De dood is overal, in bloeiend Brazilië

De economie in Brazilië mag dan onstuimig groeien, het drugsgebruik en de criminaliteit nemen er eveneens toe.

Van de dertig leerlingen met wie Denilson Alves twee jaar geleden aan zijn opleiding begon, zijn er zegge en schrijven nog vier over. De rest, zegt hij, is vervallen in oude gewoonten: drugs en criminaliteit. ‘Een van hen is intussen vermoord.’

Denilsons klasgenoot was een van de ruim 50 duizend Braziliaanse jongeren die jaarlijks door geweld om het leven komen. In de favelas, de sloppenwijken, maar ook in volkswijken en verwaarloosde stadscentra behoren drugs en zware criminaliteit bij het dagelijks leven als arroz com feijão, rijst met bonen.

Daarom wil Denilson (18) zijn stem laten horen. Hij is vanuit zijn woonplaats Cabo de Santo Agostinho naar de miljoenenstad Recife gekomen voor de lancering van een campagne waarin aandacht wordt gevraagd voor het grote aantal moorden op jongeren.

‘Het geweld in mijn buurt is zo dichtbij als de overkant van de straat’, zegt Denilson, een kansarme zwarte jongen die dankzij een hulpproject een opleiding kan volgen. ‘Cabo is een rijke gemeente, maar de overheid ontkent het bestaan van een grote arme bevolkingsgroep.’

Zijn medeleerling raakte verslaafd en werd doodgeschoten vanwege een drugsschuld. ‘Het ging om een klein bedrag, maar je kunt slechts op één manier betalen als je geen geld hebt: met je leven.’ Er wordt al gemoord om bedragen van een paar euro.

Het aantal van 50 duizend vermoorde jongeren tussen de 15 en 29 jaar – een verdriedubbeling sinds 1990 – op een bevolking van 192 miljoen, zou omgerekend naar Nederlandse verhoudingen neerkomen op ruim vierduizend doden per jaar.

‘We willen met deze campagne het geweld opnieuw onder de aandacht brengen van de politiek, justitie en het grote publiek’, zegt Frans van Kranen, een Nederlandse medewerker van de Braziliaanse kinderrechtenorganisatie ANCED.

‘Brazilianen uit de midden- en hogere klassen keren zich af van de problematiek rondom straatkinderen en kansloze jongeren die in drugs en criminaliteit een uitweg zoeken’, meent Van Kranen. ‘Welgestelden zijn vaak slachtoffer en ontkennen daarom dat de daders vaak óók slachtoffer zijn, namelijk van uitzichtloze omstandigheden.’

In 2007 begon Van Kranen de kranten na te pluizen op berichten over de gewelddadige dood van jongeren. Dagelijks stuurde hij een e-mail met één zo’n artikel naar verwante organisaties. Inmiddels zijn tientallen organisaties betrokken bij de campagne, die wordt gevoerd in 16 van de 26 deelstaathoofdsteden.

Een van de deelnemende organisaties is het Dom Hélder Câmaracentrum in Recife. Directeur Renatto de Araujo Pinto is een van de velen die menen dat de huidige economische groei van Brazilië geen gelijke tred houdt met de sociale ontwikkeling. ‘Ondanks de groei zijn de sociale ongelijkheid, en daarmee het drugsgebruik en de criminaliteit de laatste twintig jaar toegenomen.’

Volgens de directeur schieten politie en justitie ernstig te kort. ‘De politie kampt met een erfenis uit de afgelopen decennia: corruptie en geweld zijn verankerd in de bedrijfscultuur.’ Een voorbeeld: zijn centrum ondersteunt een aantal minderjarigen die in 2006 werden opgepakt voor kleine diefstallen, vervolgens zwaar werden mishandeld door de politie en in het water gegooid. Twee van hen verdronken. De verdachten zijn nog altijd niet veroordeeld. ‘Een deel van de bevolking is het stilzwijgend eens met het feit dat de politie soms eigen rechter speelt, omdat justitie niet in staat is adequaat te reageren op de criminaliteit. ’

In het buitenland wordt Brazilië bewierookt om zijn Wirtschaftswunder. In ruim tien jaar tijd wisten president Luiz Inácio Lula da Silva en zijn voorganger Cardozo de desastreuze economische ontwikkeling om te buigen naar economische groei. ‘Vanwege die prachtige cijfers trekken veel buitenlandse hulporganisaties zich terug’, zegt De Araujo Pinto. De achterstand op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid, een erfenis van decennialange economische malaise, vraagt echter veel meer overheidsinvesteringen dan tot nu worden gedaan. ‘Hulp is nog even hard nodig als voorheen.’

Dit niet in de laatste plaats vanwege een nieuwe tragedie die het economisch herrezen Brazilië de afgelopen tien jaar zag ontstaan. Er is nationaal alarm geslagen over de snelle verspreiding van crack. Dit goedkope en zwaar verslavende bijproduct van cocaïne wordt makkelijk het land binnengesmokkeld uit Bolivia en Colombia via moeilijk te bewaken oerwoudriviertjes.

In de volkswijk Peixinhos, tussen Recife en de stad Olinda, regeert de crack. De kleine, aaneengeregen huizen en bedrijfjes doen vriendelijk en onschuldig aan, maar overvallen en moorden op klaarlichte dag zijn geen uitzondering. Walquiria Braga de Araujo (29) en Nina Rosa Negras (26) organiseren jeugdactiviteiten in de meest gewelddadige buurten en werken in de bibliotheek van een sociaal centrum.

‘We hadden pas een culturele themaweek. De lokale televisie zou opnamen komen maken, maar toen de filmploeg uit de auto stapte, werd verderop in de straat iemand doodgeschoten.’

De tv-kijkers in de welgestelde wijken kregen die avond een verse moord in Peixinhos voorgeschoteld. Walquiria heft haar handen op. ‘Over de oorzaken van het geweld wordt nauwelijks gesproken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden