Reportage rockband

De 'eenvoudige boerenlullen' van de rockband Normaal hebben hun eigen standbeeld in Hummelo

Normaal maakte van ‘boeren’ een geuzennaam en krijgt er een standbeeld voor op het dorpsplein in Hummelo. Even later rocken de drie overgebleven bandleden als vanouds en vliegen het bier weer tussen de ‘anhangers’. 

Het beeld van de rockband 'normaal' dat werd gefinancierd door de aanhang van de band. Beeld Pauline Niks

Het is Hemelvaartsdag, 15.00 uur, als Bennie Jolink, de oude, grijze leadzanger van Normaal, het lied aanheft dat uit vierduizend kelen wordt meegezongen. ‘Ik bun moar een eenvoudige boerenlul’, schalt het over het dorpsplein van Hummelo. ‘En doar schoam ik mien niet veur.’ Het wordt gezongen met de borst vooruit en opgeheven hoofd, trots. Beter kan het Normaal-gevoel niet worden verbeeld.

Het optreden van Normaal – het eerste sinds jaren – met drie van de originele bandleden, is het tweede hoogtepunt van de middag. Het eerste vindt een half uur eerder plaats als op het dorpsplein van de Achterhoekse gemeente Hummelo – ‘het mooiste plekje van het heelal’, aldus Jolink – het standbeeld wordt onthuld van de rockgroep Normaal. De vier oorspronkelijke leden van de band zijn op ware grootte in brons vereeuwigd: Buizen Berend (Bennie Jolink), Frederik Puntdroad (Ferdi Joly), Brekken Jan Schampschot (de in 2014 overleden Jan Manschot) en Wimke van Dienen (Willem Terhorst).

De Achterhoek is ervoor uitgelopen. Al voor het middaguur stroomt het dorpsplein van Hummelo vol met trouwe fans, ‘anhangers’ in het Achterhoeks. Mannen en vrouwen met cowboyhoeden en op klompen, getooid in leren jacks en T-shirts van Normaal. Over het plein is een rood-wit-blauw tentdoek gespannen, er is een biertent waar Grolsch wordt getapt, aan weerszijden van het muziekpodium staan twee gigantische opgeblazen roze vrouwenbillen, de dijen gespreid.

Een toegewijde aanhang

Het laat zien over wat een trouwe fanschare Normaal nog steeds beschikt, zegt Jan Colijn, schrijver van drie boeken over Normaal en de Achterhoek. Want die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Normaal, zegt Colijn, is veel meer dan zomaar een muziekband. ‘Het is een instituut dat al drie generaties lang meegaat.’

Normaal brak in 1977 door met de hit Oerend Hard, in een tijd waarin  de popmuziek werd gedomineerd door Engelstalige bands. ‘En ineens was daar een band die in het dialect zong’, zegt Colijn. ‘Dat was nieuw.’ Normaal was de grondlegger van de boerenrock en maakte de weg vrij voor andere dialectbands zoals Skik, de Kast en Rowwen Heze.

Jolink en zijn consorten deden meer dan dat, aldus Colijn: Normaal gaf het platteland zijn trots terug als reactie op de arrogantie van de grote stad. ‘Boeren’ werd een geuzennaam, in zijn teksten bezong de band het ruige leven op het platteland. ‘Høken’ (vrij vertaald: zuipen, neuken en motorcrossen) werd een begrip. Colijn haalt drummer Jan Manschot aan die ooit zei: ‘Wij hebben het platteland weer een kont in de boxe gegeven.’

Een toegewijde fan in het publiek. Beeld Robin van Lonkhuijsen

Dat vroeg om een passend eerbetoon, zegt Bert Snijders, ‘anhanger’ sinds zijn 16de. ‘Normaal heeft in veertig jaar zoveel voor ons gedaan dat we vonden dat we iets moesten terugdoen.’ De eerste gedachte was een Normaal-museum. Dat was financieel onhaalbaar. Toen kwam het idee op een standbeeld. Geen lullige buste of gedenkplaat, benadrukt Snijders, maar een beeld ten voeten uit.

De anhangers brachten zelf het grootste deel van het geld bij elkaar, sponsoren legden daar nog wat bovenop, de gemeente zegde een mooi plekje toe op het dorpsplein, pal tegenover het geboortehuis van Jolink. Kunstenaar Lia Krol modelleerde het beeld naar het voorbeeld van een oude foto van Normaal uit de beginjaren op de Veemarkt van Doetinchem.

De grote onthulling

Als moment van onthulling is Hemelvaart gekozen, in 1975 de dag dat Normaal voor het eerst optrad. Als de drie nog levende bandleden het podium betreden, klinkt juichend: ‘Høken! Høken!’ De plaatselijke fanfare brengt het trio een aubade, hoornblazers in groene jagersjassen spelen een drinklied, de burgemeester speldt de bandleden de onderscheiding van de Bronzen haas op. Als het moment suprême is gekomen, telt het publiek af van tien tot nul en glijdt het zwarte doek van het beeld af. Trots poseren de drie bandleden naast hun bronzen evenbeelden.

Voor de fans komt pas het echte hoogtepunt als Jolink, Joly en Terhorst terugkomen op het podium om een paar van hun oude nummers te spelen. Ze zingen liedjes als Noar ’t café en Dun op de mest (Da’s niet best) massaal mee. Jolink, getooid in een blauw geruit colbert, koningsblauwe hoed en puntschoenen met de tekst 'høken' erop, leeft zich uit met een gitaarsolo. 

De speciale puntschoenen van Jolink. Beeld Pauline Niks

De bandleden mogen dan ouder, grijzer en strammer zijn geworden (Jolink wordt 72 en kampte lange tijd met zware astma), rocken kunnen ze nog steeds. Bij Hendrik Haverkamp vliegen de eerste (plastic) glazen bier door het publiek, een traditie bij Normaal-concerten.

Glunderend komt Jolink het podium af. ‘Prachtig toch, dat iedereen onze oude teksten nog mee kan zingen. Dat doet goed.’ 

Natuurlijk zijn ze vereerd met hun eigen standbeeld. ‘Dat doet me absoluut wel wat.’ Voor zover hij kan nagaan is er nog maar één andere band in de wereld die ze dat na kan zeggen. ‘Het enige voorbeeld dat ik ken, is van Lynyrd Skynyrd in Alabama.’ Complimenten over de betekenis van Normaal voor de Achterhoek en het platteland wuift hij weg. ‘Dat moeten anderen maar zeggen. Wij lullen niet te veel, wij doen het gewoon.’ Daar zijn de anhangers het vast en zeker mee eens.

De drie resterende bandleden spelen nog een aantal nummers na de onthulling van het standbeeld. Beeld Robin van Lonkhuijsen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.