De eigen dingers

In het ongrijpbare universum van de eigentijdse popcultuur doet iedereen zijn 'eigen ding'. Als het even kan moet er wel iets te lachen vallen....

tekst fred de vries

'We wilden jullie eigenlijk een tasje geven met ons materiaal, een kaart van Eindhoven, adressen en geld om iets te gaan eten', grinnikt Crackrock. 'Maar het lukte niet meer om dat op tijd voor mekaar te krijgen.'

Dat was misschien maar beter ook, want de ontmoeting met Crackrock en zijn kameraad Baschz verliep zo al bizar genoeg.

Het begon met e-mail van onze kant, een verzoek om een interview. Het antwoord, afkomstig van ene smokindustwithyomama, was gericht aan 'Fredd en Yoris'. De tekst eindigde met: 'Ik bel jullie om 13.45hrsharp op met instructies over hoe het betamaxxx_homeoftherejected headquarterz te bereiken is'. Als je de letters op de e-mail aanklikte, belandde je op de idiote website Animal Communication. Virtueel geintje.

Vrijdagmiddag, centrum van Eindhoven. Het Uur U nadert. Letterlijk klokslag kwart voor twee piept het mobieltje. Een stem: 'Wij zien jullie om twee uur bij Emotion, een kledingzaak twee deuren van waar jullie nu zitten.'

In Emotion staat een lange jonge man. Hij stelt zich voor als Crackrock. Buiten voegt zich een tweede lange jonge man bij ons, Baschz, gehuld in een krap roze T-shirt met in glitterletters Les Louise's (h & m), een tijgermaskertje als hoofddeksel (v & d) en een kettinkje met het woord Dubbster (h & m). Ze hebben een wit plastic tasje bij zich met blikjes. 'Biertje?', vraagt Baschz, terwijl hij op straat een blikje Dr. Pepper opentrekt.

Het Betamaxxx-hoofdkwartier blijkt een atelier in kraakpand Tram melandt te zijn, niet ver van de Eindhovense binnenstad. Buiten hangen posters die oproepen tot steun aan de anti-kapitalistische demonstranten. Een opmerking over nostalgie naar de grimmige jaren tachtig wordt door Baschz van tafel geveegd. 'Fuck 'em. Laten we alsjeblieft normaal doen. Wij zitten hier gewoon beneden in een atelier. We hadden een ruimte nodig en hadden niet veel geld.'

Voor alle duidelijkheid: Crackrock en Baschz zijn hedendaagse kunstenaars, ook al willen ze zichzelf zo niet noemen ('Projectontwikkelaars', vindt Crackrock). Ze zijn beiden 28. Crackrock heeft kunstacademie gedaan, Baschz industriële vormgeving. Crackrock is behalve kunstenaar ook uitbater van het nagenoeg onvindbaar platenzaakje Crucial Sounds ('hiphop en reggae, alleen vinyl'). Baschz speelt in het tweemansbandje 3fl Funk en beheert de overtoppende website http://zip.to/hotbaschz.

Als ze projecten samen doen, noemen ze zich Betamaxxx. Dan staat het perverteren van bestaand werk centraal. Culture jamming: interventies in de openbare ruimte via stickers, posters, ansichtkaarten, internetsites en e-mail. 'Het gaat om de draai', zegt Crack rock.

Voorbeelden van die draai? Posters plakken met de tekst 'Kan iemand mij vertellen wie de hel Baschz is?', ondertekend met Loesje. Baschz: 'Het duurde twee jaar eer die lui van Loesje me hadden gevonden. Ze hadden het schuim op hun mond.'

Of de Una-bomber in meditatieve lotushouding. Of harde porno met verschoven censuurplakkers. Of stickers ontwerpen en die aan reclamebillboards toevoegen. Een Betamaxxx-sticker bij de mond van een fotomodel, zodat die poster er ineens belachelijk uit ziet. En dan maar hopen dat een andere stickerploeg, zoals Space3, eigen werk erbij plakt: een bommetje of zo, en daar dan weer een ufo met Mickey Mouse-oren boven, zodat het lijkt of Mickey die bom laat vallen. En niemand meer op de reclame let. 'Dan wordt het interessant', zegt Baschz.

Crackrock: 'We doen het puur omdat het leuk is. Humor en lol maken zijn belangrijk. Mensen moeten bijvoorbeeld zeggen: dit is de ziekste e-mail die ik ooit gehad heb.' Daarnaast de virus-gedachte. 'Gekkigheid onder de mensen brengen, een reactie uitlokken. Een zaadje in hun hoofden planten en hopen dat het gaat groeien. Reclame móet je aanpakken.' Het waarom is van later zorg. Baschz: 'Je gebruikt de onderwerpen en de middelen van de massamedia, en daar speel je mee. Later kom je er wel achter waarom je iets zo hebt gedaan.'

Dergelijke projecten betaal je met inkomsten uit andere activiteiten. Zo overleeft Baschz dankzij ontwerpopdrachten voor een internetsite en had hij een tijdje een baan om gehandicapten in en uit de trein te helpen. 'Zo veel gehandicapten komen er niet in Eindhoven. Dus ik kon goed overleven en tegelijk mijn eigen ding doen.' Crack rock leefde vooral van de 'hussle'. 'Ik woon in een kraakpand, organiseer feesten of geef cassettes uit. Daarmee verdien je dan geld.'

De Betamaxxxers bewonen een universum dat zich parallel heeft ontwikkeld aan de platte wereld van Yorin, Starmaker, Kane en loungen. Een onbenoembaar, ongrijpbaar en eigenzinnig universum met als voornaamste gemene deler dat alle bewoners er hun 'eigen ding' doen. Dat kan van alles zijn, zolang het maar met de popcultuur te maken heeft: posters, graffiti, stickers, T-shirts, strips, muziek, architectuur, internet, skateboards, dj'en, vj'en. Liefst meer dingen tegelijk.

Het idee van 'je eigen ding doen' leunt op de hoogtijdagen van punk, toen het do-it-yourself in zwang kwam: eigen blaadjes, eigen platenlabels, eigen cafés, eigen clubs. Maar het grote verschil met de eerste helft van de jaren tachtig is dat het heftige politieke element vrijwel uitgebannen is. De nieuwe generatie eigendingers heeft geen be zwaar tegen commerciële opdrachten en heeft er geen behoefte aan zich buiten de maatschappij te plaatsen en somberend in het zwart op legerkistjes rond te sjouwen.

Ook zijn er lijnen naar de Situationisten van eind jaren vijftig. Die profileerden zich in een tijd dat de maatschappij was verdeeld in acteurs en toeschouwers, in producenten en consumenten. Een maatschappij met een economie die draaide op illusies en het produceren van 'pseudo-noodzakelijke' goederen. Net als nu.

De Situationisten streefden naar het opheffen van het onderscheid tussen kunst en cultuur en het dagelijkse leven. Ze wilden de verbeelding aan de macht. Iedereen kan kunstenaar zijn. Ze pleegden interventies in de openbare ruimte. Ze verfoeiden werk en verveling, en trachtten de wereld in een ander perspectief te zetten, door er een draai aan te geven. Zo kon je de valse illusies uit die symbolen verdrijven. Net als nu.

Iedere Nederlandse stad heeft wel een clubje eigendingers. In sommige steden zijn die groepen opvallender dan in andere. In Groningen gedijt het eigen ding dankzij de relatieve isolering. Hier is alles nog niet hopeloos versnipperd, zoals in de Randstad. Hier worden dankzij de platenzaken Elpee en Platenworm en undergroundclub Vera bands beroemd die in de rest van Nederland nauwelijks publiek trekken. Zo was Nirvana in Groningen al vermaard toen Am ster dam nog lag te dutten. De gratis Vera-krant, vol nieuws en recensies van uiterst obscure bands, is 'een instituut'. Soms loopt Groningen voor op Londen of Los Angeles.

Nergens worden die Groningse eigendingers treffender en humoristischer verbeeld als in de strips van Barbara Stok (31). Lokale beroemdheden, zoals de langharige Pieter van de Platenworm, spelen een hoofdrol in haar verhalen. De strips zijn autobiografisch, met Barbara als onzekere hoofdpersoon, drummer in een punkgroep (ze zit in de Hockeyrokjes en in de Straaljagers), zoekend naar een houvast in een wereld van bandjes, vriendjes, voetbal en verveling.

Ze had een blauwe maandag een baantje als journalist/fotograaf voor een huis-aan-huis krant. 'Maar ik kon niet tegen dat veertig uur per week werken', vertelt ze nadat ze thee voor ons heeft gezet. 'Elke dag op dezelfde tijd opstaan, collega's die je niet hebt uitgekozen. Vreselijk. Ik hoefde eigenlijk niet zo nodig te werken, en dacht: als die mensen die tegen hun zin werkloos zijn nou wel willen en ik kap ermee, dan is iedereen blij.'

Toen is ze strips gaan tekenen. De eerste ging over een avond in Vera. 'Ik was 20 toen ik daar voor het eerst kwam. Mijn eerste gedachte: wat zijn de mensen hier oud! Een hele geruststelling. Ik kon nog jaren mee. Het is een soort stamkroeg. Het is ook leuk om naast mensen te staan als er een band speelt. Dan hoef je niet te praten. In die eerste strip wilde ik de sfeer weergeven van een gezellige avond. Mensen reageerden heel enthousiast. Zelf dacht ik: yeah!'

Yeah! was ook de reactie van uitgever Vic van Reijt, die een van Barbara's in eigen beheer uitgegeven boekjes had aangeschaft. Vorig jaar verscheen bij Nijgh & Van Ditmar Sex, drugs & strips, waarvan er al zo'n tweeduizend zijn verkocht. Barbara heeft inmiddels ook commerciële opdrachten gekregen, onder meer voor de Rabobank.

In levenden lijve lijkt ze op de stripfiguur: lang, mager, lang haar, grappig, ontwapenend, in een spijkerbroek en een kapotte trui. Lachend: 'Ik denk dat Groningers de slechtst geklede mensen van Europa zijn. Heel leuk! Dat is een teken van innerlijke kracht. Geen uiterlijk vertoon nodig hebben om je goed te voelen.'

Voor het interview heeft ze ook zanger/schrijver/journalist Mein dert Talma (32) uitgenodigd, een 'eigendinggeestverwant', die ze sinds 1995 kent uit, waar anders, Vera. Meindert tegen Barbara: 'Na een optreden van mijn band zijn we toen toch aan de praat geraakt? Mijn vierde single was net uit. Ik was nog maar net bezig met mijn eigen ding. Jij had het erover een single te willen opnemen. Je deed een beetje vaag.'

Barbara. 'Ach ja, je kent elkaar van gezicht.'

Het gesprek komt op engagement. Meindert: 'Ik heb geen boodschap. Ik zet de dingen neer, zonder waardeoordeel. Ik roep geen fucking dit of fucking dat. Ik heb wel een keer een liedje gemaakt over een vrije boer die zijn eigen ding deed en werd dwarsgezeten door ambtenaren.'

Barbara: 'Met die antiglobalisten voel ik me wel erg verbonden. Ik heb er gisteren een programma over gezien. Dan denk ik wow! Ze gingen echt heel erg op de punten in. Ik interesseer me de laatste tijd steeds meer voor dat soort onderwerpen en daardoor krijg ik automatisch ideeën om er strips over te maken. Zeker na 11 september. Ik had meteen sterk de behoefte om erover te tekenen, ook al wist ik niet precies wat en hoe. Ik kreeg zo veel verschillende gedachten en gevoelens tegelijkertijd, dat ik daarvan niet meteen kaas kon maken.

'Het zit nu in mijn hoofd te broeien. De globalisering van de economie, de haat tegen Amerika, de bombardementen. Ik hoorde laatst op de televisie een minister zeggen dat gebruik van de clusterbom niet in strijd is met de humanitaire regels. Met andere woorden: we zijn ôhumanitair aan het bombarderenô. Ik denk dat ik daarover een strip ga maken.'

Het eigen ding is als een onzichtbaar netwerk, als een virus dat zich verspreid via in eigen beheer uitgegeven blaadjes en internet. Televisie en radio zijn volstrekt oninteressant geworden. Barbara: 'Ik luister allang niet meer naar muziek op de radio. Dat is te erg. Maar internet biedt mogelijkheden. Hier heb je bijvoorbeeld Nautic Radio (www.nauticradio.net).'

Chaos en toeval maken het leven voor een eigendinger spannend. Zo heeft Meindert gelijkgestemden gevonden in Tilburg. En Barbara stuitte via een website op het Rotterdamse meidenpunktrio The Riplets. 'Ze hebben mij hun single gestuurd en ik nu ga een tekening maken voor hun nieuwe plaat.'

The Riplets zijn op hun beurt weer terug te vinden in het boek Hard Pop, dat dit voorjaar in eigen beheer werd uitgegeven door de Rotterdamse Showroom mama. In Hard Pop - harde witte kaft, zwarte letters, 15 gulden - mochten 45 hedendaagse binnen- en buitenlandse kunstenaars twee bladzijden vullen. 'Het boek is het bevroren moment van een netwerk', zegt mama's Boris van Berkum in de Showroom aan de Witte de Withstraat, een galerie en ontmoetingsplek voor jonge kunstenaars. 'Het boek vertelt het verhaal van de radicalisering van de popcultuur.'

Dat verhaal begon volgens hem in 1997. Goed tactisch gekozen, de 7 is mythisch; '67 had hippiedom, '77 punk, '87 house. En '97 werd dus met terugwerkende kracht het jaar dat er weer iets nieuws ontstond: Hard Pop.

De naam komt uit Eindhoven, is na het zien van de ufo-met-Mickey-Mouse-oren-stickers bedacht door het architectenechtpaar Marc (32) en Nicole (31) Maurer. Ze noemen zich Maurer United Architects (mua) en symboliseren de zelfverzekerde en technologische kant van de eigendingers. Ze organiseren tentoonstellingen, hebben een T-shirt-lijn, ontwerpen skate-arena's, graffitipaviljoens en hun werk is ook in Hard Pop te bewonderen. Ze hebben succes onder hun eigen voorwaarden, puur eigen ding.

Terug naar Eindhoven dus.

Urenlang praten de Maurers over hun werk en ideeën. In het begin een beetje afhoudend, maar steeds enthousiaster. Ze printen hun cv uit, dat oogt als de wenteltrap naar internationale roem: vier prijzen (twee in Duitsland, een in Canada), drie prijsnominaties, zeven beurzen en stipendia, bijdragen aan vier boeken, drie mua-tentoonstellingen en deelname aan 23 groepstentoonstellingen.

Ze vertellen hoe ze de prijsvraag van de Stichting Cultuur en Inno vatie Nederland wonnen op het onderdeel 'cultuur'. 'Ons voorstel was die prijs van een ton te gebruiken voor de zelfpromotie van het ontwerpteam Delta-Maurer-Zedz. We wonnen en zijn met het geld een T-shirt-lijn begonnen op het internet. Dat liep als een trein, met orders uit Japan en Australië. We hebben hem tijdelijk moeten stilleggen.'

Popcultuur speelt een hoofdrol in hun werk. Nicole gebruikt mode als basis voor haar architectonische ontwerpen. Via het internetmagazine Accessorize (http://maurer.nl/accessorize) zet ze haar visie op de relatie tussen mode en architectuur uiteen. 'Van oudsher heeft architectuur te maken met bekleding en bescherming', zegt ze.

Marc laat zich bij zijn ontwerpen beïnvloeden door hiphop: sampling, scratchen en graffiti. De gedachte is dat onderdelen van een gebouw vergelijkbaar zijn met onderdelen van een hiphop-compositie, een muur wordt bijvoorbeeld een loop.

Archetypische voorbeelden van mua-werk zijn de deconstructivistische driedimensionale ontwerpen die het duo heeft gemaakt samen met graffiti-kunstenaar Delta, en het houten model voor een skatering, die binnenkort wordt gerealiseerd in een voormalige vliegtuighangar.

In september hebben de Maurers in de Eindhovense culturele instelling Mu Playtime een tentoonstelling van en over mua georganiseerd, waarbij ze onder meer samenwerkten met Boris van Berkum van mama en graffiti-kunstenaars Zedz en Delta. 'We willen buiten de vaste hokjes werken. Wat we doen zit heel tegenstrijdig in elkaar, maar is toch heel consequent. We spelen met de regels en proberen die naar eigen hand te zetten', zegt Nicole.

Marc: 'Wij zijn heel erg getraind in ons eigen ding doen en tegelijk tegemoet te komen aan de eisen van de opdrachtgever. We hoeven niet tegen hokjes te schoppen, daarvoor zijn we veel te lief. Maar we springen er wel overheen.'

We lopen van Mu naar het mua-kantoor, langs billboards die zijn ontkracht door Betamaxxx-stickers. 'Ik wilde nooit voor andere architecten gaan werken', vervolgt Marc. 'Ik wilde het zelf doen, mijn eigen naam eronder, klaar. Niet beginnen met een dakkapelletje in een dorp en dan uiteindelijk het museum in hetzelfde dorp. We hebben allebei een deeltijdaanstelling op het gebied van onderwijs en onderzoek. Verder geven we workshops, lezingen en leveren advies. Intussen kunnen we heel erg ons eigen ding doen, meedoen aan prijsvragen,

opdrachten voor derden realiseren en naamsbekendheid opbouwen. Do it yourself.'

Nicole: 'Vooral niet doen wat je gezegd wordt. Dat motiveert niet. Als het uit jezelf komt, wordt het product beter.'

De Maurers stralen zelfverzekerdheid uit. Voor twijfel moet je in Rotterdam zijn.

Een uit 1977 daterende cd van de experimentele Britse punkgroep Wire schalt door een ruimte van het voormalig gemeentearchief. Heel veel lege ruimte, met aan het eind de bureaus en zoemende computers van Rufus (25, grafisch vormgever) en Gyz (25, kunstacademie, modevormgeving), de HuMobisten. De naam is een verbastering van het door de Amerikaanse schrijver William S. Burroughs bedachte concept 'mobist', mind your own business. Het door Gyz en Rufus toegevoegde Hu staat voor humor.

Zo er sprake is van een eigendingbeweging, dan wordt die door de HuMobisten het best verbeeld. Ook zij zijn op vele fronten bezig (mode, muziek, ontwerp, skateboarden, dj'en, vj'en) en verdienen hun geld met commerciële activiteiten. Maar ze werken gerichter en doordachter dan Betamaxxx; hun werk is minder aan de regio gerelateerd dan dat van Bar ba ra en Meindert; en ze zijn geëngageerder dan de architecten van mua. 'Ik voel me heel maatschappelijk betrokken', beaamt Gyz. 'Ik vind me meer guerrilla, op een heel minimalistische manier', zegt Rufus. 'Maar ik vind het ook mooi om ooit grote porseleinen gnoes te maken, die ik in een droom zag.'

Net als bij Betamaxxx laat het werk van de HuMobisten zich moeilijk beschrijven. Ze komen uit de skatepunk-scene, begonnen hun samenwerking in juni 2000 bij de afstudeertentoonstelling van Gyz in mama en organiseren sindsdien acties rond de Situa tio nis tische slogan 'Iedereen kan...'. Voor de tweede, 'Iedereen kan communiceren', liepen ze tijdens het September in Rotterdam-festival als stommen door de stad, gehuld in rode pakken, met stofkapjes voor de mond, kaarten uitdelend aan passanten. 'Vier uur lang hebben we onze bek gehouden', zegt Gyz. 'Sommige mensen verscheurden onze kaarten. Die dachten dat we van een sekte waren.'

De vierde actie heette Everybody can stop a riot en is vereeuwigd in Hard Pop: Gyz en Rufus met snorren, in me-outfit, met wapenstok. Gyz: 'Je had toen de demonstraties in Seattle en Praag. Dat was toen hot news. Daarvan hebben wij onze versie gemaakt.' Rufus: 'Onze hypothese is dat die multinationals met een druk op de knop de me paraat kunnen hebben. Dan zou het eerlijker zijn als er bijvoorbeeld Nike-me op hun pakken stond.'

Het engagement van de HuMobisten gaat verder dan demonstrantenkretologie als Fuck capitalism. Rufus schetst het dilemma van de antiglobalist. Je loopt op Nikes, koopt je elektronische apparatuur bij de Media Markt en doet je eco-boodschappen bij Albert Heijn, allemaal bedrijven die je diep in je hart verfoeit. Gyz heeft daar de uitdrukking 'genieten in schaamte' voor bedacht.

Het fascineert en irriteert, zegt Rufus. Als hij in een nieuwe stad komt en er is een Nike-town, gaat hij altijd even kijken. 'Het is toch imposant om te zien', beaamt Gyz. 'Ook zo'n Sony Center in Berlijn. Daar kan ik het mooie wel van inzien. Je hebt kritiek, maar je hebt die pleurismaatschappij ook nodig. Als je je eraan onttrekt word je een soort zigeuner.'

De HuMobisten putten uit alle mogelijke bronnen. Ook hier weer toeval en chaos. Teletekst is 'tof' voor het nieuws. Via skatevideo's kwamen ze op klassieke muziek, via het Amerikaanse tijdschrift Punk Planet op alternatieve literatuur. Rufus staat op en komt terug met een stukgelezen boek waarvan hij erg onder de indruk was: A People's History of the United States; 1492 - present van de Amerikaanse historicus Howard Zinn. 'Die beschrijft de Amerikaanse geschiedenis vanuit de underdog, en ook nog eens in duidelijke taal. Die man heeft het helemaal begrepen.'

De acties als HuMobisten geven Rufus en Gyz de mogelijkheid de verwarring aan de kaak te stellen, vragen te stellen. Ze lokken discussie uit, krijgen respons. De acties zijn slim en humorvol, zoals de T-shirts die ze als reactie op de antiglobaliseringsdemonstraties hebben ontworpen, waar hele volksstammen nu ineens Che Guevara T-shirts dragen. Van een afstand lijken het gewone Che-shirts, van dichtbij zie je dat het afbeeldingen van Gyz en Rufus zijn. Het onderschrift: 'The Revolution will be merchandised'. Goede, geslaagde actie. Heerlijk ironisch ook. Want zonder die voor de eigendingers zo kenmerkende ironie wordt het 'saai en predikend'. 'Dan lijk je op van die socialisten', zegt Gyz. 'Dat moet je ook niet hebben.'

Toch knaagt er iets. Het gaat allemaal net iets te makkelijk. Het is allemaal net iets te vrijblijvend. Na tien HuMobisten-acties een HuMobisten-boekje. En dan? Is dat, een boekje, waarin al die passie zich uiteindelijk sublimeert? Pratend over Burroughs die zijn vrouw een kogel door het hoofd joeg, zegt Rufus: 'Dat ga je niet romantiseren, maar dat mis ik wel in onze generatie, dat soort avonturiers. Deze generatie heeft een gezapigheid die je nooit eerder zag. Ik mis cafés waar dertig schrijvers bij elkaar komen, uren over literatuur praten, er een wordt neergestoken, en de rest vervolgens dronken uit de zaak komt rollen.'

De cd van Wire is afgelopen. Het gezoem van de computers vult de leegte. En Rufus raakt de kern van de paradox: 'Die gezapigheid heeft onder andere te maken met de individualisering van de jaren negentig. Iedereen denkt: wat de ander doet, moet hij weten, ik doe gewoon m'n ding.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden