De duwer wil steppen

Wie: Lieve KramerFunctie: Schaatsinstructeur bij DuosportErvaring: Met duwers, ijsberen, klompen en vallen..

Hoe de ijsmeester van de Jaap Edenbaan ook z’n best doet, soms is tegen de weersomstandigheden geen kruid gewassen. Vaak is het ijs ‘een spiegeltje’, volgens de schaatsinstructeurs van Duosport.

1. De andere keer noemen ze het:

a. ‘werkijs’.

b. ‘softijs’.

c. ‘schaafijs’.

d. ‘schuurpapier’.

Maar vandaag heeft niemand te klagen – een spiegeltje dus. ‘5, 4, 3, 2, 1 - allemaal d’r bij, dan kunnen we snel door.’ Het groepje kinderen op het krabbelbaantje staat op hun Easy Gliders in een kring en luistert aandachtig. Lieve, in haar rode Duosport-jack en de voeten gestoken in de vertrouwde klompen, is een geboren juf – ze heeft het allemaal onder controle.

2. Wat voor schaatsschoenen zijn dat precies, die ‘klompen’?

a. Zonder veters, maar met net zo’n sluiting als een skischoen.

b. Ze zijn thermoplastisch, van keihard carbon.

c. Ze moeten tenminste één generatie hebben overleefd.

Ze deelt gekleurde bandjes uit, zodat ze de leden van haar groepje makkelijk in het oog kan blijven houden. ‘Als we het volgende heel goed oefenen, gaan we een grote ronde maken.’ Even later leren ze vallen (altijd handig), voor het eerst pootje over, doen ze het stoplichtenspel, een slalom - dan gaan ze de 400 meter baan op, Lieve voorop met een oranje pilon op haar hoofd. ‘Achter me aan de buitenkant blijven’, waarschuwt ze. ‘Want in de binnenkant rijden de heel snelle schaatsers.’ Daar gaat ze, een sliert kindertjes er achteraan. ‘Staat een goeie schaatser lang of kort op één been?’ ‘Lang!!’ ‘Precies, doe me maar na: op je ene been... op je andere been...’

3. Lieve: ‘We gaan schaatsen als een

a. pinguïn.’

b. reiger.’

c. zeehond.’

Lieve, die zelf trouwens prachtig kan rijden, vertelt na afloop van de les dat ze sportmanagement studeert en hier lesgeeft omdat ze er energie van krijgt om mensen beter te leren schaatsen – en skaten in de zomer. Na dit groepje heeft ze een klasje volwassenen. Duosport leidt zijn eigen instructeurs op: maandagavond krijgt ze zelf les: ‘Dan weet ik ook weer even hoe het is om cursist te zijn.’ Hoe verder gevorderd, hoe specifieker uiteraard de aanwijzingen. Er wordt gelet op houding, afzetritme, balans, en druk.

4. Als je in de rode groep zit, ben je?

a. Beginner.

b. Gevorderd.

c. Gevaarlijk.

5. Bij de kleintjes heet het ‘schaatsen als een ijsbeer’, als volwassene krijg je in dit geval te horen dat je

a. moet ‘plaatsen’.

b. je bekken moet kantelen en ‘achterop moet zitten’.

c. je bovenlijf moet stilhouden.

6. En wat doe je ‘op een stoeltje’?

a. Starten.

b. Een bocht ingaan.

c. Snelheid maken.

d. Uitrusten, een rondje rustig aan.

7. Een bocht, trouwens,

a. ‘stap je.’

b. ‘loop je’.

c. ‘draai je’.

d. ’neem je’.

Volgens Lieve heeft schaatsen veel met het overwinnen van angst te maken. Knie en enkel flink gebogen (‘de enkelhoek is belangrijk’), glijden, schuin hangen (zo komt de schaats die je ‘plaatst’ vanzelf met de buitenkant op het ijs terecht – eng in het begin!), andere been bijhalen en ontspannen laten hangen, glijden, druk zoeken, dan pas afzetten – zo moet het. Lieve: ‘Je moet durven om zo schuin mogelijk te hangen zodat je al je gewicht gebruikt. Die druk neem je mee in je afzet – als je de druk daarvoor niet hebt, krijg je ‘m ook niet meer. Zo laat mogelijk je andere been weer bijzetten dus ook.’

8. Hoe noemen ze bij Duosport dat schuinhangen?

a. Drukken.

b. Vallen.

c. Hangen.

9. Wat als iemand niet eerst ‘valt’ voor hij afzet? Dan is het een

a. stepper.

b. harker.

c. fietser.

d. hopper.

e. kluner.

Het luistert nauw met Lieves kwalificaties, want de ‘duwer’ bijvoorbeeld heeft wel de neiging tot steppen, maar hoeft het niet per se te doen.

10. En wie staat er lijnrecht tegenover de duwer?

a. De trekker.

b. De hanger.

c. De buiger.

d. De luie glijer.

De nodige losse heupen, de schaatseigen driekwartsmaat: als het goed gaat is schaatsen als muziek. Dat valt overigens ook te lezen op de placemats die op de tafels liggen in de Skeeve Skaes, de gezelligste kantine van Nederland. Op die placemats geven de Duosport-instructeurs niet alleen hun schaatsfilosofische gedachten prijs (‘Elke slag geeft je weer de kans om het goed of beter te doen’), maar ook de grappiger schaatsverhaaltjes vind je hier onder je bord.

Zo blijkt niet elke leerling het schaatsjargon onmiddellijk onder de knie te hebben: ‘Halverwege de eerste cursus toerschaatsen evalueert de instructeur de les voordat de laatste rondjes van het uur geschaatst worden. ‘En hoe gaat het met jou, Elsemiek?’ ‘Tja, best wel lekker. Ik heb alleen nog wat moeite met haasje-over in de bocht.’

Mirjam Bosgraaf en Carel Helder

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden