De elektrische gitaar weent het mooist

Componisten zien de elektrische gitaar nog te vaak als een oninteressant instrument uit de populaire cultuur. Ten onrechte, blijkt op het Output Festival....

Van alle kanten gonst en bromt het in Paradiso. De elektrische gitaar is in de Amsterdamse poptempel een alledaags verschijnsel, maar waarschijnlijk zijn er nog nooit zo veel tegelijk te horen geweest.

Vijftig gitaristen, profs en amateurs, hebben zich verzameld in de zaal en op de balkons om een nieuw stuk van Gilius van Bergeijk uit te voeren. Van Bergeijk heeft dit stuk, E twee, twee drie vier, speciaal geschreven voor het Output Festival, dat drie dagen lang de elektrische gitaar en haar rol in de hedendaagse gecomponeerde muziek belicht.

Van Bergeijk zelf leidt de uitvoering vanaf het podium, nu eens snelle vierkwartsmaten slaand, dan weer vingers opstekend. Het parcours leidt van pop-achtige kwintpendels tot ijle, tinkelende klankvelden en mondt uit in dreunende akkoorden. Lang is het niet, maar het ruimtelijk effect en de baaierd van geluid zijn enorm.

Het Output Festival, een initiatief van gitarist Wiek Hijmans en musicoloog Anthony Fiumara, moet elke drie jaar gaan plaatsvinden. De eerste aflevering heeft weliswaar geen grote drommen publiek getrokken, maar levert met veel mooie stukken en interessante demonstraties en discussies in elk geval een krachtig pleidooi voor de elektrische gitaar.

Zo wordt de uitvoering van Van Bergeijks stuk voorafgegaan door Go Guitars van de Amerikaanse componiste Lois Vierk, waarin vijf gitaristen een verbazende microtonale kermzang laten horen die uiteindelijk culmineert in een overweldigende stortvloed van geluid, opgerakeld door de snaren met bottlenecks te bewerken.

Niet minder verrassend is After the Requiem van Gavin Bryars waarin gitarist Olaf Tarenskeen droefgeestige melodielijnen trekt, omringd door de warme klank van twee altviolen en een cello. Revolutionair is Bryars' mineurtoonzetting niet, maar de klankmengsels zijn wonderschoon. Geen instrument kan zo mooi wenen en klagen als de elektrische gitaar. En tegelijkertijd heeft het instrument op het gebied van het ruige scheurwerk geen evenknie.

Die veelzijdigheid is te danken aan de grote hoeveelheid effecten waarmee het instrument sinds de jaren zestig van de vorige eeuw verrijkt is. Peter Tiehuis, gitarist in het Metropole Orkest, zet het in De Balie nog eens allemaal op een rijtje, met klinkende voorbeelden. Het begon met galmveren, ging verder met vervorming en feedback, en leidde uiteindelijk tot digitale apparatuur waaruit flangers, phasers fuzz en filters met een enkele druk op een voetknop op te roepen zijn.

In de wereld van de gecomponeerde muziek is de elektrische gitaar nog altijd een buitenbeentje. Dat komt, zo stelt de Amerikaanse componist Scott Johnson in een gesproken column, doordat het instrument voortkomt uit de populaire muziek en daardoor door 'serieuze' componisten met de nek wordt aangezien. Tegelijkertijd ziet Johnson het instrument als mogelijk middel om de stagnatie waarin de moderne muziek zich bevindt te doorbreken.

Nederlandse componisten slaan in dat opzicht geen gek figuur. Theo Loevendie, die op zijn 73ste zijn eerste werk voor elektrische gitaar componeerde, getiteld Scan, bereikt een mooie wisselwerking tussen bijna klassieke, rapsodische gitaarloopjes en de mechanische stapelklanken van het delay-effect. En Chiel Meijering laat in Get it while it's hot horen dat hij niet vies is van stevige doorgaande riffs in de trant van de Rolling Stones. Het Zephyr Kwartet en Wiek Hijmans leveren een spetterende uitvoering, waaruit blijkt dat de combinatie van het eerbiedwaardige strijkkwartet en de elektrische gitaar een boeiend amalgaam oplevert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden