De Duitse schrik

Martin Walser heeft weer eens een schandaal veroorzaakt, dit keer met zijn satirische roman over de grote literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki....

ELKE afgekraakte schrijver zal er weleens van hebben gedroomd: het vermoorden van de recensent. Naar willekeur mag deze opperrechter een boek de grond in boren waar de schrijver zijn ziel in heeft gestopt. En zelf blijft hij buiten schot.

Martin Walser heeft het gedaan, een recensent vermoorden. De vooraanstaande Duitse schrijver heeft wraak genomen, uit naam van alle schrijvers. 'Für die, die meinen Kollegen sind', luidt de opdracht van zijn nieuwste roman Tod eines Kritikers. Daarin vermoordt een verbolgen schrijver de beroemde criticus André Ehrl-König. Het slachtoffer is niet zomaar iemand. Hij lijkt als twee druppels water op de 81-jarige, joods-Poolse 'literatuurpaus' Marcel Reich-Ranicki. Deze is in Duitsland een machtig man. Hij maakt en breekt schrijvers met een enkel woord, ten overstaan van miljoenen televisiekijkers, en krijgt er ook nog de lachers mee op zijn hand. Dat de moord in het boek uiteindelijk slechts vermoed en niet gepleegd blijkt te zijn (Ehrl-König was ondergedoken met een minnares) doet er weinig toe. Walser heeft dan al bladzijden lang aangetoond waarom het vermoorden van deze criticus terecht zou zijn.

Marcel Reich-Ranicki (MRR) wordt door de Duitsers op handen gedragen. Hij is het die mag bepalen welke Duitse romans tot de twintig belangrijkste behoren (van Walser zit er geen bij), die dan in een speciale band worden uitgegeven. In Walsers vermakelijke sleutelroman staat MRR te kijk als een monster, een ijdele en geile dictator die met zijn literaire macht niet alleen reputaties breekt, maar ook jonge schrijfsters in bed krijgt. Schrijvers haten hem, maar kruipen door het stof om maar door hem genoemd te worden.

In zijn boekenprogramma neemt Ehrl-König plaats op een empirestoel met de Zeus-symbolen bliksem en adelaar. De stoelpoten, uitlopend in leeuwenklauwen, staan op sokkels van boeken: Faust, Effi Briest, Der Zauberberg en Berlin Alexanderplatz (de favorieten van MRR). Hij velt zijn vernietigende oordeel met het accent en de brede armgebaren van MRR. 'Als hij, Ehrl-König, een paar dagen achter elkaar de Duitse moderne literatuur moet lezen, benijdt hij de vuilnismannen. Hoe elegant zwaaien de tonnen vol met kwaad spul naar boven en hoppa, weg is het spul, de tonnen weer licht en leeg, maar hoe lang moet hij, de criticus, niet wurgen en snateren tot hij zo'n Duitse moderne roman daar heeft waar hij hoort: bij het vuilnis.' Het is een rake persiflage, die hier en daar kwaadaardig wordt. Een niet besproken schrijver zegt in een dronken bui over Ehrl-König: 'Ze moeten eens met de cameralieden praten, dat die een keer inzoomen op dat mondwerk, dat eindelijk eens dat witte spul in zijn mondhoeken groot naar voren komt, dat droge schuim. . . Strontschuim, gilde Bernt Streiff, dat is zijn ejaculaat. Hij ejaculeert toch door zijn bek, als hij zich in dienst van de 'doitsche' literatuur opgeilt. De lippengorilla, de ellendeling.'

Nooit tevoren is er zoveel opwinding ontstaan over een boek dat nog niet eens is verschenen. De feuilletons, de prestigieuze dagelijkse kunstkaternen van de grote Duitse kranten, leveren dag na dag slag over de vraag of Tod eines Kritikers antisemitisch is.

Het schandaal werd ontketend door Frank Schirrmacher, feuilletonchef en co-hoofdredacteur van de Frankfurter Allgemeine (FAZ), een man die graag de toon aangeeft in Duitslands culturele kringen. Dat hij Walsers boek niet wilde afdrukken, zoals diens zes vorige romans, ligt voor de hand. Reich-Ranicki was jarenlang de literatuurchef van de FAZ. Maar Schirrmacher wees het manuscript niet bepaald discreet af. In een open brief bracht hij de zwaarste beschuldiging in stelling die er in het na-oorlogse Duitsland bestaat. Hij kon verzekerd zijn van een rel. Zijn onthulling viel midden in de strijd over vermeend antisemitisme van de FDP-politicus Möllemann. Reich-Ranicki sloot zich bij Schirrmachers oordeel aan.

Uitgeverij Suhrkamp zag zich gedwongen de Duitse recensenten snel het typoscript ter hand te stellen. Zo bestaat Walsers roman nu als e-mail-attachment. De printer doet zijn werk, en de bevoorrechte lezer houdt een stapel verdacht papier onder de leeslamp.

Wat daarin te lezen valt, voldoet niet aan de alarmerende beschrijvingen. Het is een met kennis geschreven, grotesk portret van macht, ijdelheid en wanhoop in de literaire wereld, waar menig bekend figuur in voorkomt. Bij zijn afrekening mikt Walser wel onder de gordel. Zijn woede over het machtsmisbruik van de criticus en de slaafsheid van diens 'koorknapen' bij de feuilletons is onbeholpen en mist soms raffinement.

De 75-jarige Walser, die toch niet te klagen heeft over gebrek aan succes, geeft openlijk toe dat hij lijdt aan een Reich-Ranicki-trauma. De twee oude mannen kennen elkaar sinds 1958 en hebben een betrekking die, zoals publicist Gustav Seibt schreef, 'de koele toeschouwer aan de bizarrerie van een sadomasochistische verhouding doet denken'. Al in 1963 schreef Reich-Ranicki over Walsers roman Halbzeit: 'Misschien heeft nog nooit een zo slecht boek een zo grote begaafdheid bewezen', om de schrijver in de decennia daarop steeds weer af te kraken, maar ook zijn talent te bezweren. Het is die combinatie van lof en vernedering, de 'machtsuitoefening' over het welbevinden van de schrijver, die Walser in Tod eines kritikers aanvalt. Zijn alter ego Hans Lach, de schrijver die de moord zou hebben gepleegd, loopt te huppelen door de stad als Ehrl-König hem op een feestje in vertrouwen neemt. De criticus laat hem vervolgens in zijn eerstkomende uitzending nog dieper vallen, met ogen die ten hemel draaien terwijl hij uitlegt hoe vervelend het is over een vriend te moeten zeggen dat diens nieuwe boek volledig is mislukt. Niet voor niets heet hij naar de Erlkönig uit Goethes gedicht. In zijn armen sterft niet een kind, maar de eigenwaarde van de schrijver.

WALSERS BOEK is het antwoord op een afgewezen liefde, op het uitblijven van de ridderslag van de grote criticus. Hij is haatdragend over deze afhankelijkheid en heeft een kwetsende satire geschreven. Antisemitisch is Tod eines Kritikers niet. Walser bespot de nasale klinkers en rollende r ('Doitsche Scheriftsteller') van Reich-Ranicki, maar voornamelijk omdat de romanfiguur dit als zijn handelsmerk ziet en er zelfs speciaal op traint. Walser speelt wel een vilein spel met de heilige verontwaardiging die er heerst over vermeend antisemitisme in Duitsland. In het boek bedreigt schrijver Hans Lach de criticus vlak voor diens verdwijning met de Hitler-parafrase 'Ab heute nacht 0.00 Uhr wird zurückgeschlagen'. Voor de media in het boek is dat een reden om in de vermeende moord vooral een aanslag op een jood te zien, ook al is Ehrl-Königs afkomst onduidelijk.

Zo heeft Walser in zijn roman de huidige opwinding al helemaal beschreven. Het is een provocatie die typerend is voor het 'orakel van de Bodensee'. Hij heeft steeds weer de grenzen van het taboe opgezocht, vooral de laatste jaren. In zijn autobiografisch getinte boek Ein springender Brunnen beschrijft hij de nazi-tijd door de ogen van een kleine jongen en laat hij de misdaden bewust weg. Reich-Ranicki hekelde de afwezigheid van Auschwitz in het boek. In hetzelfde jaar klaagde Walser in zijn beruchte rede in de Paulskirche in Frankfurt over het misbruik van Auschwitz als 'morele knuppel'. De joodse leider Bubis noemde hem een 'geestelijk brandstichter' en Duitsland had zijn 'Walser-Bubis-debat'.

Als een dwarse puber blijft Walser politiek correct Duitsland uitdagen. Met zijn nieuwste roman krijgt hij zijn tegenstanders makkelijk op de kast. Vooraanstaande publicisten veroordelen hem vóór ze het boek hebben gelezen. Recensenten speuren ijverig tussen de regels en komen met vergezochte bewijzen van antisemitisme. Ze vinden dat Reich-Ranicki sowieso niet fictief mag worden vermoord, omdat hij de holocaust heeft overleefd. Het boek zou antisemitisch zijn omdat Walser Reich-Ranicki afschildert als een onmens. Maar wie is hier de antisemiet? De schrijver die een onmens beschrijft, of de lezer die in de onmens een typische jood meent te herkennen?

DAT WALSERS perfide spel met deze vragen tot zo'n rel heeft geleid, bewijst vooral dat de oude Duitse schrikreactie nog intact is. De socioloog Heinz Bude wilde dat de 'Berliner Republik' zich zou bevrijden van de 'Vergangenheitspolitische Alarmreflexe' van de West-Duitse intelligentsia. En inderdaad lijkt de verhouding van de literaire wereld met het 'moeilijke vaderland' zich de laatste jaren te normaliseren. Linkse auteurs als Hans Magnus Enzensberger brengen het zelfs op om Duitsland voorzichtig te prijzen: 'Een beetje meer patriottisme zou het de Duitsers makkelijker kunnen maken het met zichzelf en de anderen te vinden.' In Berlijn wordt het eens zo belaste Pruisische erfgoed omarmd door intellectuelen, die pleiten voor de wederopbouw van het koninklijke slot.

De jongere schrijvers zijn meer met zichzelf bezig dan met het naziverleden. 'De afwijzing van de generatie voor ons met hun morele superioriteit was voor ons al vroeg een beslissende levensmaxime', schrijft Florian Illies, als auteur van de bestseller Generation Golf een spreekbuis voor de onbevangen dertigers. In zijn tweede boek geeft hij een geestige beschrijving van het schuldgevoel waarin Duitsers nog dagelijks gevangen zitten.

Zelfs Günter Grass, een exponent van de aloude morele superioriteit, ontworstelde zich aan een zelfopgelegd taboe. In zijn recente boek Im Krebsgang behandelt hij niet de daderrol, maar de slachtofferrol van de Duitsers. Met zijn beschrijving van de torpedering van het Duitse vluchtelingenschip Wilhelm Gustloff door de Russen lost hij naar eigen zeggen een soort ereschuld in. Hij verwijt zichzelf eerder te hebben gezwegen. Sindsdien houdt Der Spiegel niet meer op met verhalen over de verdrijving van twaalf miljoen Duitsers uit oostelijk Europa.

Maar ook al is het geestelijk klimaat aan het verschuiven, bevrijd van hun oorlogsschuld zijn de Duitse schrijvers nog lang niet. Tekenend is de discussie die onlangs ontstond over Bernhard Schlinks internationale bestseller Der Vorleser. Daarin beleeft de hoofdpersoon zijn eerste grote liefde, om er vervolgens achter te komen dat zijn geliefde als voormalig kampbewaarster terecht moet staan. Hij ontdekt dat ze medeplichtig raakte aan moord op een groep joodse vrouwen omdat ze zich schaamde voor haar analfabetisme.

De publicist Willi Winkler klaagde het boek zeven jaar na verschijning aan, omdat het de Duitse schuld aan de holocaust zou relativeren. Peter Schneider werd door anderen aangevallen om zijn boek over een joodse muzikant die de oorlog in Berlijn overleeft met de hulp van Duitsers, een waar gebeurd verhaal. Een schamperende Winkler: door over goede Duitsers te lezen 'kun je je als Duitser weer beter voelen'.

En nu is er dan de rel over Tod eines Kritikers. Natuurlijk heeft Walser het erom gedaan. De opwinding is ook terug te voeren op de ijdelheid van twee oude egomanen en de Duitse feuilletonmakers, 'een milieu dat veel beter is ingespeeld dan het Duitse voetbalelftal', zoals de Frankfurter Rundschau schreef. Toch demonstreert de kwestie ook het storende, blijvende Duitse gevoel dat Walser zelf onlangs in een correctere bui onder woorden bracht: 'Er is nog geen dag verstreken sinds de holocaust.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden