De eeuwige student heeft recht op zijn eigen academie

In het kennisdebat, dat maandag officieel wordt afgesloten, ligt de nadruk op kennis waarmee geld kan worden verdiend. De kennismaatschappij is vooral een kenniseconomie....

HET kennisdebat dat het ministerie van Onderwijs afgelopen jaar initieerde, raast voort naar zijn conclusie op 17 maart. Ook al is het geen echt debat geworden, het staat vast dat niemand meer om de betekenis van kennis heen kan. En zo hoort het, want de samenleving zal in de toekomst steeds meer om kennis draaien.

De bijdragen aan het debat maken echter duidelijk dat men nog niet is doordrongen van de specifieke eisen die een kennissamenleving aan de kennisinstellingen stelt. Behoudzucht is troef. Het grootst is zij bij degenen die de bestaande kennisinstellingen bevolken. Of het nu om de onderwijsinstellingen gaat, om musea, kunstacademies, bibliotheken of om kerken: iedereen is druk doende de bestaande missie veilig te stellen.

In het wetenschappelijk onderzoek zien we een grote verspilling als gevolg van te veel onderzoek dat alleen voor een kleine kring van ingewijden van belang is. Voor de geïnteresseerde leek is er daarentegen weinig te halen aan de universiteit. Ondertussen doen de belanghebbenden er alles aan om verworven posities te consolideren en meer geld voor de eigen onderzoeksgebieden binnen te slepen.

De universiteiten missen hun missie niet alleen in het onderzoek; miljoenen guldens gaan naar het wetenschappelijk onderwijs voor veelal weinig geïnteresseerde studenten die zich vooral zorgen maken om een baan.

Uit lijfsbehoud bieden de wetenschappers steeds meer gespecialiseerde 'opleidingen' en 'studies' aan, want dat willen die zenuwachtige studenten. En dat terwijl de kennissamenleving niet zit te wachten op praktische kennis die na een paar jaar weer is verouderd. De overgrote meerderheid van de afgestudeerden is na een paar jaar niet meer werkzaam op het vakgebied waarin ze zijn afgestudeerd.

Het wetenschappelijk onderwijs in de kundes en specialismes is dan ook een gigantische verspilling van ons geld. De moderne onderwijsmethoden die nu toegepast worden, met gestandaardiseerde lesprogramma's en toetsen, doen afbreuk aan het opwekken van nieuwsgierigheid, het aanzetten tot kritisch denken, of het ontwikkelen van reflexieve vaardigheden.

Waar het om gaat, is de vorming van wat A.C. Zijderveld, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit, disciplinair getrainde generalisten noemt. Wat studenten in de eerste fase studeren, is minder belangrijk dan hoe.

In de Verenigde Staten, het walhalla van het materialisme, weet men dit allang. De betere universiteiten aldaar verbannen de kundes en specialistische opleidingen uit de eerste fase, in de wetenschap dat het bedrijfsleven vooral goed nadenkende mensen wil. Navraag bij personeelsmanagers leert dat dit inzicht nu ook tot het Nederlandse bedrijfsleven is doorgedrongen. De Nederlandse universiteiten lopen in dit opzicht hopeloos achter.

De aandacht is te veel gefixeerd op economische kennis, kennis waarmee te verdienen valt. Vaak bedoelt men met de term kennismaatschappij feitelijk een kenniseconomie. Dergelijke economische kennis is vanzelfsprekend belangrijk, maar een normaal mens heeft meer nodig.

Hoe gemakkelijk men dat begrijpt, bleek uit de snelheid waarmee onlangs het begrip 'emotionele intelligentie' ingeburgerd raakte. Verder zien we alom aandacht voor sociale vermogens, voor de vermogens die ons in staat stellen zinvolle relaties aan te knopen.

Wij willen een stap verder gaan door aandacht te vragen voor culturele kennis. Daarmee doelen wij op het vermogen tot verwondering, zingeving en creativiteit.

Culturele kennis stelt ons in staat geïnspireerd te raken door een schilderij, een film of gewoon door wat we om ons heen zien; het is de kennis die maakt dat wij kunnen omgaan met vragen over leven en dood. Denk maar aan kennis van ons cultureel erfgoed, religieuze kennis, kennis van kunst en literatuur, of welke kennis dan ook die zingevend is.

In de utilitaire, economische cultuur van vandaag is de belangstelling voor dit soort kennis marginaal. Dat blijkt ook weer in het kennisdebat waar cultuur een side-show is. Met veel pijn en moeite maakt de politiek een klein beetje ruimte voor cultuur en wellicht filosofie in het voortgezet onderwijs. Stom, stom, en kortzichtig ook.

De behoefte aan culturele kennis is schreeuwend. Vooral mensen in het bedrijfsleven lieten ons in een, weliswaar bescheiden, onderzoek weten behoefte te hebben aan momenten van reflectie. Wat de kennissamenleving nodig heeft, zijn instituties die structureel invulling geven aan de behoeften van een 'eeuwige student'.

Onze studie houdt niet op wanneer we 25 jaar oud zijn. Kennis vraagt om permanente zorg. Maar alle grote verhalen over het belang van éducation permanente ten spijt, blijven concrete initiatieven tot nog toe uit. Ouderen mogen voor veel geld in de collegebanken aanschuiven of zich inschrijven aan de Open Universiteit, maar die mogelijkheden zijn verre van ideaal.

Een goede plek voor de eeuwige student bestaat niet; de talloze opleidingsinstituten geven hoogstens tijdelijk soelaas. Wij stellen daarom de oprichting voor van een academie voor de eeuwige student. De academie leidt op tot niets specifieks; zij is geheel en al ingesteld op de wetenschappelijke en intellectuele nieuwsgierigheid van de deelnemers. Juist dat moet haar aantrekkingskracht zijn.

Intensieve bestudering van klassieke teksten zal een belangrijk onderdeel zijn van de studie aan de Academie. Verder zullen ook kunstenaars en vertegenwoordigers van uiteenlopende geestelijke stromingen een aandeel hebben in het curriculum.

De gedachte is dat inspiratie ontstaat wanneer we gedwongen worden onze gewoonlijke visie op de werkelijkheid prijs te geven; reflectie vraagt om langdurige afstand van de alledaagse beslommeringen.

De doelgroep is divers. Een huisvrouw die na jaren gemoederd te hebben weer wil gaan studeren is er even welkom als een leraar die op een middelbare school is uitgeblust, of een manager die op het punt staat zijn volgende carrièrestap te nemen.

Wij nodigen hen uit zich te komen laven aan de borst van de wetenschap, zichzelf en anderen die vragen te komen stellen die in het dagelijks leven wegens tijdgebrek niet aan bod komen. Voorwaarde is wel, dat de deelnemers excelleren in motivatie, nieuwsgierigheid, en intellectuele vermogens.

Onze stelling luidt kortom dat de wetenschap meer te bieden heeft.

Nieuw is ons initiatief niet, want in deze vorm bestond de academie al in de klassieke oudheid; later kwam ze weer tot leven in de renaissance. Pas in deze eeuw is de academie verworden is tot een onderwijs- en onderzoeksfabriek.

De klassieke academie stimuleerde serieuze gesprekken tussen geïnteresseerde leken en wetenschappers ter bevordering van de culturele kennis van iedereen. In die zin was zij uiteindelijk een instituut voor éducation permanente. De tijd is rijp voor de herleving van deze traditie. In de kennismaatschappij van de toekomst is iedere burger immers een eeuwige student.

Kunnen we het waarmaken? Onbetaalbaar is zo'n academie, roepen de critici, alleen haalbaar voor een kleine elite. Het is de kreet van de puur instrumentele denker. Natuurlijk zal het moeilijk zijn de baas van het belang van verlof voor een bezoek aan de academie te overtuigen; de academie is immers allesbehalve praktisch. Moeders, managers, juristen, journalisten moeten nu eenmaal veel opgeven om zich voor een aantal maanden aan echte studie te kunnen wijden.

Wat helpt is het groeiende besef van het belang van regulier studieverlof. Vele bedrijven, enkele ministeries en recentelijk nog de FNV zien dat belang inmiddels in. Sta eens stil bij de waanzin van de gedachte dat we op ons 25ste levensjaar uitgerust zouden zijn met alle nodige kennis, en dat we tot ons pensioen het geld dienen na te jagen zonder tijd voor reflectie.

Het zou merkwaardig zijn als de welvaart van onze maatschappij een langdurig studieverlof niet zou toelaten. Deze waanzin houden we niet langer meer vol. Het is daarom hoogste tijd dat we de bestaande instellingen op de helling zetten. Wat ons betreft moet het echte kennisdebat nog beginnen.

Arjo Klamer en Olav Velthuis zijn als econoom verbonden aan de vakgroep Kunst en Cultuurwetenschappen van de Erasmus Universiteit.

In het kader van het kennisdebat schreven zij een toekomstvisie: Kansen voor de eeuwige student.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden