De elstak is de taaiste tak Eerbetoon aan Nedly Elstak, componist van 'Paradise Lost'

De pianist, trompettist en componist Nedly Elstak (1931-1989) zette in de jaren tachtig delen uit John Miltons grote gedicht Paradise Lost op muziek....

Ah, ah.

A ze ze ze ze she she shah.

I feel lonely.

I feel Ah.

NEDLY Elstak had de duivel gezien. Niet in een boze droom, of als metafoor voor een onaangename ervaring, maar letterlijk. Daarom ging hij 'door de hel', zoals hij zijn vrienden toevertrouwde. De op Java uit Surinaamse ouders geboren muzikant, 'de zachtaardigste man in de Nederlandse jazz', had een nachtzijde die ook zijn zonnige composities en speelse teksten doordrong, maar waarover hij zelden sprak. 'Ik weet niet welke hel hij bedoelde, maar als je ter relativering zei dat er zoiets als hallucinaties bestonden, dan lachte hij je uit', vertelt Pien Stades, de zangeres die vele jaren met de componist, pianist en trompettist samenwerkte.

Met ruim twintig andere muzikanten, onder wie Martin van Duynhoven, Werner Herbers en Willem Breuker, maakt Pien Stades de komende weken deel uit van het Paradise Regained Orchestra, een ensemble met strijkers, blazers en zangers dat de muziek van Nedly Elstak (1931-1989) zes jaar na diens dood weer tot klinken brengt.

De heroprichting van dit orkest, dat in de jaren tachtig met tussenpozen op de podia verscheen, is een teken van de liefde en bewondering die veel collega-muzikanten nog altijd voor Elstaks werk voelen. 'Muziek uit een klein straatje', zoals de slagwerker Martin van Duynhoven het eens typeerde - ver van de rauwe directheid die lange tijd in de Nederlandse geïmproviseerde muziek de toon aangaf. Elstak leefde in een eigen wereld, en maakte muziek waar, zoals hij zelf eens zei, 'nog eerder een publiek dan een geschikte recensent voor te vinden is'.

Dat lag niet alleen aan de ingekeerde, melancholieke toonzetting, of aan de merkwaardige songteksten waar hij een voorkeur voor had (in 1968: 'maar ergens in een kast van het heelal trekken de moleculen zich nergens iets van aan en maken eiwitten'), maar ook aan de omstandigheid dat Elstak nogal eens optrad met zangeressen die zijn ongewone melodielijnen nèt boven hun kunnen moesten zingen.

In de jaren zestig ging er geen concert van zijn Trio + Voice voorbij zonder dat de arme Sofie van Lier er in de pers van langs kreeg. 'Weer de problemen met de Voice die met volstrekt a-musische teksten te kampen heeft en voor wie Nedly ook alles eens een kwint lager zou moeten gaan schrijven. Of hij zou een echte sopraan moeten zien op te scharrelen', noteerde Martin Schouten in een recensie in 1968. Elstak, doorgaans de lankmoedigheid zelve, kon woedend worden over dergelijke kritieken: zijn muziek klonk zoals die klinken moest - en daarmee uit.

Of hij met die reactie alleen maar zijn zangeressen in bescherming wilde nemen, of dat de noten in zijn oren ècht anders klonken is de vraag, maar de geschiedenis zou zich in de jaren tachtig herhalen toen Elstak de formatie Seven Singers and a Horn oprichtte, een groep met een frontlinie van liefst vijf zangstemmen (twee van de beoogde zeven zangeressen lieten verstek gaan, maar Elstak vond de naam te mooi om te veranderen).

In een interview met een lokaal radiostation in Amsterdam legde Elstak begin jaren tachtig uit waarom hij met zo veel zangeressen wilde werken: 'Ik kreeg vroeger soms goeie contracten aangeboden, op voorwaarde dat Sofie van Lier niet mee zou doen. Op dat soort perverse ideeën ben ik natuurlijk nooit ingegaan. Ik dacht: als ze vinden dat ik niet met een bepaalde zangeres moet werken, nou, dan neem ik ze toch gewoon allemáál? Ik stond in de kamer, het was twee uur 's nachts, en opeens kwam dat idee, vanuit het niks. Ik heb toen zeven zangeressen die ik kende gebeld en gevraagd of ze een groep met me wilden maken. Het was eigenlijk een vijandige daad - gewoon laten zien dat ik tòch doe waar ik zin in heb - en ik moet je zeggen, het is een enorme klap geweest. Ik heb nóóit meer wat gehoord.'

In Seven Singers and a Horn en het met strijkers en blazers uitgebreide Paradise Regained Orchestra kwamen Elstaks kwaliteiten als componist in royale arrangementen tot hun recht. De bijdragen van rietblazer Willem Breuker en bassist Arjen Gorter gaven zijn composities krachtiger contouren dan voorheen, de leider ontwikkelde zich tot een pianosolist met een eigen, percussieve stijl, en de vijf zangeressen werden niet alleen ingezet als solisten, maar vooral ook als sectie, met de warme klankkleur van een levende saxofoongroep.

Mede om zijn werk met de Seven Singers, waarin latere solisten als Soesja Citroen, Marlies Helder, Astrid Seriese en Jet van der Meij hun eerste stappen zetten, kreeg Elstak in 1983 de belangrijkste Nederlandse jazzonderscheiding, de Boy Edgar Prijs.

Overigens had geen van de zangeressen uit die eerste Singers-bezetting nog veel zang- of podiumervaring, en Elstaks ongebruikelijke intervallen en dissonante akkoorden leverden in de beginjaren wel eens problemen op. Het maakt de lp Sad trumpets (1980) een gemankeerd meesterwerk, waar je desondanks zielsveel van kunt houden. De mengeling van Elstaks gedempte intimiteit met de flamboyante grofheid van Willem Breuker, die tot zijn hartstochtelijkste solo's wordt geïnspireerd, heeft een natuurlijke vanzelfsprekendheid. En de vijfstemmige zang is soms hartverscheurend mooi, zoals in Veerleway of het krachtig uitvarende Celona Bar. Je moet er ook niet aan denken dat deze stukken met een klassieke perfectie gezongen zouden worden: juist in dat on-academische, levende, nooit helemaal voltooide schuilt de kracht van Elstaks muziek.

De langspeelplaat Sad trumpets is sinds lang uitverkocht, maar de muziek is tenminste vastgelegd. Van Elstaks grote Paradise Lost and Regained Suite, een aaneenschakeling van korte composities op teksten van John Miltons gedicht Paradise Lost, is nooit een bevredigende opname gemaakt. Het ontbreken van een registratie van Elstaks magnum opus inspireerde zijn voormalige begeleiders tot het organiseren van de huidige tournee.

Het typeert hun trouw aan Elstaks muziek dat muzikanten als Martin van Duynhoven, Arjen Gorter en Willem Breuker (die zich niet voor de hele tournee kan vrijmaken) meteen hun medewerking toezegden. De kwaliteit van de muziek speelt er natuurlijk een rol in - volgens Pien Stades vervelen Elstaks stukken nooit, 'al zing je ze voor de honderdste keer'. Maar volgens Van Duynhoven valt die trouw ook te verklaren uit Elstaks haast notoire houding van laissez faire. 'Nedly bewaarde altijd een zekere afstand tot zijn orkesten. Dat muzikanten soms te laat kwamen maakte hem niets uit. Als je eens een repetitie oversloeg ging hij er juist níet achteraan. Je moest je best doen om erbij te blijven. Een wonderlijke methode misschien, maar je houdt wèl de mensen over die het werkelijk iets waard is.

'Zijn muziek is broos, maar staat recht overeind. De raarste mensen hebben er wat mee. Breuker wil er graag weer aan meedoen, net als Werner Herbers en Arjen Gorter.'

Ook Pien Stades herinnert zich Elstaks ongebruikelijke leiderschap. 'Nedly zei nooit wat hij wilde, ook niet als je ernaar vroeg. En je kon evenmin aan hem merken of hij iets goed vond of niet, ogenschijnlijk was hij heel gauw tevreden. Dat laissez faire is hem wel kwalijk genomen, maar het stimuleerde je ook zèlf je weg in zijn muziek te vinden. Het was een methode die voor hemzelf heel goed werkte. En het maakte hem ook een ideale workshopleider, al moest je wel tegen die onzekerheid bestand zijn.

'Natuurlijk kun je zeggen dat Sad trumpets eigenlijk te vroeg is opgenomen. We begonnen net met die meerstemmige stukken, met allerlei linke stemvoeringen en -kruisingen. Daar moet je eigenlijk stemmen uit de modern-klassieke hoek voor hebben, terwijl de Singers jazz-zangeressen waren waarvan sommigen geen noten konden lezen. Daar was dat repertoire minder geschikt voor. Tegenwoordig zitten de conservatoria vol met jazz-zangeressen, tóen was er haast niemand die zulke muziek kon of wilde zingen.'

Een belangrijk verschil met eerdere uitvoeringen van de Paradise Regained-suite is wat Stades betreft, dat zij zich intussen grondig in Miltons tekst heeft verdiept. 'Ik heb die tekst destijds als een kip zonder kop gezongen.' Al sinds hij op de hbs in Amsterdam met Paradise Lost kennismaakte, koesterde Elstak het plan delen uit Miltons lange gedicht op muziek te zetten. Pas dertig jaar later kwam het ervan. Hij koos onder meer een fragment uit het eerste boek, waarin Lucifer in een vuurplas op de bodem van de hel ligt en zijn ellende uitbralt, en een passage vlak voor de zondeval. Stades: 'Dat lijkt een lieflijke tekst, Now came still Ev'ning on, and Twilight grey/ Had in her sober Livery all things clad, maar als je de context kent, weet je dat alles al besmet is. De duivel zit als een aalscholver in de boom des levens, klaar om Gods nieuwe schepping te corrumperen. Met die kennis zing je zoiets natuurlijk heel anders.

'Ik heb nooit precies begrepen wat Nedly in Miltons teksten fascineerde. Maar hij deed nooit iets zó maar. Dat hij precies die fragmenten over de Satan heeft uitgekozen zal geen toeval zijn.' Ook Martin van Duynhoven kan niet toelichten waarom Elstak zijn suite op Lucifers rebellie baseerde. 'Daar praatten we nooit over. Er werd sowieso weinig over de structuur van de muziek gepraat.' Instructies over het gewenste ritme werden drummer Van Duynhoven evenmin verstrekt. 'Ik herinner me dat Nedly op workshops wel eens zelfs drumde. Dat sober swingende jazztempo van hem speel ik ook in zijn suite, dat past het best. Hij hield ook van latin-ritmes zoals de beguine, een soort langzame mambo. Hij deed het soms voor op een paar samba-ballen; een introvert, geheimzinnig geluid waar ik hem trouw in volg.'

De beklemmende schoonheid van de suite is er niet minder om. In een tergend tempo, waarin het slagwerk de eeuwigheid lijkt weg te tikken, dalen we trede voor trede af in de hel, voorgegaan door de laagste tonen van de tuba. Op de roerloze duisternis van Milton 'profoundest hell' volgt de bevrijdende terugkeer naar het licht: een swingende jazz-finale op een almaar herhaald fragment van Elstak zelf: Paradise regained, Paradise, Maradise.

'Eerlijk gezegd een stomme tekst, maar ik ben er wel gelukkig mee', zei de componist in 1983. Elstak was niet ongevoelig voor kritiek, maar twijfels over zijn eigen capaciteiten speelden hem zelden parten. In de Volkskrant relativeerde hij zijn eigen muziektheoretische kennis: 'Kijk je naar wat ik weet, dan heb je er misschien een vergrootglas bij nodig. Maar je krijgt het nooit omver, want het zit kilometers diep.' En tegen Het Parool verklaarde hij: 'De elstak, de tak van de els, is taai en sterk. Die werd door boeren gebruikt om de duivel mee uit te drijven.'

Over de kwaliteit van Elstaks muziek lijkt niet veel discussie meer nodig. Werner Herbers, eerste hoboïst van het Concertgebouworkest en leider van de Ebony Band, dirigeert nu het Paradise Regained Orchestra (een blijk van waardering waar Elstak volgens Pien Stades 'trots en gelukkig' mee zou zijn geweest). Bovendien zal zijn muziek binnenkort in officiële partituren door Donemus worden uitgegeven; niet alleen de suite, maar ook zelfstandige songs als Dark Soul en Double Eclipse.

Dat de jazzcomponist Elstak, die overigens een vurige bewonderaar van Schönberg was, daarmee postuum het domein van de officiële muziekgeschiedschrijving betreedt is volgens Michael Nieuwenhuizen van Donemus louter te danken aan een kwalitatieve beoordeling. Elstaks autodidactische achtergrond die zijn componeren kleurt, heeft volgens Donemus de afweging niet beïnvloed: 'Matthijs Vermeulen was ook een autodidact.'

Nedly Elstak liet zich nooit veel aan het oordeel van anderen gelegen liggen. Liever lette hij op de reacties van zijn poezen Toenie en Seop, die hij zijn composities op de vleugel voorspeelde.

Kat en kater spelen een belangrijke rol in Elstaks muziek, en niet alleen in vrolijke stukken als Sim Seop ('mis poes'). Zo blijkt het veelstemmige A ze ze ze ze she she shah waar het intrigerende Remote Control op is gebouwd een transcriptie van de kooswoordjes waarmee de componist zijn poezen toesprak.

Via de poezentaal belanden we vanzelf in het domein van de anekdoten, waarvan er talrijke over Elstak de ronde doen. Geen kroegverhalen, maar lichtelijk absurdistische geschiedenissen, die voortvloeien uit Elstaks filosofie over leven en kunst. 'Je kunt ze wel navertellen, maar het is net als met moppen. Eigenlijk waren ze alleen leuk als je ze van Nedly zèlf hoorde', vindt Pien Stades.

Meer dan alleen maar een leuke episode in zijn leven vormde Elstaks engagement in Club 26, de gokclub in Jopie de Vries' Casa Rosso, om de hoek van Elstaks huis op de Amsterdamse Wallen. 'Een bizarre vertoning, maar helemaal des Nedly's', volgens Martin van Duynhoven. 'Club 26 was een donkerrode gokhal, waar half Nederland aan gokautomaten stond te trekken. In dat kabaal zat Nedly in zijn beste pak achter de piano.

'Voor Nedly was het belangrijk werk. Hij was er trots op dat hij daar elke nacht zes uur achter elkaar speelde. Hij kon er zijn akkoorden uitproberen, terwijl zware jongens gemoedelijk over hem heen kwamen hangen. Maar als die mensen je vrienden worden heeft het natuurlijk bepaalde gevolgen. Op het laatst zat Nedly met een pistool op zak achter de piano.'

Maar sjoemelen met de muziek deed Elstak ook onder die omstandigheden niet. Om die reden is Elstaks Paradise Regained-orkest voor Van Duynhoven niet noodzakelijkerwijs het culminatiepunt van zijn componeren. 'De hoogtepunten in Nedly's muziek liggen verscholen in kleine momenten en toevallige samenkomsten. Zo bleef zijn trompetspel voor mij heel bijzonder, hoewel hij er de laatste jaren eigenlijk niet meer de fysieke kracht voor had en meestal achter de piano zat.

'Nedly nam onnatuurlijk veel risico's op zijn trompet - een instrument waar je maar naar hoeft te kijken of het gaat verkeerd. Van een twintiger is zoiets al opmerkelijk, maar van iemand boven de vijftig. . . Die houding spreekt voor Nedly. Zo was hij, en zo was zijn muziek.'

Het Paradise Regained Orchestra o.l.v. Werner Herbers speelt 19 april in Eindhoven (Muziekcentrum Frits Philips), 20 april Leeuwarden (Theater Romein), 27 april in Enschede (Muziekcentrum), 28 april in Amsterdam (BIM-huis). Tournee tot in oktober.

Cd's:

Nedly Elstak: The Machine. ESP 1076 2 (1968). Distributie: ZYX, Roermond.

Double Eclipse, A tribute to Nedly Elstak. BVHaast CD 9210 (1991).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden