De eerste Syriërs durven het aan terug te keren: 'Toen we mijn dorp binnenreden, kon ik alleen maar huilen'

Nu het oorlogsgeweld is geluwd en het IS-kalifaat ten einde, gaan Syrische Nederlanders terug voor familiebezoek. Dat zijn niet de Syriërs die recentelijk zijn gevlucht, maar vaak Assad-aanhangers die al langer in Nederland wonen.

Gina en George in Tartous.

Machteloos. Zo voelden de meeste Nederlandse Syriërs zich de afgelopen acht jaar. Terwijl een moordzuchtige oorlog over hun thuisland raasde, moesten ze op afstand toezien hoe hun familie en vrienden in gevaar verkeerden. Nog altijd is het niet veilig in Syrië, maar nu het oorlogsgeweld is gaan liggen en het IS-kalifaat verleden tijd is, wagen steeds meer Syriërs in Nederland het erop: ze keren terug. Om hun familie en vrienden eindelijk weer in de armen te sluiten. En om samen te rouwen om hetgeen er niet meer is.

Gina Ghazze-Andraws (40) en George Andraws (42) staken vorig jaar april vanuit Libanon de grens met Syrië over. Een emotioneel weerzien. 'Je komt terug in jouw land waar jaren oorlog is geweest. Wat ga je zien? Daar hebben we het vooraf samen veel over gehad', zegt George aan de keukentafel in Groningen, waar hij al ruim twintig jaar met zijn vrouw en hun drie kinderen woont. Op de achtergrond prijkt de Syrische driekleur in de vorm van een sjaal. Of hij niet bang was? 'Het is goed om de grens van angst over te gaan', antwoordt hij met uitgestreken gezicht. Op fellere toon: 'We zagen het als onze plicht om terug te gaan, om steun te geven aan ons land.' Gina was huiveriger. 'Het was voor mij een grote stap om naar Syrië af te reizen', zegt ze. Vooral omwille van de kinderen, die achterbleven in Nederland. 'Ik was de hele tijd bang. Daarom zijn we bewust dicht bij de grens gebleven, zodat we snel weg konden als er iets zou gebeuren.'

De tekst gaat verder onder de kaart.

Christenen

Gina en George maken onderdeel uit van de Syrisch-orthodoxe gemeenschap, die in Nederland ongeveer 25 duizend leden telt. De eerste leden kwamen in de jaren zeventig als gastarbeiders. Later - in de jaren negentig - volgden de politieke vluchtelingen. Als christenen voelden ze zich niet langer veilig tussen de overwegend uit moslims bestaande bevolking. Anders dan Syriërs die recentelijk naar Nederland zijn gevlucht, bestaat deze groep voornamelijk uit aanhangers van de Syrische president Assad. De oorlog heeft zijn heldenstatus alleen maar vergroot: Assad is in hun ogen de man die minderheden beschermt en moslimextremisme uitbant.

Niet toevallig is het juist deze groep die nu terugkeert; ze worden in regeringsgebied met open armen ontvangen.

Sinds de boycot van 2012 is het niet meer mogelijk om vanuit Europa naar Damascus te vliegen. Vliegen via Teheran kan wel, maar die route is duur en omslachtig. Makkelijker is het om naar Libanon af te reizen. Op vertoon van hun Syrische paspoort kunnen Syrische Nederlanders vier grensovergangen oversteken die toegang bieden tot steden als Damascus, Homs, Tartous en Latakia, waar het relatief veilig is.

Omdat Syrische Nederlanders geen visum aan hoeven vragen, is via de ambassade in Brussel niet te achterhalen hoeveel terugkeerders er zijn. Dat het er veel zijn, daar twijfelt niemand binnen de gemeenschap over. 'Het is de laatste tijd nogal een ding', zegt iemand die anoniem wil blijven. 'Er worden heel wat familieruzies over uitgevochten.' Dat het onderwerp gevoelig ligt blijkt wel uit het feit dat bijna niemand openlijk zijn verhaal wil doen. Ze stuiten op onbegrip van Nederlandse vrienden en collega's, maar ook de eigen familie reageert lang niet altijd positief op een bezoek aan het land van herkomst. 'Mijn kinderen waren boos', zegt een vrouw die we Hala zullen noemen. 'Ze waren bang dat ze mij zouden verliezen.' Hala - overigens geen regeringsaanhanger - keerde eind oktober terug naar Tartous om haar moeder op te zoeken. 'Mijn collega's en vrienden heb ik niet eens gezegd dat ik terugging. Hoe leg je het uit dat je teruggaat naar een land waar oorlog is?'

Een andere Syrische vrouw, schuilnaam Sarah, reisde vorige zomer af naar Damascus, Tartous en Latakia. Ze is trots op haar land en op president Assad, maar durft dit niet hardop uit te spreken uit angst voor bedreigingen door Syrische vluchtelingen, voor wie ze vertaalwerk doet. 'De meesten zijn streng religieus en anti-Assad', zegt Sarah, een christen.

Katrina Shaaban Rajaa (44) vindt het geen probleem om met naam en toenaam over haar reis te praten. Ze vertrok vorig jaar zomer met haar 14-jarige zoon naar Tartous, de stad die tijdens de oorlog veelvuldig in het nieuws kwam vanwege de daar gevestigde Russische marinebasis. Zestien jaar geleden kwam ze naar Nederland om te trouwen met haar man, een Libanees.

Voor de oorlog ging ze elke twee, drie jaar terug naar Syrië om haar familie op te zoeken. Om veiligheidsredenen stelde ze het bezoek een aantal jaar uit. Toen ze vorig jaar besloot weer te gaan, was ze bang. 'Het is nog altijd een land van oorlog. Bij de grens zagen we wapens, soldaten en vliegtuigen. Mijn zoon zei: mam, misschien gaat er iets gebeuren.'

Katrina Shaaban Rajaa (44) en haar 14-jarige zoon in Libanon.

Maar eenmaal de grens over - ook Rajaa en haar zoon reisden via Libanon - viel alle spanning weg. 'Ik zag de bergen, het was lekker weer. Toen we mijn dorp binnenreden, kon ik alleen maar huilen. Mijn hart pompte heel hard, boem boem boem. Het was zo'n apart gevoel om terug te zijn. Ik had mijn ouders zo gemist.'

Sarah kon net als Rajaa haar tranen niet bedwingen toen ze de grens overstak. 'Sinds 2012 was ik niet meer geweest. Mijn hart was al die tijd bij mijn familie, maar we konden niets doen. We voelden ons zo machteloos.' Op verzoek van de zieke moeder van Sarah had ze niet alleen haar man, maar ook hun twee dochters meegenomen. 'Ze wilde de kinderen zien. Ik heb getwijfeld, maar ik dacht: als ik langer wacht, leeft mijn moeder misschien niet meer en heb ik mijn leven lang spijt. Mijn kinderen misten hun oma ook. Ze hebben geen familie in Nederland.'

'Het strand lag vol'

Achteraf waren alle zorgen voor niets geweest, zegt Sarah. Het gezin verbleef de eerste vier dagen in een hotel in Damascus. 'We gingen uit tot 3 uur 's nachts en wandelden gewoon over straat.' In Latakia was het zelfs lastig een hotel te reserveren. 'Uit alle kanten van het land waren Syriërs vakantie komen vieren, het strand lag helemaal vol.' Of er dan echt niets was veranderd door de oorlog? 'De prijzen waren veel hoger', aldus Sarah. 'En aan het begin van elke stad waren checkpoints.'

Ook Hala kon zich ontspannen bewegen in het land waar ze 22 jaar geleden wegvluchtte omdat haar man lid was van een anti-regeringspartij. 'Ik vond de sfeer in Tartous heel open. Mensen gingen naar het strand. Toen ik in 2013 terugging was het nog heel anders. De gezichten waren mij vreemd, ik zag veel meer hoofddoeken dan voorheen. Er was weinig eten, nauwelijks elektriciteit. Nu zag ik alleen nog maar het verdriet op de gezichten van de mensen.'

Aan de keukentafel in Groningen scrollen George en Gina door de foto's die ze tijdens hun reis maakten. Het zijn op het eerste oog doorsneevakantiekiekjes: poserend op de boulevard van Tartous, breed lachend met vrienden in een restaurant, op een uitkijkpunt met op de achtergrond het beroemde kruisvaarderskasteel Krak des Chevaliers. Maar ook: voor billboards van president Assad en voor een monument waarop de namen van tienduizend soldaten afkomstig uit Tartous staan die tijdens de oorlog sneuvelden.

Het stel was niet alleen in Syrië om familie en vrienden op te zoeken, maar ook omdat Gina een buikwandcorrectie zou ondergaan in een ziekenhuis in Latakia. 'Ik heb drie keizersneden gehad', verklaart ze. 'In Nederland wordt deze operatie niet vergoed. De gezondheidszorg in Syrië is heel goed.' Ze betaalde 1.000 dollar contant, een schijntje van wat de ingreep in Nederland kost. Terwijl Gina herstelde van de operatie, werd zo'n honderd kilometer verderop, in de christelijke enclave Mhardeh, een hevige strijd uitgevochten tussen de radicale groepering al-Nusra en regeringstroepen. 'We zagen allemaal vrouwen op de vlucht slaan', zegt Gina. 'Hun mannen waren achtergebleven om de stad te verdedigen. Het was heel pijnlijk om te zien.'

Gina en George voor een afbeelding van Assad.

Op zo'n moment was de oorlog even heel dichtbij, maar het was het risico waard, vinden Gina en George. Ooit willen ze terug met de kinderen, alle drie geboren in Nederland. 'Er komt een tijd dat zij moeten zien waar ze oorspronkelijk vandaan komen', zegt George. 'Als les. Syrië zit in hun bloed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.