te zorgen dat Togo in de kranten komt. 'Ik loop me niet meer het vuur uit mijn sloffen voor een land zonder hoge prioriteit bij een redactie, als ik weet dat er volgende week een rapport over Indonesië komt. Die arme Togolozen komen dan wel via ons Parijse kantoor in de Franse kranten.'

Fred de Vries

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.