Opinie

'De dyslectici die ik ken, hadden graag professionele begeleiding gehad'

Het beeld van het ongeïnteresseerde dyslectische kind en de slappe ouders dat columnist Renée Braams in haar betoog zo goed te pas komt, lijdt aan een moeilijk te verteren gebrek aan inlevingsvermogen. Dat vindt neerlandicus Mathijs Deen.

Een lezende jongen.Beeld ANP

Het is vreemd dat mensen die zich graag en vaardig in woord en geschrift uitdrukken zo fel gekant kunnen zijn tegen professionele hulp aan dyslectische kinderen. Hoe meer bedreven lezers, des te beter voor hun handel, zou je denken. Publicisten zouden professionele leesbegeleiding moeten toejuichen, zoals een verstandige snorkelfabrikant zwemles propageert. Maar dat is niet wat er gebeurt.

In een column op Volkskrant.nl van afgelopen weekend las ik voor de zoveelste keer dat het probleem met dyslectische kinderen is dat ze teveel in de watten zijn gelegd door richtingloze of karakterzwakke ouders. En dat zijn dan weer mensen die zelf een broertje dood hebben aan lezen. De kinderen hebben een strakke teugel nodig, op school en thuis, betoogt het stuk. Ze moeten thuis en op school onophoudelijk lezen en dan gaat het misschien een beetje over, al blijven het kneuzen. Training door professionals is overbodig en de vergoeding ervan een schande. Tot zover de parafrase van het betoog van Volkskrant.nl-columnist Renëe Braams, die onder haar stuk laat noteren dat ze ook nog eens Neerlandica (hoofdletter!) en muziekdocent is.

Mijn zoon
Ik lees zo'n stuk met interesse, omdat het over mij, mijn vrouw, mijn school en mijn kind zou moeten gaan. Mijn zoon van negen is namelijk zo'n dyslectisch kind. Toen ik dat nog niet wist, had ik net als Renée Braams weinig idee wat dat betekende, ook al heb ik net als zij Nederlands gestudeerd.

Mijn zoon heeft een probleem dat bijna alle dyslectici zullen herkennen; niet dat hij niet van lezen houdt, niet dat er geen boeken in huis zijn, niet dat zijn ouders hem niet voorlezen, niet dat hij zelf niet iedere dag hardop moet voorlezen, maar eenvoudig dat hij, zeer tot zijn eigen ongenoegen, grote moeite heeft met automatiseren. Omdat hij moeite heeft om de letters uit elkaar te houden, omdat hij lettercombinaties omdraait, omdat de tekentjes krioelen in zijn blikveld. Dyslectisch zijn betekent in zijn geval dat hij, om in de terminologie van Braams te blijven, de letters moet laten voelen wie de baas is, dat hij ze met veel meer moeite dan andere kinderen moet disciplineren, iedere dag opnieuw. Hij is een verbeten lezer. Hij geeft niet op. Hij zou dolgraag, net als Braams kinderen, zijn geletterde moeder behagen door haar voor te lezen.

En het zal hem vast lukken. Maar daarbij heeft hij begeleiding nodig, in de eerste plaats van zijn ouders, van zijn juf en van toegevoegde leerkrachten of leesouders. Maar heel graag ook van de psycholoog of studiegenoot van Renee Braams en mij, die daartoe een specialisatie heeft gekozen en die methodieken heeft ontwikkeld om dyslectici vooruit te helpen, in plaats van ze weg te zetten als kneus. Die ze helpt lezers te worden, van de stukjes van Braams bijvoorbeeld.

Begeleiding
Ik ben erg blij met de begeleiding die hij krijgt van het Regionaal Instituut voor Dyslexie. Omdat mijn vrouw en ik en ook de leerkrachten op school geen vooruitgang boekten, ook al oefenden we met de discipline en regelmaat die Braams zo zegt te missen. Nu we onder begeleiding oefenen gaat hij voor het eerst vooruit.

Mijn zoon is, net als andere dyslectische kinderen om hem heen, geen trage leerling. Hij scoort goed tot hoog op allerlei vaardigheden die Braams uit haar studie zal herkennen, zoals samenvatten, begrijpend lezen en een betoog houden. Rekenen gaat hem heel makkelijk af, zolang de sommen niet in verhaaltjes verpakt zijn. En hij is dol op boeken en verhalen. Daar ligt het allemaal niet aan.

Braams' zorg dat het label dyslectisch hem voor de rest van zijn leven stigmatiseert en dat zijn sollicitatiegesprekken erop zullen stuklopen, zijn binnen haar betoog moeilijk serieus te nemen. Natuurlijk, als je de kinderen niet helpt, kunnen ze er veel meer last van krijgen dan nodig is. Maar de dyslectici die ik ken, zijn heel aardig terecht gekomen. Ze hadden alleen graag professionele begeleiding gehad. Een van hen is zelfs schrijver van een hoog gewaardeerd en goed verkopend literair oeuvre, dat Braams als het meezit, nog wel eens door haar kinderen krijgt voorgelezen.

Het beeld van het ongeïnteresseerde kind en de slappe ouders dat Braams in haar betoog zo goed te pas komt, lijdt aan een moeilijk te verteren gebrek aan inlevingsvermogen, dat des te pijnlijker is omdat zij zichzelf als neerlandica presenteert en ze dus beter had kunnen weten, als ze er wat over gelezen had.

Mathijs Deen is neerlandicus, schrijver en radiopresentator OVT.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden