De Doves zijn de suburbs ontvlucht

De band Doves wordt gerekend tot de bloeiende indiescene van Manchester, die de laatste jaren zijn zoveelste opleving beleeft. 'We zijn niet bezig met stijl of mode, zoals bands uit Londen....

Door Menno Pot

Hij was universeel bedoeld, de tekst van die lekker dansbare popsong Black And White Town, over de verveling en de dromen van een tiener die zich levend begraven voelt in de doodse sub urb waar hij opgroeide en de bus naar de stad wil pakken. Liefst voorgoed.

'In satellite towns/ there's no colour, no sound/ I'll be ten feet underground/ Gotta get out of this satellite town.'

Het zou over iedere tiener in willekeurig welk land kunnen gaan. Maar als je het hóórt, dat gitaarnummer met de onweerstaanbare soul swing, en het accent van de zanger, dan denk je toch meteen aan Noord-Engeland, daar waar de vriendelijkste Engelsen wonen, in de grauwste, rafeligste steden en suburbs die nog net even grijzer lijken dan elders.

Zoals Wilslow, in Cheshire, de 'black and white town' waar Doves-frontman Jimi Goodwin opgroeide als telg van een Iers-katholiek bouwvakkersgeslacht. Daar begon het voor hemzelf ook mee. 'Bakstenen splijten, metselen, dat soort dingen.' Wilslow ligt maar vijftien mijl buiten het centrum van Manchester. Slechts vijftien mijl van al die voortreffelijke platenzaken, de tenten waar goede bandjes spelen en, ook niet onbelangrijk, het stadion van Manchester City. Het leken wel vijftien lichtjaren. Zijn vader, de oude hippie, zei altijd: 'Jongen, als je hier weg kunt komen, moet je het doen.'

En het is hem gelukt: 'Here comes the action/ Here it comes at last', zingt hij in Black And White Town. Nooit meer die verdomde laatste bus naar Wilslow. Nu wordt zijn band Doves gerekend tot de bloeiende indiescene van Manchester, die de laatste jaren zijn zoveelste opleving beleeft. Het derde groepsalbum Some Cities, opvolger van het veelgeprezen The Last Broadcast (2002), verscheen vorige week. Black And White Town is hun poging om een liedje te schrijven met de zeggingskracht van Ghost Town van The Specials, of Going Underground van The Jam.

Badly Drawn Boy, Elbow, I Am Kloot, Alfie: de bandjes uit het Manchester van vandaag klinken allemaal anders. Het is hun houding die 'typisch Mancs' is. Goodwin: 'We zijn niet bezig met stijl of mode, zoals bands uit Londen. Het gaat om de muziek. Doe maar gewoon' - hij gebaart naar zijn eigen kloffie: afgetrapte gympen, versleten spijkerbroek, parkajasje, lang sluik haar, tweedagenbaard en, een absolute must, continu een sigaret tussen de groezelige vingers. De Mancunian verandert nooit.

Zijn stad daarentegen wel. Manchester is, net als bijvoorbeeld Liverpool, opgeknapt en schoongeveegd. Een verbetering? Goodwin: 'Wel als je van glanzende kantoorgebouwen en strakke winkelpromenades houdt. Maar het is waar: Manchester is niet meer zo sleazy als vroeger, en in elk geval veiliger dan ooit.'

Goodwin (zang, bas) en de broertjes Jez (gitaar) en Andy Williams (drums) ontmoetten elkaar (hoe typisch Mancs) begin jaren negentig in de Hacienda, het epicentrum van de 'Madchester'-rage, nog altijd het beste bewijs dat alternatieve gitaarrock en elektronische dansmuziek geen verschillende werelden zijn, maar complementaire bouwstenen, en in het 'Madchester' van de Stone Roses, Happy Mondays, New Order en 808 State een onvergetelijk opwindend amalgaam.

Je hoeft geen enkele Engelse muziekliefhebber te vertellen dat de drie jongens van Doves begonnen als de dance-groep Sub Sub. Hun single Ain't No Love (Ain't No Use) was een late 'Madchester'-clubhit (1993), die de derde plaats van de Engelse charts bereikte en nog steeds veel door deejays gedraaid wordt. Dat succes wisten ze met latere singles niet te herhalen, maar wat donderde dat? Ze hadden geld en een beetje roem, en het nachtleven van 'Madchester' was een paradijs van muziek, zwetende lichamen en liefde. De mannen van Sub Sub verbrasten hun geld aan bier en 'E' (xtc). Tot de lol eraf was.

Goodwin: 'De Hacienda en veel andere clubs belandden in de klauwen van criminelen en drugdealers. Manchester werd gewelddadig.'

Het was bijna symbolisch dat in 1996 hun studio afbrandde door een storing in de meterkast. Alle apparatuur en opnamen gingen verloren. Bij hun terugkeer, in 1998, hadden ze zich ontpopt tot gitaarband en besloten ze de nieuwe start te accentueren met een nieuwe naam: Doves. Het debuut Lost Souls verscheen in 1999. Elektronische instrumenten en samples gebruikten ze nog steeds, maar de Britse muziekpers reageerde licht argwanend: wat moesten die dance-jongens ineens met gitaarpop die populair was bij het publiek van groepen als Coldplay?

Goodwin: 'We zijn hier en daar beschuldigd van opportunisme, maar dat hebben we nooit begrepen. Vroeger luisterden we naar platen van Talk Talk en Neil Young, daarna maakten we een dansplaatje, nu zitten we in een gitaarband. In Manchester heeft die route geen scherpe bochten. Zwarte dansmuziek en blanke gitaarpop vormden er altijd al één geheel. Kijk naar de tijd van de northern soul en later naar bands als A Certain Ration, Quando Quango en A Guy Called Gerald. Voor ons is Doves de groep die Sub Sub toch al aan het worden was.'

Zonder Sub Sub zou Doves op zijn minst heel anders hebben geklonken. Wat het stijlvolle popgeluid van de band zo aantrekkelijk en meeslepend maakt, is de ruimtelijke productie van hun platen. Goodwin: 'Onze platen zijn als danceplaten geproduceerd. Op dat vlak kunnen veel gitaarbands nog iets leren van de betere dance-producers. Die weten hoe je de klank van popmuziek iets lichamelijks kunt meegeven. Body music. Als je dát als de traditie van Manchester beschouwt, dan plaatsen we ons daar graag in.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden