De echte jongensdroom

Recessie of niet, autofabrikant Porsche heeft voor een bedrag van honderd miljoen euro een eigen museum geopend in Stuttgart. Tussen de fabriekshallen staat het futuristische gebouw....

Karl-Heinz Sippel (62) mag dan misschien niet meer de jongste zijn, het rijden in een Porsche – het liefst in zijn eigen exemplaar – is nog steeds zijn ultieme jongensdroom. Gehurkt op zijn knieën zoomt de bezoeker van het onlangs geopende Porsche Museum in Stuttgart met zijn fotocamera in op een groene Porsche 911 Carrera Coupé, een van de ruim tachtig auto’s die als kunstvoorwerpen zijn uitgestald.

‘Als tiener droomde ik al van mijn eigen Porsche. Dat is nooit overgegaan, hoewel ik met het verstrijken van de jaren me natuurlijk wel ben gaan beseffen dat het altijd een droom blijft. Maar dat geldt helaas voor wel meer dingen’, zegt Sippel, die in een Renault Clio rijdt.

Een ronkende kathedraal voor de benzineslurper, zo berichtte de architectuurrecensent van de Volkskrant onlangs over het nieuwe Porsche Museum. ‘Wie goed kijkt, ziet een monument in de beste Sovjet-traditie, imposant en megalomaan’, aldus het weinig vleiende commentaar.

Voor Porsche straalt het museumontwerp vooral het ‘zelfvertrouwen’ van de sportwagenfabrikant uit. En daar heeft het 60-jaar oude bedrijf inderdaad geen gebrek aan. En neem het ze eens kwalijk: de firma uit Stuttgart is een van de succesvolste en winstgevendste autobouwers ter wereld.

Porsche heeft de afgelopen jaren zoveel geld verdiend met de productie van peperdure sportwagens dat het rijk genoeg is om een van de grootste autobedrijven, Volkswagen, op te schrokken. Sinds begin 2009 is het relatief kleine Porsche meerderheidsaandeelhouder van Volkswagen. Dit bedrijf, met merken als Volkswagen, Audi, Skoda, Seat, Scania, Bentley, Bugatti en Lamborghini verkocht vorig jaar 6,2 miljoen wagens. Porsche nog geen honderdduizend.

Dat Porsche Volkswagen overneemt, is meer dan financiële powerplay. Porsche en Volkswagen hebben historische bloedbanden en willen samen sterk staan om een vijandige overname te voorkomen.

De oprichter van Porsche, Ferdinand Porsche (1875-1951), staat aan de wieg van Volkswagen. Hij ontwierp in opdracht van Hitler de Volkswagen Kever, een auto die toen nog ‘Kraft durch Freude Wagen’ heette. Van de Kever zijn wereldwijd 21,5 miljoen exemplaren verkocht, de auto heeft Volkswagen groot gemaakt. Wat de bloedbanden betreft: Ferdinand Porsche’s kleinzoon, Ferdinand Piëch, was tot 2002 bestuursvoorzitter van Volkswagen en is nu voorzitter van de raad van toezicht. De families Piëch en Porsche zijn de belangrijkste aandeelhouder van Porsche.

Ondanks het zakelijke succes van Porsche is het moment waarop het bedrijf zichzelf trakteert op een honderd miljoen euro kostend museum allerminst gelukkig. Want ook al is het bouwbesluit jaren geleden genomen, de auto-industrie verkeert momenteel in een ongekend diepe crisis. Porsche maakte onlangs bekend dat nog voor de zomer de productie, net als enkele maanden geleden, weer enige tijd wordt stilgelegd.

Op het bezoekersaantal van het Porsche Museum zal dit geen invloed hebben. Vanuit de hele wereld komen de liefhebbers naar deze tempel voor de heilige koe. Onder hen wordt opmerkelijk veel Nederlands gesproken, zo valt op tijdens een bezoek.

Berend de Boer (27) en Koen van Roozendaal (29) ‘verlekkeren’ zich aan een klassieker uit de autocollectie, een donkergroene 356 A uit 1955. ‘Daar ben ik voor aan het sparen’, zegt De Boer, die net als Van Roozendaal piloot is bij KLM Cityhopper. Ze zijn hier vandaag dankzij de recessie. ‘Bij gebrek aan passagiers worden de laatste tijd geregeld vluchten geschrapt. De stewardessen zijn aan het shoppen, wij kijken autootjes.’

De Boer is als ‘kleine jongen’ besmet geraakt met het Porsche-virus. ‘Door mijn neef die als monteur in een Porschegarage werkte. Ik mocht weleens mee naar de garage. Toen is het vonkje overgesprongen.’

Wat Porsche zo bijzonder maakt? Volgens De Boer is het de mix van historie, mythevorming, techniek en design. ‘Het is toch knap dat Porsche al zestig jaar succes heeft met een vrijwel ongewijzigd concept? De motor zit nog steeds achterin en de vormgeving is in essentie ongewijzigd gebleven. Elke andere autobouwer zou met zo’n uitgangspunt al lang failliet zijn.’

Een paar meter verderop staat Patrick van Zutven – ‘ondernemer in zonwering, garagedeuren en rolluiken’ – zich te vergapen aan een aluminium afgietsel van wat wel als de oer-Porsche wordt gezien, de Type 64. Het is de eerste sportwagen die Ferdinand Porsche in 1938 ontwierp. De wagen moest in 1939 aan de race Berlijn-Rome deelnemen, een sportieve krachtmeting tussen de fascistische vrienden Italië en Duitsland. De auto kwam nooit in actie, de race werd vanwege het uitbreken van de oorlog afgelast.

Terwijl Van Zutven om de Type 64 heen loopt, vertelt de ondernemer dat hij zijn jongensdroom heeft waargemaakt en sinds enkele jaren Porsche rijdt. ‘Ik ben al aan mijn tweede toe. Mijn eerste heb ik total loss gereden. Die staat nu al jaren als hoopje schroot in mijn bedrijf. Ik kan er geen afscheid van nemen.’

Van Zutven ziet een Porsche niet alleen als een ‘heel charismatische auto’, maar ook als een diploma voor zijn succes. ‘Daar ben ik heel eerlijk in. Zo’n auto geeft je een duidelijk profiel, ja, van iemand die zakelijk geslaagd is.’

Het op Porscheplatz 1 gevestigde museum bevindt zich letterlijk en figuurlijk in het hart van Porsche. Rondom bevinden zich fabrieksgebouwen van de Duitse sportwagenfabrikant. Wie het museum verlaat, ziet nog geen honderd meter verderop, boven een doorgaande weg, Porschekarkassen via een lopende band van de ene naar de andere fabriek rollen.

De grootste blikvanger is onmiskenbaar het museumgebouw zelf. Het mag dan megalomaan zijn, indrukwekkend is het zeker. Het hoekige pand rust op drie enorme betonnen V-vormige pilaren waardoor het museum tot 16 meter boven de grond zweeft.

Het interieur is spierwit. Er hangt niets aan de muur. Alleen de sportauto’s geven kleur aan het museum. Binnen heerst de stilte van een chique museum. Er wordt weinig en op zachte toon gesproken. Maar dat komt vooral doordat de meeste bezoekers een audiotour door het museum maken, en dus met een koptelefoon op lopen.

De historie van Porsche komt er bekaaid vanaf. Het is toch vooral mooie auto’s kijken. De informatiebordjes geven maar heel beperkt informatie. Dat de Volkswagen Kever in opdracht van Hitler door Ferdinand Porsche werd ontwikkeld, blijft bijvoorbeeld onvermeld.

Boven de ingang van de museum zit het historisch archief van Porsche. Het stelt niet veel voor: in de archiefmappen zijn geen originele schetsen van de eerste Porsche 911 te vinden. Ook geen aantekeningen van Ferdinand Porsche, toen hij na de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk gevangen zat op beschuldiging van oorlogsmisdaden. Het archief bestaat uit reclamefoto’s, promotiefilmpjes en krantenknipsels die in de loop der jaren over het bedrijf zijn verschenen.

Wel kent het archief een interessante vaste bezoeker. Achter een pc zit een oude man gebogen die de peetzoon van Ferdinand Porsche blijkt te zijn, Heinz Rabe ( 77). ‘Mijn vader was vanaf 1913 de vaste chef constructeur van Porsche. Hij bracht de ideeën van Ferdinand Porsche tot leven.’

Rabe’s vader, Karl Rabe bouwde in de schuur van Ferdinand Porsche’s huis in Stuttgart de Volkswagen Käfer. ‘Hij nam de testmodellen altijd mee naar huis. Aan het motorgeluid hoorden we hem al van verre aankomen. Mijn moeder wist dan dat ze het eten op tafel kon zetten.’

Rabe zit in het archief om de dagboeken die zijn vader tot aan zijn dood bijhield, uit te werken, 23 boeken in totaal. Hij is over de helft. ‘Ik schrijf alleen over zaken die Porsche aangaan, zijn privégedachten laat ik onvermeld. Maar daar weidde hij toch niet echt over uit.’

Heinz Rabe werkte tot 1996 als chef personeelszaken voor Porsche. Bij zijn afscheid kreeg hij een Volkswagen Kever cabriolet cadeau. Een leuke auto om eens een uitstapje mee te maken, zegt hij. ‘Maar als alledaagse auto houd ik het natuurlijk bij mijn luchtgekoelde Porche 911 uit 1997. Dat geluid, die kracht, dat is nog steeds onovertroffen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden