De economie groeit maar waar blijven de baby's?

De kwestie

Beeld de Volkskrant

Economisch herstel gaat gepaard met een toenemend aantal geboortes. Het zou de wet van CBS-hoofddemograaf Jan Latten kunnen worden genoemd. Dinsdag werd bekend dat de economie liefst 3,2 procent groeit, zodat een bevolkingsexplosie zou mogen worden verwacht.

Latten, ook hoogleraar aan de UvA, erkent dat het zo niet meer gaat. Hoofdoorzaak is mogelijk de flexibilisering. Vrouwen zijn bang hun baan te verliezen als ze kinderen krijgen. Mannen met een flexibele baan - zeker als die niet zo goed betaald wordt - zijn minder aantrekkelijk voor de andere sekse en kunnen moeilijker een partner vinden, waardoor ook minder kinderen worden geboren.

Vanaf 2014 herstelt de economie zich al: het bbp groeit, de werkloosheid neemt af en de winsten stijgen. Maar drie jaar later in 2017 is het gemiddeld kinderaantal (de zogenoemde total fertility rate - TFR) gedaald tot 1,6 kind per vrouw, het laagste cijfer in twintig jaar.

Omdat het krijgen van een kind economisch gezien vergelijkbaar is met het aankopen van duurzame consumptiegoederen is het Nederlandse geboortecijfer door Latten en collega Joop de Beer van het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut) vergeleken met de koopkrachtbereidheid, een onderdeel van de consumentenvertrouwenindex van het CBS.

In de eerste helft van de jaren tachtig stegen die nog vrijwel gelijk. Eind jaren tachtig keken jonge stellen iets langer de kat uit de boom en duurde het een jaar voordat een stijgende koopbereidheid zich ook uitte in meer geboortes per vrouw. Rond de eeuwwisseling duurde het al twee jaar. Na 2009 werd het drie jaar. Nu is het onzichtbaar.

In een binnenkort in DEMOS te verschijnen artikel, erkennen Latten en De Beer dat die correlatie er niet meer is. Naar de oorzaak kan slechts worden gegist. Maar de afname van de correlatie gaat gepaard met een toename van flexibel werk. In 2004 had de helft van de jongeren een vaste baan op hun 24ste jaar. In 2014 had pas de helft op zijn 28ste jaar een vaste baan.

Nu het zoveel beter gaat stijgt de koopbereidheid, maar niet langer de bestaanszekerheid. Het vertrouwen in de toekomst lijkt structureel lager te zijn. En dat weerhoudt mensen een kind te nemen. 'Het is goed voorstelbaar dat mannen en vrouwen als gevolg van flexibilisering uitstelgedrag vertonen met het krijgen van kinderen', zegt ook Janneke Plantenga, hoogleraar economie in Utrecht.

Kinderen zijn een langetermijnverbintenis die bij voorkeur in een zekere en stabiele omgeving wordt aangegaan. Ondanks een groei van 3,2 procent is er geen planningszekerheid meer. De afgelopen vijf jaar zijn daardoor 15 procent minder kinderen geboren dan in de jaren rond de eeuwwisseling. De instroom van jongeren op de arbeidsmarkt zal daardoor na 2030 fors teruglopen, wat zijn weerslag zal hebben op de pensioenregeling.

Flexiblisering heeft ook die rekening.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.