De elite is er al, maar ze doet te weinig

Kees Paling vreest dat er niet snel een nieuwe elite zal opstaan als de wetenschappers, media, ‘chiefs of industry’, kunstenaars en politici niet meer hun best doen....

Kees Paling

‘Er moet een nieuwe elite opstaan’, stelt Jaffe Vink (Forum, 8 september). En dan bij voorkeur vanuit het politieke midden, om het radicale populisme de wind uit de zeilen te nemen. Deze politieke virtuozen moeten de belangrijke thema’s van de toekomst agenderen en zich weer inzetten voor de verheffing van het volk – via kwalitatief goed onderwijs en inhoudelijk sterke media. Aldus Vink. Een hartverwarmende oproep, maar hoe wil hij dat realiseren?

Elites zijn er namelijk al – de captains of industry en de intellectuele elite in kunst, wetenschap, politiek en de media. Alleen deze elites missen kennelijk de virtuositeit die Vink zoekt. Neem de captains of industry. Ooit een voorhoede van pioniers, ondernemers en durfals, nu veeleer een vereniging van functie- en schatbewaarders. Over hen maakte Christopher Lasch zich ruim tien jaar geleden al boos in zijn boek The revolt of the elites. Deze captains of industry maken zich niet langer druk over maatschappelijke problemen, maar over de wijze waarop hun geld langs de aandelenbeurzen van de wereld vloeit. Met hun topsalarissen hebben zij zich losgezongen van de maatschappelijke werkelijkheid en teruggetrokken in hun eigen netwerken. Uit eliteonderzoek weten we dat het helpt in een bepaald nest en met een bepaalde naam geboren te zijn, de juiste opleiding te volgen en lid te zijn van de goede corpora. En lukt het studeren niet? Dan zijn er altijd nog andere wegen – al vanaf de basisschool – om het doel te bereiken. Een dergelijke ontwikkeling maakt zo’n elite er niet krachtiger en virtuozer op.

De elite van kunst en wetenschap dan? In de kunst is het engagement met de samenleving al jaren ver te zoeken. Hier heerst nog steeds de geest van het postmodernisme van de vorige eeuw, waar de volstrekte relativering van alles de toon zet. Het Einde van de Grote Verhalen betekende niet alleen het verdwijnen van de oude ideologieën, maar ook het einde van het visionaire en de virtuositeit. Kunstenaars hollen achter de laatste hype aan of verdringen zich rond de subsidiekraan. Bevlogenheid is er met het subsidiebeleid, niet met maatschappelijke thema’s. En de wetenschap? Op de universiteit mag het prestatiedenken bij het studeren weer ingang hebben gevonden, wie wil promoveren doet er het beste aan het werk van zijn hoogleraar te herkauwen. Wie wil publiceren moet iets schrijven wat geaccepteerd wordt en wie baanbrekend onderzoek wil doen met geld van NWO, moet zijn conclusies vooraf inleveren. Vooral niet schokkend, creatief of eigenwijs.

Bij de politieke partijen hollen de ledentallen terug en om de gunst van de kiezer te winnen, verliezen partijleiders zich in populistische slogans. Bij de media is het niet anders. De wildgroei aan netten heeft het programma-aanbod eenvormiger en platter gemaakt. Echte intellectuelen kijken dan ook geen tv. Bovendien heerst in de media de terreur van de hapklare brokjes – lollig, zonder research, hoor en wederhoor of reflectie.

En deze elites moeten virtuozen voortbrengen en het volk verheffen? Natuurlijk, onderwijs en opleiden is belangrijk, maar een academische titel maakt nog geen intellectueel. Naast zijn nieuwsgierigheid, kennis en ervaring brengt een intellectueel ook het vermogen mee zichzelf, zijn kastje en zijn kaste te overstijgen. Om discussies te voeren over belangrijke thema’s, zonder dat hij zich afvraagt met hoeveel cijfers achter de komma dit gevolgen kan hebben voor zijn portemonnee. Een beetje intellectueel zoekt creatief naar mogelijkheden en uitdagingen.

En dat is heel wat anders dan de lethargie en het chagrijn die over Nederland zijn neergedaald. Iedereen is tevreden met zichzelf, maar verder Trots Op Niemand. De samenleving heeft het gedaan en niemand voelt zich geroepen daar wat aan te doen. Maar ergens moet de beweging beginnen. Misschien kunnen enkele kritische geesten in omroepland de koppen bij elkaar steken om na te denken over een programma achter de programma’s, dwars door de omroepen en netten heen. Misschien kunnen enkele creatieve geesten bij de schrijvende pers eens nadenken over de belangrijke thema’s van de komende twintig jaar. En wellicht kunnen enkele geëngageerde kunstenaars daar vorm en inhoud aan geven. Misschien moeten jonge wetenschappers de ruimte krijgen de grenzen van het wetenschappelijk denken op te zoeken en misschien moeten bewindspersonen niet langer automatisch gerekruteerd worden uit de partijkaders. En wellicht kan in de Tweede Kamer een begin worden gemaakt met debatten die ergens over gaan, op hoofdlijnen, inhoudelijk en betrokken. Waarbij de Kamer weer een forum wordt waar méér leden aanwezig zijn dan die ene fractiespecialist, waarbij afgesproken wordt dat men de drie B’s – beklagend, beschuldigend, belerend – zal mijden. Rust de bodes maar uit met toeters om te waarschuwen bij overtreding. En noem het pas een succes als tijdens het debat partijgenoten het onderling oneens mogen zijn.

In die sfeer is het mogelijk dat er weer virtuozen opstaan. Een mooiere uitdaging kan een intellectuele elite zich niet wensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden