De dood van Jacques

Jacques is dood. Ineens. Weg. Hij had alleen een voornaam, 31 jaar. Zo lang werkte hij bij de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam, met de nederigheid bijna van een bediende, maar die was gespeeld....

Bijna altijd wist hij het antwoord op een vraag: hij glimlachte even, want hij had ook plezier in zijn kennis. En dan kreeg je de informatie.

Of hij holde - ik heb hem nooit rustig zien lopen - naar een hoek van de winkel en kwam met het verlangde boek terug. Hij leek in de winkel te wonen. Hij bleef er na sluitingstijd ook vlakbij: hij woonde erboven. En zijn huis moet een boekenhuis zijn geweest. Hij was zelf een van zijn beste klanten. Elke avond las hij, vertelde hij mij. En elke maand mei in een tent op Ameland, het geboorte-eiland van kardinaal De Jong.

Dat voeg ik er te zijner ere maar even aan toe, want hij wist ook alles van het katholicisme. Misschien glunderde hij het meest wanneer hij daarover zijn kennis - ook die van schandalen - kwijt kon. Hij had een voorkeur voor de zelfkant van dat geloof: curieuze heiligenlevens, een studie over verboden praktijken in de biechtstoel (door alle eeuwen), alle verschijningen van Maria in één band.

In een hoek van een van de etalages had hij zijn eigen hoekje: daar lagen religieuze boeken. Hij was lang geleden enkele jaren op een klein seminarie geweest. Ik geloof dat hij ook nog broeder heeft willen worden. In elk geval was hij alweer vele jaren geleden voor zichzelf begonnen: op zondag droeg hij in zijn woonkamer de mis op. Ik moest soms denken aan die curieuze Engelse schrijver Frederick Rolfe, die de roomse kitsch tot bizarre en decadente kunst wist te verheffen, in leven en werk.

Ik heb hem alle 31 jaar gekend. Hij leek onveranderlijk te blijven. Niet alleen heeft hij, volgens mij alle jaren hetzelfde bruine jasje gedragen - in de zomer liet hij het uit en dan bleek hij altijd hetzelfde overhemd te dragen - zijn gezicht veranderde ook nauwelijks, dat wat slordige haar, de net niet passende bril die zijn ogen nog geestiger en spottender maakte, maar ook die ernstige blik waarmee hij vaak, als het stil was, achter de kassa stond. Het was meer dan ernst, het was ook wat droevig. Naar zijn binnengedachten heb ik alleen maar kunnen raden.

Hij was het gelukkigst als hij iets niet wist. Met een lichte gretigheid trok hij zich even terug bij de naslagwerken. Hij raadpleegde razendsnel bibliografieën, catalogi en de computer.

Heel langzaam onstond een glimlach op zijn gezicht, en die bereikte de volmaakte breedte van geluk als hij had gevonden wat hij zocht. En met die vondsten heeft hij heel wat klanten gelukkig gemaakt. Ik reken mij graag tot hen.

'Jacques weet alles', zei de stichter van de Athenaeum Boekhandel, Johan Polak eens. Dat compliment was in dit geval niet overdreven. Jacques liet zich er niet op voorstaan. Hij had niet alleen iets dienends, hij moet ook heel veel van zijn boekhandel hebben gehouden. En van zijn klanten, die vanzelf aardig werden als zij met hem spraken. Mensen zo te veranderen is maar weinigen gegeven.

Dit was het alleraardigste: je had met hem een soort geheim verbond. Bij binnenkomst begroette hij je met enige luidruchtigheid alsof je mede-clublid was. Dat was je ook. Met hem hield je van boeken, vooral van boeken kopen, je haatte met hem alle pretenties, maar vooral: met hem hield je van de Athenaeum Boekhandel.

Maar je hield ook van hem. Een paar jaar geleden heb ik bijna dat boek over alle Mariaverschijningen gekocht. Voor hem.

Jacques is 53 jaar geworden. Evenoud als Frederick Rolfe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden