De eenvoud trouw

Weggegleden lijkt hij. Na een herseninfarct, en met etalagebenen, heeft Willem Wilmink zich in zijn Enschedese geboortestraat teruggetrokken achter middeleeuwse mystiek....

EEN BEDEVAART, langs Franse kerken. Herman Finkers overhandigde de verrekijker en wees hem naar de gebeeldhouwde figuren, hoog op de trans van de kathedraal in Reims. 'Allemaal gekken, paranoïde figuren. Die beelden staan zo hoog omdat gekken de erfzonde niet hebben. Gekken staan dichter bij de hemel dan wij.

'Ik kom terug, en dezelfde nacht raakte ik al in paniek, het gevoel dat er iets heel raars aan de hand was. Ik wilde de volgende dag de foto's van de kathedraal zien, er commentaar bij schrijven, ik zat aan tafel maar ik kon niet opstaan. Ik dacht: verrek, hebben de kinderen wéér kauwgom op de grond gespuugd, ik kwam niet van mijn stoel.

'Diezelfde avond gaf Herman een voorstelling in Hengelo. Ik heb hem opgebeld en gezegd: ik heb een zweepslag of zo, zet me maar apart, niet in de zaal, anders vraagt iedereen wat er met die Wilmink aan de hand is. De maandag erop ging ik naar de dokter. Ik moest meteen onderzocht worden. Een licht herseninfarct. Dus ik bleek bij een voorstelling van Herman Finkers gezeten te hebben terwijl ik eigenlijk op de intensive care had moeten liggen.

'Ik zal zelf geen dokter bellen. Dat is m'n fobie voor ziekenhuizen, operaties. Hans Dorrestijn heeft 't nog erger, die is eind vorig jaar geopereerd. Het was vreselijk, hij had zo lang doorgelopen met z'n blindedarmontsteking dat hij bijna op sterven lag. Ze hebben de boel gelukkig goed dichtgemaakt.

'Sommige dingen kon ik ineens niet meer. Alsof je naar een vriend rijdt en plotseling voor een opbreking staat. Je bent even in verwarring maar dan denk je: dan neem ik toch een andere weg. Maar ik moest nu steeds andere wegen zoeken. Lopen was niet meer vanzelfsprekend, ik had een stok nodig. Alles uitrekenen: nu dit been vooruit zetten, dan het andere. Ogen slechter, gehoor minder. En de angst voor herhaling. Het eerste jaar na zo'n infarct is de kans het grootst. Dat jaar is ruim voorbij, ik heb echt mazzel gehad. Alles wat aan de rechterkant zit, is alleen nog een beetje ontregeld. Als ik het woord schrift moet schrijven, is de kans groot dat er een letter aan ontbreekt.'

De gekkenbeelden in Reims en pal daarna die lichte hersensiddering. Hij suggereerde tegenover Finkers een bizar verband. En kreeg later, uit Engeland, diens ironische reactie: een afbeelding van de kathedraal van Canterbury die hij had aanschouwd. 'En toch geen herseninfarct', schreef Finkers. 'Maar de kathedraal van Canterbury is ook niet de kathedraal van Reims', antwoordde Wilmink.

In oktober 1996, op zijn 60ste, waren zijn vrienden en oud-leerlingen in Enschede. Bert Bakker had een prachtige bloemlezing van zijn gedichten en liedjes uitgegeven, samengesteld door Jean Pierre Rawie: Ik had als kind een huis en haard. In de feestbundel schreef Herman van Veen:

Zing ik Willem Wilmink

25 jaar

kan ik zeggen

moet je horen

dichter van de buurt

dichter van mijn hart

Dat was Wilmink, dichter van de buurt, melanchoniek op zoek naar het wezen van de taal. In de Middeleeuwen bestond geen verschil tussen lied en poëzie. Op oude regels staarde hij, om vergeten oud-Nederlands in nieuw, helder en liefdevol Nederlands te vertalen. Het was, toen in 1966 Brief van een Verkademeisje verscheen, een teleurstelling dat Kees Fens nogal venijnig reageerde. 'Maar met hartgrondig respect: Fens is iemand die poëzie met z'n ogen leest, niet met z'n oren.'

Voor Sinterklaas kreeg Wilmink eind 1996 een bespottelijk soort bivakmuts. De Twentse troubadour, dichter, mediëvist en tekstschrijver moest frenetiek gaan wandelen, omdat zich een nieuwe kwaal had geopenbaard: etalagebenen. Waarachtig geen poëtische kwaal: 'Maar hoe vreselijk ook, het was wel waar. Want dan sta je voor een etalage te kijken, naar kleren of bh's en zo, en dan zie je mensen toch denken, wat staat die nou te koekeloeren? Terwijl je er gewoon staat omdat je niet verder kunt.'

Met die bivakmuts was hij anoniem; hij wandelde het liefst, oefenend tegen de dreigende invaliditeit, na het invallen van de duisternis. Om herkenning te voorkomen. Altijd die schuwte en soberte, de verwondering. De Maria-beelden in zijn huis staan er onopvallend, bijna verborgen bij.

Na zijn omzwervingen liep hij 's avonds weer door Enschede, woonde hij in dezelfde Javastraat waar iets verderop zijn ouders waren geboren. Kees Fens had het voorspeld, in 1988, bij de uitreiking van de Theo Thijssenprijs: Wilmink was iemand om terug te keren, iemand van vervlogen dagen, van heimwee en hunkering. Het maakte niet uit dat die mismoedige textielstad van vroeger totaal was onttakeld.

Het is het eindpunt van de trein,

bijna geen mens hoeft er te zijn,

bijna geen hond gaat zo ver mee:

Enschede.

'Ik liep met die Sinterklaas-bivakmuts naar de woning waar de vader van Karel en Gerard van het Reve was geboren. Niet eens zo ver hier vandaan. Vier arbeidershuisjes naast elkaar, en ik vroeg een paar jonge mensen welk huis van Van het Reve was geweest. Ze hadden me niets te vertellen. Ik heb toen bij een van die huisjes aangebeld, het was hartstochtelijk koud. De bel deed het niet, dus ik klopte aan het venster. Een oude vrouw verscheen voor het raam, ze zag die vervaarlijke muts en deed meteen alle lichten uit. Ik kon nauwelijks weglopen, door die benen. Een paar minuten later al stopte een politieauto voor me. Vervaarlijk sujet. Ja, die muts was een groot succes.

'De opgeschoten jongens hadden me aangekeken alsof ik uit de Losser Hof kwam, een verpleeghuis hier. Ik heb er wel opgetreden. Na afloop kwam er een man naar me toe met een geniaal plan. Hij zei: ''Als jij nou een mop vertelt aan de buurman die ten oosten van je woont. Begrijpt hij die mop dan?'' Ja, zei ik, natuurlijk. ''Maar de buurman ten oosten van jouw oostelijke buurman begrijpt die mop dus ook. Dat gaat dus altijd zo door'', zei hij. ''Als je nou die mop nareist, kom je in Duitsland, Bosnië, Rusland en ten slotte in China terecht. Dus dan kun je uiteindelijk ontdekken hoe het Nederlands in het Slavisch en het Chinees overgaat.'' Een prachtig plan toch? Hij had alleen twee ton nodig om met een landrover die mop achterna te gaan en hij wilde van mij dat ik een brief aan koningin Beatrix zou schrijven voor het geld. Dat kwam natuurlijk te dichtbij.

'Logeren kan ik niet meer. Ik zou een week bij heel goede vrienden blijven maar na een dag was ik al thuis. Ik kon niet slapen. Hoewel ik moet zeggen dat logeren me nooit heeft gelegen. Het voordeel is nu dat ik aan me voorbij kan laten gaan wat ik toch al niet leuk vond.

'Ik treed nog vier keer per maand op, voor een oud publiek, mensen van een jaar of zeventig. Die vinden het mooi mijn herinneringen aan al die oude dingen te horen. Jan Willemsen, mijn impresario, brengt me overal heen met de auto. De dag na de voorstelling kan ik meestal niets meer, moet ik rusten.

'De periode van het schrijverscollectief, De Stratemaker Op Zee-show, J.J. de Bom, Klokhuis, heb ik achter me gelaten. Na al die jaren werd het te veel herhaling. Dan kreeg ik de opdracht een tekst over zigeuners te schrijven, terwijl ik dat al eens beter had gedaan. Ik ben er handig genoeg voor, maar ik wilde de routine en de deadlines niet meer, zeker niet na dat infarct.

'Misschien moet ik geopereerd worden en kunstaderen in mijn benen laten zetten, maar ik hoop dat zich door het wandelen nieuwe aderen openen. Vier kilometer kan ik nu lopen per dag. Maar reizen doe ik niet meer. Wobke was met Kerstmis naar Heiloo, de hele dag met familie. In Heiloo, Jezus Christus. Het zijn aardige mensen natuurlijk, maar ik kan niet in Heiloo zijn. Kun je je daar iets bij voorstellen?

0I K ben onzekerder geworden, ook in mijn schrijven. Dat herseninfarct heeft er waarschijnlijk mee te maken, dat weet ik niet. Ik ben aan de ene kant onverzoenlijker, zeker niet milder. Annie Schmidt zei dat ze steeds meer water bij de wijn ging doen, ik word alleen maar compromislozer. Wat zo'n Bolkestein roept, hoe hij nazisme en communisme op één lijn stelt, dat is verloedering, pure demagogie. Het nazisme is een misdadige ideologie, dat kun je niet vergelijken met het communisme, ook al zijn uit naam ervan vreselijke misdaden begaan. Toen Lenin aan de macht kwam, schreef de socialist Gorter al: Rusland is verloren. Heel helder gezien dus.

'Bolkestein schrijft in Het Parool, op grond van een Amerikaans boek, dat Brecht alles jatte, zijn minaressen teksten liet schrijven. Een typisch Amerikaans boek, alleen op effectbejag geschreven, het heeft niets met de waarheid te maken. Die Dreigroschenoper zou een vertaling zijn van de Beggar's Opera. Ik heb beide in huis en ik kan ze vergelijken: de enige overeenkomst zijn een paar namen en het Eifersuchtsduet. Maar iedereen die de Beggar's Opera niet kent, gelooft Bolkestein. Als je het gewoon controleert, valt Bolkestein totaal door de mand. Hij lult uit zijn nek.

'Het beste Kamerlid nota bene, maar hij is dus iemand die het niet zo nauw met de waarheid neemt en valse beeldspraken hanteert. Ik mag niet in lelijke vergelijkingen vervallen, maar een van de kenmerken van de nazi-ideologie was het spreken in metaforen. Mensen dachten: Hitler heeft gelijk want de metafoor klopt. Duitsland had geen Lebensraum, zei Goebbels. Op drie hoog achter in Berlijn was je het daar natuurlijk mee eens. Maar Goebbels bedoelde ermee: we moeten havens veroveren. Begrijp me goed: mensen die zich bedienen van beeldspraak, zijn niet per definitie nazi's, maar beeldspraak is wel typerend voor volksmenners.'

Wilmink doorweeft zijn liedjes en gedichten met een beeldspraak die bleef sprankelen door haar natuurlijkheid en eenvoud. Welluidend waren zijn regels altijd, waar ze ook over gingen. De werkelijkheid ontdoen van poeha, zo laveerde hij tussen poëzie en lied, tussen kindzijn en volwassenheid. Zijn carrière is een beetje weggegleden, maar hij is meer dan ooit de eenvoud trouw. Als wil hij zijn toenemende twijfels en lichamelijk ongerief ermee bezweren.

'Ik ben in mijn schrijven kwetsbaarder geworden, misschien een gevolg van dat infarct en het vooruitzicht van de operatie die me hopelijk niet te wachten staat. Ik trek me recensies meer aan en ik heb een paar heel slechte gehad. Een vertaling van liefdesgedichten van Emily Dickinson, die ik zelf heel mooi vond, is door prof. Jaap Goedegebuure helemaal kapot geschreven. Daar ben ik echt van geschrokken. Ik zou alles vervlakt hebben, terwijl ik verantwoord had: je kunt die halfrijmen van haar niet overbrengen, want dat klinkt zo klunzig in het Nederlands. Het Engelse poëtische oor is er wel aan gewend, maar je kunt niet anders dan vertalen in de traditie van je eigen taal. Dat heb ik gedaan en dan wordt zo'n vertaling afgekraakt.

'Ik was behoorlijk de kluts kwijt, ik denk dan: ik trek me terug, ik ga geen boeken meer aanbieden. Ik zou moeten zeggen: wat kan die onheuse kritiek je schelen? Maar zo ben ik niet. Ik ga me steeds meer aantrekken.

'Hans Warren heeft het ene vernietigende stuk na het andere geschreven; hij vond werk van me zoet en sentimenteel, waar hij niet begreep dat het een pastiche was. Volgende maand verschijnt nog een vertaling van Marieken van Nimweghen en Elckerlijck. De paus vraagt aan Marieken: ''Ben je met de duivel naar bed geweest?'' Ja, zegt Marieken. ''En je wist ook dat het de duivel was? Waarom heb je dat dan gedaan?'' Marieken zegt dan letterlijk: voor het grote geld. Prachtig toch! God wordt daarop zo kwaad dat ie overweegt weer eens een zondvloed uit te storten. Z'n moeder, Maria dus, weet hem er uiteindelijk van te weerhouden.

'Als kind van zes had ik al belangstelling voor de Middeleeuwen, voor de sfeer van het katholicisme. Een religieus gedicht kan me enorm aanspreken, al weet ik niet waar ik dat religieuze gevoel precies onder moet brengen. Niet bij de EO in elk geval. Ik zag afgelopen kerst een uitzending uit de St. Jan in Den Bosch, met kerstliederen, en ik dacht: waar God ook is, dáár niet. Al die toeters, die herrie, het niet begrijpen van de stiltes tussen tekst en muziek, echt verschrikkelijk.

'Op de universiteit snapten ze al niets van dat gevoel. De collegae dachten: wat een boerenlul is dat. God, wat ben ik op die Universiteit van Amsterdam ongelukkig geweest. Wobkes vader zei: in Nederland komt niemand van de honger om, wegwezen dus. En Hans Dorrestijn zag hoe beroerd ik me voelde, hoeveel koppijn ik had. Getweeën hebben ze me ervan overtuigd dat ik moest opdonderen.

'Herman is ook mysticus. Hij woont in Hengelo elke week een Latijnse mis bij, daar hebben ze nog de klassieke liturgie. De achterlijke officiële opvattingen over abortus en zo neemt hij maar voor lief. Dat heb ik niet. Ik vind de buitenkant van het katholicisme ook mooi, maar ik ben toch even sterk beïnvloed door thuis. Ik herinner me dat mensen van de kerk aan onze deur kwamen. Meneer Wilmink, zeiden ze tegen mijn vader, we willen onze kerk graag verbouwen, want de gemeente is kleiner geworden en zo'n grote kerk kunnen we niet meer onderhouden. Heeft u misschien een kleine bijdrage? Mijn vader gaf vijftig gulden, een groot bedrag toen, met de woorden: ''Heel goed, de kerken kunnen me niet klein genoeg worden.''

'Ik was, in zijn spoor, een supporter van Drees, van de oude SDAP, maar de politionele acties in Indië maakten hem kwaad. Twente had uitstekende relaties met Indië. De ruwe katoen kwam hier naar toe, de sarongs werden hier geweven. Uit menselijk oogpunt was hij al tegen het Nederlands optreden, maar de economische redenen maakten hem nog feller.

'Hij had mulo, het hoogst haalbare in zijn milieu. Zijn geschiedenismeester stotterde, behalve als ie voorlas. Die meester las dus veel voor. Mijn vader kende het slot van Kees de Jongen uit zijn hoofd, ook al had hij het boek zelf niet in huis. In de textielfabriek doorliep hij alle baantjes, van jongste bediende tot reiziger, zoals 't toen heette.

0 HEO Thijssen was geen literatuur, dat was de universitaire opvatting toen. Thijssen had alleen pedagogische betekenis. Alsof je van Bach zou zeggen dat ie alleen als organist van belang was. Ik sta ook niet in de literaire boeken, zo min als Cees Buddingh of Anton Coolen. Hoe lang heeft het niet geduurd voor Annie Schmidt en Carmiggelt literaire erkenning kregen? Ik hoorde een leraar Nederlands op tv die nog nooit wat van Carmiggelt had gelezen. Want Carmiggelt was oubollig. Ik vind het wel eens treurig dat ik niet tot die kaste van literatoren ben toegelaten. Alsof je een beginneling bent.

'Ik woonde toentertijd als Neerlandicus in het Maagdenhuis een vergadering over stromingen bij. Daar had ik ook al zo'n hekel aan. Gatverdamme, poëzie is toch geen aardrijkskunde. Ik wilde gewoon praten over de schoonheid van gedichten. Ik zei op die vergadering: ik geloof dat ik hier niet thuishoor, goedenmiddag. Ik ben naar personeelszaken gegaan en heb mijn ontslag ingediend. Tien minuten later was het meisje met mijn formulier klaar: één maand salaris en wég. Ik wilde geen ziekteverlof, ik moest weg.

'Oudje, Een foto, ik schrijf nog steeds teksten voor Herman van Veen, het is een van de redenen waarom ik me financieel geen zorgen hoef te maken. Al schrijft hij zelf een idee uit dat tijdens een gesprek opkomt, dan nog zet hij het voor de helft op mijn naam. Geweldig correct toch? Zo'n bestaan met muzikanten, geluidsmensen, zo'n heel circus waarin je ook de kost moet verdienen voor anderen, is mij te veel verantwoordelijkheid, te ingewikkeld. Ik hou van eenvoud.

'Ik was als kind geïsoleerd, een vreemde eend in de bijt, omdat ik voor andere dingen belangstelling had. Ik liep hele stukken in mijn eentje rond. Niet dat ik ongelukkig was, maar ik kon mijn ei niet kwijt. Dat blijft waarschijnlijk toch in je zitten. Je zoekt erkenning, je wilt dat mensen luisteren.

'Ik ben bezig mijn herinneringen op te schrijven, maar een roman zal het niet worden, van een roman zal ik nooit het gevoel hebben dat hij af is. Met een gedicht wel. Daarin kun je je verbergen. Wat Hendrik de Vries zei: ''Het geheimste is geheim gebleven''. Ik zou nog een boek over Nijhoff willen schrijven, honderd exemplaren ervan laten drukken en iedereen die hier langs kwam, er een van meegeven. Ik maak me niet echt zorgen om de dood, over het niet-bestaan van mezelf. Maar ik heb er wel over geschreven, over de vergankelijkheid. Zal ik ze voorlezen, die regels? Ze zijn nog niet gepubliceerd. De geschiedenis, de Middeleeuwen en je persoonlijk verleden hebben allemaal lelijke en mooie kanten.' En bijna ontroerd zegt hij die twee handgeschreven zinnen:

Als iemand eens mijn ogen sluit

gaan zo veel ogen uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden