De economie van de Mexicaanse griep

Nu de zomer op zijn hoogtepunt is, en we in de economie tekenen menen te bespeuren van een ontluikende lente, staan we aan de vooravond van een nazomer vol medisch gedoe: de Mexicaanse griep slaat toe....

Het antwoord op die vraag is uiteindelijk vooral afhankelijk van aantallen. Blijven die zeer laag, dan is het effect nul; krijgt iedereen de griep, dan leggen de virussen het land, en dus ook de economie, plat. Dat is makkelijk. Moeilijker is het om te bepalen wat er gebeurt in de middenpositie: als een fors percentage van de bevolking ziek wordt.

Om de gevolgen daarvan te doorgronden moeten we op zoek naar de mechanismen die de economie schade toebrengen: hoe werkt het? Hiervoor staat gelukkig het aloude economische gereedschap tot onze beschikking: er zijn effecten op de vraag naar goederen en diensten, en er zijn effecten op het aanbod. Kijk maar.

Aanbod. Zieke mensen betekent zieke werknemers. Toename van het aantal zieken kan bij een organisatie tot gevolg hebben dat de productie stagneert. Een schoonmaakbedrijf dat de beloofde vierkante meters kantoorruimte niet meer kan schoonmaken; een productiebedrijf dat de lopende band in een lagere versnelling moet zetten; een gemeente die niet meer in staat is vergunningen af te geven in het vereiste tempo (nee, geen grappen maken nu). In feite daalt, als het percentage zieken oploopt, de productiecapaciteit.

In tijden van hoogconjunctuur, als de productiecapaciteit volledig wordt benut om aan de vraag naar goederen en diensten te voldoen, is het aanbodeffect belangrijk. Een daling van de productiecapaciteit als gevolg van ziekte leidt dan tot een evenredige daling van de productie en dus van het nationaal inkomen.

Dezer dagen, echter, wordt de capaciteit niet volledig benut – het is immers crisis. Voor zover grote aantallen zieken niet binnen de onderneming kunnen worden opgevangen – al dan niet door mensen weer uit de deeltijd-WW te halen -- is er buiten de organisatie veel ruimte. Veel zelfstandigen hebben behoefte aan nieuwe opdrachten; de uitzendbureaus hebben ruim aanbod; het aantal werkzoekenden met een uitkering uit Bijstand of WW is de afgelopen maanden ook al gestegen; en dan is er ook nog de Oost-Europese, vooral Poolse, arbeidsreserve. In een afgekoelde economie is het aanbodeffect van een virusaanval dus veel kleiner dan in een hoogconjunctuur.

Vraag. Een grote hoeveelheid zieken beïnvloedt ook de vraag naar goederen en diensten, en dit vraageffect hakt er vermoedelijk harder in dan het aanbodeffect. De vraag zal om te beginnen dalen als gevolg van het gedrag van de zieken zelf: ziek in bed worden geen euro’s uitgegeven. Niet aan reizen, niet aan kopjes koffie op een terras, niet in kledingwinkels. Deze vraaguitval is omvangrijker dan de extra vraag naar sinaasappelsap, vitaminepillen en Tamiflu.

Het is waarschijnlijk dat ook de gezonden minder consumeren. Niet alleen omdat velen voor hun zieke huisgenoten moeten zorgen, en extra uren moeten werken, maar ook omdat ze zullen proberen te vermijden de ziekte op te lopen. Dus: niet naar plekken zullen gaan waar veel andere mensen zijn, zoals winkelstraten, bioscopen, restaurants, treinstations, voetbalstadions en festivals – kortom, de plekken zullen mijden waar de euro’s normaliter rijkelijk over de toonbank gaan. Internetaankopen zouden juist weer wat kunnen aantrekken.

Dit negatieve vraageffect kan de economie tijdens een crisis slecht gebruiken. De export is stevig gekrompen, de bedrijfsinvesteringen zijn laag, en dus wordt de economie dezer dagen overeind gehouden door de overheidsbestedingen en de consumptie. De consumptiedaling ten opzichte van vorig jaar beliep volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek de afgelopen maanden een procent of 3, wat dus minder is dan de afname van het inkomen. Maar als de griep de consumptie verder achteruitduwt verandert de economische rol van consumenten van reddingsboei in betonblok.

Blijft het algemene vraageffect beperkt, dan kan het inhuren van extra arbeid door organisaties teneinde hun zieke werknemers te vervangen, de economie voor de korte termijn een kontje geven. Het inhuren van extra arbeid gaat natuurlijk ten koste van de winst van de ondernemingen, maar betekent een inkomensstijging voor de betrokken werkenden, inkomen dat ze deels zullen consumeren.

In het zwartste scenario is de vraaguitval groot, waardoor de benutting van de productiecapaciteit nog verder daalt dan nu al het geval is, en bedrijven met hun gezonde werknemers de vraag makkelijk aankunnen. In dit geval nekt de griep inderdaad het prille herstel van de economie.

Ik wens ons allen een gezond najaar.

Reageren?frank@argumentenfabiek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden