De ‘dyslectische versie’ van 15 en andere poëzie

Het thema van de 39ste Poetery International is ‘stad en land’. Op de opening was gelijk een relletje...

rotterdam ‘De stad waar u vanavond, wellicht tegen uw zin, het meest over zult horen, is Amsterdam’, aldus presentator Rob Schouten.

Gelach en gejoel steeg op uit de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg, want eerder die avond protesteerden Rotterdamse dichters op het Schouwburgplein. Zij waren boos, omdat er dit jaar geen enkele Rotterdamse dichter in het hoofdprogramma van Poetry International staat.

Burgemeester Ivo Opstelten gaf de verontwaardigde dichters in zijn openingstoespraak gelijk. Rotterdam is de stad waar de poëzie op de vuilniswagens staat en in neon aan de gevels hangt, en dan komen op het festival Amsterdamse dichters vertellen over ‘hun’ Overtoom en Frederiksplein.

De kleine rel sloot mooi aan bij het thema dat Poetry International voor zijn 39ste editie heeft uitgekozen: ‘Stad en land’. De directe aanleiding voor dit thema is het feit dat anno 2008 meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad woont. Maar liefst negentien dichters vanuit de hele wereld lazen rond dit thema één gedicht voor, als voorproef van wat het publiek de komende week kan verwachten.

De straatnamen in al deze gedichten groeiden in de loop van de avond uit tot een denkbeeldige stad, ‘Poetrypolis’, waarvan op een projectiescherm de plattegrond werd getoond. Zo bleek het water van Dun Laoghaire Harbour (Miriam van Hee) te klotsen tegen de Waalkade van H.H. ter Balkt. De Piazza di Sassuolo van de Italiaan Andrea Gibellini grensde onverwacht aan het Israëlische checkpoint Beyt Iba, waarover de Turkse dichter Roni Margulies een gedicht voorlas. En dwars door deze wonderlijke metropool liep de tram van Nantes, een grote liefde van de Waalse dichter William Cliff.

Zelfs Rotterdam kwam in deze plattegrond terug, opmerkelijk genoeg dankzij de Japanse dichter Shoichiro Iwakiri die een mooi vers voorlas over het beroemde standbeeld van Zadkine: ‘De man wringt zich door de holte, en volgt de weg die wind voor hem blaast./ Ik loop daar ook, al heb ik geen idee door wat voor gat ik gekropen ben.’

Dat alle dichters maar één gedicht mochten voorlezen, leidde er wel eens toe dat het welkomstapplaus en het dankapplaus bijna in elkaar over gingen, zoals bij de IJslandse Gerdur Kristny. Haar voordracht was zo kort dat het publiek weinig kans kreeg zich in de barre wereld van deze jonge dichteres te verplaatsen.

Andere dichters lazen weliswaar één, maar dan wel paginalang gedicht, zoals de Fransman Jean-Michel Espitallier die ooit over zichzelf zei: ‘Als je poëzie leest, lees je geen mis. Poëzie heeft veel meer te maken met rock ’n roll.’ Zijn Geschiedenis van tot 15 was dan ook niet een gedicht zoals de meeste mensen zich dat voorstellen.

Op maar liefst 26 verschillende manieren liet Espitallier zien hoe je tot het getal 15 kan tellen. Hij gaf een ‘afgeknotte versie’, een ‘lammelottige versie’, een ‘versie in morse’ en zelfs een ‘trouwdagversie’. Vooral zijn ‘dyslectische versie’ waarin het getal 15 zoals te verwachten in 51 veranderde, bracht het publiek aan het lachen.

De meeste indruk maakte de Engelse grootmeester James Fenton, al vaker te gast op het festival. Fenton las het gedicht De nieuwe stad, waarin hij op overtuigende wijze partij kiest voor de underdog: ‘Maar waar moet de verlorene, kapotte gaan? Waar is voor de ontwortelde de sintelbaan? In welke gym kunnen bedrogenen halters strekken? Waar moeten de verradenen hun baantjes trekken?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden