De Duitse organistenmaker

Hoe groot is de kans dat een componist door televisiekijkers wordt uitgeroepen tot de grootste Nederlander aller tijden? Tussen de genomineerden, van Rembrandt tot Pim Fortuyn, staan twee toondichters: Louis Andriessen en Jan Pieterszoon Sweelinck....

In Engeland haalden erkende genieals Hel en Purcell niet eens de toptien. De Britten vonden prinses Diana (3) van meer betekenis voor het koninkrijk.

Ik leerde Sweelinck (1562-1621) kennen via mijn pianolerares die me opdroeg de variaties op Mein junges Leben hat ein End in te studeren. Op de HBS won ik met de uitvoering van dit heerlijke stuk ooit een boekenbon van vijf gulden. Dat was toen al weinig geld. Het optreden vond plaats in de gymnastiekzaal op de zogeheten prestatie-avond bedoeld voor leerlingen met een kunstzinnige aanleg. Er werden gedichten voorgedragen, er werd een dansje gedaan en een muziekwerk gespeeld. Mijn schoolprestaties beperkten zich goeddeelstot deze avond.

De variaties van Sweelinck op het volksliedje zijn briljant in hun eenvoud. Een mooi melancholisch thema, een omkering, een canon, een vrolijk menuet, een stil gehouden koraal en steeds als leidraad de chromatisch dalende harmonie die de oorsprong van de melodie in herinnering roept. De vergelijking met de canon van Pachelbel duikt bij de variaties af en toe op, maar Sweelinck heeft meer muzikale energie in huis dan de man van dat ene stuk. Sweelinck houdt vast aan een heldere structuur van waaruit hij luchtig improviseert met al die loopjes, tremolo's, figuurtjes en gebroken akkoorden waarmee hij zijn leerlingen uit heel Europa betoverde. Massaal kwamen ze per koets naar de Koestraat in Amsterdam om bij de meester les te nemen in orgelspel of compositie.

Een groot Nederlander, deze in Deventer geboren Amsterdammer, in loondienst bij de gemeente en tot zijn dood de vaste organist van de Oude Kerk aan de Wallen, waar hij voor een bescheiden salaris ook nog het onderhoud aan het orgel verzorgde. Zijn orgeltechniek was befaamd tot ver over de landsgrenzen. Ook toen waren de Duitsers niet te beroerd om tot annexatie over te gaan. Ze noemde Sweelinck 'de Duitse organistenmaker'.

Sweelinck roept een sfeer op die niet toevallig aan het werk van Vermeer doet denken, een soevereine klank van een toondichter des vaderlands in de Gouden Eeuw. Niet alleen orgel-en klavecimbelwerk kwam uit zijn pen. Hij schreef tweehonderdvijftig vocale werken, veel voor koor a capella, al liet hij de bezetting vaak in het midden. Dan schreef hij op het omslag: 'voor instrumenten of stemmen'. Meteen, na de eerste maten vertegenwoordigen de noten een muzikale oerkracht, geschreven in een tijd dat Bach nog geboren moest worden.

Zou het niet jammer zijn als Anton Pieck hoger zou eindigen in de competitie om de grootste Nederlander aller tijden ?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden