De doodstraf is een onderwerp voor de studeerkamers

Over een paar maanden staat er iemand op die zegt dat we de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens maar moeten afschaffen....

Als een overblijfsel uit politiekcorrecte tijden zit ik vandaag in mijn studeerkamer. De boeken om me heen zijn de laatste maanden in rap tempo waardeloos geworden. Boeken over rechtsbeginselen, over staatsleer, over strafrechtstheorie, een boek over de liberale traditie, een boek over de liberale moraal: allemaal volstrekt waardeloos en volkomen overbodig. Niemand verwijst tegenwoordig nog naar tradities of naar theorieën.

De directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, heeft een pleidooi gehouden voor herinvoering van de doodstraf. Waarom? 'Omdat daders dan niet meer in herhaling kunnen vervallen.' Tegenover deze onverbiddelijke logica past slechts stilte. Eigenlijk zou ik nu met beginselen op de proppen moeten komen en met een overzicht van de liberale traditie, dat is mijn taak hier tenslotte, maar ik begin me de laatste maanden serieus af te vragen of argumenteren op theoretisch niveau nog zin heeft.

Er zijn natuurlijk veel praktische argumenten te geven tegen de doodstraf. Zoals er ook praktische argumenten zijn voor de doodstraf. En het argument van de Teldersstichting is van al die argumenten wel het onnozelste. Als je een dief beide handen afhakt, zal hij niet zo gemakkelijk meer stelen. Als je kinderen vanaf hun vijfde jaar in fabrieken laat werken, zorgen ze voor minder overlast op straat. Dat zijn hoogst praktische argumenten voor afschaffing van de mensenrechten. Maar het zal duidelijk zijn dat je op die praktische manier de wereld niet het beste inricht.

Er zijn zelfs praktische argumenten die omslaan in tegenargumenten wanneer je ze simpelweg omdraait. Zo kun je volhouden dat de doodstraf aantoonbaar effect heeft - maar je kunt ook volhouden dat de doodstraf aantoonbaar geen enkel effect heeft. Het is een oeverloze discussie. Mij lijkt het belangrijker dat de doodstraf onmogelijk valt te rijmen met de manier waarop de verhouding tussen het individu en de staat wordt gezien in de liberale staatstheorie. Dat de SGP voor de doodstraf pleit, valt goed te begrijpen: de SGP is gekant tegen de democratische, liberale rechtsstaat. Maar ben je een aanhanger van de liberale staatstheorie, dan kun je de staat niet laten beschikken over leven en dood van de burgers.

De straf past gewoon niet in de leer.

Nu heeft ieder theoretisch argument deze dagen het overduidelijke nadeel dat het afkomstig is uit een studeerkamer. De directeur van de Teldersstichting wees er bij zijn pleidooi voor de doodstraf met klem op dat 40 tot 50 procent van de Nederlandse bevolking voor de doodstraf is. Dan zou men het daar 'in een democratisch land' toch eens over moeten hebben. De kiezer roept immers. Waarom antwoordt de politiek dan niet?

Maar de directeur van de Teldersstichting vergeet dat het verbod op de doodstraf als principe helemaal geen uitkomst is van democratische beslissingen - het is een principe dat ten grondslag ligt en voorafgaat aan het bestaan van de staat en de democratie zoals we die kennen. Dan kunnen 40 of 50 procent van de burgers wel wensen dat dat anders is, maar dat is net zo weinig relevant voor ons recht als de schatting dat 40 tot 50 procent liever geen belasting zou betalen. Je kunt wel zo veel willen. De directeur van de Teldersstichting wil graag 'een debat' voeren, maar een debat voeren is iets anders dan populistisch pleiten voor wat theoretisch onmogelijk is.

Denk nu niet dat ik alle debatten meteen maar wil terugverwijzen naar de studeerkamer. Het debat over de Europese Grondwet, bijvoorbeeld, ligt volgens mij juist weer veel te weinig op straat. Daar moet immers de burger beslissen over de bevoegdheden van de staat: daarom zou de tekst toegankelijker moeten zijn, hadden de burgers eerder betrokken moeten worden en is een referendum noodzakelijk. Maar bij de doodstraf ligt dat anders. De bevoegdheid tot doden van hun medeburgers kunnen de burgers niet verlenen aan de staat. De doodstraf is daarom geen onderwerp voor een referendum; de doodstraf is een onderwerp voor de studeerkamers.

Nogmaals, het ligt gevoelig, een lofzang op de studeerkamer. Vorige week pleitte ik voor grotere nadruk op kwaliteit in het onderwijs. Daarbij stelde ik columnist Kees Beekmans gerust dat kwaliteit in de studeerkamers niet hoeft te botsen met kwaliteit op het vmbo. Beekmans bleek het hiermee eigenlijk wel eens te zijn, maar in zijn polemische opwinding las hij de rest van mijn woorden niet meer goed. Hoewel die waren gericht aan tegenstanders van de studeerkamerelite, nam Beekmans ze per ongeluk zo persoonlijk op dat hij geërgerd aan mij schreef in de krant. Zijn ergernis - 'nee, Marjolein', 'ja, Marjolein' - was al met al wat misplaatst. Bovendien heet ik Marjolijn.

Bij dit alles besef ik heel goed dat er ook in de studeerkamers veel mis gaat. In mijn eigen studeerkamer heb ik wat fotoboeken over studeerkamers en die bladerde ik deze week in gedachten door. Ik stuitte op foto's die de Hongaarse schrijver en fotograaf Péter Nádas had gemaakt van kamers waar hij vroeger werkte. 'Geen van mijn werkkamers had een gunstiger ligging dan die in de Käuzchensteig, in Berlijn', luidt het bijschrift. 'Vroeger ontwierp Arno Breker hier zijn te groot uitgevallen fascistische standbeelden.'

Inderdaad bieden studeerkamers geen garantie op verstandige conclusies - maar dat is nog geen reden om ze af te schaffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden