Reconstructie

De eeuwenoude eikenhouten balken van de Notre-Dame zouden niet zo fel branden – maar dat deden ze wel

De torenspits van de Notre-Dame is volledig ingestort door de brand. Beeld AFP

Dat de twee kenmerkende klokkentorens van de Notre-Dame nog overeind staan, dankt Frankrijk aan het kordate optreden van de brandweer. Die werd pas gealarmeerd nadat het brandalarm in de kathedraal voor de tweede keer was afgegaan. De architect die het alarmsysteem liet aanleggen, ging er bovendien vanuit dat de houten dakconstructie niet snel zou afbranden.

Benjamin Mouton is verbijsterd. De oud-hoofdarchitect van de Notre-Dame, die tussen 2010 en 2013 verantwoordelijk was voor de aanleg van het alarmsysteem, kan er nog altijd niet over uit hoe de houten dakconstructie van de kathedraal zo snel in vlammen heeft kunnen opgegaan. ‘Het is volstrekt onbegrijpelijk’, zei hij tegen de New York Times. ‘Oud eikenhout hoort niet te branden als een lucifer’.

Maar dat deed het wel. De houten balken waar het dak van de kerk op steunt, stonden maandagavond binnen een mum van tijd in lichterlaaie. De brand ontstond vermoedelijk door kortsluiting in de elektriciteitsbedrading van de kathedraal. Dat zei een politieagent, die anoniem wil blijven, tegen persbureau AP. Er loopt een officieel onderzoek naar de oorzaak. 

Toen Mouton werd aangesteld als hoofdarchitect, was de installatie van een brandalarm en een evacuatieprotocol een van de eerste prioriteiten. Mouton kreeg daarbij hulp van Régis Prunet, een voormalig brandweerman die als brandveiligheidsadviseur werkte op het ministerie van Cultuur. Volgens Prunet was er voordien nauwelijks sprake van een brandprotocol. ‘Het was een van de eerste onderwerpen die ter sprake kwamen bij mijn aantreden’, aldus Mouton.

Niet automatisch

Het alarmsysteem dat Mouton en Prunet lieten installeren, geeft brandmeldingen niet automatisch door aan de brandweer. Zoals ook elders in Frankrijk de brandweer niet automatisch wordt gealarmeerd bij het afgaan van een brandalarm. Het brandveiligheidsplan ging uit van de aanname dat de eeuwenoude houten dakconstructie in het geval van een brand langzaam zou branden. Dat zou de beveiligingsmedewerkers van de kathedraal de tijd verschaffen zelf poolshoogte te nemen, alvorens zo nodig de brandweer in te schakelen.

Een verkeerde inschatting, moet Mouton nu erkennen. De eikenhouten balken in de nok van de kerk werden razendsnel door de vlammen in de as gelegd. Dat oud en dik eikenhout niet snel opbrandt, wil nog niet zeggen dat het vuur zich te midden van talloze houten balken niet snel kan verspreiden. De brandweer werd bovendien pas gealarmeerd nadat het alarm voor de tweede keer was afgegaan. 

Om 18.20 uur, vijf minuten na het begin van de mis van 18.15 uur, knippert een rood licht op het beeldscherm van de beveiligers van de Notre-Dame. Het signaal komt van een rookmelder. De beveiliger die poolshoogte neemt op de plek waar volgens het alarmsysteem iets abnormaals aan de hand is, komt onverrichter zake terug. Niets vreemds te zien.

Volgens Mouton is het protocol minutieus gevolgd. ‘De afspraak met de kerkelijke leiding was: als het alarm afgaat zonder reden, gaan we geen paniek veroorzaken bij de gelovigen die zich in de kerk bevinden’, zei hij tegen televisiezender Europe 1.

Pas als het brandalarm om 18.43 uur opnieuw afgaat, blijkt dat een deel van het dakwerk van de kathedraal in brand staat. Vermoed wordt dat een storing van het alarmsysteem ervoor heeft gezorgd dat de brandhaard in eerste instantie op de verkeerde plek op het beveiligingsbeeldscherm werd weergegeven.

Een halfuur

De kerkgangers worden geëvacueerd en de brandweer wordt alsnog gealarmeerd. Het is dan 18.51 uur – meer dan een halfuur nadat het alarm voor het eerst afging. 

‘Kathedraal Notre-Dame, brand ter hoogte van het dak’, luidt de melding die binnenkomt bij de Parijse brandweer. Binnen enkele minuten arriveren de eerste brandweerwagens op het plein voor de kerk. Kort na 19.00 uur zijn er al zo’n 400 brandweerlieden ter plaatse.

Bij aankomst verkeren de brandweermannen en -vrouwen nog in de veronderstelling dat ze de neogotische torenspits op het dak van de kathedraal kunnen redden. Maar een groot deel van de houten constructie waar het dak op steunt staat dan al in brand, aangewakkerd door de forse wind.

Ook de hoogte van de kerk werkt in het nadeel van de brandweer. De torenspits reikt tot 96 meter boven de grond, de muren van de kathedraal tot 43 meter. De hoogwerkers van de Parijse brandweer komen tot een hoogte van 30 meter. De 18 brandslangen die water vanuit de Seine naar het vuur pompen, hebben moeite de vlammen te bereiken.

Op de zolder van de kerk, waar de brandhaard zich ergens tussen de houten balken bevindt, zijn geen sprinklers. In tegenstelling tot in andere delen van de kathedraal zijn er ook geen brandwerende muren. Dat was een bewuste keuze. Het installeren van brandwerend materiaal zou de unieke houten dakconstructie ‘verminken’, aldus Mouton.

Cruciale beslissing

Kort na aankomst bij de Notre-Dame neemt de brandweerleiding een cruciale beslissing. De torenspits wordt als verloren beschouwd. In plaats daarvan richt de brandweer zich op het redden van de twee zo kenmerkende klokkentorens aan de voorkant van de kerk. Twintig brandweerlieden gaan met gevaar voor eigen leven met gasmaskers en brandslangen de torens in, om het vuur van binnenuit op afstand te houden.

Dat lukt. Iets voor elven wordt duidelijk dat de wereldberoemde torens gered zijn. Op het nippertje, blijkt de volgende dag. ‘Sinds vanochtend weten we dat het een kwartier, misschien een halfuur heeft gescheeld’, zegt staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Laurent Nunez de dag na de brand. Hadden de vlammen de torens bereikt, dan waren de klokken gesmolten, en had de draagconstructie van de torens het begeven. Als de brandweer de torens een halfuur later had betreden, stond er nu hoogstwaarschijnlijk helemaal geen Notre-Dame meer.

De Parijse burgemeester Anne Hidalgo sprak donderdag haar ‘eindeloze dankbaarheid’ en ‘eeuwige erkenning’ uit tegen de brandweermannen en -vrouwen die maandagavond van even voor zeven tot diep in de nacht tegen de vlammen streden. Hidalgo wil de brandweerlieden danken met het ereburgerschap van Parijs. Daar zullen weinigen het mee oneens zijn. Dankzij hen staan de beroemdste kerktorens van de wereld nog overeind.

Maar wat als de brandweer bij het eerste alarm automatisch was opgeroepen? Of als er permanent een aantal brandweerlieden bij de kathedraal zou zijn gestationeerd – zoals het geval is bij onder meer het Louvre en de Assemblée Nationale? ‘Dit had allemaal voorkomen kunnen worden met een modern alarmsysteem’, aldus Guillaume Poitrinal, de voorzitter van de Franse Erfgoedstichting.

Sommige Franse commentatoren verbazen zich over het feit dat het ministerie van Cultuur vooralsnog nauwelijks verantwoordelijk wordt gehouden voor de ramp. ‘Noch de Tweede Kamer, noch de Eerste Kamer heeft aangedrongen op een parlementaire enquête naar de bezuinigingen op het ministerie van Cultuur’, schreef commentator Guillaume Perrault in Le Figaro. ‘Niet één partij roept om het aftreden van de minister. Als de abdij van Westminster zou afbranden, zou de verantwoordelijke minister zonder twijfel onmiddellijk zijn functie neerleggen.’

Bij de Notre-Dame ligt verval al eeuwen op de loer

De Notre-Dame verkeerde al lange tijd in slechte staat. Dat was niet voor het eerst. Begin 19de eeuw overwoog de gemeente de eeuwenoude kathedraal zelfs te slopen. De ommekeer kwam met de publicatie van het beroemde boek De klokkenluider van de Notre-Dame.

Frankrijk rouwt om de brand in de Notre-Dame, en de rampspoed lijkt de Fransen te verenigen. Zo voelen ze dat ook in die andere, minder bekende Parijse kerk: de Saint-Sulpice. ‘Of je nu religieus bent of niet, zoiets raakt iedereen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden