'De Egyptische jeugd is ontgoocheld'

De jongeren op het Tahrir-plein in Caïro hadden genoeg van 'het vreselijke leven van alledag' en een revolutie was daarom onvermijdelijk, zegt de auteur Tarek Osman. 'De verrassing was dat het al gebeurde tijdens Mubaraks leven.'

'Brood!', zegt Tarek Osman opeens, terwijl hij tijdens de buitengewoon smakelijke maaltijd een stuk van het platte Egyptische brood scheurt.


'Heel interessant, brood! Het woord voor brood is 'aysh', maar dat betekent in Egyptisch dialect ook 'leven'. Wij stellen brood dus gelijk aan leven. De belangrijkste god in de Egyptische mythologie was Osiris. Hij was de god van de vruchtbaarheid. De boeren geloofden dat hij hen water gaf uit de heilige rivier, dat hij hen land gaf. Egypte was een land van boeren, en nog altijd is landbouw ongelooflijk belangrijk. Maar kijk eens waar we nu staan! We importeren 60 procent van ons graan, van ons 'leven'. De grootste importeur van graan ter wereld is dit land.'


Schrijver en analist Tarek Osman (35) ten voeten uit: altijd oog voor sociaal-economische factoren. Het is een benadering die - in tijden van omwenteling en ideologische scherpslijperij - niet alleen inzicht biedt, maar ook een zekere rust. Het maakt de grote lijnen zichtbaar in de hectische maalstroom.


Osman maakte naam met zijn boek Egypt on the Brink, dat eind vorig jaar uitkwam en net in Nederlandse vertaling is verschenen. Het boek - en het spectaculaire nieuws uit zijn land - voerde hem meer dan ooit naar tv-studio's voor interviews en zalen voor spreekbeurten, zoals dinsdag Lux in Nijmegen en woensdag Felix Meritis in Amsterdam. Het maakte zijn toch al internationale levenswijze - Osman woont afwisselend in Caïro en Londen - nog kosmopolitischer.


Het interview vindt plaats in restaurant Sequoia, op het noordelijk puntje van Zamalek, het eiland in de Nijl, hartje Caïro.


Net als in zijn boek springt hij al pratend met gemak heen en weer tussen episoden in de geschiedenis van Egypte, vooral de afgelopen negentig jaar. Dat is de periode waarin de Egyptische samenleving drie grote 'mislukkingen' beleefde, politieke projecten die aanvankelijk stonden voor optimisme, maar na verloop van tijd stagneerden. Deze trits mislukkingen verklaart veel van wat zich begin dit jaar afspeelde op het Tahrirplein.


Experimenten

Experiment 1: het liberalisme van de eerste helft van de 20ste eeuw, Europees gericht, elitair, met parlementaire democratie en al. Mislukt.


Experiment 2, vanaf 1952: het Arabisch nationalisme onder president Nasser. Mislukt.


Experiment 3: restauratie van het kapitalisme onder president Mubarak, met Egypte als partner in de Amerikaanse alliantie voor het Midden-Oosten. Ook dat is mislukt.


'Dus de Egyptische jeugd van nu leeft dat vreselijke leven van alledag, ze heeft niets om in te geloven. De erfenis van de afgelopen eeuw is mislukking na mislukking na mislukking. Dat is droevig en pijnlijk. Als je met jongeren praat, merk je dat ze ontgoocheld zijn, ze geloven nergens in, afgezien van religie.'


De toestand was daarom onhoudbaar, zegt Osman, ook al gezien de demografie, de explosieve groei van het aantal jongeren. De volksopstand was onvermijdelijk. 'De verrassing was dat het al gebeurde tijdens Mubaraks leven.'


De onvermijdelijkheid verklaart hij uit het afbrokkelen van de legitimiteit van het regime, de afgelopen tien jaar. 'De lagere middenklasse wist voorheen dat, ondanks de corruptie en ondanks alle privileges van de generaals, de militairen toch min of meer aan haar kant stond.'


Sinds 1952 had dat leger het land geregeerd. Presidenten vertegenwoordigden het leger. Dat veranderde door de opkomst van een klasse van hyperkapitalisten, van wie Mubaraks zoon Gamal het boegbeeld was. 'Voor de eerste keer in zestig jaar streefde, in 2003, de particuliere sector de staat voorbij als de grootste werkgever', stelt Osman vast.


'Door de opkomst van de liberale kapitalisten werd het leger grotendeels opzij geschoven. Dat heeft de rol van de president veranderd. Het regime koos de afgelopen tien jaar zeer duidelijk de kant van de rijken, de zeer rijken, en niet langer van de lagere middenklasse.' Dat, meent Osman, deed Mubarak de das om.


Die lagere middenklasse becijfert hij op bijna 30 miljoen mensen, de groep net boven de extreem armen. 'Zij kunnen net aan rondkomen, maar kunnen zich geen enkele luxe veroorloven. Dat segment van de bevolking wist vijftig jaar lang dat, ondanks alle vreselijke dingen die het regime deed, dat regime toch voor ze zorgde, sociaal gezien.'


Dat wat betreft het grote plaatje van de revolutie. Als Osman vervolgens inzoomt op de adembenemende opeenvolging van gebeurtenissen eind januari, begin februari, ziet hij drie fasen in de volksopstand. Tijdens de eerste paar dagen waren het jongeren, zegt hij, voor het merendeel liberaal, die hun frustratie wilden uiten. 'Ze waren er niet per se op uit het regime omver te werpen. Maar de autoriteiten reageerden erg gewelddadig, niet erg intelligent.


'Toen gebeurde er iets heel dramatisch. De middenklasse begon zijn steun uit te spreken voor deze jongeren op het Tahrirplein en in Alexandrië. Dat deed het dubbeltje vallen. Heel snel kreeg de beweging de steun van miljoenen mensen.


'De derde fase was wat gebeurde in de Moslimbroederschap. Dat was van cruciaal belang. Er was een verhit debat onder de Moslimbroeders. Enerzijds leiders die niet beseften wat er speelde, anderzijds jonge leden die zagen wat er gebeurde op het Tahrirplein, die wilden meedoen met hun volle gewicht. Zij zeiden: wij willen hetzelfde als de anderen, wij willen ook democratie. Niemand kwam met 'de islam' als de oplossing. Alleen: wij willen vrijheid.'


En opeens doken, vanaf april, 'de salafisten' op in de berichtgeving over Egypte. Osman is er niet bijster van onder de indruk. Het salafisme is - anders dan de Moslimbroederschap - geen organisatie, zegt hij. 'Het is een stroming die gelooft in één simpel ding: onze maatschappij moet zijn zoals ten tijde van Mohammed. In plaats van naar de toekomst of naar het heden, kijken ze naar het verleden.


'De salafisten zijn extreem verdeeld. Ze hebben geen talent, ze hebben geen slimme leiders, zoals de Moslimbroederschap. In mijn ogen is hun verhaal niet echt relevant voor Egypte. Veel mensen zien hen als een enorme dreiging. Maar op de langere termijn zijn ze niet belangrijk. Hun ideeën staan ver af van de Egyptische samenleving.'


Moslimbroeders

De ideeën van de Moslimbroeders daarentegen staan heel dicht bij de samenleving, volgens Osman, zelf volstrekt geen aanhanger. 'Hun referentiekader is islamitisch, maar hun retoriek is tolerant, en uiterst relevant voor de huidige staat van het land. Hun retoriek is gebaseerd op de ervaring van Egyptenaren, niet geïmporteerd uit het Golfgebied. Ze zijn zeer representatief voor grote delen van de samenleving.'


Osman betwijfelt of de Moslimbroeders een meerderheid zullen halen in het parlement. Ze worden groot, niet meer, niet minder. Hun ambitie is vooralsnog beperkt, denkt hij: een serieuze rol spelen in het parlement.


En de tijd van georganiseerde eendracht in de politieke islam is volgens Osman voorbij. 'We zullen tegenstellingen en splitsingen zien. De Broederschap is niet zeer coherent, verre van dat. Nieuwe breuklijnen worden zichtbaar. Jong versus oud. Rijk versus arm. Erg conservatief versus betrekkelijk liberaal. Er is een krachtige stroming onder de Moslimbroeders die zegt: we moeten heel kalm aan doen, we moeten de samenleving niet afschrikken.'


Zie ook zaterdag Boeken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden