Reconstructie Rechtszaak Linda H.

De dood van zijn pleegzus Joëlle gold als zelfdoding - tot Frank aangifte deed tegen hun pleegmoeder

Frank Spies met een foto van Joëlle. Beeld Linelle Deunk

Een voormalig echtpaar uit Zwaag is vrijgesproken van moord op dochter Joëlle Tromp (29). Haar dood begin 2012 in Uitgeest werd jarenlang gezien als zelfmoord, totdat pleegzoon Frank Spies na de dood van nog een pleegzus en een opgenomen gesprek aangifte deed tegen zijn pleegmoeder. Na onderzoek ging het OM uit van moord. De rechtbank in Rotterdam acht echter niet bewezen dat stiefvader Leo den H. (64) en moeder Linda H. (60) achter de dood van Joëlle zitten.

Het komt niet vaak voor dat een jonge vrouw zes jaar na haar dood wordt opgegraven uit haar graf. Dat alsnog moet worden onderzocht waaraan ze is overleden. Maar soms is een verhaal zo bizar dat het pas jaren later aan het licht komt.

Het verhaal van Frank Spies – dat is zo’n verhaal.

Het begint op 27 januari 2012 als hij op een waterkoude ochtend thuis wakker wordt van een telefoontje. Zijn pleegmoeder.

‘Frank’, zegt ze toonloos. ‘Joëlle is dood.’

Hij vraagt niets. ‘Ik kom eraan’, zegt hij. Hij stapt in zijn auto, op weg naar het huis van Joëlle, zijn pleegzus.

Spies, op dat moment 30 jaar oud, kan het dan nog niet bevroeden, maar binnen een paar jaar zal hij betrokken raken bij een moordonderzoek. Hij zal bewijzen verzamelen, ­gesprekken opnemen en uiteindelijk naar de politie stappen om zelf een verdachte aan te dragen.

Die verdachte komt uit zijn eigen omgeving. Het is zijn pleegmoeder: Linda H.

Op basis van Spies’ aangifte is Linda H. daarna vervolgd voor de moord op haar dochter. Joëlle werd slechts 29 jaar. Haar dood stond te boek als zelfmoord. Woensdag beslist de rechtbank in Rotterdam of haar moeder schuldig is aan haar dood. Linda H. wordt verdacht van het toedienen van dodelijke medicatie. Zelf ontkent ze.

Opmerkelijk is dat Joëlle niet de enige was die overleed in de omgeving van Linda H.: de afgelopen vijf jaar waren er vier onverwachte sterfgevallen in haar buurt, onder wie twee van haar dochters. Allemaal mensen voor wie Linda H. de zorg op zich had genomen.

Tegenslag

Voordat Frank Spies de zaak rond zijn pleegmoeder aan het rollen bracht, was al duidelijk dat hij geen gewone jongen was. Als jongetje zag hij alles wat een kind niet zou moeten zien: mishandeling, misbruik, alcohol, drugs. Zijn halve jeugd bracht hij door op een lom-school (leer- en opvoedingsmoeilijkheden) , omdat niemand doorhad wat hij kon. Nu is hij onderzoeker bij Shell.

Op die ochtend in 2012 rijdt hij zo snel als hij kan naar het huis van ­Joëlle. Zijn sterke, optimistische zus, die veel tegenslag kende, maar er altijd het beste van maakte.

In de slaapkamer ziet hij Joëlle. Daar ligt ze. Languit. Gewikkeld in een blauwe slaapzak op de grond. Verbijsterd kijkt hij naar zijn zus. Aan haar donkere kleur is zichtbaar dat ze al uren dood moet zijn. Hij is een onderzoeker – dat is zijn werk. Maar nu heeft hij even geen vragen. Hij voelt zich verdoofd.

Zijn pleegmoeder zit aangeslagen op de bank en zegt niets. Door het huis lopen politieagenten. ‘Een agente stelde af en toe een vraag’, vertelt Spies. ‘Maar aan Linda’s reactie zag ik dat ze in de war was.’

Later getuigen familieleden dat Linda die ochtend heeft gezegd dat ze maar niets tegen de politie moeten zeggen.

Zijn pleegmoeder heeft de huisarts gebeld en gemeld dat Joëlle zelfmoord heeft gepleegd.

In de prullenbak vindt de politie een lege strip dormicum, een slaapmiddel. Joëlle zat in een rolstoel, leed aan spierdystrofie en had veel pijn. Van de huisarts horen agenten dat ­Joëlle euthanasie wilde, maar dat dit was afgewezen. Waarschijnlijk een overdosis, schrijft de schouwarts. Daarna vertrekt de politie. Zelfdoding, constateren ze.

Een afscheidsbrief wordt dan niet gevonden.

Zijn gouden kans

Op die dag verliest Frank Spies het meisje dat hem als jongen van vijftien uit de goot trok.

Als kind werd hij mishandeld, verwaarloosd en uit huis geplaatst. Het is Joëlle die regelt dat hij in hun gezin wordt opgenomen. ‘Op het schoolplein zei ze ineens: dan kom je toch bij ons wonen?’ Hij is haar er nog altijd dankbaar voor. ‘Zo was Joëlle: betrokken’, zegt hij.

Van de ene op de andere dag belandt hij in een levendig gezin met vijf zussen en het contact met ‘normale’ mensen verandert hem. Plotseling blijkt hij een talent op school, zuigt hij alle kennis in zich op.

Het was, zegt hij, zijn gouden kans.

Linda, zijn pleegmoeder, is een intelligente vrouw die zich vol overgave stort op de zorg voor anderen. Ze betekent veel voor hem.

Pas veel later ziet hij in hoe grenzeloos ze is. Onderzoekers zullen haar in de rechtbank omschrijven als iemand met een ‘borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale en theatrale trekken’. Als een vrouw die zo intensief voor mensen zorgt dat ze volledig afhankelijk van haar worden.

Linda H. is onderzocht op münchhausen-by-proxysyndroom – waarbij een ouder een kind ziek maakt om aandacht voor zichzelf te krijgen. Het kan niet worden bewezen. Maar het kan ook niet worden ontkracht. Spies vertelt hoe ze haar dochters met haar zorg isoleerde, dat een van hen nauwelijks meer buiten kwam. Andere getuigen vertellen dat ze loog en manipuleerde met haar bezorgdheid.

‘Voor de buitenwereld’, zegt Spies, ‘was ze een toegewijde moeder.’

Frank Spies. Beeld Linelle Deunk

Pentobarbital

In de dagen na de dood van Joëlle ­begint zijn pleegmoeder te praten, zegt Spies. ‘Tegen de politie zei ze dat ze haar op de grond hadden gevonden. Maar tegen ons vertelde ze dat ze ­Joëlle hadden geholpen.’

‘Ze zei dat zij voor Joëlle dodelijke medicatie in China had besteld: pento­barbital. Op de middag voor haar dood had Joëlle haar gebeld met de vraag: mama, ik wil nu dood, wil je me helpen?’

‘Linda vertelde dat zij en haar man haar vasthielden, en dat ze haar hielpen met het innemen van de pillen en het drankje. Pas de volgende ochtend hebben ze de huisarts gebeld. Op die avond was het te veel voor haar.’

Zelf zit Spies dan vol met vragen over zijn pleegmoeder, maar hij weet in zijn verdriet niet goed wat hij hiermee moet. ‘Ik vertrouwde haar’, zegt hij. ‘Dat er iets mis kon zijn – dat paste eigenlijk niet in mijn hoofd.’

Later beseft hij dat het raar is dat de politie geen verpakking heeft gevonden van pentobarbital, een middel dat in de VS wordt gebruikt voor executies van terdoodveroordeelden. Waar is dat doosje gebleven?

Evangelische zorghoeve

Het is november 2016 als Spies opnieuw een telefoontje krijgt. Het is een van zijn zussen.

‘Broer’, zegt ze, ‘ik moet met je praten.’ In het gesprek vertelt ze dat een tweede zus is overleden. Thirza. Ook zij is 29 geworden. En ook zij heeft zelfmoord gepleegd. Althans: dat is het verhaal.

Zijn zus Thirza was een hoogbegaafd meisje met psychische problemen. Vlak na de dood van haar oudere zus is ze in een ‘evangelische zorghoeve’ gaan wonen: Jedidja, een boerderij in Meerkerk, in het hart van de bijbelgordel. In Jedidja werden kwetsbare uitbehandelde psychiatrisch patiënten opgevangen met de bijbel in de hand.

Haar moeder Linda is in dezelfde tijd ook bij Jedidja ingetrokken. Zij werkte in de hoeve, terwijl Thirza daar verbleef als patiënt. In de daaropvolgende jaren krijgt Frank steeds moeilijker contact. Jedidja wordt later in de rechtbank omschreven als een kliniek met sektarische trekken.

In 2015, een jaar voor Thirza’s dood, wordt ‘evangelisch therapeut’ Aaldert van E. opgepakt omdat hij vier patiëntes uit de kliniek heeft misbruikt. Hij wist de vrouwen te overtuigen door telkens te benadrukken hoe ‘helend’ zijn seksuele handelingen voor hen zouden zijn.

Is Thirza ook misbruikt? Spies heeft zijn vermoedens. De laatste maanden is hij eindelijk weer met zijn pleegzus in contact gekomen. Summier heeft ze hem verteld wat zich bij Jedidja heeft afgespeeld. ‘Ze zei dat ze fysiek was mishandeld, als onderdeel van de therapie’, vertelt hij. Ook was er sprake van een ‘groot geheim’. Verbaasd hoort hij aan dat Thirza heeft gebroken met haar moeder. ‘Ze noemde Linda de duisternis’, zegt hij.

Het is een van de eerste momenten waarop hij hardop begint te twijfelen.

‘Het was een sekte’

Maandenlang breekt Spies zijn hoofd hierover: hoe kan het dat twee zusjes allebei omkomen door een overdosis medicijnen? Natuurlijk: zijn zussen hadden psychische problemen, maar welke rol speelde zijn pleegmoeder?

In de winter van 2017 rijdt hij naar het Van der Valk-hotel in Akersloot. In zijn binnenzak zit een opname-apparaat. Hij heeft een afspraak met Linda. ‘Ik was zenuwachtig’, zegt Spies. Toch heeft hij het gevoel dat hij dit moet doen. ‘We bestelden koffie. We praatten over koetjes en kalfjes. Ik vroeg haar niets. Maar ineens zei ze: ‘Weet je Frank, het was een sekte.’’ Ze praat over Aaldert, de 75-jarige spiritueel leider van Jedidja. ‘Ze zei dat hij met iedereen seks had. Ook met Thirza.’

Het wordt hem duidelijk dat ze al die tijd heeft geweten dat haar dochter werd misbruikt, aldus Spies.

De ontmoeting bij Van der Valk is een keerpunt. Tot dan toe heeft hij steeds geloofd in Linda’s goede intenties. Maar een moeder die haar dochter niet beschermt tegen misbruik?

Een week later doet Spies aangifte. ‘Ik heb veel meegemaakt in mijn leven’, zegt hij tegen de politie. ‘Maar dit nog niet. Ik kom van heel ver.’ De usb-stick met de opname levert hij in.

In 2018 wordt Aaldert van E. opnieuw veroordeeld, ditmaal voor het misbruik van Thirza.

Medisch dossier

Het is niet het einde van Spies’ zoektocht. Hij wil dat de waarheid bovenkomt. Hoe zit het met het overlijden van Joëlle en Thirza? En is het niet vreemd dat er nog twee mensen zijn gestorven die door Linda werden verzorgd?

Hij weet het medisch dossier van zijn zus te pakken te krijgen. Daaruit blijkt dat het Linda is die als eerste een ‘euthanasiewens’ van haar dochter ter sprake brengt. Sterker nog: ­Joëlle is daar zelf niet bij, aldus het dossier. Het gesprek wordt gevoerd door haar moeder. Uit het dossier blijkt ook dat Linda bij haar overlijden was: Linda vertelt de huisarts dat Joëlle door de medicatie ‘al heel snel weg’ was en ‘al direct ’s middags’ overleed.

Het dossier levert Spies in bij de politie, net als andere details rondom haar overlijden. Zo weet hij dat Linda vlak voor de dood van haar dochter Joëlles twee gezonde hulphonden onder valse voorwendselen heeft laten inslapen bij de dierenarts – dieren die alles voor Joëlle betekenden. ‘Ze was verschrikkelijk boos’, zegt hij. ‘Maar dat maakte nog niet dat ze dood wilde. Ze was juist bezig met het opbouwen van haar leven, trainde alweer een nieuwe pup.’

Meerdere getuigen zullen later verklaren dat Linda hun vertelde dat zij Joëlle hielp er een eind aan te maken. Volgens Joëlles vader zou Linda tegen hun dochter hebben gezegd: ‘Jij zult mij de regie over jouw leven moeten geven om jou te kunnen helpen.’ In de rechtszaal stelde hij dat ze haar eigen kinderen ziek maakte.

In de zomer van 2018 neemt justitie een opmerkelijke beslissing: het ­lichaam van Joëlle moet worden opgegraven. Zijn er sporen van het dodelijke middel uit China? Zes jaar na haar dood volgt uitsluitsel: in Joëlles hersenen is inderdaad pentobarbital aangetroffen. Dat deel van Spies’ verklaring blijkt dus te kloppen.

Dubbele gevoelens

Frank Spies moet haar verhaal helemaal verkeerd hebben begrepen, zegt Linda in maart 2019 in de rechtbank. Ze praat met een zachte piepstem. ‘Hier is echt een grote communicatiestoornis geweest. Dat Frank dingen anders heeft begrepen dan wij het hadden verteld.’

Ja, zegt Linda, ze was erbij toen ­Joëlle overleed. Ja, ze wachtte een nacht met het bellen van politie of arts. Maar nee, een dodelijk middel heeft ze niet toegediend, ook al stond in hun agenda een betaling naar China en het woord ‘pentobarbital’.

Vandaag spreekt de rechtbank zich uit over de vraag welke rol Linda H. heeft gehad in het overlijden van ­Joëlle. Het vonnis in deze zaak is ook van belang voor de drie andere niet-natuurlijke overlijdens in Linda’s omgeving. Wordt ze veroordeeld, dan groeit de kans dat hun dood ook opnieuw wordt onderzocht.

Frank Spies worstelt, ook nu nog, met dubbele gevoelens. Dat hij aangifte moest doen tegen zijn pleegmoeder valt hem zwaar. Maar hij wil gerechtigheid voor zijn zus. Hij ziet haar lach nog steeds voor zich. De maatschappij moet tegen zijn pleegmoeder worden beschermd, stelt hij. Hij vertelt hoe Linda haar brieven en kaarten altijd ondertekende met ‘mama Linda’. ‘Het is niet meer te bevatten wat Linda bezielde’, zegt hij. ‘En wie ze nou eigenlijk was.’ 

Frank Spies (35), pleegbroer van de overleden Joëlle, wil de discussie aanzwengelen over het spreekrecht voor pleegkinderen. Zelf spande hij zich tot het uiterste in om spreekrecht te krijgen in de zaak tegen Linda H., maar de rechter verbood dit, omdat hij als pleegbroer geen bloedband heeft met het slachtoffer.

De huidige wet kent spreekrecht toe aan nabestaanden die de levenspartner waren van een overledene en aan familieleden tot in de vierde graad in de zijlijn (neven en nichten). De rechter kan een uitzondering maken voor andere nabestaanden, maar weigerde dat in deze zaak.

Spies vindt het onrechtvaardig dat hij als pleegbroer niet als directe nabestaande wordt beschouwd, terwijl er tussen hem en Joëlle wel een broer-zusrelatie bestond. ‘Zij heeft mijn leven gered, ik wilde dit voor haar doen.’

Bovendien maakte hij de zaak aanhangig. ‘Wij zijn Frank dankbaar dat hij naar voren durfde te stappen’, aldus Joëlles vader in de rechtszaal.

Mogelijk komt er wel verandering in deze ongelijkheid: er ligt een wetsvoorstel om het spreekrecht uit te breiden, omdat de huidige regeling volgens minister Dekker geen recht doet aan ‘het feit dat in de huidige maatschappij steeds meer kinderen opgroeien in een samengesteld gezin’. Het wetsvoorstel moet binnenkort naar de Raad van State. Vermoedelijk beslist de Tweede Kamer na de zomer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.