DE DRAB VAN DETROIT

ooit was detroit beroemd om zijn auto's, muziek en malcolm x, nu is de stad een uitgewoond karkas nadat een miljoen inwoners zijn weggetrokken....

Whaddafuck is this?'

Met de voet op de rem stuurt de blanke man, een toevallige passant, zijn witte stationcar langs het huis op Heidelberg Street, diep in Detroits zwarte East Side. Hij staart uit zijn raampje, mond open. Na een rit langs uitgebrande en verlaten woningen, huizen waar freebased cocaïne (crack) wordt gedeald en gerookt, lege fabrieken, evangelistische kerken en drankzaken, heeft dit alles weg van een psychedelische ervaring. Hij hapt naar adem. 'Whaddafuck is this?'

's Mans verbijstering geldt het huis links van hem, opgetuigd met honderden stuks afval, gevonden op straat. Op het dak staat een enorme opblaas-Mickey Mouse. Er hangen naakte poppen, kinderwagens, kruisen, speelgoed, wegwijzers, posters, naambordjes, spiegels, tafeltjes, stoelen, halfvoltooide kunstwerken. Ook de hele veranda is ermee volgebouwd. En die delen van het huis die niet met objecten zijn behangen, zijn beklad met kreten als 'cnn' en 'god'.

'Die Mickey Mouse staat voor de regering. Daar zitten een hoop tweebenige ratten in', zegt kunstenaar Tyree Guyton, schepper van de installatie. Trots wijst hij op zijn andere werken. Het huis ernaast is volgeschilderd met stippen. 'Het polkadot-huis, waar mijn moeder woont.' Aan de overkant staat een woning eindeloos volgeklad met het cijfer vijf, refererend aan het Vijfde Amendement van de Amerikaanse grondwet, waarin burgerrechten zijn vastgelegd. En iets verderop is het 'oj-huis', oj als in Simpson, als in obstruction of justice. Het asfalt en de bomen zijn eveneens opgesierd met polkadots. 'De stad was in oorlog', zegt hij. 'De stad is altijd in oorlog geweest. Nog steeds.' Daar, wijst hij naar Mt. Elliot Street, daar reden de tanks. En daar, gebaart hij naar de lucht, daar vlogen de legerhelikopters. Vijf dagen duurde de oorlog in Detroit. Vooral winkels van blanken moesten het ontgelden. Resultaat: 43 doden, 7231 arrestaties en 2509 gebouwen geplunderd en in brand gestoken.

Dat was 1967, Tyree was twaalf. Twee jaar eerder was zijn held Malcolm X vermoord. Traumatische ervaringen. Voor Detroit betekende de dood van Malcolm X het begin van de spirituele teloorgang, en de rellen waren een bezegeling van het lot dat zich al sinds de jaren vijftig aandiende: een uittocht van de blanken en hun bedrijven naar de veilige suburbs. Later, toen midden jaren tachtig ook nog de crack-oorlog losbarstte en Detroit murder capital werd, koos ook de zwarte middenklasse het hazenpad.

Ooit was Detroit fameus om zijn auto's: Ford, Chevrolet, Chrysler. En om zijn muziek: de soul van Tamla Motown, de punk avant la lettre van Iggy & the Stooges, en mc5, techno. Vrijwel niets is daarvan over. De straten zijn 's avonds uitgestorven, en hebben door de stoom die uit de roosters opstijgt, het lugubere karakter van Blade Runner zonder figuranten. De afgelopen decennia hebben als gevolg van de teloorgang van de autoindustrie en de 'oorlogen' ruim een miljoen mensen de stad de rug toegekeerd en zijn honderdduizenden banen verloren gegaan. Gebouwen werden achtergelaten met de achteloosheid waarmee een kind een snoeppapiertje weggooit.

Wat rest is Detroit-City als een karkas, een derdewereldstad met een miljoen inwoners, van wie ruim tachtig procent zwart is (in 1990 bedroeg de segregatie 87,6 procent, het hoogste percentage in de vs) en zeker eenderde onder de armoedegrens leeft. Voor het post-industriële kapitalisme hebben deze stadsbewoners hun nut verloren - ze zijn aan hun lot overgelaten. 35 jaar na de moord op Malcolm X vind je hier de drab van de Motor City.

Het kunstwerk waaraan Tyree Guyton in 1986 begon, is een protest tegen deze onttakeling. Hij heeft zich niet laten afschrikken door de gemeente die delen van zijn project, dat jaarlijks tienduizenden bezoekers trekt, met de grond gelijk liet maken. Integendeel, Guyton heeft zijn actieradius verlegd. Nu schildert hij in heel Detroit grote polkadots op verwoeste gebouwen. Honderden gekleurde stippen markeren als pokputten de zieke stad. 'Ik daag de autoriteiten uit', zegt hij. 'I'll polkadot the whole city! Haal je mijn project weg, dan hou je drugs en prostitutie over. Er is geen eenheid, geen zelfrespect. De politici geven niets meer om deze mensen. De mensen geven niets meer om zichzelf.'

Guyton doet zijn verhaal in de keuken van zijn ouderlijk huis. Het is een lage vierkante woning met een houten terras en een eigen stukje grond. De getto's van Detroit zijn niet de kale bruine flatgebouwen zoals je die in New York of Chicago aantreft, het zijn losstaande woningen waar de uit de zuidelijke staten gemigreerde zwarte arbeiders zich in de jaren vijftig rijk waanden, en waar nu het gras kniehoog staat en huisraad doorweekt voor de deur ligt.

Het was in de woelige jaren vijftig van wild kapitalisme, rassenhaat en communistenjacht dat Malcolm X voor het eerst van zich liet horen. Malcolm Little (1925) groeide op in de stad Lansing, zo'n honderdtwintig kilometer ten noordwesten van Detroit. Zoals vele zwarte mannen zocht hij als jonge hustler zijn heil in de misdaad. Tussen 1946 en '52 zat hij in de gevangenis, waar hij zich bekeerde tot Nation of Islam (noi), een op de islam geïn spireerde sekte, opgericht door Elijah Muhammad, een Detroiter die zichzelf beschouwde als de laatste boodschapper van Allah. Elijah schilderde de blanke af als de duivel en propageerde zwart nationalisme en segregatie. Nation of Islam was een godsdienst puur voor zwarten. Leden van de Nation kleedden zich onberispelijk in kostuum met vlinderdas, en waren fel tegen drugs en drank. De afstammeling van de slaaf, beroofd van identiteit, cultuur en geloof, moest zijn trots en spiritualiteit hervinden.

De eerste tempel van noi was in 1931 opgericht in Detroit. Malcolm oreerde er na zijn gevangenschap een tijdje als assistent-predikant. In korte tijd werkte hij zich op tot belangrijkste woordvoerder. Dankzij zijn retorische gaven groeide Nation of Islam van vage sekte uit tot een van de belangrijkste zwart-nationalistische bewegingen in de vs, met tientallen tempels en vooral een grote aanhang in de noordelijke industriële Rust Belt.

In 1964 verliet Malcolm de sekte en bekeerde hij zich tot de orthodoxe islam nadat er binnen noi opschudding was ontstaan over zijn 'machtswellust'. Tegelijkertijd was de Nation in opspraak geraakt door financiële en seksuele schandalen rond Elijah Muhammad. Een teleurgestelde Malcolm maakte een pelgrimage naar Mekka. Zijn anti-blanke houding werd daarna genuanceerder. Hij ontmoette blanke en Arabische 'moslimbroeders' en zag hoe het lot der Ame rikaanse zwarten meer werd bepaald door meedogenloos kapitalisme dan door de blanke pur sang. Op 21 februari 1965 werd hij vermoord door mannen van Muhammad, mogelijk met hulp van de fbi die een verbond tussen de zwarten en radicaal links, met Malcolm als leider, vreesde.

In het huis van Grace Lee Boggs hangt bij de spiegel nog steeds een vergeeld krantenportret van Malcolm X. De 84-jarige activiste/publiciste/intellectueel ergert zich aan het clichébeeld dat is overgebleven van de zwarte leider: macho, anti-blank, demagoog, onverzoenlijk. 'Mensen veranderen na hun dood in iconen. Maar vergeten wordt dat Malcolm steeds veranderde, zijn hele leven en vooral tijdens zijn laatste jaren. Hij was een heel intelligente man. Hij was de eerste die opstond tegen de blanke autoriteiten.'

Grace Lee Boggs is een begrip in Detroit. Haar hele leven heeft in dienst gestaan van actievoeren. Nog altijd is ze de spil in de beweging die probeert de onderklasse te helpen. 'Maar het is nu zo veel moeilijker iets op te bouwen dan in de tijd van Malcolm. Toen had je van die prachtige contrasten. We moesten vechten voor burgerrechten en tégen de blanke racisten. Nu zijn de misdaden veel minder duidelijk en van een heel andere orde.'

Hoe compleet en structureel de onttakeling van de zwarte onderklasse is, blijkt uit een bezoek aan de Catherine Ferguson Academy, een grotendeels door Afro-Amerikanen gerunde school voor minderjarige moeders. Er zijn driehonderd leerlingen, allen zwart. De jongste is twaalf. Op de gang duwen vrijwilligers in elkaar gehaakte kinderwagens met het kroost van de meisjes voort. Buiten is een schooltuin en staat een eenzaam paardje. 'Dat is om de kinderen weer voeling met de aarde te geven, om hun de spiritualiteit terug te geven', zegt Gerald Hairston, een vrijwilliger die vroeger een café beheerde, maar zijn cliëntèle gedecimeerd zag tijdens de crack-oorlog. 'Spiritualiteit is belangrijk voor zwarten.'

Norma Madison is psychiater op de school. Het probleem, zegt ze, ligt bij de ouders van de meisjes. En hun ouders. En hun ouders. Het gaat inmiddels al om drie verloren generaties. 'Veel leerlingen komen uit drugsfamilies. De meisjes zijn totaal verwaarloosd. Het zijn kinderen die baby's hebben gekregen. Hun moeders zijn vaak pas dertig jaar. Ze zijn zoveel aandacht tekort gekomen. Soms moet ik tante, verpleegster en moeder tegelijk zijn.' Verpleegster Darlene Allen vult aan: 'Relaties hebben een triest dieptepunt bereikt. We hebben onze spiritualiteit verloren.' Madison: 'Ze groeien op in een asfaltjungle.' Darlene Allen gospelt mee: 'Yeah, asphalt jungle.'

Niet ver hiervandaan is het Muslim Center waar iedere zaterdag bijna honderd sloebers langskomen voor de gaarkeuken. Net als in oorlogsgebieden zijn het vooral bejaarden, vrouwen en kinderen. Directeur Mitchell Shamsud-Din, een 45-jarige Malcolm X-adept, heeft een cynische kijk op de situatie. 'Natuurlijk vertellen wij de mensen dat ze geen drugs en alcohol moeten gebruiken. Maar de crack-handel en de drankzaken zijn onderdeel van de wijkeconomie. Het is ongeveer het enige dat rest. Haal je dat weg, dan zul je alternatieven moeten bieden.'

Waar ging het mis? Toen overmoed, wapens en drugs een verbond sloten. Na de moord op Malcolm X begon de opmars van de Black Panthers. Zij namen in 1966 de radicale fakkel over, en benadrukten net als Malcolm in zijn laatste dagen de noodzaak tot actie en een verbond met niet-zwarte gelijkgestemden. De Panthers namen Malcolms credo 'by any means necessary' ter harte. Zij bewapenden zich, 'voor zelfverdediging', en propageerden 'gerichte guerrilla-acties'. Mal colms islam, de spiritualiteit, lieten ze voor wat die was.

Als zestienjarig bendelid sloot Ahmad Abdur Rahman zich in 1968 aan bij de Panthers van Chicago. Hij had geen fiducie in het vreedzame protest van Martin Luther King. 'Net als Malcolm X vond ik dat we onszelf moesten verdedigen.' In juni 1970 werd hij overgeplaatst naar Detroit om het activisme daar impulsen te geven. De Panthers deden buurtwerk voor de armen en probeerden de opmars van spotgoedkope he roïne een halt toe te roepen door gewapenderhand drugspanden binnen te vallen. 'We speelden hoog spel', zegt Rahman. 'Je wist dat als de politie je zou betrappen, een Panther met een geweer, je er geweest was.'

In april 1971 ging het mis. Rahman en een maat bestormden op advies van wat later een infil trant bleek een vermeend drugspand. Er viel een dode. Rahman kreeg levenslang wegens medeplichtigheid aan moord. Na eenentwintig jaar kwam hij vrij, tien jaar nadat zijn organisatie in 1982 was opgeheven en de meeste leiders dood waren of verslaafd.

Volgens Rahman is de 'revolutie' mislukt omdat de Black Panthers als 'hondsdolle militanten' en 'separatisten' zijn afgeschilderd. 'Wij werden geëlimineerd, en de zogenaamd redelijke zwarten wonnen. Wat je nu in de binnensteden ziet, de drugs, de wanhoop, is daarvan een gevolg. Wij geloofden dat alleen een goed georganiseerde gemeenschap de problemen kon oplossen. De buurt moest controle hebben over politie, economie, onderwijs, bestuur. Maar de zwarte bourgeoisie heeft de gemeenschap aan haar lot overgelaten.'

In de gevangenis begon Rahman zich te verdiepen in religie. 'Mijn spirituele kant moest worden versterkt. De islam sprak me aan vanwege de balans. In Mohammed bundelt zich de kracht van Mozes en de compassie van Jezus. Ik hunkerde naar discipline, gebed, reinheid en werd orthodox moslim. Ik verruilde politiek voor spiritualiteit.'

Rahman is niet de enige. De afgelopen dertig jaar zijn ruim een miljoen zwarte Amerikanen toegetreden tot de islam, die daarmee de snelst groeiende godsdienst in de vs is geworden. Het christendom is de religie voor de blanken, islam die voor de zwarten. Velen doorliepen het traject van Malcolm X: jeugdcrimineel, cel, moslim. 'Ik was een menace to society', verwijst Mustafa Ahmed Sundiata (36) naar de gelijknamige bendefilm, nadat hij verteld heeft over zijn verleden als vondeling, delinquent, alcoholische beroepsmilitair en uiteindelijk zijn bekering tot de islam. Gehuld in West-Afrikaans kostuum zit hij op een mat. 'Ik had alle goud dat ik wenste, maar spiritueel miste ik iets. In de islam zeggen we: lichaam, geest en intellect moeten worden gevoed. Helaas zijn we vergeten de geest te voeden. We moeten terug naar onze wortels. Die liggen in Afrika, in de soennitische islam.'

De grootste aantrekkingskracht op dolende jonge zwarten gaat net als in de jaren zestig uit van Nation of Islam. Nadat noi rond de dood van leider Elijah Muhammad in 1975 op gewelddadige wijze degenereerde en uiteenviel in drie stromingen, heeft ze het afgelopen decennium een wederopstanding beleefd onder het leiderschap van de charismatische Louis Farrakhan, wiens anti-blanke en anti-joodse retoriek goed valt bij de ontwortelden. Hoogtepunt was de Million Men March op 16 oktober 1995 in Washington. 'Na die mars bekeerden velen zich hier tot de islam', beaamt activiste Grace Lee Boggs.

Over de activiteiten van noi voor de zieltogende gemeenschap is ze kort. 'Ze runnen wat gaarkeukens, net als de kerken. Na de Million Men March zouden ze de crackhuizen aanpakken. Daar zie ik niets meer van.'

Het blijft duister wat Nation of Islam allemaal doet, afgezien van het propageren van buy black, het uitgeven van de krant Final Call en zich quasi-militair etaleren. De No. 1 Mosque in Detroit is een onooglijk bouwwerk geflankeerd door een bijbehorend soul food-restaurant. Bij de vergrendelde stalen deur houdt een jongen met een walkietalkie de wacht. Het buitenlandse bezoek wordt gefouilleerd en krijgt te verstaan dat van een interview met de lokale leider Dawud Muhammad geen sprake kan zijn.

Vertegenwoordigers van de andere twee stromingen van noi willen wel praten. De filosofie van de kleine groep hardliners die zich Lost Found Nation of Islam noemen en ene Silis Muhammad volgen, valt na twee uur praten samen te vatten als: 'de zwarte is God, de blanke de Duivel', 'de zwarte gemeenschap eist schadeloosstelling voor de slavernij' en 'wij vechten voor een eigen staat'. Maar iets doen voor de zwarte onderklasse is er niet bij. De blanke decadente wereld zal zichzelf vernietigen en dan worden alle problemen opgelost, aldus de theorie.

Zij die de orthodoxe noi-fractie (World Community of Islam in the West) van Elijah Muhammads zoon Wallace D. Muhammad volgen, hebben zich net als de christelijke kerken in Detroit afgewend van actie en hangen een vergelijkbare conservatieve moraal aan. Waar de Black Panthers politiek zonder religie bedreven, bedrijven zij geloof zonder politiek. 'Mijn doel is de wereld ervan te doordringen wat God voorhad met de mens', zegt regionaal directeur Al-Hajj Abdullah El-Amin. 'Hij wil dat we elkaar helpen, in vrede leven, onszelf zijn. Ons doel is de onzedelijkheid in de samenleving aan te pakken. De hoop in onze gemeenschap stierf met de introductie van de drugs. Wat je nu ziet is 's mens onmenselijkheid op haar hoogtepunt.' Net als alle andere zwarte geïnterviewden gelooft ook hij in de complottheorie dat heroïne en crack door de cia en fbi in de zwarte gemeenschap zijn geïntroduceerd - om haar kapot te maken. Dat je ook 'nee' kunt zeggen, vindt bij El-Amin geen weerklank.

Zoals Malcolm tijdens zijn leven transformeerde, zo is zijn geestelijk erfgoed 35 jaar later versplinterd. Malcolm X was de hustler, de zwarte nationalist, de vrome moslim, de linkse activist. Iedereen heeft het zijne eruit gepikt, maar samenhang en solidariteit ontbreken. In zijn boek Making Malcolm X concludeert de zwarte academicus Michael Eric Dyson: 'Malcolm verontschuldigde zich voor zijn fouten en probeerde verder te komen, ook al stonden veel van zijn aanhangers (en vijanden) hem niet toe ''een nieuwe weg in te slaan''. Ter wille van Malcolm en ter wille van ons overleven: laat de zwarte bevolking een nieuwe weg inslaan.'

Die nieuwe weg krijgt langzaam maar zeker contouren. Niet in de downtown-area, waar de autoriteiten bij wijze van oplossing drie casino's en twee stadions hebben neergezet. Maar wel in de buurten waar het activistenlegertje van Grace Lee Boggs kleinschalige projecten is begonnen om de leefbaarheid te bevorderen. 'De stad moet een verzameling gemeenschappen met zelfbestuur worden. En die moeten met elkaar in contact treden. Dat is de enige oplossing', zegt Boggs. Het gaat om spiritualiteit, in haar meest basale definitie: 'De verbondenheid met elkaar en met de natuur.'

Echt vernieuwende ideeën vind je in het gebouw op de hoek van Warren Street en Woodmere Avenue. Daar zit Detroits enige Internetcafé Alphabase, gerund door de dertigjarige Lee Gaddies. Alphabase ontwerpt webpagina's, geeft computercursussen en is een ontmoetingsplek voor ambitieuze jonge zwarten en ook voor jongeren uit de slums.

Gaddies, hippe kledij, scherp geschoren bakkebaarden, is na alle verhalen over verloren dromen en uitzichtloosheid een verademing. Zijn credo: If not me, who? If not now, when? Daarom opende hij met geleend geld, samen met twee partners - onder wie, zeer ongebruikelijk, een blanke vrouw - twee jaar geleden Alphabase. Gaddies had een relatief beschermde jeugd, werd door beide ouders opgevoed. Zijn vader haalde hem zelfs een paar jaar weg uit Detroit toen crack de stad overspoelde. Met een half oog houdt Gaddies de bezoekers van het Internetcafé in de gaten. 'Ik heb alle succesvolle zwarten bestudeerd. Ik was dol op de Black Panthers. Malcolm X was mijn held. Malcolm zei: "Go out black man and do it on your own!" Dat heb ik gedaan. Als zwarte moet je twee keer zo hard vechten voor succes. Maar we moeten af van die bijstandsmentaliteit. Je moet je gelijkwaardig opstellen. We moeten ons niet bij het verleden neerleggen. We moeten onze verliezen nemen en naar de toekomst kijken. Het gaat om macht. Informatie is macht. En die informatie vind je op Internet.'

Gaddies wil een keten van Internetcafés in Detroit vestigen. En daarna zijn vleugels uitslaan. 'Maar ik zal altijd terugkomen naar Detroit. Ik zie het als mijn plicht jongeren in de gemeenschap te helpen. Zo heb ik een zestienjarige uit de sloppenwijken computertraining gegeven. Nu wordt hij striptekenaar in plaats van werknemer bij McDonald's.

En de spiritualiteit? 'Het is een tijd van ongelooflijke welvaart. Maar onze levens zijn leeg. Die vullen we met spullen, maar het gat in de ziel blijft. Mijn moeder is joods, mijn vader christen, ik heb moslims in mijn familie. Ik voel me overal thuis. Maar ik ben allergisch voor georganiseerde religie, zakkenvullerij. Drugs neem ik ook niet.'

Wat Gaddies dan doet? Hij gaat naar de Detroit-rivier, daar waar je Canada aan de overkant kunt zien liggen en het gebied van de Grote Meren begint met zijn naaldwouden en beren. De grootsheid, de eindeloze mogelijkheden. De Amerikaanse droom. 'I stop at the river and enjoy the view.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden