De emancipatie van de Volkskrant: Zelfbewust op zoek

Emancipatie is het sleutelwoord geweest in de geschiedenis van de Volkskrant. Eerst van de katholieke arbeiders, toen van de redactie zelf, uiteindelijk moest er een sociale kwestie bij bedacht worden...

Als je de persgeschiedenis van pakweg honderd jaar geleden tot je neemt, valt vooral een enorm vertrouwen op in de macht van de krant. ‘De dagbladpers heerscht over het volk; want zij richt en wijzigt, zij vormt, ja zij schept de zoogenaamde publieke opinie’, schreef de jezuïet A. van Gestel aan het eind van de negentiende eeuw.

In 1919 werd de Volkskrant opgericht – in 1921 als dagblad – maar het idee over de macht en dus het gevaar van de pers was niet anders. In Maastricht inventariseerde een geestelijke hoeveel katholieken een abonnement hadden op een ‘verkeerde’, ontzuilde massakrant. Wie het in zijn hoofd haalde De Telegraaf te lezen, kon fluiten naar de absolutie. De Volkskrant moest helpen de rooms-katholieke arbeiders af te schermen tegen de verderfelijke invloed van buiten, tegen de ‘dagelijksche voeding met aardappelen en lawaaisaus’, zoals de algemene massapers wel werd gezien.

De Volkskrant zou van meet af aan het voertuig zijn voor de ideeën van de vakbeweging, aangezien ‘de katholieke arbeidersbeweging geen enkel communiqué in de pers afgedrukt kreeg’.

Er waren in die begintijd niet meer dan vier redacteuren, onder wie de hoofdredacteur die dagelijks met stok helemaal van Vught naar het kantoor in Den Bosch wandelde. De opdracht was er niet minder om. Spreekbuis van de arbeidersbeweging, motor van sociale stijging, beschermer tegen slechte invloeden, verspreider van het katholieke geloof.

De krant werd beschouwd als een huisvriend die de lezer in een halfuur de toestand in de wereld uit de doeken deed. Voorzien van r.k. interpretatie en uitleg hoe het nieuws begrepen diende te worden – tot een paar jaar geleden was de naam ‘Ten geleide’ voor het dagelijkse commentaar een tastbare rest van dat paternalisme.

Voor de oorlog luidde de onderkop van de Volkskrant ‘dagblad voor het katholieke volk’. De boodschap was primair naar binnen gekeerd; een krant die vooral als pantser fungeerde. De Volkskrant moest een driedubbele achterstand overwinnen en had dat pantser dus meer dan nodig. Jan Blokker schreef er vaak over, en hij schreef er iedere keer achteraan dat die driedubbele achterstand verklaart waarom de emancipatie tot de dag van vandaag niet helemaal is volbracht.

De Volkskrant had zijn wortels in het achtergestelde zuiden, was een arbeiderskrant én ook nog eens katholiek. Bij de heroprichting in 1945 is de redactie verhuisd naar Amsterdam, en vestigde zich net als alle andere toonaangevende dagbladen op de Nieuwe Zijds Voorburgwal. De onderkop veranderde in het trotse ‘katholiek dagblad voor Nederland’. Nu hadden de katholieke arbeiders ook de rest van Nederland iets te vertellen.

De nieuwe Volkskrant was niet langer het strijdblad van de katholieke vakbeweging, maar had zich verbonden met de Katholieke Volks Partij (KVP). Zo had de politicus Romme het bedacht, die niets van klassentegenstellingen wilde weten. Hoog en laag, links en rechts, alle Volkskrant-lezers zouden samenkomen onder één groot katholiek uitspansel. De krant zou niet langer louter propagandablad zijn, of journal d’opinion zoals dat toen werd genoemd. Maar ook en vooral journal d’information, met primeurjagers en voor de lezende arbeiders een flinke sportredactie.

De krant legde vooral eer in met grote reportages over de watersnoodramp in Zeeland – ‘wij lagen steeds tweehonderd doden voor op de concurrentie’ – literair geschreven stukken over de Tour de France en columnisten als Godfried Bomans. Ongemerkt was de betekenis van het begrip emancipatie verschoven van bevrijding van de katholieke arbeider naar die van de krant zelf, uit de kluisters van de KVP en later van de kerk.

Een krant voor hoog en laag, links en rechts, onder een grote roomse paraplu, dat gaf intern onophoudelijk hommeles. De Volkskrant was nog altijd eigendom van de arbeidersbeweging, en Romme moest in 1952 als hoofdredacteur het veld ruimen vanwege zijn rechtse KVP-standpunten. Zijn collega-hoofdredacteur, Joop Lücker, was de architect geweest van de journalistieke ontbolstering van de Volkskrant. ‘Een beetje vief en wakker en fris en niet bang voor iets en gezellig en niet onverantwoordelijk’, had hij zijn Volkskrant in 1960 genoemd. Dat was waar, maar na het vertrek van zijn beschermheer Romme was het wachten op zijn eigen struikeling, over een in de ogen van de vakbond te nauwe band met de KVP.

Op het moment dat Lücker moest vertrekken, in 1964, zegende de bisschop het fundament van het nieuwe gebouw van de Volkskrant aan de Wibautstraat in. Een even triomfantelijk als modern kantoor, met voor het eerst een eigen drukpers, door de arbeiders met hun dubbeltjes en kwartjes bij elkaar gespaard.

Dat stralend witte kantoor aan de Wibautstraat was het hoogtepunt van arbeiderszelfbewustzijn. De krant publiceerde een tekening van Opland om de opening te vieren – en daarop marcheert de complete wereldtop het Volkskrant-gebouw binnen, van Adenauer tot Mao en De Gaulle. De Volkskrant liet zich aan niemand iets gelegen liggen. Emancipatie geslaagd, zou je bijna zeggen.

De Volkskrant in 1960: beetje vief, wakker, fris, niet bang en gezellig

Vooral omdat op dezelfde dag de onderkop ‘katholiek dagblad voor Nederland’ was geschrapt. De krant maakte zich met verbijsterende snelheid los van zijn kerkse wortels. Nog geen vijf jaar later, in 1969, besloot hoofdredacteur Jan van der Pluijm dat er niet langer ‘we’ zou worden geschreven als het over Rome ging.

De voortschrijdende emancipatie werd zowel de kracht als de zwakte van de krant. Binnen de krant waren er soms grote spanningen geweest. Maar de kijk op de dingen, het prisma, was altijd de katholieke gezamenlijkheid geweest. De Volkskrant was na 1945 een brede krant geworden – hoog, laag, links, rechts.

Die betrekkelijke onscherpte bleek na het verdwijnen van het etiket katholiek een enorme troef. Eerst kon de krant woordvoerder worden van de katholieke progressiviteit, toen van het gevoel van de jaren zestig en gaandeweg van alles dat zich aandiende onder het prettig algemene vaandel van emancipatie of progressiviteit. Tegelijkertijd deed men zijn uiterste best de oude garde binnenboord te houden. Hoofdredacteur Van der Pluijm liet zich uitschrijven als katholiek, maar verzekerde zijn lezers dat de Volkskrant nog altijd ‘hun’ krant was, het NKV ‘hun’ vakbond en de kerk nog altijd ‘hun’ kerk, ‘ondanks alle veranderingen’.

Het nadeel was evident. Begin jaren zestig adverteerde de Volkskrant nog onbekommerd als ‘de beste krant van Nederland’. Zonder het katholieke stempel bleek de krant al snel onhelder en dus vatbaar voor kritiek. ‘De frisheid is er een beetje af’, erkende Van der Pluijm in 1971. Dat er geen zuil meer was om voor eigen parochie te preken, bleek toen de Nederlandse journalistiek zich met de Volkskrant ging bemoeien. De Haagse Post had het over ‘de Volkskranten’, de PvdA-krant Het Vrije Volk verweet de Volkskrant dat die ‘niet ondubbelzinnig voor een progressieve koers koos’.

Gerrit Komrij snierde er op los dat hij zich zo kon ergeren aan een ‘hoerige’ krant, met ‘aan de ene kant zure communisten’ en anderzijds een maandagkrant vol ‘voetbal en andere behendigheidssporten’. Het zelfvertrouwen van ‘de beste krant van Nederland’ kreeg een knauw – de reclameslogan uit 1981 durfde niet verder te gaan dan ‘het meest informatieve ochtendblad’.

Wat was er over van de emancipatie van weleer? De katholieke arbeider-abonnee had plaats gemaakt voor een nieuwe middenklasse van leraren en maatschappelijk werkers. De Volkskrant-lezers waren met de krant meeverhuisd, van Zuid-Nederland naar de Randstad en met name Amsterdam en omstreken. Maar al wilde Van der Pluijm ‘geen krant voor de elite’ maken, door John Jansen van Galen werden de Volkskrant-lezers in 1977 in de Haagse Post genadeloos beschreven als ‘een geheel nieuwe bevolkingsgroep, de ostentatief linkse elite, cultureel links’.

Net als de lezers was de nieuwe generatie verslaggevers afkomstig van het hbo, zodat de blik van de redactie op de buitenwereld steeds meer die van solidariteit-op-afstand werd. Links zijn werd een levensstijl, een gezindheid. En na de emancipatie van de arbeider, die van de rooms-katholiek en die van de redactie zelf, kwam die van deelgroepen als vrouwen, psychiatrische patiënten, derde-wereldbewoners en later krakers en etnische minderheden.

Historicus Frank van Vree schrijft in zijn geschiedenis van de Volkskrant over de jaren zeventig als ‘periode van ontaarding, waarin verkrampt en vaak tegen beter weten in werd vastgehouden aan de illusie van een alomvattende verandering’. Hij voegde er aan toe dat ‘het roer op tijd werd omgegooid’. Er bleef altijd ruimte voor andersdenkenden – voor chefsport Ben de Graaf bijvoorbeeld, de enige CDA-stemmer ter redactie, voor conservatieve katholieken en later voor voorstanders van het plaatsen van de kruisraketten.

Het bijzondere talent voor de tijdgeest moet wel te maken hebben met de naoorlogse geschiedenis van de krant onder Romme en Lücker, waarin plaats was voor links én rechts, en waarin later communisten en christendemocraten, zwartrokken en radicale feministen, theologen en sportredacteuren samen een krant maakten – met afkeer bekeken door buitenstaanders die alleen maar post-rooms opportunisme zagen.

Hoogtepunt en tevens laatste oprisping van het linkse levensgevoel was de beruchte Koninginnedagkrant van 1 mei 1980. ‘Geen woning geen kroning’ was de krakerskreet waarmee grootscheepse rellen waren aangekondigd tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix. De rellen kwamen er en de Volkskrant solidariseerde zich met het oproer. In het commentaar werd gerept van ‘wat zich zo heftig aandient als de beweging van tachtig’.

Uit de gevechten tussen krakers en politie werd een sociale strijd geconstrueerd die er niet was. De oogst bedroeg veertienhonderd opzeggingen. De redactie schaamde zich, en tegelijk was het oordeel dat ‘kennelijk veel lezers conservatiever waren dan we dachten’, zoals een redacteur het uitdrukte. De journalist als lidmaat van de voorhoede, maar voorhoede waarvan? Begin jaren tachtig was het idee van emancipatie een lege huls geworden, maar een andere boodschap ontbrak en net als bij de broeders en zusters van de PvdA brak een periode van zurigheid en horror vacui aan.

Zo bleef de Volkskrant de progressiviteit trouw, zij het langzamerhand steeds meer in homeopatische verdunning.

Tegenwoordig staat in de statuten dat de Volkskrant ‘vooruitstrevend wil zijn en vooral wil opkomen voor de verdrukten en de ontrechten – en poogt ontwikkelingen te bevorderen die een belofte inhouden voor een menswaardiger samenleving’. Daar kan 90 procent van de bevolking zich wel in vinden.

Woordvoerder van alles dat zich aandiende als progressief

Na de jaren zeventig van de illusie kwamen de jaren tachtig van de linkse leegte, en de jaren negentig van de nieuwe zakelijkheid van paars in de politiek en de professionalisering in de journalistiek. Emancipatie bleef het doel, maar liever niet op de nieuwspagina’s. Geen interviews meer met PvdA’ers en vakbondsvoorlieden. De krant moest de spiegel van de samenleving zijn, de redacteuren werden de straat op gestuurd om op te tekenen hoe de echte werkelijkheid eruit zag. Al snel volgden klachten van de afdeling marketing: de Volkskrant had zijn drammerig linkse imago nog niet afgelegd, of hij was al weer te bleek om de neus, te onzeker geworden. Waar stond de Volkskrant voor? Uit lezersonderzoek bleek dat andere kranten meer ‘vooruitstrevend’ of ‘betrokken’ werden genoemd. Met de scheiding van feiten en meningen, hoor en wederhoor, check en dubbelcheck bleek er nog geen krant met persoonlijkheid te liggen. Een krant bleek een bite te moeten hebben, een eigenwijze bril waardoor ze naar de samenleving kijkt.

De Volkskrant is de weg kwijt, kun je op de redactie wel eens horen. Dat veronderstelt dat er een weg ís die ergens heen leidt – eenrichtingsverkeer naar de altijd wenkende bevrijding? Een kleine honderd jaar geleden werd de Volkskrant gemaakt met vier redacteuren, die én de lezers beschermden voor kwade dampen, én ze voorlichtten over het geloof, én ze bijstonden in hun beklimming van de sociale lader, én ze bijpraatten over de bondsactiviteiten.

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw zijn er geen vier maar ruim tweehonderd redacteuren, maar van dat blakende zelfvertrouwen is niet bar veel meer over. De krant krijgt aanhoudend op zijn kop, doet volgens wetenschappers mee aan hypes en hetzes, óf hij loopt dociel achter de autoriteiten aan – zo luidt de kritiek die overigens gelijkelijk wordt verdeeld over alle media.

De Volkskrant was altijd het voertuig voor wat anders, het arbeidersbelang, Rome en Romme, de PvdA of een betere samenleving in het algemeen. Aan zichzelf heeft de krant nooit genoeg gehad. Nog altijd niet. Vandaag is er dan die laatste, ultieme emancipatie, die van de lezers met de komst van het weblog. Vroeger praatte de krant de lezer in een halfuur bij, vandaag laat de redactie zich bijpraten door de lezers. Of die voor hun emancipatie willen betalen, is nog een open vraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.