De Duitse Welle herondekt

Eerbetoon aan Conny Plank, aartsvader van de Duitse popmuziek.

Wanneer de rock 'n' roll precies begon, daar is niet iedereen het over eens. Met Little Richard, Bill Haley of Elvis Presley zo rond 1956, of nog eerder? Maar evident is dat er vanuit de Verenigde Staten in de tweede helft van de jaren vijftig een compleet nieuwe jeugdcultuur met opzwepende muziek richting Europa kwam.


De popgeschiedenis zou een snel verloop krijgen. Elvis, Beatles, Stones, Byrds, Beach Boys, Hendrix, Dylan, Motown, Stax, James Brown en voor je het weet is het eind jaren zestig. Een duidelijk verhaal, de rock 'n' roll begon met de blues zoals die zich begin 20ste eeuw in het zuiden van de VS ontwikkelde en alle popmuziek was uiteindelijk hierop terug te voeren.


Behalve de muziekgeschiedenis in Duitsland dan. Of liever gezegd, de West-Duitse Bondsrepubliek die na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht. Want bij onze oosterburen begon de popgeschiedenis pas eind jaren zestig, toen er voor het eerst na de oorlog een nieuwe generatie jongeren volwassen was geworden.


Een generatie die protesteerde tegen het bezoedelen van de recente geschiedenis van Duitsland en anders wilde omgaan met de schaamte voor het verleden. Die schaamte leidde ertoe dat muzikanten, filmers en andere kunstenaars opnieuw wilden beginnen met het bouwen van een eigen cultuur, vanuit het niets. Daarbij wilden ze ook niet meer slaafs de Amerikaanse cultuur omarmen en imiteren, maar zelf met een nieuw idioom aan het werk gaan.


Dat was de achtergrond waartegen de muziek - die in de Angelsaksische media met spot Krautrock werd genoemd - zich ontwikkelde.


Helemaal nieuw was de muziek van bands als Can, NEU!, Kluster (later Cluster), Popol Vuh, Ashra Tempel en Amon Düül niet. Aanvankelijk hoorde je wel degelijk invloeden van Pink Floyd en Frank Zappa's Mothers Of Invention doorklinken in de muziek die in steden als Düsseldorf, Keulen en Hamburg ontwikkeld werd.


Maar de Duitse rock werd gaandeweg experimenteler, speelser en elektronischer van aard. Dat er echt iets bijzonders ontstond, bleek buiten Duitsland pas midden jaren zeventig toen Kraftwerk een wereldhit kreeg met Autobahn. Een curieus lang uitgerekt nummer, goeddeels instrumentaal. De hit vestigde de aandacht op de experimentele muziek die in de vijf jaar ervoor had ontwikkeld. En dat was niet mis.


Helemaal onopgemerkt was het niet gebleven. Brian Eno was er snel bij en verklaarde in 1975 al dat Duitsland het enige westerse land was waar volgens hem een alternatief werd geboden voor de Anglo-Amerikaanse hegemonie in de rockmuziek. Hij was een bewonderaar van Cluster, het duo Hans-Joachim Roedelius en Dieter Moebius. Hun vervreemdende lange soundscapes zouden van invloed blijken op Eno's latere 'ambient' muziek. Maar eerder al zocht hij ook de samenwerking met het duo. Dat leidde in 1978 tot het fraaie album After The Heat.


Die plaat namen ze op met producer Conny Plank, een naam die op veel cruciale Duitse platen prijkt. Plank overleed in 1987 aan kanker, niet lang nadat hij een door Brian Eno geopperde suggestie om het nieuwe album van U2 te produceren had weggewimpeld omdat hij niet tegen de zang van Bono kon.


Het blijft gissen naar hoe The Joshua Tree had geklonken als Plank had ingestemd. Maar dat Plank een groot stempel op de Duitse muziek in de jaren zeventig en tachtig heeft gedrukt, staat wel vast.


Dat wordt nu ook bewezen met de mooi uitgevoerde vier cd's tellende box: Who's That Man - A Tribute To Conny Plank. Daar staat niet alleen Planks werk met Duitse bands als Cluster en NEU! op, ook de Eurythmics, die begin jaren tachtig de samenwerking met hem zochten, en de Japanse zangeres Phew, leveren bijdragen.


Jammer dat het waarschijnlijk om auteursrechtelijke redenen niet mogelijk was om Planks werk met het vroege Kraftwerk in de box op te nemen, want Plank werkte tot en met Autobahn (1974), al het vierde album van het viertal, met hen samen.


Ook hadden de samenstellers iets meer stil kunnen staan bij Planks latere werk, toen zijn naam in de mode was geraakt dankzij de zogeheten Neue Deutsche Welle.


Plank gaf Deutsch Amerikanische Freundschaft (DAF) die nog altijd niet kapot te krijgen harde en toch heldere sound, die uit niet veel meer bestond dan drums, zang en enkele spaarzame synthi-noten.


DAF drong door tot het poppubliek, zoals meer van Planks klanten (Ultravox) dat zouden doen. Hij had niet echt een heel herkenbare sound, maar al zijn producties klonken kraakhelder. Diep maar toch transparant.


De eerste twee cd's van de box smaken naar meer, terwijl de derde cd met recente remixes van Planks werk overbodig is en een live-concert van Plank uit 1986 in Mexico vooral brak klinkt.


Wat de box vooral aantoont is hoe weinig er nog aan dergelijke Duitse muziek opnieuw is uitgegeven. Nog altijd is het bijvoorbeeld wachten op het vroege Kraftwerk materiaal, toen ze nog Organisation heette. Maar ook veel platen uit de jaren 1981-1985, de jaren van de Neue Welle zijn al lang niet meer leverbaar.


Jammer dat juist deze periode opnieuw ontbreekt op het tweede deel van Deutsche Elektronische Music, drie jaar na deel een, nu verschenen op het Britse Soul Jazz label. Veel Cluster, NEU!, Can en ook de naam van Plank duikt dus regelmatig op. Maar opnieuw blijft deze, overigens fraaie, dubbel-cd erg in de jaren zeventig hangen.


Alleen daarom is het al zo verheugend dat nu eindelijk het eerste album van Palais Schaumburg uit 1981 met veel extra's en een mooi begeleidend schrijven van Chris Bohn, hoofdredacteur van The Wire opnieuw is verschenen.


Springerige funk, speelse blazers en speelse elektronica overheersen op deze plaat die de veelzijdigheid van de Duitse popmuziek uit de jaren zeventig alleen maar onderstreept.


Het wordt tijd dat labels als Soul Jazz zich nog meer op onze oosterburen en minder op de inmiddels behoorlijk uitgemolken Angelsaksische popgeschiedenis gaan richten. Er valt nog zoveel te herontdekken.


Credit

Diverse Artieste: Who's That Man - A Tribute To Conny Plank. Grönland/V2.


Diverse Artiesten: Deutsche Elektronische Musik 2. Soul Jazz/V2. Palais Schaumburg: Palais Schaumburg. Bureau B.


Extra:

Brian Eno deed Conny Plank ooit de suggestie een album van U2 te produceren. Plank had echter weinig op met de zang van Bono.


Hoe zou The Joshua Tree hebben geklonken als hij had ingestemd?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden