De dood als jonge lifter

Een onverschillige schemerwereld, waar het leven passant is en het individu niet bestaat, houdt de zichtbare wereld onzichtbaar in de greep, in de sfeerrijke roman De econome van Allard Schröder..

De verlangens en kwellingen van de mythische vrouwen in de opera’s van Wagner, of die van vrouwelijke personages uit grote romans van Fontane, Flaubert, Tolstoj, Couperus en Van Eeden, lijken misschien van vroeger, maar zijn van alle tijden.

Ook nu doen ze zich voor. In de roman De econome van Allard Schröder heeft de jonge Linde (van Sieglinde) Wielantz een goede baan als consultant, ze woont in een flat, rijdt Mercedes, en neemt regelmatig een man mee naar bed.

Niks aan de hand. Tot die warme dag dat ze op een brug een lifter meeneemt, en hem in de stad weer af zet. Er is iets met de man die zegt Silbering te heten, ‘hij leek geen schaduw te werpen’, geeft halve antwoorden op haar vragen, doet mysterieus. Nadat ze hem heeft afgezet, krijgt Linde hem niet meer uit haar hoofd.

Roept die man een verlangen in haar wakker dat daar al sluimerde, de behoefte om los van de wereld te raken en op te lossen in eeuwigheid – of heeft haar verlangen die verschijning te voorschijn geroepen, liet Linde op die bewuste dag niet een doodgewone lifter maar wellicht de dood zelf haar auto binnen?

‘Buiten wierp de zon haar stille, scherpe licht over bestofte bomen en struiken, waardoor het leek alsof de wereld een tijd niet gebruikt was.’ Met dat schemergebied waar nevels, gevaar en onstoffelijkheid regeren, kan Allard Schröder vanouds goed uit de voeten. In zijn beste werk – de romans Raaf, Grover en De hydrograaf (waarvoor hij de AKO-prijs 2002 won), en de verhalenbundel Het pak van Kleindienst –, lukt het hem, die ongrijpbare wereld als de echte voor te stellen, waartegen de alledaagse werkelijkheid spanningloos en flets afsteekt. ‘Het was een schemerwereld’, heet het in De econome, ‘van de bitter geurende en altijd onverschillige kringloop van groei en verval. Het leven was er passant, het individu bestond er niet, alles wat er was, was toevallig, niets had noodzaak.’ En die wereld, is de suggestie die Schröder de lezer stilzwijgend aanreikt, is geen toekomstbeeld maar houdt de zichtbare wereld onzichtbaar in de greep.

Linde blijft weg van haar werk, rijdt naar Zuid-Duitsland en komt daar in een vreemd Kurort terecht, waar ze de enige gast in een hotel blijkt te zijn, en waar het personeel van haar komst op de hoogte is. Vreemde toestanden. En wie is de man die ze in de bossen tussen de bergen ziet, zwartleren jas, zonnebril op, drie honden bij zich? Een schim van vroeger, een vermomming van Silbering, projectie of een mens van vlees en bloed?

Twee herinneringen komen bij Linde boven, twee momenten waarop ze in haar jeugd al met de dood werd geconfronteerd. In die droomachtige scènes excelleert Schröder – die met de zieltogende grote buurvrouw Murks is huiveringwekkend, die met de fatalistische homo Léonard Aldyn echoot Thomas Manns Dood in Venetië – , zodanig dat het contemporaine verhaal over Linde gewoontjes aandoet.

Ze maakt van alles mee, en begaat zelfs twee moorden, dat kunnen weinigen haar nazeggen, maar zoals zij zich niet aan de wereld kan hechten, zo lastig is het haar als (nog net) levend mens voor je te zien. ‘De omgeving maakte een kale, schematische indruk, alsof ze naar een schilderij van De Chirico keek. De schaarse, weinig menselijke gestalten die je er aantrof, leken geïnfecteerd door de omgeving en hadden de ideale, reukloze verhoudingen aangenomen zoals hun schepper die ooit voor zijn geestesoog moest hebben gehad. De ontmanteling van de levende en dode dingen had hier, op het plein en in de straten, een huiveringwekkend puur en zuiver samenspel van abstracte lijnen blootgelegd.’ De sfeer die Schröder schildert is zo expressief, dat zijn verhaal en personages er gevoeglijk in oplossen. Consequent is dat wel. Tegen Wagneriaanse sferen en raadselachtige lokroepen is niets of niemand opgewassen; al helemaal een eigentijds succesnummer als de econome Linde Wielantz niet.

Arjan Peters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden