'De dood kan op elk moment komen'

Aleppo is een verscheurde stad. De Syrische burgeroorlog is hier elke dag aanwezig. Burgers wonen of in rebellengebied of in regeringswijken. Hoe valt hier te leven?

De buitenwijk Hamdaniya is na gevechten met de rebellen weer in handen van de regeringstroepen van Assad. Beeld Teun Voeten

De sluipschutters in Aleppo zijn vernoemd naar de wijken waaruit hun kogels komen. De schutter van Bab al-Nasr, van Bab Antagiya, van al-Aqaba. Elke Aleppijn weet welke straten hun gezichtsveld kruisen. Voetgangers steken die op een drafje over, het hoofd gebogen tegen de regen en de kogels.

'Vanochtend rond tien uur schoten ze er verderop nog eentje neer', zegt een militair, terwijl hij onze papieren bekijkt. 'Een oude man, een kleermaker geloof ik. Pas op met oversteken.' Hij wuift ons door. Een dode is geen nieuws meer.

De Noord-Syrische stad Aleppo, sinds 2012 opgedeeld in rebellen- en regeringsgebied, is een schizofrene stad. De frontlijn loopt dwars door het centrum. Hier in het westen, waar het regime standhield, lijden mensen onder voortdurende beschietingen door rebellen. In het oosten, rebellengebied, maken de vatenbommen van het regime hele buurten met de grond gelijk.

In Salaheddine, een zuidelijke wijk die het regime anderhalf jaar geleden heroverde op rebellen, schijnt de maan door manshoge gaten in geblakerde betonnen woontorens. De hellende vloerplaat van een kapotgeschoten appartement hangt vervaarlijk boven een steegje, slechts op zijn plek gehouden door het stalen binnenwerk. Maar eronder brandt licht, klinkt muziek en slenteren bewoners langs een zaakje in mobiele telefoons.

Na vier jaar oorlog hebben inwoners van regeringsgebied een modus vivendi gevonden. Terwijl het rat-tat-tat van mitrailleurvuur in de verte klinkt, drentelen mensen op enkele tientallen meters van de frontlijn over een openluchtmarkt. Wit-roze Valentijnsbeertjes wedijveren met zaklampen om de aandacht van de winkelaars.

Leven tussen het puin in Aleppo

Aleppo bereiken is lastig. Volkskrant-correspondent Remco Andersen en fotograaf Teun Voeten wisten het regeringsgebied in te komen en legden de verwoesting vast. Bekijk hier de fotospecial van Teun Voeten.

Aleppo heeft maar een uur per dag stroom, er zijn grote brandstoftekorten en de watervoorziening hapert. Het krioelt boven de steegjes in de binnenstad nu van rode, groene en witte draden. De wirwar leidt van appartementen naar forse generatoren, die op straathoeken staan te ronken en te stinken. Nabij de oude stad staan kraampjes met houtblokken erop, zodat Aleppijnen zonder gas en elektriciteit thuis niet hoeven te blauwbekken. In wijken verder van de frontlijn is de verwoesting minimaal. Soldaten lopen er hand in hand met meisjes. Posters promoten de onlangs uitgebrachte actiefilm Taken 3 - nu in de bioscoop van Aleppo.

'De dood kan op elk moment komen', zegt Imad Jareed (42) vanachter zijn glas rosé. Hij viert met twee bevriende echtparen Valentijnsdag in een restaurant. 'We moeten er niet thuis op gaan zitten wachten; het leven gaat door.'

In het Italiaanse restaurant van hotel Pullman wiegen Imad en andere gasten op hun stoelen, terwijl een man in pak begeleid door een keyboard Arabische liefdesliedjes zingt. Rozen van papier-maché hangen aan de ventilatoren, rode lakens sieren de tafels, obers met dienbladen vol whiskyglazen snellen heen en weer. 'Je zou kunnen zeggen dat dit surrealistisch is', zegt een tafelgenoot van Imad, met een gebaar naar het tafereel. 'Maar dit is hoe we leven.'

Beeld Teun Voeten

Het is een heel contrast met rebellengebied, een paar kilometer verderop, waar mensen lijden onder grote voedseltekorten en sterven door gebrek aan medische hulp. Een tafelgenoot van Imad schudt droef het hoofd, gevraagd hoe hij de andere kant ziet. 'De mensen daar hebben ook nergens om heen te gaan', zegt hij. 'Het moet ophouden, we moeten elkaar vergeven.'

Het is een geluid dat je hier en daar oppikt in Aleppo, te midden van alle retoriek over het uitroeien van de terroristen - de term die het regime en de meeste mensen in Aleppo gebruiken voor alle oppositie. Imads vrienden geven toe dat ze een jaar geleden voor totale vernietiging van de oppositie waren, maar dat ze wat milder zijn geworden. 'Het komt door alle ellende die we hebben meegemaakt', zegt een van hen. 'We willen gewoon terug naar hoe het was.'

Maar zover is het nog lang niet.

Beeld Teun Voeten

Nacht

De nacht is van de oorlog. Doffe dreunen rollen door de duisternis van Aleppo. In het donker voeren beide partijen hun bombardementen op. De helikopters van het regime droppen vatenbommen op achtergebleven bewoners van de oude stad. En in regeringsgebied klinkt het scheurende gekrijs van uitgaande raketten. Rebellen lanceren op hun beurt mortieren en huisgemaakte Inferno-I en -II-raketten - respectievelijk gasflessen en grote watertonnen, gevuld met explosieven en scherven, een raket eraan vast gelast. In het westen van de stad doen ze de ramen trillen en de bedden schudden. De explosieven dalen lukraak neer op huizen en straten; ze doden, verwonden en verminken zonder aanzien des persoons.

'Haar hersenen zijn er deels uitgesijpeld', zegt Samer Salloun (46), hoofd van de Intensive Care Unit in het academisch ziekenhuis van Aleppo. Voor hem ligt Yasmine Mashal, een lijkbleek 14-jarig meisje met rossig, golvend haar in een lange vlecht. Yasmine was met een vriendin op weg naar school in de wijk Mogambo, toen een explosief voor haar ontplofte. Nu ligt ze in coma in het ziekenhuis. 'Mogambo wordt bijna nooit geraakt, wij dachten niet dat dit ons kon gebeuren', zegt haar oom Yahya, zijn ogen rood, schouders gebogen. 'Ze gaat het niet redden, de wonden zijn te ernstig', fluistert de dokter even later.

Bij een controlepost van het regeringsleger in het centrum van de stad staat een borstbeeld van Hafez al-Assad, de vader van de huidige president. Beeld Teun Voeten

Yasmine wordt een van de drie doden die gemiddeld iedere dag vallen in regeringsgebied, volgens het hoofd van de medische staf in dit ziekenhuis. Het aantal gewonden in is tien tot vijftien per dag. Het blijft een slag in de lucht: de aantallen slachtoffers gaan op en neer, in gelijke tred met de vechtlust van de jongemannen rond de frontlijn. En op deze dinsdagochtend is die enorm.

In de nacht bestookten rebellen westelijk Aleppo met een regen van mortieren en zelfgemaakte raketten. Zeker acht burgers stierven in regeringsgebied, het hoogste dodental in lange tijd. Het geweld was een uiting van machteloze woede onder de rebellen in Aleppo, een samenraapsel van Al Qaida-strijders en meer gematigde islamitische strijders. Het regime begon afgelopen maandag een offensief om de laatste levensader naar rebellengebied in Aleppo af te sluiten. De barrage op regeringsgebied in de stad was het antwoord van de oppositie.

Hoe werk je als journalist in Aleppo?

Aleppo bereiken is lastig. Rebellengebied is vrijwel onbereikbaar; het risico op ontvoering is te groot. In regeringsgebied kun je, als je een visum krijgt, alleen werken in gezelschap van een zogenoemde minder: een ambtenaar die je door checkpoints loodst en een luisterend oor bij gesprekken houdt. Die uit Damascus was professioneel. Maar in Aleppo kreeg ik er een dame bij die zich inspande om te voorkomen dat kritiek op het regime in de krant zou belanden.

Als ik even door de minders alleen word gelaten, spreek ik in een koffiehuis een andere gast aan. De man wil niet praten. Dan gebeurt er iets vreemds: de serveerster zegt dat ze mij de rekening nog niet kan brengen. Dat ik even moet wachten. Tien minuten later arriveren potige mannen van de geheime politie. Mijn minders komen net op tijd terug om mijn arrestatie te voorkomen.

Toch is werken mogelijk. Persoonlijke drama's - de kern van dit verhaal - komen er over het algemeen wel uit, zolang je niet vraagt wiens schuld het is. Mensen die de oppositie haten, daar hebben de minders geen moeite mee. Afwijkende stemmen pik je op wanneer de minders naar huis zijn, bij het kopen van sigaretten, door te fluisteren in een luide omgeving, noem maar op. Het feit dat ik Arabisch spreek, helpt enorm. Dan zijn er nog dappere zielen die zeggen wat ze willen. In drie dagen Aleppo was ik zo toch in staat om een evenwichtig beeld te krijgen van de stad en het sentiment onder haar bewoners.

De pater

In de kathedraal van Aleppo is het donker, de knielbanken zijn grijs onder 2,5 jaar stof. Door de gaten in de koepel van de kerk vallen stralen zonlicht op de gebroken vloertegels. Terwijl pater Semaan Abu Abdou (60) met kleine stappen naar het altaar loopt, dwarrelt het stof rond zijn voeten en breekt het licht. De explosies hebben stukken hout van het hoge plafond afgebroken. Kriskras liggen ze rond de glasscherven die knarsen onder de voeten van de pater.

'Ze richten op de christelijke wijk', zegt hij, terwijl een dreun in de verte klinkt. De frontlijn is hier tweehonderd meter vandaan. 'De rebellen denken dat wij met het regime zijn. Wij zijn neutraal, maar houden ons aan de wetten van de staat. We zijn een minderheidsgroep, veroordeeld tot het regime dat ons beschermt.'

Beeld Teun Voeten
Een soldaat laat een foto op zijn smartphone zien, van (vermoedelijk) vermoorde rebellen door het regeringsleger. Beeld Teun Voeten

De kathedraal was ooit het thuishonk van de maronieten, een Levantijnse denominatie van het christendom. Maar de deuren zijn nu gesloten, de mis wordt elders gehouden. De pater, een kleine man gekleed in zwarte habijt en oorwarmers, maakt een weids gebaar naar de rommel om hem heen. Het goud en de iconen heeft hij in veiligheid gebracht, maar het repareren van de kerk gaat lang duren en veel kosten. Het is van later zorg. 'Het gaat mij nu niet om de kerk', zegt hij. 'Het gaat mij om de mensen.'

Daar zijn er steeds minder van. Onder druk van de almaar radicalere Syrische oppositie en de opkomst van Islamitische Staat, vertrekken steeds meer christenen uit het Midden-Oosten. Voor de oorlog woonden zo'n 150 duizend christenen in Aleppo. Eenderde van hen is weg.

'Ze hebben gezien wat er in Irak is gebeurd', zegt pater Abdou. 'En ook in Syrië heeft Islamitische Staat in veel christelijke dorpjes de mensen vermoord. Ik raad christenen af om te vertrekken, zeg dat het Midden-Oosten onze geboortegrond is, dat Jezus Christus hier leefde en wij hier dus ook moeten blijven. Maar ik kan ze niet tegenhouden.'

Gekerm

De sluipschutter van Bab Antagia heeft weer toegeslagen. Tegen het vallen van de avond klinkt kermen vanuit een steegje in de oude binnenstad. Een jonge soldaat met een kogelwond in zijn rechterkuit strompelt voorbij, gesteund door twee collega's. Hij is een jaar of 17, misschien een dienstplichtige die op wacht stond.

Het gebeurt niet zo vaak meer, zegt Abu Majed, een commandant van deze eenheid op zo'n 75 meter van de frontlijn. De stadsoorlog in Aleppo zit in een patstelling. Hier in Khan al-Kharir, een wijk van de oude binnenstad waar het vroeger wemelde van westerse toeristen, spelen rebellen en regeringssoldaten een dodelijk soort verstoppertje tussen de puinhopen van hun stad. Nu eens sneuvelt een regeringssoldaat, dan eens een rebel, maar veel beweging zit er al jaren niet meer in. Beide kanten hebben hun positie stevig gebarricadeerd.

Beeld Teun Voeten

De oplossing, volgens Abu Majed, is het Homs-model: omsingelen en uitroken van rebellen. Dan zullen de buitenlandse strijders vluchten, blijven alleen de Syriërs over, en kunnen onderhandelingen over verzoening beginnen. De officier is daar ongewoon positief over.

'Ik spreek hier puur op persoonlijke titel, maar wat mij betreft komt er een algemeen pardon voor Syriërs die tegen de staat gevochten hebben. Ook als ze hebben gedood. Aleppo is duizenden jaren oud, we hebben erger doorstaan, we kunnen weer samenleven.'

Het wijkt af van het refrein dat in het westen van Aleppo klinkt: alle rebellen zijn terroristen, alle terroristen moeten dood. Na vier jaar oorlog wordt in Aleppo duidelijk dat de greep van het regime allesbehalve verslapt is. Sterker dan ooit, zelfs; iedereen loopt hier in de pas. Ieder rolluik is rood-wit-zwart geschilderd in de kleuren van de vlag. Het gelaat van president Bashar al-Assad is overal, in militair uniform, glimlachend naar een stel schoolkinderen, boven de slogan 'Wij willen niemand behalve jou, Bashar.'

Tegenover het plaatselijke kantoor van de Baathpartij, heer en meester over Syrië, hangt een affiche met Arabische letters tegen een hemelsblauwe achtergrond. 'Niet sabotage, maar je houden aan de wet brengt je vrijheid.' Het begrip 'ministerie van Waarheid' uit George Orwells 1984 dringt zich op. Vrij spreken kunnen de Syriërs allerminst. Mensen verschieten van kleur als je kritische vragen stelt over al-Assad. Wie zijn mond voorbij dreigt te praten, wordt in het gareel gehouden door een medewerkster van het lokale ministerie van Informatie, die bezoekende pers vergezeld tijdens hun werk.

Wanneer een man die woont in rebellengebied wordt gevraagd of die vatenbommen nou veel schade aanrichten, tikt de dame van het ministerie met haar voet tegen de zijne. 'De piloten van de regering zijn heel accuraat en ik geloof niet dat zij ooit burgers hebben gedood', verklaart hij prompt. Als de dame even later buiten gehoorsafstand is en de vraag over de vatenbommen wordt herhaald, knijpt hij zijn wenkbrauwen samen. 'Alsjeblieft, vraag me dat nou niet.'

Beeld Teun Voeten

Mazzelaars

Praten over politiek is gevaarlijk en Aleppijnen hebben iets anders aan hun hoofd. De afgelopen jaren is de Syrische pond vier keer over de kop gegaan, prijzen stijgen. Berooide Aleppijnen worden gedwongen hun leven opnieuw uit te vinden. In het centrum staat een voormalig kledinghandelaar brokken hout te verkopen, een vroegere tractorchauffeur leurt nu met snoepjes onder de moskee. 'Mijn huis is vijf minuten verderop', zegt de groenteman, Hossam Amraan. 'Maar de terroristen hebben alles kapotgemaakt. Mijn huis, de drie huizen van mijn zoons, mijn Kia Rio, mijn fabriek. Ik produceerde elastieken banden voor de industrie, maar de machines zijn geroofd. Die waren bij elkaar vier miljoen Syrische pond waard (18 duizend euro, vier jaar geleden het viervoudige, red.).'

Ooit was Amraam (62) dus een welgesteld man, nu woont hij in een tweekamerappartement met elf gezinsleden. Met een zooitje bruine aardappels en verregende slakroppen staat hij nu naast de snoepverkoper. Bij het afscheid wuift hij over de plastic bakken met groenten. 'Ik kan je niets aanbieden,' zegt hij. Achter zijn rechthoekige brillenglazen worden zijn ogen rood. Hij draait zich weg.

Dit zijn nog de mazzelaars. Anderen komen terecht aan de rand van het reusachtige universiteitscomplex van Aleppo. Daar hebben de autoriteiten studentenflats ontruimd voor vierduizend vluchtelingenfamilies uit het oosten. Water sijpelt door de gangen van de gebouwen, de zurige lucht van aangekoekte urine komt uit sommige toiletten. Nauwelijks stroom en water. Vervuilde bewoners blauwbekken in de kou. Maar ze hebben tenminste een dak boven hun hoofd. De overheid zorgt eens in de twee maanden voor voedselpakketten, dekens van de VN moeten bewoners warm houden.

Beeld Teun Voeten

Onder hen de 74-jarige Aziza, die twee jaar geleden werd verdreven uit haar huis in de opstandige wijk Bustan al-Qasr. Ze glimlacht als ze praat over haar leven voor de oorlog. Ze had een mooi huis, in een fijne wijk, en al haar kinderen, kleinkinderen, neefjes en nichtjes woonden in de buurt. Vaak kwamen ze 's avonds of in het weekend langs, voor de thee of Aziza's kookkunsten. Kibbeh, gefrituurde deegballetjes met vlees erin, was een van haar specialiteiten. Ze heeft het al maanden niet meer gegeten, zegt ze, terwijl ze een karig maal bereidt: knoflook, selderij en een beetje van het allergoedkoopste gehakt.

'Ik mis al mijn neefjes en nichtjes zo', zegt ze, terwijl haar woorden condenswolkjes maken in de koude kamer. 'Iedereen woont nu ergens anders. Turkije en Caïro. Sommigen op andere plaatsen in Syrië. Ik begrijp er niks van. Ik was gewoon thuis, in mijn huis, en ineens was alles voorbij.'

Beeld Teun Voeten
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden