InterviewHans-Jürgen Brennecke

De emotionele strijd voor euthanasie in Duitsland: ‘In bed liggen en naar het plafond staren, dat noem ik geen leven’

Hans-Jürgen Brennecke: ‘Al die patiënten die in Duitsland in coma liggen, ik zie de zin daar niet van in.’Beeld Marlena Waldthausen

Euthanasie is in Duitsland een gevoelig thema, mede door het nazi-verleden. Hans-Jürgen Brennecke, die op het randje van de dood was, hoort tot de voorvechters. Hij hoopt op een doorbraak.

Hans-Jürgen Brennecke wil ‘een nooduitgang’, een groen oplichtend exit-bordje aan de rand van het leven. Euthanasie dus, of zelfdoding met hulp van een arts. Niet voor nu meteen, zegt de 74-jarige die in zijn bungalow aan de rand van Lüneburg loeisterke groene thee schenkt, maar ‘als dag X komt’.

Legaal sterven met assistentie van een arts is op dit moment in Duitsland zo goed als onmogelijk, ook voor terminaal zieke mensen. Sinds 2015 verbiedt een paragraaf in de Duitse grondwet zelfdoding van een ander ‘op een zakelijke manier te bevorderen’, op straffe van een geldboete of drie jaar gevangenschap.

Maar Brennecke en andere voorvechters van een liberalere euthanasiewetgeving hebben goede hoop dat de situatie verandert, in hun voordeel. 

Vonnis hoogste rechter

Woensdagochtend besliste het hoogste rechterlijke orgaan in Duitsland, het Bundesverfassungsgericht, dat het omstreden wetsartikel strijdig is met de grondwet. Het hof verklaarde het artikel nietig. Er bestaat een recht op een ‘zelf bepaald sterven’, oordeelde de president van het Bundesverfassungsgericht.

Die uitspraak is in overeenstemming met de wil van de meerderheid van de Duitse bevolking. Bijna 70 procent van de Duitsers is voor het toestaan van medische assistentie bij zelfdoding, bleek uit een vorig jaar door YouGov uitgevoerde peiling.

Het probleem van de omstreden wetsparagraaf 217 zit hem in het begrip ‘zakelijk.’ Alle diensten die artsen aan patiënten aanbieden zijn immers in principe van zakelijke aard, waardoor de meeste artsen nu met een grote boog om het thema heenlopen. 

Het gevolg is dat mensen die uitzichtloos en ondraaglijk lijden zich soms tot niemand kunnen wenden – want over deze groep gaat de discussie. Een debat zoals dat in Nederland wordt gevoerd over ‘voltooid leven’ zou in Duitsland pure sciencefiction zijn.

Bijna gestikt

Het is bijna vier jaar geleden dat Hans-Jürgen Brennecke ternauwernood een agressieve vorm van lymfklierkanker overleefde. ‘Een keer ben ik op een haar na gestikt. Ik weet hoe het voelt om helemaal niet te kunnen ademen. Net op dat moment liep er iemand de kamer binnen die de arts kon waarschuwen.’ Na een half jaar werd hij uit het ziekenhuis ontslagen en, tot zijn eigen verrassing, ‘schoon’ verklaard.

Maar Brennecke weet dat zijn verzwakte lichaam nog zo’n zware chemo waarschijnlijk niet zou overleven. ‘En zo wel, dan vrees ik dat weinig meer kan dan in bed liggen en naar het plafond staren. Dat noem ik geen leven.’

‘Ik ben nu gezond’, zegt Brennecke. ‘Dus ik voel me ook verplicht tegen deze paragraaf te strijden in de naam van de mensen die dat niet kunnen.’ Aan een muur van zijn woonkamer, boven de blokkendoos en de viltstiften voor zijn buurkinderen, hangt een stamboom in foto’s. Brenneckes vader draagt een uniform van de Duitse Wehrmacht. ‘Hij pleegde na de oorlog zelfmoord, omdat hij een overtuigde nazi was.’ 

In coma

Hans-Jürgen Brennecke praat het liefst open over ingewikkelde zaken, of het nou de zwarte bladzijden uit zijn familiegeschiedenis betreft of zijn ideeën over leven en dood. ‘Al die patiënten die in Duitsland in coma liggen, die alleen in leven worden gehouden omdat het medisch mogelijk is, ik zie de zin daar niet van in. Ik zou dat nooit willen.’ 

Vier jaar hebben de rechters van het Bundesverfassungsgericht nagedacht; het bezwaar tegen de wet werd al ingediend toen de inkt ervan nog nauwelijks droog was, in december 2015, zowel door artsen als vier ongeneselijk zieke patiënten, van wie er nu nog een in leven is. 

Nu de uitspraak van het hof op tafel ligt, is de kans aanzienlijk dat Brennecke en andere patiënten binnenkort aanspraak kunnen maken op euthanasie. Dat komt vooral omdat er inmiddels belangrijke jurisprudentie is uit een andere euthanasiezaak. 

In 2017 klaagde een man de arts aan die zijn overleden echtgenote dodelijke medicijnen had geweigerd. De man kreeg gelijk van het Bundesverwaltungsgericht in Leipzig. In ‘extreme uitzonderingssituaties’ mogen artsen patiënten dit soort medicatie niet onthouden, luidde de kern van het vonnis.

Meer dan honderd mensen schreven daarop een brief naar het Bundesinstitut für Arzneimittel und Medizin. Ze wilden aanspraak maken op het medicijn waarover het in de rechtszaak ging. Brennecke was een van hen. 

Alle verzoeken werden afgewezen, ongeacht het vonnis uit Leipzig. Afgelopen najaar bracht de Berlijnse krant Tagesspiegel na een succesvol WOB-verzoek naar buiten dat de minister van Gezondheid, Jens Spahn (CDU) daar persoonlijk voor heeft gezorgd. Waarschijnlijk zijn de aanvragen nooit inhoudelijk beoordeeld.

Genaaid

‘Zo hebben ze honderd mensen genaaid, van wie de meeste doodziek’, vindt Brennecke. Toen de zaak aan het licht kwam, verwees Spahn naar paragraaf 217. Als de staat medicijnen zou leveren aan deze mensen, zou dat ook ‘zakelijke hulp bij zelfdoding’ betekenen, zei de minister. ‘Maar als de paragraaf wordt veranderd, heeft hij geen poot meer om op te staan’, zegt Brennecke.

Ook voordat paragraaf 217 bestond, lag het onderwerp euthanasie in Duitsland al gevoelig. Dat heeft te maken met zwaarwegende invloed van de kerk, maar vooral met de last van het nationaal-socialisme. De nazi’s gebruikten het begrip ‘euthanasie’ – oud-Grieks voor ‘goede dood’ – als dekmantel om duizenden psychiatrische patiënten en verstandelijk gehandicapten te vergassen. 

Euthanasie is daarom een verboden woord, net als abortus overigens, om dezelfde reden. Het heet nu Sterbehilfe, hulp bij het sterven. Tegenstanders, ook politici van de CDU, spreken graag over ‘hulp bij zelfmoord’ om de praktijk in een kwaad daglicht te stellen. ‘De wetgever kan niet worden verplicht deel te nemen aan suïcide’, is een in christen-democratische kringen vaak gehoord tegenargument.

Volgens Brennecke gaat het precies om het tegenovergestelde: niet méér bemoeienis van de staat maar minder, het gaat erom dat burgers de vrijheid wordt gegund het heft in eigen hand te nemen. 

Brennecke put zijn hoop vooral uit een uitspraak die de hoogste rechter Andreas Vosskuhle vorig jaar deed tijdens een debat. Een aanwezige CDU-politicus argumenteerde dat de wet niet zou moeten worden aangepast omdat het bij euthanasie maar om een heel kleine groep mensen gaat. ‘Toen onderbrak Vosskuhle hem en zei heel bars: ook een heel kleine groep mensen heeft rechten.’ Hans-Jürgen Brennecke glundert.

Dit is een naar aanleiding van de uitspraak woensdagochtend van het Bundesverfassungsgericht aangepaste versie van een voorafgaand aan dat vonnis verschenen artikel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden