De eindeloze strijd om Troje

Sinds Homerus 2800 jaar geleden de Trojaanse oorlog beschreef, claimen strijdende partijen de homerische helden. Het Allard Pierson Museum wijdt er een tentoonstelling aan.

De toeristen en archeologen die rondwandelen op de heuvel Hisarlik, bij de noordwestkust van Turkije, lopen over metershoog opgestapelde kleibrokken. Duizenden jaren bouwden bewoners hier huizen van zongebakken klei, vermengd met stro. Als een aardbeving, brand of oorlog hun stad in puin legde, bouwden ze die weer op, bovenop de oude resten. Zo ontstond een kunstmatige heuvel van vijftien meter hoog; een uitkijkpunt in het landschap met zicht op de zee, een paar kilometer verder.


Ooit was de zee veel dichterbij. De stad lag strategisch bij de ingang van de Dardanellen, en had een haven. Rond 1200 v.Chr. meerden hier Grieken aan om de stad te belegeren. Tenminste, als de stad op de heuvel inderdaad het oude Troje is, zoals sommige archeologen stellig beweren. Dan vond hier de 'moeder aller oorlogen' plaats; de strijd tussen de Grieken en Trojanen die Homerus bezong in zijn Ilias. En dan ligt hier de historische basis onder de heldendichten en mythes over de Griekse halfgod Achilles en de Trojaanse koningszoon Hector, en over Odysseus' list met het houten paard, waarmee de Grieken de stad binnenkwamen om haar te vernietigen.


Sinds de 19de eeuw hebben archeologen hier gegraven en een deel van hun vondsten zijn over twee weken in Nederland te zien. Op 7 december opent in het Allard Pierson Museum in Amsterdam de tentoonstelling Troje. Stad, Homerus en Turkije. De archeologische musea van Istanbul en Çanakkale, een universiteitsstad vlak bij de vindplaats, geven voorwerpen in bruikleen. Dat is opmerkelijk, want Turkije is de laatste jaren spaarzaam met uitlenen. Kunstschatten van Turkse bodem horen in Turkije thuis, vindt het land, en het is bezig vondsten uit het buitenland terug te eisen. De afgelopen anderhalve eeuw zijn veel kostbaarheden uit de heuvel Hisarlik gesmokkeld en die liggen tegenwoordig vooral in Berlijn en Moskou. 'Ze zijn van ons en we willen ze terug', zegt de gouverneur van de provincie, Güngör Azim Tuna, in zijn werkkamer in Çanakkale.


Troje is onderdeel van het Turkse verleden, stellen Turkse politici. En daarmee sluiten ze aan in een lange rij. Al sinds de Griekse Oudheid hebben verschillende partijen het verhaal van de Trojaanse oorlog geclaimd voor hun politieke boodschap. Dat zal ook blijken op de tentoonstelling in het Allard Pierson Museum, die laat zien hoe het verhaal drie millennia lang nieuwe vormen heeft aangenomen en herhaaldelijk is ingezet als propagandamiddel.


Als de homerische verhalen gebaseerd zijn op een echte oorlog - en daar zijn niet alle wetenschappers van overtuigd - dan moet die rond 1200 v.Chr. hebben plaatsgevonden. Dat blijkt onder meer uit de politieke verhoudingen in Griekenland die terugkomen in de verhalen over de oorlog. De stad op de heuvel Hisarlik werd rond die tijd inderdaad vernield: door een aardbeving en volgens sommigen ook door een oorlog.


Maar Homerus leefde zo'n vier eeuwen later - als hij echt bestaan heeft, want zelfs dat wordt betwist. Een theorie is dat Homerus in een lange mondelinge traditie stond, waarin verhalen van generatie op generatie werden doorgegeven. Op die tradities baseerde hij zijn Ilias.


Op basis van zijn taalgebruik concluderen kenners dat Homerus waarschijnlijk in de buurt van de westkust van het huidige Turkije woonde. Mogelijk heeft hij de heuvel Hisarlik gezien, die in zijn tijd een verzameling ruïnes was, tijdelijk verlaten na nóg een vernietiging. De summiere beschrijvingen van het landschap in de Ilias kloppen met deze omgeving. En in Homerus' tijd waren meer Grieken overtuigd dat daar de grote oorlog had plaatsgevonden. Op basis waarvan ze dat geloofden, valt niet meer te achterhalen, maar in de eeuwen na Homerus groeide de heuvel uit tot een cultusplaats waar de goden en helden van de Trojaanse oorlog worden geëerd. Zo verscheen in de 8ste eeuw v.Chr. een heiligdom voor de godin Athene, waarvan de resten nog steeds op de heuvel liggen.


Goud

Er kwam een stroom pelgrims op gang, onder wie historische sleutelfiguren met een politieke agenda. Volgens geschiedschrijver Herodotus deed de Perzische koning Xerxes in 480 v.Chr. de heuvel aan, toen hij op weg was naar het westen om Griekenland te onderwerpen. Want in die tijd werd de Trojaanse oorlog gezien als onderdeel van een voortdurende strijd tussen Azië en Europa; tussen oost en west. Xerxes identificeerde zich met de Trojanen en gaf zijn campagne symbolische betekenis door in Troje duizenden runderen te offeren - als de beschrijving van Herodotus klopt.


Anderhalve eeuw later, in 334 v.Chr., bezocht Alexander de Grote de heuvel. Hij trok in tegenovergestelde richting als Xerxes, om het Perzische Rijk te veroveren. In de tempel van Athene verwisselde hij zijn wapenrusting voor een exemplaar dat uit de tijd van de Trojaanse oorlog zou stammen. Er werd zelfs gesuggereerd dat hij van Achilles zelf was. Alexander ging ook naar het vermeende graf van Achilles, een paar kilometer verderop. Want hij spiegelde zich graag aan de Griekse halfgod, die zo heldhaftig streed tegen de oosterse Trojanen. Het was slimme politieke propaganda.


Na de Romeinse tijd werd het rustig op de heuvel, maar de herinneringen aan Troje werden bewaard en de 'strijd tussen oost en west' bleef de gemoederen bezighouden. Heel pregnant bleek dat in de Eerste Wereldoorlog, toen vlak bij Hisarlik de Slag om Gallipoli werd uitgevochten. De Osmanen stonden er tegenover de geallieerden en beide kampen zagen een parallel met de homerische strijd. De Britten stuurden het slagschip HMS Agamemnon, genoemd naar de aanvoerder van de Griekse helden. En toen de Osmanen wonnen, zagen zij dat als wraak voor de drie millennia eerder gevallen Trojanen.


Inmiddels had de archeologie zich in de discussie gemengd. Halverwege de 19de eeuw had de Brit Frank Calvert enkele proefopgravingen verricht op Hisarlik en in 1868 kreeg hij gezelschap van Heinrich Schliemann, de beroemdste (en beruchtste) archeoloog uit de geschiedenis. De kapitaalkrachtige Schliemann liet meters van de heuvel afgraven, vastberaden sporen te vinden van het homerische verhaal, dat in Europa werd gezien als een van de fundamenten van de westerse beschaving.


Toen Schliemann op goud stuitte, concludeerde hij dat dit de schat moest zijn van Priamos, die in de Ilias koning was van Troje. Schliemann smokkelde grote delen van de schat naar Berlijn en na de Tweede Wereldoorlog roofden de Sovjets een deel, als herstelbetaling. Tot op de dag van vandaag ligt het goud in Rusland, ondanks protest van Turkije, dat het 'Turkse' erfgoed terug wil. Omdat de Russen het goud in eigen land houden, zullen in het Allard Pierson Museum kopieën te zien zijn.


Inmiddels is duidelijk dat het goud van Schliemann onmogelijk de schat van Priamos kan zijn, omdat het veel te oud is. Schliemann groef voornamelijk in een laag die rond 2500 v.Chr. bewoond was - zo'n 1300 jaar voor de veronderstelde oorlog. Voor het symbolische gewicht dat aan de schat hangt, maakt het weinig uit. Vanwege de koppeling tussen de site en het verhaal van Homerus wordt aan elke vondst uit de heuvel grote betekenis toegeschreven.


Dat is voor een groot deel het werk van de Duitse archeoloog Manfred Korfmann (1942-2005), die vanaf 1982 op en rond Hisarlik groef. Net als Schliemann was Korfmann overtuigd dat daar de echte Trojaanse oorlog had plaatsgevonden en hij verspreidde die visie met bravoure. Het kwam hem op felle kritiek te staan, met name van oud-historicus Frank Kolb, die het homerische verhaal als pure fictie beschouwt. Volgens hem liet Korfmann zich verblinden door zijn dromen en de twee voerden jarenlang een verhitte discussie.


Zegel

Een belangrijk twistpunt was de reconstructie die Korfmann maakte van Troje ten tijde van de oorlog. In de Ilias is Troje een grote stad en volgens Korfmann klopte dat met de bebouwing rond (grofweg) 1200 v.Chr. In zijn reconstructie lag aan de voet van de centrale burcht indertijd een grote, volle benedenstad. Daarmee zou Troje de grootste stad van noordwest Anatolië zijn geweest.


Maar volgens Kolb en andere critici is dat wensdenken en waren de aanwijzingen voor een grote benedenstad minimaal. In de Romeinse tijd was ter plekke namelijk flink gebouwd en waren mogelijke oudere sporen grotendeels uitgewist. Korfmann en de zijnen vonden dat er genoeg bewijs over was: resten van een gracht bijvoorbeeld, die de benedenstad moest beschermen tegen invallen. Maar achter de gracht lag geen muur, zoals in de regio gebruikelijk was. En de gracht wordt een paar keer onderbroken door brede doorgangen. Daar zaten poorten; zeggen de voorstanders van een volle benedenstad. Daarvoor zijn de doorgangen te breed; vinden tegenstanders.


Korfmann benadrukte bovendien dat Troje een oosterse stad was, en niet de (semi-)Griekse stad die Europeanen er graag van maken. Troje lag in de invloedssfeer van de Hettieten, die ongeveer tussen 1650 en 1180 een machtig rijk bestuurden vanuit Centraal-Anatolië. En in Troje werd volgens Korfmann Luwisch gesproken, een aan Hettitisch verwante taal. Dat zou blijken uit de vondst van een zegel met Luwisch opschrift, dat dateert van de 13de eeuw, rond de tijd van de Trojaanse oorlog. Maar het zegel werd gevonden in een andere laag, van anderhalve eeuw jonger. Critici zeggen daarom dat het zegel misschien elders is gemaakt en later naar Troje is gekomen.


Korfmann, die de tweede naam 'Osman' aannam en in 2004 de Turkse nationaliteit kreeg, vond gehoor bij de Turkse overheid, die graag het historische belang van haar grondgebied benadrukt. Vandaar dat de gouverneur van Çanakkale de vondsten terugeist. Voor zijn kantoor staat, heel toepasselijk, een beeld van Mustafa Kemal Atatürk, de vader des vaderlands, met op de sokkel Trojaanse paardjes. En een paar meter verderop staat zelfs een grote versie van het houten paard, die gebruikt is voor de film Troy met Brad Pitt, uit 2004. Troje en Homerus waren Turks, is de boodschap, en de bijbehorende kunstschatten moeten terugkomen naar huis. Er zal goed voor worden gezorgd in een nieuw museum bij de vindplaats, waarvoor Çanakkale vergevorderde plannen heeft.


En dat allemaal dankzij Homerus. Zijn Ilias spreekt nog steeds zo tot de verbeelding dat de ruïnes die hij (mogelijk) bezong behoren tot de best-onderzochte vindplaatsen ter wereld. Definitief bewijs of hier een grondslag ligt van de beschaving (zoals de Turken willen), of dat het om een doorsnee stadje gaat (zoals de critici volhouden), zal er waarschijnlijk nooit komen. Maar dat maakt voor de stelligheid van de partijen weinig uit.


Troje. Stad, Homerus en Turkije

Troje. Stad, Homerus en Turkije is van 7 december t/m 5 mei 2013 te zien in het Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127, Amsterdam (allardpiersonmuseum.nl). Catalogus: René van Beek, Gunay Uslu e.a., Troje. Stad, Homerus en Turkije, W Books, € 24, 95.


HISARLIK EN TROJE, DE DATA

Circa 2900 v.Chr. Eerste bewoning


Circa 2500 v.Chr. Welvarende stad; de 'schat van Priamos' wordt vervaardigd


Circa 1200 v.Chr. Trojaanse oorlog


Circa 800 v.Chr. Homerus dicht de Ilias; de heuvel wordt een bedevaartsoord


480 v.Chr. De Perzische koning Xerxes bezoekt Troje en eert de Trojanen


334 v.Chr. Alexander de Grote bezoekt Troje en het 'graf van Achilles'


1868 n.Chr. Amateur-archeoloog Heinrich Schliemann arriveert in Hisarlik


1915 Slag om Gallipoli; de Osmanen 'wreken' de Trojanen


1988 Manfred Korfmann krijgt de leiding over de opgraving


2014 Geplande opening groot Trojemuseum bij de opgraving


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden