De ene helft van Madagaskar is te droog, de andere te nat

Ondervoede kinderen zijn een voorteken van een snel naderende hongersnood in grote delen van Afrika. Een rampenbestrijder op Madagaskar: 'Door El Niño krijgen we te maken met een waaier aan catastrofen op ons eiland.'

In de buurt van de hoofdstad Antananarivo, in het noordelijke deel van het land, is een huisje door overstromingen geïsoleerd geraakt Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Hij zegt helemaal niets, de kleine Jean-Pierre. Zijn moeder zit naast hem gehurkt en houdt een arm om zijn middel. Hij kijkt naar de vrouw die een bandje om zijn linkerbovenarm schuift. Ze trekt het vast, zodat het nauw om zijn huid sluit. 'Kijk. Hier. Rood.' Een gevaarlijke grens.

De biceps is te smal voor een jochie van vier jaar en negen maanden. Jean-Pierre is ondervoed. Zijn moeder trekt hem zijn kleren uit. Hij wordt in een blauwe draagzak gehesen en aan een weeghaak gehangen: 11,5 kilo. 'Nee', zegt iemand, 'dit is niet normaal.' Jean-Pierre zegt niets. Zijn ogen worden steeds groter.

Yvette Vonandru, de moeder van Jean-Pierre, vraagt hoe het nu verder moet. Een duidelijk antwoord krijgt ze niet. In het gebouwtje waar haar zoon is gemeten en gewogen, in Ambanisarika in het droge zuiden van Madagaskar, werken vrijwilligers, geen echte verpleegkundigen. In een hoek staat een doos met poederzakjes krachtvoer. Meer is er niet. Jean-Pierre krijgt een aai over zijn bol.

Als ze weer thuis zijn, zet zijn moeder buiten een emmer met groene, onrijpe cactusvruchten voor zijn neus. Jean-Pierre snijdt er een open en neemt een paar trage happen. Achter hem, op een matje, liggen twee heel jonge kinderen roerloos in de schaduw te slapen. Ze zouden op dit tijdstip moeten spelen, maar hebben de energie niet. Vanavond, als het meezit, eten ze met z'n allen wat maniokbladeren. Jean-Pierre is nog altijd muisstil.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

In het dorp Ambovombe in het zuiden van Madagaskar probeert een gezin te overleven in een verdroogd landschap Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Gegronde angst

Een paar kilometer verderop, vanuit een grote leren fauteuil in een ruim kantoor, doet monsieur Fiandraza voor hem en anderen het woord. Fiandraza is het regionale bestuurshoofd in deze streek, de Chef de la Région. Als hij een acteur was, zou zijn stem met gemak tot achter in de toneelzaal reiken. 'We gaan richting een hongersnood', bast de chef. 'Hoe moet dat verder met mijn mensen als het misschien pas in mei gaat regenen? Dat is het gevaar, daar ben ik bang voor.'

Zijn angst is gegrond. In het zuiden van Madagaskar is het nu al zo lang droog dat iemand zelfs de precieze dag van een heel klein beetje vocht in zijn geheugen heeft opgeslagen: 'Ja, dat was op 21 januari. Een paar druppels, meer niet.' De zon heeft bijna elke dag vrij spel. Op de velden staan alleen de cactussen er goed bij en is de maïs, het basisvoedsel hier, geknakt en verdord. Een straffe wind spoelt het stof over mensen en dieren. Waterputten staan droog of leveren enkel bruine smurrie.

'El Niño', fluisteren de deskundigen in de Malagassische hoofdstad Antananarivo. Of beter gezegd: de droogte die veel vaker voorkomt maar dit jaar door El Niño wordt versterkt. 'Hier in het zuiden weten de mensen niet wat El Niño is', vertelt Bartholdy Andrianjarasoa, een medewerker van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, het WFP. 'Maar ze maken in hun alledaagse werkelijkheid aan den lijve mee wat El Niño in de praktijk betekent.'

Kwetsbaar land

Op dit moment zijn bijna twee miljoen mensen in Madagaskar, dat enorme en in veel opzichten unieke eiland, zogeheten 'voedselonveilig'. Zo'n 140 duizend inwoners, onder wie 40 duizend kinderen, hebben nu al te weinig te eten. De komende twee maanden, zo is de vrees, zullen de aantallen verdubbelen.

'Madagaskar is altijd al een kwetsbaar land', zegt Willem van Milink-Paz, de Nederlandse landendirecteur van het WFP in Antananarivo. 'De scheiding tussen droog en nat loopt vanwege de bergen grofweg van het noordwesten naar het zuidoosten. Ten noorden ervan is het nat, of te nat; in het zuiden is het nu nog droger dan normaal. En dan zijn er de cyclonen hier, elk jaar weer. Vorig jaar hadden we nog een sprinkhanenplaag. Ook de pest komt hier voor. En meer dan 90 procent van de bevolking moet rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Het is een soort continue noodtoestand.'

Politiek geruzie en slecht bestuur dragen daaraan bij. En ook de bevolking weet het ritme van een duurzaam leven niet te vinden. In de afgelopen tientallen jaren is 85 procent van al het bos verdwenen. Het tropisch hardhout verdwijnt naar het buitenland, de kleinere bomen worden in brand gestoken en in stukken gehakt voor de aanmaak van houtskool, de energiebron voor bijna 95 procent van alle huishoudens. De bijzondere, elders ter wereld vrijwel nergens voorkomende flora en fauna van Madagaskar zijn in hoog tempo aan het verdwijnen.

En nu komt El Niño daar nog eens overheen. In de hoofdstad staat Thierry Venty, het hoofd van het nationale rampenbestrijdingscentrum, voor een vrijwel onmogelijke taak. 'We hebben een ministerie van Milieu, we proberen onze verantwoordelijkheid te nemen', zegt hij. 'De Malagassische bevolking heeft in het verleden al vaak getoond over veel veerkracht te beschikken. Maar door El Niño krijgen we te maken met een waaier van catastrofen die ons eiland treft.'

Onvoorspelbaar en verwoestend

Bij de landelijke meteorologische dienst hangt op een muur bij de receptie een poster van een hoofd, met in de hersenen een groene en rijk bebladerde boom, opgeschoten uit een verdorde bodem. Er staat een treffende tekst bij: 'Klimaat. Begrijpen om te handelen.'

We vragen Nirivololona Raholijao, de directrice van de afdeling Onderzoek en Ontwikkeling, hoe het met beide staat. Ze draait met haar vingers aan een parelketting en glimlacht. 'Begrijpen lukt nog wel. Maar handelen, in de zin van voorspellen en preventief kunnen optreden, dat wordt steeds lastiger. Het klimaat verandert niet alleen, het wordt ook steeds grilliger. Niet zo heel lang geleden hadden we een dag met 120 millimeter regen in Anatananarivo. Op één dag! Totaal onvoorspelbaar, maar behoorlijk verwoestend. Het wordt voor ons, net als in andere ontwikkelingslanden, steeds moeilijker om die schade te herstellen.'

Haar medewerkers weten dan vaak ook niet waar zij aan toe zijn. Ja, ze hebben computerschermen met daarop satellietbeelden. Maar veel weerkaarten moeten met de hand worden gemaakt, voor een fatsoenlijke radar is nog altijd geen geld. En als het internet niet werkt, kunnen de gratis beschikbare kaarten van de collega's in Groot-Brittannië niet worden gedownload. 'On se débrouille', zegt een van de laconieke weermannen, 'we proberen er het beste van te maken.' Zijn collega ook: die is aan het facebooken.

Bassins repareren

Honderden kilometers naar het zuiden, niet ver van het houten hutje waar Jean-Pierre met zijn familie woont, blijft men hopen op betere tijden. Het zijn de mensen die wonen in de buurt van een betonnen wateropvangplaats. 'Het is een oud ding', vertelt iemand ter plekke. 'Volgens mij nog uit de tijd van de Eerste Republiek. Ja, hier staat het: 1976. Maar de bassins lekken; het water blijft niet langer staan.'

En dus probeert de plaatselijke bevolking eendrachtig de bassins te repareren. De vrouwen scheppen manden, mandjes, of gewoon hun eigen hoed vol met zand, zetten die op het hoofd, en lopen als in een Malagassische openingsscène van Novecento naar de wat oudere mannen, die met hamers driftig stenen stukslaan, die als kiezels in het nieuwe beton moeten komen. De jeugd staat er lachend naar te kijken. Het komt wel weer goed met die wateropvangplaats. Alleen: het regent helemaal niet; er is geen druppel water om op te vangen.

De Chef de la Région weigert zich gewonnen te geven. Fiandraza heeft een minister uit de hoofdstad op bezoek gehad en hij heeft haar kunnen laten zien hoe zijn mensen 'aan het doodgaan' zijn. 'Water moet ik hebben, heel veel water.' Hij droomt van een pijplijn uit het noorden, die zo'n anderhalf miljard euro zou kosten. Of anders van een groots project om het zeewater dat in de bodem sijpelt te ontzilten. Alles om zijn bevolking te redden.

Statistieken

Voorlopig zal het er niet van komen. De statistieken zijn duidelijk, zegt Maherisoa Rakotonirainy van het Wereldvoedselprogramma in Antananarivo: 'Madagaskar is het vierde land ter wereld als het gaat om een chronisch ondervoede bevolking.'

Met die harde praktijk van de statistieken heeft de chef in dit jaar van El Niño te maken: 'Mensen hier in het zuiden verkopen hun keukengerei en hun lepels en vorken om voedsel te kunnen kopen. Dat is een flink cultureel taboe, maar ze kunnen niet anders.'

Geen regen, geen water; geen water, geen oogst; geen oogst, geen voedsel. Als altijd zijn het de kinderen die hierdoor het zwaarst worden getroffen. Die 1,6 miljoen kinderen bijvoorbeeld die te zwak of armlastig zijn om nog naar school te gaan. Zonder een opleiding wordt hun toekomst nog onzekerder.

Kinderen

Het WFP probeert hieraan iets te doen door voor enkele honderdduizenden kinderen in elk geval een schoolmaaltijd te garanderen. Zoals op een lagere school in het zuiden, bij het dorpje Ambazoa. Plaatselijke vrijwilligers zorgen hier elke schooldag rond half elf voor de maaltijd die de driehonderd kinderen er gebruiken. Of zij daarna thuis ook nog eten, is onzeker. Hier op school krijgen ze maïspap met wat gedroogde groente en soms een paar versterkende voedingsmiddelen.

De eerste lichting jongens en meisjes gaat naar een geïmproviseerde wasplaats, om met een paar druppels uit flessen netjes de handen te wassen. Dan schuiven ze dicht tegen elkaar aan op houten banken om van hun metalen bordjes het voedsel naar binnen te lepelen. Sommige jongens schrokken de maïskorrels naar binnen, sommige meisjes nemen miniscule hapjes. Behalve het schrapen over de borden klinkt geen enkel geluid.

Anders wordt dat als de leerlingen daarna weer de klas in gaan. De juf wacht nog even met de echte les en laat de kinderen zich uitleven met een onstuimig lied. 'Ahetsiko' heet het, wat zich vrij laat verlaten als: 'Laat alles maar eens lekker wapperen.' De kinderen schreeuwen de tekst, zwaaien woest en vrolijk met de armen, zwaaien hun hoofden op en neer, en stampen met hun voeten.

Dankzij die ene maaltijd hebben ze volop energie. Nu nog wel.

Kinderen krijgen op school een bord maïs van het Wereldvoedselprogramma van de VN Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

El Niño teistert Afrika

In Zuid-Afrika is sinds 112 jaar niet zo weinig regen gevallen. Dat geldt voor grote delen van Zuidelijk- en Oost-Afrika. Door El Niño dreigen er dit jaar in totaal 60 miljoen mensen in de problemen te komen. In Afrika veroorzaakt El Niño zowel extreme droogte als ongekend hevige regenval en dus overstromingen.

In Zimbabwe kondigde president Robert Mugabe vorige week vanwege de droogte in delen van zijn land de noodtoestand af. In Eritrea, in de Hoorn van Afrika, dreigt voor meer dan een miljoen mensen een tekort aan voedsel, maar daar weigert president-dictator Isaias Afewerki alle hulp van buitenaf.

Ethiopië, een land van bijna honderd miljoen inwoners dat eerder grote droogte en hongersnood kende, zal waarschijnlijk het slechtst af zijn. De autoriteiten daar hebben uit het verleden veel lessen geleerd, maar moeten rekening houden met de mogelijk ernstigste droogte in een halve eeuw, die naar schatting eenvijfde van de bevolking kan treffen.

Kenia, ten zuiden van Ethiopië, kent door El Niño juist overvloedige regens. In Oeganda is aan 800 duizend bewoners van bergachtige gebieden gevraagd tijdelijk te verhuizen, zodat zij met de regens niet het slachtoffer van aardverschuivingen worden. In Mozambique is zowel van te droge als te natte gebieden sprake, net als in Madagaskar.

In Malawi zijn de graanoogsten ruim een kwart lager uitgevallen en de voedselprijzen flink gestegen. Zuid-Afrika exporteert doorgaans in de regio, maar de maïsoogst lag 30 procent lager. Met de voedselschaarste dreigen ook allerlei extra gezondheidsproblemen te ontstaan.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.