De droom van Georginio Wijnaldum

Column Langs de Lijn (NOS), 9 april 2007

Georginio Wijnaldum, dat klinkt om te beginnen helemaal niet slecht.

In zijn naam zijn Brazilië, Nederland en Suriname vertegenwoordigd, een ideale cocktail voor een voetballer. Georginio Wijnaldum, dan denk je meteen: van hem gaan we nog héél veel horen. Georginio Wijnaldum wordt de voetballer die eerst Feyenoord en later het Nederlands elftal uit het slop zal trekken, als een tot leven gekomen held uit een jongensboek.

Overal in Nederland zullen over een paar jaar ouders hun zoon Georginio noemen en alle jongens op het schoolplein willen dan tijdens het partijtje Georginio zijn, de fenomenale middenvelder met zijn schitterende techniek, diepgang en scorend vermogen die Feyenoord naar drie landstitels op rij zal leiden en het Nederlands elftal in 2014 wereldkampioen zal maken.

Maar misschien loopt het allemaal wel heel anders natuurlijk. Vijf spelers slechts waren jonger dan Georginio Wijnaldum toen ze hun debuut maakten in de eredivisie. Twee van hen, Wilfred Bouma en Mark van Bommel, haalden het Nederlands elftal. Michel Mommertz van Roda JC, Stanley Bish van PSV en Wim Kras van Volendam kwamen niet zover.

Zestien jaar en 148 dagen oud was Georginio Wijnaldum toen hij zondag debuteerde in het eerste elftal van Feyenoord, in een thuiswedstrijd tegen FC Groningen. Ik zag de samenvatting op Tien en kende de uitslag al. Dat beloofde allemaal niet veel goeds en ik hield mijn hart vast. Gelukkig viel het mee.

B-junior Georginio Wijnaldum was veruit de beste speler van Feyenoord. En de meest opvallende, wat veel zei over de rest van het Rotterdamse elftal.

Dat stelde ook trainer Erwin Koeman na de wedstrijd vast, met een glimlach die het midden hield tussen bewondering en ergernis; bewondering voor de debutant, ergernis over de lamlendigheid van zijn veel oudere medespelers. De vraag of Koeman hem dit had mogen aandoen, een debuut onder deze omstandigheden, negeer ik maar even.

Zestien jaar en 148 dagen, dan denk je toch even terug aan jezelf, op die leeftijd. Ik speelde in de B-junioren van Haarlem, had een Puch, dacht dat ik verliefd was op Wendy Buurman maar wist het niet helemaal zeker en vond school leuk, maar spijbelen ook. We trainden twee en soms drie keer per week, maar hadden niet de illusie dat we ooit het eerste elftal zouden halen, laat staan De Kuip.

Zo'n stadion zag je alleen op tv en soms in het echt, uit de verte uit de auto, als we op vakantie gingen. Maar hij staat daar plotseling, in dat kolossale stadion, met tienduizenden ogen op hem gericht, het middelpunt van een, zacht uitgedrukt, stroef draaiend en daardoor gefrustreerd elftal.

Wat weten wij van Georginio Wijnaldum? Niet veel. Hij speelde van zijn zesde tot zijn dertiende bij Sparta.

In januari mocht hij van Koeman al met Feyenoord mee naar het trainingskamp in Turkije. Ik droom ervan een groot voetballer te worden, zei hij tegen Feyenoord.nl, precies de uitspraak die je verwacht van een 16-jarige jongen.

Maar waarover droomde hij zondagnacht? Over de vier doelpunten van FC Groningen? Over de aanval van de supporters die, opgehitst door Willem van Hanegem en Johan Derksen, na afloop van de wedstrijd het Maasgebouw bestormden, omdat ze na Jorien van den Herik een nieuwe zondebok hebben ontdekt, namelijk technisch manager Peter Bosz? Droomde hij over de spandoeken in De Kuip, met teksten die suggereren dat Bosz verantwoordelijk is voor alle ellende?

We weten het niet. We weten slechts dat zondag een jongen van 16 jaar en 148 dagen zijn debuut maakte bij Feyenoord. Hij heet Georginio Wijnaldum en hij heeft een droom, in het meest cynische voetbalstadion van Nederland.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden