De emancipatie van de werknemer

We staan op een kruispunt: ‘Kiezen we voor verdere verzelfstandiging van alle werkenden en is het de vraag of en hoe zij daarin ondersteund dienen te worden, of handhaven we de schijnzekerheid en bevoogding van de huidige arbeidscontracten?’..

Frank Kalshoven

Deze vraag werd deze week gesteld en beantwoord door de Baliegroep, een gezelschap uit de sfeer van werkgevers, werknemers en publieke sector dat op persoonlijke titel nadenkt over de toekomst van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Alexander Rinnooy Kan (SER) doet mee, Tof Thissen (fractieleider GroenLinks in de Eerste Kamer) is erbij, Doekle Terpstra (HBO-raad, voorheen CNV) is van de partij. Alles bij elkaar vijftien personen.

De vraag (zo) stellen is hem beantwoorden uiteraard: De Baliegroep kiest voor verdere versterking van alle werkenden en tegen de bevoogding. En onze vraag moet dus zijn of deze keuze van de Baliegroep helder is beargumenteerd. Het antwoord is teleurstellend, jammer genoeg.

De groep stelt vast dat de manier waarop mensen vorm geven aan hun werkzame leven snel verandert. De diversiteit neemt toe: van allerlei flexibele contracten, via detachering, (tijdelijke) zelfstandigheid en ondernemerschap tot en met het vaste contract. Dat is ook aan erosie onderhevig: anders dan de naam doet vermoeden is de feitelijke duur beperkt, en als arbeidsrelaties langer duren, gaat daarachter vaak een opeenvolging van functies schuil. Op de arbeidsmarkt is toenemende heterogeniteit het sleutelbegrip. Veertig jaar één baan bij één baas: dat is een uitstervende groep.

Tegenover de heterogeniteit van het werk staan de homogeniteit, de eenvormigheid, van de ‘arrangementen’ op de arbeidsmarkt. Het arbeidscontract, de cao, de sociale zekerheid, de pensioenen – de impliciete aanname is dat een werknemer die een beroep heeft geleerd, ergens gaat werken en daar blijft.

De heterogeniteit op de arbeidsmarkt botst met de homogeniteit van de instituties. De Baliegroep wijst bijvoorbeeld op de groeiende groep eenpitters (zelfstandigen zonder personeel) die werkt zonder werknemersverzekeringen (tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid). En op werknemers met een vast contract die hun vaardigheden niet op peil hebben gehouden, en zich nu, een dagje ouder, als gevolg van de economische crisis met onvoldoende bagage weer op de arbeidsmarkt moeten melden. ‘Wie op een vast contract vertrouwt en zich niet ontwikkelt, komt bedrogen uit’, schrijven de Balienezen.

Tot zover, zou ik denken, alles akkoord. Dit lijkt me in zijn beknoptheid een correcte samenvatting van de toestand waarin we ons bevinden. De vervolgvraag is: wat te doen?

De Baliegroep kiest ondubbelzinnig voor wat zij noemt ‘voortgaande ontvoogding van de werknemer’ en een volgende stap in de ‘emancipatie van werkenden’. Concreter: de groep wil werkenden het gereedschap in handen geven om zich vrolijk en zelfbewust op de arbeidsmarkt staande te houden. Scholingsrechten, loopbaanbegeleiding, permanente educatie – dat is dan de wereld die je binnenstapt. Minder collectief, meer individueel – dat hoort er ook bij.

Dit ideaal, dat ik overigens van harte onderschrijf, is in het manifest echter niet of nauwelijks onderbouwd en dat is een jammerlijke onvolkomenheid.

De werkelijkheid is één ding, idealen zijn iets anders. Ik zit er niet ver naast als ik het ideaal van de Baliegroep typeer als het accommoderen van de huidige trends op de heterogene arbeidsmarkt. In dit opzicht heeft de toekomst die de groep voor ogen heeft ook iets onvermijdelijks: zo zal het wel gaan, ongeveer, de komende decennia, sneller of langzamer, afhankelijk van allerlei beleidskeuzes van de politiek, arbeidsorganisaties en sociale partners. Maar waarom is dat wenselijk?

Het is nodig dit goed te beargumenteren, omdat hele volksstammen dit ideaal allerminst delen. De discussie over ‘zware beroepen’ in de Tweede Kamer deze week illustreert dat: daar ging het, in het kader van de AOW-leeftijd, over werknemers die dertig jaar een zwaar beroep hebben uitgeoefend, en wat dat betekenen moet voor de rechten en plichten van werknemer en (vooral) werkgever.

Een Balienees zal zeggen: die werknemers bestaan dan niet eens meer. Maar een ander zegt: ik ben een geboren brandweerman, en het is mijn keuze om dit zware beroep uit te oefenen zo lang dat kan. Wat zegt de Balienees dan terug? Sorry, uw ideaal is verboden? Of, best: maar dat kost u aan het einde van uw werkzame leven een hoop geld? Of iets anders?

Er zijn, wil ik maar zeggen, mensen die de voortgaande ‘emancipatie van de werknemer’ als achteruitgang zouden typeren. Die zien dezelfde werkelijkheid, maar kiezen een ander ideaal.

Om het nieuwe ‘sociale contract’ te sluiten waar de Baliegroep om vraagt, zijn gewillige contractpartijen nodig. Die zullen dan eerst overtuigd moeten worden van de wenselijkheid van het ideaal. Dat werk moet nog beginnen.

Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden