De dood, het doodgaan en de doden

GESTORVEN wordt er altijd, met moordende regelmaat, maar het komend voorjaar maakt Magere Hein overuren. Op 12 maart, als de Boekenweek begint, het jaarlijkse festijn van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, zal de oorlog in Irak wel in volle gang zijn....

Hier in Nederland vieren we dan veilig de papieren dood met signeersessies, Styx-landkaarten en kleurige boekenleggers, in vrolijk met skeletten en schedels verluchte boekhandels. De CPNB koos dit jaar zonder omwegen de dood als thema, onder het motto 'Styx - leven en dood in de letteren'. Het is een onderwerp waarover een waardig zwijgen gepast is - de ervaringsdeskundigen is de mond gesnoerd.

Niettemin is er heel wat afgeschreven over 'de dood, het doodgaan en de doden'. Zoek op trefwoorden als 'angst voor', 'verlangen naar' en 'treuren om', en je hebt zo ongeveer de hele literatuur te pakken, sinds de uitvinding van het schrift. 'Ik vrees dat dit de laatste Boekenweek wordt', zei Kristien Hemmerechts afgelopen maandag terecht. Zij was een van de sprekers op de door de CPNB georganiseerde persconferentie, in het fraaie Petruskerkje in Amsterdan-West. 'Vorig jaar de liefde, nu de dood. Eros en thanatos - nou, dan hebben we het wel zo'n beetje gehad.' Zij, de schrijfster die gelaten accepteert voor een 'doodsdeskundige' door te gaan, schreef een van de vier Boekenweek-essays: Hotel Terminus.

Schrijvers die praten over de dood zijn in elk geval beter te verteren dan topmanagers. Werd de dood in de moeizame toespraakjes van CPNB-directeur Henk Kraima en zijn adjunct Paul Mosterd omcirkeld als een onderwerp dat 'zeer gelaagd' is en 'dermate complex is' dat er gekozen moest worden voor een 'spectrum van gedachten en visies', de dit jaar uitverkoren auteurs hielden het verfrissend aards. De stemming kwam er in toen Jan Wolkers een rood zijden doek - 'meestal is het een geel pislaken' - wegtrok van het door hem ontworpen Boekenweek-affiche. Een door de 17de-eeuwer Hercules Segers geëtste schedel ('niet die van mij hoor!'), in viervoud afgedrukt, op een stapeltje oude boeken. 'Mooi hè?', zei Wolkers tevreden.

Ronald Giphart vertelde iets over het door hem geschreven Boekenweek-geschenk, Gala, een verhaal over een jonge actrice die een groots galafeest bezoekt, dat is georganiseerd om haar plotseling gestorven, geheime minnaar te herdenken. Nico ter Linden, schrijver van het Boekenweek-essay De dag zal komen, Janus, vertelde dat hij de laatste keer in de Petruskerk was om een begrafenis te leiden. 'Dat is het mooiste, een begrafenis. Het lijk uitdragen, hoog op de schouder, naar de dodenakker.' Bert Keizer schrijft in zijn essay Koud liggen over het leven na de dood. Liever niet, vindt hij, zo'n onoverzichtelijke eeuwigheid. Dood is dood. 'De ziel zit in het lichaam als de stemming in het feestje.' Van Boudewijn Büch die, bij wijze van voorafschaduwing van zijn eigen vroege dood, zijn halve leven doorbracht bij graven van dode schrijvers, is het vierde, postume Boekenweek-essay, Zingende botten. Nog één keer horen we hem over de dood van Rimbaud, Plath, Achterberg en natuurlijk Goethe. 'Thuis bewaar ik de dood in mapjes', is de openingszin.

Tom van Eck, die werkt bij het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, dat zich ook zal gaan ontfermen over het gedecimeerde verschijnsel literair tijdschrift, leidde Ten Grave in, een Boekenweek-themanummer van De Gids, waarin dertig auteurs een grafrede afsteken voor een 'bewonderde of gehate, werkelijke of fictieve, dode of levende schrijver'. Van Eck eindigde zijn toespraakje met een ferm 'Leve de dood!', een citaat van Gerard Reve, onze gepatenteerde doodschrijver, de enige wiens werk in de lange opsomming van Tibetaanse en Egyptische dodenboeken, stervensbegeleidingsboeken en odes aan gestorven geliefden dus niet werd genoemd.

Henk Kraima vertelde nog dat het aantal genodigden voor het Boekenbal 'zeer beperkt' is, dit vanwege 'verscherpte brandvoorschriften'. Dat klinkt omineus. Misschien maar beter zo, voor een feest dat onvermijdelijk moet openen met een dodendans. Wie niet mag komen, kan thuis aan de slag met de Boekenweek-test Theo van den Boogaard tekent de dood, een spel voor regenachtige avonden. De lezer mag 25 literaire citaten thuisbrengen, met behulp van tekeningen van Van den Boogaard. Moeilijk is het niet, want alle 25 titels staan voorin vermeld. Wie schreef: 'Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,/ Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.'?

En toen mochten we naar Vers voor Pers, niet ver van het crematorium in Osdorp. Daar boden honderden uitgevers hun nieuwe waar aan. In vrijwel elk uitgeefhuis tiert de dood welig, al is het maar doordat het fortuynisme een jaar na de moord op zijn naamgever een stroom boeken oplevert. Bij SUN verschijnt Het beeld van de dood van Philippe Ariès. Uitgeverij Ankh-Hermes organiseert op 15 maart een symposium over De kunst van leven en sterven, onder voorzitterschap van Jacobine Geel; Meulenhoff bundelde de serie over begraafplaatsen die Pauline Blok schreef voor de Volkskrant. Atlas bundelde de beste verhalen over de dood van Jeroen Brouwers.

Hebben filosofen na een leven lang denken meer verstand van de dood? En zou het wat uitmaken? Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verschijnt deze maand Gedenk te sterven - De dood en de filosofen, waarin Pieter Hoexum laat zien hoe twintig filosofen over de dood dachten en 'hoe ze het er zelf vanaf brachten'. Met behulp van gifbeker of bedorven pastei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden