De draagbare Hitchens

Anderhalf jaar vocht de gevreesde criticus en essayist Christopher Hitchens tegen de dood. De bravoure was er tot het einde, maar echt raken doen zijn bonkende beschouwingen de lezer niet.

Christopher Hitchens: Het beste van Christopher Hitchens

Uit het Engels vertaald door Richard Kruis.


Meulenhoff; 320 pagina's; € 22,50.


Wat te denken van deze zin, die ik nu schaamteloos uit zijn verband ruk: 'De verpletterende vermoeidheid die daar het gevolg van was, bevatte ook de lethale dreiging me daaraan over te geven: ik werd vaak door een deprimerend fatalisme overspoeld als ik de kracht niet had me tegen algehele uitputting te verzetten.'


Het verband: schrijver en journalist Christopher Hitchens, Brit van geboorte, Amerikaan uit overtuiging, beschrijft hoe hij zich voelt, wanneer hij, na een aantal chemobehandelingen, uit het ziekenhuis wordt ontslagen, waar hij tussendoor ook een zware longontsteking heeft opgelopen. Hitchens heeft 19 maanden geleefd 'als een stervende' zoals hij zelf schrijft.


Terwijl hij aan de vooravond staat van een grootse promotietour voor zijn boek Hitch 22, in juni 2010, krijgt Hitchens te horen dat hij lijdt aan een zeer agressieve tumor, die hem van de ene op de andere dag van de gezonde wereld in 'Tumorville' of 'Tumorwood' doet belanden - een stad waar alle gruwelen van de hel worden ingezet in de hoop op genezing. In Sterfelijk doet Hitchens verslag van zijn stervensweg, die pas zal eindigen op 15 december 2011. En die weg is ook letterlijk te volgen: de eerste stukken in deze bescheiden bundel zijn nog uitgebreid, essays over ziek zijn, onmacht, verlies van functies, verlies van stem!, terwijl de laatste pagina's alleen nog maar bestaan uit kortademige aantekeningen: 'Papierwerk de vloek van Tumorwood' of 'Banaliteit van kanker. Een hele pestkliniek van bijwerkingen. Specialiteit van de dag.' Ook de lezer wordt hier de adem ontnomen. Het is ondoenlijk niet mee te voelen met de man die keer op keer pijnlijke behandelingen ondergaat.


Maar vind ik die bovenstaande zin mooi, of aangrijpend voor mijn part? Nee, de 'verpletterende vermoeidheid' die wordt gevolgd door de 'lethale dreiging' en daarna nog eens door een 'deprimerend fatalisme'. Het is alsof hier een in- terieurdesigner van het mensvijandige soort de vrije hand heeft gekregen: van alles twee, twee identieke zware lampenkappen, van ieder eentje naast de bank, twee van die onbehouwen pullen voor boeketten, en 'verpletterend vermoeid' en 'algemene uitputting'... Dit designconcept is consequent in zijn gewichtige symmetrie.


Het goede nieuws: ook toen Christopher Hitchens doodziek was, bleef hij zijn 'gespierde robuuste schrijfstijl' behouden, zoals Joost Zwagerman het omschrijft. Nadeel: ik vind dat meer een spreekstijl dan een schrijfstijl, als lezer voel ik mij gevangen in een bombastisch gemeubileerde kamer. En trouwens, hoe dit stervensproza te recenseren? Zoals Hitchens zelf al sardonisch opmerkt: 'Een onbuigzame recensent zou kunnen grommen dat het verhaal tegen het einde aan vaart inboet'. Inderdaad, want Sterfelijk is geschreven met letterlijk een doodziek lichaam als onderpand. Nog wat bezwaren van esthetische aard?


Hitchens kleeft de bravoure aan, hij was zo vaak te zien op tv, in debatten, op lezingen, waarin hij met die prachtige bariton de ene godslasterlijkheid na de andere ten beste gaf - niet om te choqueren, maar omdat hij heilig geloofde dat het zonder God en die van godgegeven moraal met de mensen beter zou gaan. In zijn voorwoord bij de bundeling van Het beste van Christopher Hitchens neemt Joost Zwagerman het op tegen het cliché van de 'even getalenteerde als alcoholische ruziezoeker-met-overgewicht' en de 'in crescendo bassende godloochenaar.' Dat is nobel van hem, maar in de essays van Hitchens die volgen, valt toch vooral de bonkende toon op, die de toon van de aanklager is. Soms is die stijl zeer terecht, zoals in het beroemde stuk over waterboarding met de alleszeggende titel: 'Geloof me, het is marteling.' Hitchens onderging in 2008 uit vrije wil deze adembenemende 'procedure', en schreef een vlammend stuk in Vanity Fair, waarin hij zijn Amerikaanse landgenoten erop wijst dat martelen nu officieel is goedgekeurd door de regering.


Hitchens neemt het in 2007 op voor Ayaan Hirsi Ali, 'Ze is geen fundamentaliste', en dat ben ik niet alleen van harte met hem eens, ook die boze, hamerende toon is hier op z'n plaats. Maar te vaak in zijn andere stukken klinkt Hitchens als de voorzitter van de Ongehoorzame Jongensclub - medeleden zijn Salman Rushdie, Ian McEwan en vooral Martin Amis - die zijn welbespraaktheid inzet, om die anderen af te troeven en die voorzittershamer vast in handen te houden. Het is een nieuwsgierig schelmenleven, dat uit deze essays spreekt, waarin druk gelezen wordt, geschreven en nog meer gevonden, als was elke ademstoot bedoeld om te eindigen in een mening.


Hitchens heeft er ook een paar versleten in zijn leven; van jonge trotskist werd hij later, na 2001 een aanhanger van George W. Bush en de neoconservatieven, om nog weer later daar ook weer zijn bedenkingen over te hebben. Als het om ideeën en meningen gaat, heeft Hitchens meerdere levens gekend.


In Sterfelijk vertelt Hitchens dat een van zijn vroegere Engelse leermeesters een beschouwing van hem 'saai' had genoemd - erger had die man hem niet kunnen straffen. Het advies dat erop volgde was: 'Schrijf toch zoals je praat', en sindsdien klinkt in al Hitchens stukken de tafelrede door, die - het moet gezegd - nooit saai is, bijna altijd brisant en soms zelfs briljant. Maar een verzameling tafelredes, hoe geestig soms ook, is toch nog wat anders dan 'the essay as an art form', zoals Hitchens zelf voor ogen stond. Ik mis het bedenkelijke, het twijfelende en het aftastende - al die veel stillere hoeken en gaten waarvoor in het essay juist alle ruimte is.


Christopher Hitchens: Sterfelijk

Vertaald door Richard Kruis


Meulenhoff; 80 pagina's; € 10,-.


EERBETOON

De twee grootste Britse schrijvers van vandaag, Martin Amis en Ian McEwan, hebben allebei hun laatste roman (Lionel Asbo, respectievelijk Sweet Tooth) aan de nagedachtenis van hun vriend en leeftijdgenoot Christopher Hitchens (1949-2011) opgedragen. In de voorlaatste roman van Amis, A Pregnant Widow, figureert een personage van begin twintig dat aan Hitchens is ontleend.

Hitchens won in 2007 de Amerikaanse National Magazine Award voor zijn werk in Vanity Fair. In The Atlantic Monthly schreef Hitchens de laatste jaren elke maand een boekessay over door hem bewonderde schrijvers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden