De Doom Tour tapes

De legendarische tour van CSNY draaide niet alleen om ruzies en coke. De vier heren waren écht goed.

David Crosby noemde het de 'Doom Tour', Neil Young vond de meeste shows 'simpelweg niet goed'. De technologie was nog niet rijp voor een goede sound, schreef hij in zijn memoires Waging Heavy Peace (2012): 'Het werd een grote teleurstelling.'


Graham Nash was is iets milder. Hij beschreef de tournee die Crosby, Stills, Nash & Young in de zomer van 1974 door de Verenigde Staten maakten in zijn vorig jaar verschenen autobiografie als volgt: 'Het waren een paar wilde, losbandige, orgiastische maanden met idiote toestanden en vaak schitterende muziek.'


De meningen zijn enigszins verdeeld, maar geen van de vier muzikanten leek louter goede herinneringen te bewaren aan wat de eerste grote stadiontournee uit de popgeschiedenis was.


Bob Dylan en The Band gingen David Crosby, Stephen Stills, Graham Nash en Neil Young voor. Zij hadden net een zeer succesvolle tournee langs grote sportarena's achter de rug, maar promotor Bill Graham had met Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY) grotere ambities. Hij wilde voor hen geen sporthallen maar stadions.


En waarom ook niet? Het viertal was in de zomer van 1974, vijf jaar na Woodstock en vier jaar na het tijdgeest bepalende album Déjà Vu, nog altijd razend populair, ook al ging het met de solo-carrières weliswaar even wat minder. Graham zag de Amerikaanse stadions vollopen.


CSNY wilden eigenlijk niet meer spelen voor zulke grote massa's, waar 'ze het publiek niet recht in de ogen konden kijken' (aldus Graham Nash in zijn autobiografie). Maar ze legden hun bezwaren opzij. Nash: 'Dus we deden het voor het geld.'


Zo speelden ze vanaf 9 juli 1974 twee maanden lang voor minimaal dertigduizend man publiek, vaak het dubbele. En dat iedere avond, zo'n drie uur lang, 31 concerten in 24 steden.


Van al deze concerten is nooit materiaal op plaat verschenen. De vier mannen waren, toen ze de tournee met een optreden in het Londense Wembley hadden afgesloten, elkaar volkomen zat. Ieder ging zijns weegs en de vier zouden elf jaar later, tijdens Live Aid, pas weer samen op een podium staan.


Er waren weliswaar negen concerten opgenomen, maar geen van de vier leek het de moeite waard eens goed naar het materiaal te luisteren met het oog op een mogelijke liveplaat.


Zo ging de tournee langzaam de annalen in als een door wolken cocaïne bedekt muzikaal fiasco. Vier muzikanten, permanent stoned op het podium, een geluid producerend dat ontoereikend bleek voor de stadions.


Dat die opvatting aan enige herziening toe is, lijkt vooral te danken aan Graham Nash. De enige Brit van de vier heeft de laatste jaren flink in het verleden zitten graven, zo lijkt het. Vorig jaar publiceerde hij zijn autobiografie, Wild Tales. Nu tekent hij voor de samenstelling van CSNY 1974, een box met drie cd's en een dvd, met daarop veertig nummers, opgenomen tijdens de roemruchte tournee.


Wat blijkt: er werd veertig jaar geleden door de heren prachtig gespeeld en vooral gezongen. Nash heeft naar eigen zeggen veel tijd besteed aan het zoeken naar de beste versies. Je hoort aan het verschil in dynamiek en geluidskwaliteit dat niet alle nummers van hetzelfde concert komen. Maar je krijgt een mooie indruk van hoe die concerten destijds verliepen.


Behalve liedjes van Déjà Vu (het zeer fraaie Helpless) en van het bijna net zo legendarische album dat Crosby, Stills & Nash in 1969 zonder Young maakten (razendknap vertolkt is Suite: Judy Blue Eyes), komt ook veel solowerk voorbij.


De nooit eerder uitgebrachte liedjes van Neil Young zijn het opvallendst. Van alle vier bevond hij zich in die tijd misschien wel op de hoogste creatieve piek. Tijdens de tournee zou zijn album On The Beach verschijnen. Het titelnummer en Revolution Blues vormen de hoogtepunten van de box. Van de niet eerder uitgebrachte nummers is Goodbye Dick (over de midden in de tour afgetreden president Richard Nixon) het geestigst en Pushed It Over The End het sterkst.


Young schreef dat laatste nummer een jaar daarvoor, toen CSNY vergeefs bij elkaar kwam voor een nieuw studioalbum, dat Human Highway moest gaan heten. De sessies waren aardig verlopen, er was zelfs al een foto voor de albumhoes geschoten. Maar, zoals Nash het beschrijft: 'Er was gedoe, iets met cocaïne, en ineens praatten we niet meer met elkaar.'


Gedoe was er tijdens de tour altijd tussen de vier. Neil Young hield zich het liefst afzijdig. Hij deed niet mee aan alle drugs- en seksfeesten en reisde met een eigen caravan.


Je denkt dan dat Young er tijdens de concerten wel een eigen show van zou maken. Maar kijk je naar de video-opnamen op de dvd, van concerten in Landover en Londen, dan zie je zeer goed samenspelende muzikanten.


En dat niet alleen, ze hebben zichtbaar lol met elkaar. Neil Young stelt zich dienstbaar op waar nodig en Crosby, Stills en Nash zingen prachtig mee op zijn Only Love Can Break Your Heart.


Er werd veel mooiere muziek gemaakt door een veel hechtere band dan de leden zich later wisten te herinneren, zoveel maakt deze box wel duidelijk.


Crosby, Stills, Nash & Young: CSNY 1974. Rhino/Warner Music.


Graham Nash: Wild Tales. Penguin, 2013


Nasale, kromme Young


Jimmy Fallon, presentator van The Tonight Show (in Nederland uitgezonden op BNN), heeft vaker fraaie imitaties van Neil Young ten beste gegeven. Maar vorige week maandag kreeg hij, zittend in typisch kromme Neil Young-houding, ineens een prominent achtergrondkoortje. Terwijl Fallon met nasale Young-stem Iggy Azalea's hit Fancy zong, verschenen ze achter hem in beeld. Van links naar rechts: Graham Nash, Stephen Stills en David Crosby. Zo te horen waren zij wél echt. Wie het filmpje op YouTube terugkijkt, krijgt een toegift in de vorm van klein stukje Suite: Judy Blue Eyes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden