De dood is in beweging

Zo extravagant als die van iT-oprichter Manfred Langer zijn de meeste uitvaarten nog niet. Maar een borreltje aan de open groeve, een plaatsje onder de moerbeiboom, een waakhondje dat aanslaat als iemand het graf nadert - het is allemaal mogelijk....

Mevrouw Roopram-Rambaran Mishre is gestorven, 78 jaren oud. De auto met haar lichaam moet even wachten bij het crematorium op de begraafplaats Eikelenburg in Rijswijk. Men is te vroeg, de aula is nog niet vrij van rouwenden om een klein kindje. Een vrouw kijkt door de achterruit van de lijkwagen naar de kist van haar moeder. Ze kermt zacht. Een broer komt er bij staan, slaat een arm om haar heen. Een zuster voegt zich erbij.

Tien minuten, misschien nog langer, staan ze zo naar binnen te kijken, de hoofden dicht bij elkaar. Een meisje in een blauw jurkje leunt al die tijd boven het linkerachterwiel van de lijkwagen en neemt er belangstellend kennis van. Ernstig, maar niet gegeneerd of beklemd. Zo ook de anderen van de familie en kennissen, die er in een grote kring omheen staan. Elkaar groetend, even pratend, lachend soms, en kijkend naar het verstilde tafereeltje bij de achterklep.

Dan is daar het teken van uitvaartleider Bert Zantinge. De acht in wit gewaad gehulde en kaalgeschoren zonen tillen de kist uit de auto, zetten die op een wit kleed op het grindpad, knielen, verplaatsen de kist twee meter, knielen, zingzeggen: Raam naam satjè hai (God is almachtig.) En zo verder. Tot de achteringang van de aula bereikt is.

Binnen wordt het deksel van de kist geopend, krijgen de bloemstukken een plaats op de vloer rondom, naast de attributen voor de Hindoe-ceremonie: waxinelichtjes, potjes, een korfje met bloemblaadjes, een soort barbecuebak met folie afgedekt, stokjes om te verbranden. Daarna vult de zaal zich met mensen.

Mevrouw Roopram-Rambaran Mishre was al enige tijd weduwe voordat ze, op bezoek bij haar dochter in Orlando, aan een hartstilstand overleed. Achttien kinderen kreeg ze, van wie er één jong stierf, en rond de negentig kleinkinderen. Ze zijn er allemaal: uit Suriname, Florida en Den Haag.

Anderhalf uur duurt de onbevangen plechtigheid. Gebeden, offeranden, zacht zingen, een schaal met waxinelichtje cirkelt met de klok mee rond het hoofd van de dode. De zoons staan in een kring om de kist van hun moeder. De dochters zitten op de eerste rij. Men kijkt, neemt deel, praat, groet elkaar met gevouwen handen. Mededeling van een van de voorgangers: of de eigenaar van GL-GN-88 zijn auto bij de bushalte wil verwijderen.

Het lijkt alsof er in alle rust maar wat gedaan wordt - geen professionele kraai die wat regelt. Maar pandit Lalbiharie, een bekende Hindoestaanse geestelijke uit Den Haag, ziet nauwlettend toe op een juiste uitvoering van de rituelen. Opdat de ziel van de overledene een goede reis naar de hemel maakt, rust krijgt, en in een goede gedaante terug kan keren. 'Hindoes geloven in reïncarnatie, zoals u weet. Het lichaam wordt in de dood weer deel van de elementen water, vuur, lucht en aarde, waaruit het ooit is ontstaan. De ziel is eeuwig. De kinderen hebben wel verdriet om het afscheid van hun moeder, maar het is niet rampzalig en ook niet afschrikwekkend. Ze blijft voortbestaan.'

De directe nabestaanden vormen een rij. Een voor een nemen ze afscheid van hun moeder en oma: met een handje vol bloemblaadjes die ze - weer met de klok mee - rond haar hoofd strooien. Een zoon veegt met een anjer zo nu en dan een verdwaald bloemblaadje van het gelaat van de dode. Een groepje dromt samen bij de kist en weeklaagt hevig. 'Mama, mama.' Twee kleinzoons slaan armen om een paar vrouwen. 'Laat me los', klinkt het in onverwacht Nederlands. Het hoort erbij, niemand kijkt er bevreemd van op. Fotograaf Marcel Molle mag alles van dichtbij fotograferen.

'Het ergste moet nog komen', zegt een van de potige kleinzoons. 'Als straks de kist dicht gaat en naar beneden zakt en sommigen zich er achteraan willen storten.' Ze zullen in de buurt staan om ze tegen te houden en zonodig op te vangen.

Zo gebeurt het.

De pandit en de acht zoons volgen de uitvaartleider de trap af naar de oven. Daar leggen ze hun handen op de kist en duwen die de oven in, kijken toe hoe die binnen een mum van tijd vlam vat. Even troosten ze omarmend elkaar. Daarna lopen ze naar de andere kant van de oven en werpen één voor één door het kijkglas een blik in de geelwitte hitte.

Buiten lopen we vijf van de negen dochters tegen het lijf. Ze bedanken ons voor onze aanwezigheid. 'Jullie hebben iets bijzonders meegemaakt. Het was precies zoals het moest zijn. Zoals onze moeder was: ze genoot van het leven, sprak nooit een kwaad woord, en was tegelijkertijd heel ordenend. Anders had ze ook niet zeventien kinderen kunnen grootbrengen die allemaal op het rechte pad zijn gebleven.'

De toenemende multiculturaliteit, zegt men, is ook van een bevrijdende invloed op de zeden en gewoonten rond uitvaart en rouwbetoon in het van calvinisme doordesemde Nederland. 'En niet te vergeten de aids-factor', zegt Jol sr van de uitvaartfirma 't Statenhuys in Den Haag. Veertig jaar zat hij in die branche, de eerste begrafenisondernemer met een koninklijke onderscheiding. Na zijn pensioenering is het zijn hobby gebleven. De laatste tien jaar heeft hij 'de dood weer in beweging' zien komen.

'Aids-patiënten zijn meer dan andere mensen ter-dood-veroordeelden. Ze bellen je en zeggen: ''Over zes weken ga ik dood, en ik wil het zo en zo hebben.'' Met euthanasie kan dat tegenwoordig. Ze laten zich niet zo makkelijk meer het traditionele corset opleggen. Ze overleggen vooraf met vrienden en verwanten. Op een eigen manier willen ze stoom afblazen.'

In de praktijk zie je dat nog maar heel schoorvoetend, relativeert Piet van den Akker, socioloog en demograaf aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft net een onderzoekje achter de rug in opdracht van uitvaartverzorger/verzekeraar Dela. Het laatste bedrijf in het leven is nog 95 procent een standaard-uitvaart. 'Uit vrees om in het openbaar te kijk te staan met je verdriet en ontreddering verkiest men bijna altijd toch maar het zo gewoon mogelijke. En geeft zich over aan de beroepsmensen.' Die moeten de tekenen van individualisering zeker onderkennen, vindt hij, en 'manifest maken wat latent aanwezig is'. Zijn advies aan de branche luidt dan ook: school de uitvaartverzorger om tot uitvaartbegeleider.

Dezelfde dag dat haar familie mevrouw Roopram-Rambaran Mishre tot voorbij de dood begeleidde, hield de vereniging tot herstel van zorg rond dood en rustplaats, Terebinth, haar jaarlijkse ledenvergadering in Ede. 'Midden in deze eeuw heeft zich een cultuurbreuk doorgezet', plaatste oprichter en emeritus-hoogleraar prof. dr J.C.M. Hattinga Verschure het memento mori in een contemporain historisch kader. 'Een metabletische storm van secularisatie, postmoderniteit en consumptisme heeft de oude cultuur- en structuurpatronen weggevaagd. De dood werd onbespreekbaar en verbannen. WEG ERMEE naar inrichtingen. Geen dooie in huis, maar weg ermee naar een rouwcentrum. Geen lijkwagens meer op straat! Taboe! Nu dit voorbijtrekt staan we natuurlijk met lege handen en moeten we ons bezinnen op nieuwe vormen van doodscultuur.'

Josée Bionda, beheerder van de algemene begraafplaatsen in Amersfoort, voegt daaraan toe: 'De almacht van de medische wereld is van even groot belang geweest als de ontkerkelijking en de individualisering van de samenleving.' Meer vrijheid, meer ruimte om zelf te bepalen wat nodig is: ze weet uit ervaring hoe moeilijk dat te verwezenlijken valt. Zelf het graf dichten bijvoorbeeld, zoals de islamieten doen, of een vrije keuze van grafbeplanting. Legio zijn de wetten en praktische bezwaren.

En toch beweegt het, merkt Karel de Beus, beheerder van de Noorderbegraafplaats in Amsterdam. Laatst moest hij zes flessen jenever kopen, voor ieder van de 130 begrafenisgangers een borreltje om te proosten bij de kist. Een moeder wenste een grote wip op het graf van haar zoontje. Dat heeft hij haar uit het hoofd gepraat. Nu staat er een waakhondje dat bij nadering zegt: 'Woefwoefwoef, ik waak hier.'

Een Chinees wilde graag een moerbeiboom bij zijn graf; hij regelde het. Daar in de hoek reserveerde hij twee grafplaatsen voor mensen die in het voorjaar gecharmeerd waren geraakt van 'neukende blauwe reigers' in de boom erboven. Een kunstenaar wilde liggen onder een van zijn objecten: een houten ledikant gevuld met bloemen. Vrienden en familie kwamen er regelmatig op zonnige dagen een tijdje picknicken. Inmiddels is er midden in de ombouw van het ledikant een 1 meter 60 hoge sculptuur geplaatst van een onmiskenbare vagina.

In principe mag alles van Karel de Beus - zolang het andere mensen niet wezenlijk kwetst. 'De dood is de diepste emotie van de mens. Wanneer een liefde mislukt, kun je het met een ander opnieuw proberen. De dood valt niet te herhalen. Je moet daarom de mensen vrijlaten in hoe ze het verlies van een geliefde de baas willen worden.'

Andere culturen, de eigenzinnigheid van aids-patiënten, blikverruimende vakanties in buitenlanden: ze brengen mensen op een idee hoe het ook minder dof beklemmend kan bij de laatste gang. En Karel de Beus onderkent nog een factor: het grotere aantal kinderen dat geboren wordt dank zij nieuwe technologieën, meerlingen soms, maar ook vroegtijdig sterft. 'Onpeilbaar verdriet, waar men onbekommerd voor uitkomt.'

De oude Hattinga Verschure hield in Ede de levenden een Grieks weten voor: pathein is mathein, lijden is rijpen. 'Hoog stijgt de grootsheid en dramatiek van de dood uit boven de onbelangrijkheid van de dagelijkse sleur. Ze heeft de adembenemende aantrekkingskracht van de afgrond. Ze is een van de grootste momenten van het leven. Le grand passage! Je bent tot slot nog eens het absolute middelpunt van je familie en vrienden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden