De duistere kant van de hamburger

LANGS DE autoweg tussen Straatsburg en Metz staat een klein bord met het het logo van McDonald's: twee gouden bogen die samen de letter M vormen....

Dat lijkt op een verkeerd begrepen marktconcept. Als het bij McDonald's ergens om gaat, dan is het om klantvriendelijkheid, om snelheid en bereikbaarheid. Maar het is waarschijnlijker dat de meeste klanten van McDonald's het helemaal niet erg vinden om een omweg te maken.

McDonald's is populair. Kinderen, en daarom ook hun ouders, zijn dol op de Franse frietjes en de Happy Meals. Teenagers vallen op de Amerikaanse sfeer van vrijheid en blijheid, niet alleen in de Verenigde Staten en Europa, en niet alleen voor McDonald's. De eerste Kentucky Fried Chicken in Mekka maakte in de eerste week na de opening tweehonderdduizend dollar winst, terwijl die eerste week nota bene in de ramadan viel. Toen er McDonald's filialen in Moskou en Peking werden geopend, beschouwde men dat als het opperste bewijs van de nieuwe vrijheid.

Er is bijna geen land meer zonder Amerikaanse fastfoodketen. Tien jaar geleden bezat McDonald's zo'n drieduizend restaurants buiten de VS; tegenwoordig zijn dat er vijftienduizend in meer dan 117 landen. Per dag komen er in de hele wereld vijf nieuwe filialen bij. Het is met de hamburgers net als met Disneyworld, Coca-Cola en de kleren van Tommy Hilfiger: ze geven niet alleen Amerika-liefhebbers, maar zelfs aperte Amerika-haters als Palestijnse intifadah-aanhangers en Filippijnse guerrillastrijders het gevoel dat ze een eigen identiteit bezitten. Dat ze vrij zijn, en onafhankelijk.

Voor wie het nog niet wist: dit vrijheidsidee is ontstaan in het brein van vernuftige reclamemakers. Als de Amerikaanse vrijheid al bestaat, is ze in handen van een kleine groep industriëlen en politici en gaat ze ten koste van het geluk van kleine veeboeren en machteloze arbeiders. Toen de Amerikaanse journalist Eric Schlosser, correspondent van het eerbiedwaardig tijdschrift Atlantic Monthly, op zoek ging naar de achtergronden van het Amerikaanse fastfood, moest hij vaststellen dat de verkoop van de goedkope hamburger en de Franse frietjes, net als de uitbreiding van het Disney-imperium, met dwang, uitbuiting, terreur en bedreigingen gepaard gaat.

In Fast Food Nation, het boek over zijn zoektocht, laat Schlosser zien hoe de geschiedenis van de fastfoodindustrie met de ontwikkeling van de Amerikaanse auto-industrie verbonden is. De auto gaf de vrijheidslievende Amerikanen een nieuw gevoel van zelfstandigheid. Het voertuig werd in de jaren twintig een begeerlijk object. De fabrikanten vonden niettemin dat er te weinig auto's werden verkocht. Ze gingen daarom tot keiharde parktijken over. Eerst kochten ze zo veel mogelijk tram- en trolleymaatschappijen op, en vervolgens lieten ze de rails en de elektrische leidingen weghalen. Wie voor zijn werk moest reizen - en dat moest ook tachtig jaar geleden het grootste deel van de Amerikanen - was dus gedwongen een auto te kopen.

Met de opkomst van de auto verschenen de eerste fastfoodkarretjes. Al gauw daarna ontstonden naast de eerste drive-in kerk de eerste drive-in restaurants, waar knappe jonge meisjes, carhops, het eten naar de auto's brachten. De carhops trokken schooljongens aan. Dat stoorde twee broers in de industrie, Richard en Maurice McDonald, die in 1937 in het Californische Pasedena hun eerste drive-in restaurant hadden geopend. Daar joegen jongens niet alleen de oudere klanten weg, ze stalen en braken ook nog eens de halve restaurantinventaris af. De twee broers bedachten daarom iets nieuws: een zelfbedieningsrestaurant zonder carhops, maar met goedkoop eten dat vlug klaar was en zonder bestek kon worden gegeten. Kortom, het ideale familierestaurant.

De eerste McDonald's nieuwe stijl werd in 1948 geopend. Het werd onmiddellijk een succes. Een nieuw filiaal volgde. Daar kregen de broers op een dag bezoek van Ray Kroc, een ambitieuze handelsreiziger. Kroc was een kennis van Walt Disney, met wie hij nogal wat gemeen had. Kroc en Disney waren highschool drop outs die over hun leeftijd gelogen hadden om aan de Eerste Wereldoorlog mee te kunnen doen. Ze werkten als ambulancebestuurders in Frankrijk en waren bij hun terugkeer in de Verenigde Staten vastbesloten te slagen en rijk te worden.

Toen Kroc het restaurant van de McDonalds zag, besefte hij dat hij op een goudmijn was gestoten. Hij hield de broers voor dat ze filialen in heel Amerika moesten openen, maar de broers hadden daar geen zin in. Ze hadden allebei al een mooie auto en een groot huis en verdienden honderdduizend dollar per jaar. Meer wilden ze niet. Maar als Kroc voor filialen wilde zorgen, vonden ze het best.

Kroc ging aan het werk. Hij was hard en vastberaden. 'Als mijn concurrenten aan het verdrinken zijn', verkondigde hij, 'stop ik een tuinslang in hun mond.' Binnen een paar jaar tijdsd werd McDonald's een omvangrijk concern, compleet met instituten voor marktonderzoek en advertentiebedrijven. Net als Disney zocht McDonald's in de eerste plaats naar de beste manier om kinderen te lokken; de ouderen zouden vanzelf volgen.

Tot zover klinkt het verhaal vrij onschuldig. Minder prettig wordt het, als Schlosser noteert dat Disney in de jaren vijftig bij de ontwikkeling van zijn ruimteattracties de nazi-wetenschapper Wernher von Braun betrok en een van de collega's van de nazi-arts Josef Mengele, die zich toelegde op het schrijven van kinderboeken, inschakelde.

Onaangenaam wordt het ook, als Schlosser noteert hoe Disney en McDonald's hun personeel behandelen. Om zo goedkoop mogelijk te kunnen werken, moeten de werknemers goedkoop zijn. Dat houdt in dat ze het liefst met ongeschoolden en teenagers aan de slag aan. Ze hebben van het begin af aan de bonden buiten hun bedrijf proberen te houden. Omdat dat niet goedschiks ging, deden ze het kwaadschiks: van zowel Disney als van een vleesverwerkingsconcern is bekend dat ze de maffia hebben ingezet om stakingen te breken.

Vanaf dit punt wordt Schlossers boek almaar naargeestiger. Helder, maar vol afschuw over zijn bevindingen, vertelt hij hoe de verspreiding van de fastfoodrestaurants tot de ondergang van de kleine veeboeren geeft geleid en kartelvorming van een paar grote vleesverwerkingsbedrijven in de hand heeft gewerkt. Ook die bedrijven zijn gebaat bij ongeschoold en onmondig personeel. Ze nemen daarom het liefst immigranten in dienst. Daarvoor krijgen ze grote subsidies; McDonald's ontvangt staatsgeld voor het opleiden van jongeren, maar ze doen daar niets aan. Het is ook niet nodig, omdat elk apparaat in de McDonald's keuken moron proof is: elk rund moet het kunnen bedienen.

Intensieve lobbycampagnes onder Republikeins politici hebben de federale vleesinspectiediensten praktisch monddood en handelingsonbekwaam zijn gemaakt. Dat heeft onmenselijke toestanden voor de arbeiders in de hand gewerkt. De manier waarop met vee en vlees wordt omgesprongen is soms ronduit weerzinwekkend. There is shit in the meat, schrijft Schlosser, en dat bedoelt hij niet louter figuurlijk: de koeien krijgen voer waarin kippenstront verwerkt zit, en de arbeiders hebben geen tijd om naar de wc te gaan. Bovendien missen de meeste slachters de vakbekwaamheid om de ingewanden van de runderen te verwijderen, waardoor niet alleen menselijke uitwerpselen en kippenstront in het hamburgervlees terechtkomen, maar ook koeienpoep. Omdat de meeste restaurantemployees geen idee van hygiëne hebben, voegen zij nog massa's andere bacteriën aan de hamburgers toe. Daar komt bij dat ze het vlees veel te kort braden. Het gevolg is dat jaarlijks 25 Amerikanen sterven aan een besmetting met E.coli 0157:H7, een bacterie die de ingewanden aantast en de hersens letterlijk tot vloeistof reduceert. Volgens Schlosser worden per jaar honderden Amerikanen ziek van het eten van een hamburger.

Hoe moet het nu verder? Moeten we allemaal vegetariërs worden en onze kinderen bij McDonald's weghouden? Niet helemaal, zegt Schlosser, die zijn boek als hamburgerliefhebber begon en dat ook graag wil blijven. De bazen van de fastfoodketens, beweert hij trouwhartig, zijn niet slecht. Ze zijn alleen maar kooplui die zoveel mogelijk geld willen verdienen. Als hun klanten schoon vlees van met gras gevoerde koeien eisen, zullen ze uit eigenbehoud aan die eis voldoen. Een boycot kan wonderen doen.

Het boek eindigt met een oproep. Loop door de deur van het plaatselijke fastfoodrestaurant, bekijk de drukte achter het buffet, bedenk waar het vlees vandaan komt en hoe het wordt klaargemaakt. Bestel dan, als u nog durft, een hamburger. Maar loop liever de deur weer uit. Bedenk dat de vrijheid die ons zo aanspreekt, in de eerste plaats in onszelf zit. Samen kunnen we de hamburger in een mens- en diervriendelijk broodje vlees veranderen.

Ook wij hoeven alleen maar te willen, is Schlossers optimistische boodschap. Waarmee hij zich, ondanks zijn onthullingen en zijn moedige kritiek, niet minder Amerikaans betoont dan de hamburger. Dat heeft iets aantrekkelijks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden